Robert Mallet-Stevens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Villa Poiret, Mézy-sur-Seine

Robert Mallet-Stevens (Parijs, 24 maart 1886 - aldaar, 8 februari 1945) was een Frans architect. Hij was naast Le Corbusier, die eigenlijk een Zwitser was, een van de belangrijkste Franse vertegenwoordigers van het Nieuwe Bouwen tijdens het interbellum.

Leven en werk[bewerken]

Mallet-Stevens was van Belgische afkomst en stamde uit een gegoed milieu. Zijn ouders waren kunsthandelaren en zijn moeder was een zuster van Adolphe Stoclet, de opdrachtgever en latere bewoner van Josef Hoffmanns Brusselse Stocletpaleis. Nadat hij in 1910 zijn opleiding aan de Parijse École Spéciale d'Architecture had afgerond, werkte hij enige tijd op Hoffmanns bureau aan diens Stocletpaleis[1], dat een belangrijke inspiratiebron zou worden. Andere invloeden werden De Stijl en het Russische kubofuturisme.

Mallet-Stevens' eerste grote opdracht en een van zijn beroemdste gebouwen was de Villa Noailles in het Zuid-Franse Hyères (1923-1928), die hij bouwde voor de invloedrijke kunstverzamelaar Charles Noailles. Met deze villa vestigde hij zijn naam als architect. Ook andere kunstenaars, waaronder Theo van Doesburg, werkten aan dit Gesamtkunstwerk mee. De villa werd in 2003 gerestaureerd en is ook beroemd vanwege het jaarlijks terugkerende modefestival en de daaraan verbonden wedstrijd voor jonge ontwerpers. Andere villa's bouwde hij voor de modekoning Paul Poiret in Mézy-sur-Seine (1925) en voor de textielfabrikant Paul Cavrois in Croix bij Rijsel (1932). Het laatste gebouw, tevens Mallet-Stevens' laatste villa, die zeer in verval was geraakt, wordt in 2008 gerestaureerd.

In 1925 kochten enkele families gezamenlijk een stuk grond in de Parijse wijk Auteuil, waar de Rue Mallet-Stevens tot stand kwam, waaraan alle huizen, maar ook het straatmeubilair, door Mallet-Stevens ontworpen zouden worden. Inmiddels verkeert hier alleen het Hôtel Martel nog in originele staat. In dit pand hadden met zijn opvallende cilindrische toren hadden de beeldhouwers Jan en Joël Martel hun en atelier. Enkele jaren later ontwierp Mallet-Stevens een woning en atelier voor Louis Barillet, de glas-in-loodkunstenaar die ook aan de Villa Noailles en aan het Martelhuis had bijgedragen.

Tot de kunstenaars waarmee Mallet-Stevens samenwerkte behoorden ook filmmakers. Zijn Villa Noailles speelt een belangrijke rol in Man Ray's film Les Mystères du Château de Dé uit 1928. Verder ontwierp Mallet-Stevens zelf het decor voor verschillende films, waaronder L'inhumaine van Marcel L'Herbier uit 1924.

Over Mallet-Stevens' denkwijze is relatief weinig bekend, daar zijn archieven op eigen verzoek na zijn dood werden vernietigd[2]. Wel liet Mallet-Stevens naast zijn gerealiseerde werken boeken en essays na.

Lijst van werken (selectie)[bewerken]

  • 1923-1928: Villa Noailles, Hyères
  • 1925: Pavillon du tourisme, Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes, Parijs
  • 1925: Villa Poiret, Mézy-sur-Seine
  • 1926: Villa Collinet, Boulogne-sur-Seine
  • 1926-1927: De Rue Mallet-Stevens met onder meer het Hôtel Martel, Parijs, XVIe
  • 1931-1932: Atelier Louis Barillet, Parijs, XVe
  • 1932: Villa Cavrois, Croix

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Jean-François Pinchon (1991): Rob. Mallet-Stevens. Architecture, Furniture, Interior Design. Cambridge Mass, MIT Press.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Richard Becherer (1996): Past Remembering: Robert Mallet-Stevens's Architecture of Duration. Assemblage no 31, blz. 16-41.
  2. Valérie de Calignon (2008): Villa Martel. Parisian Masterpiece. Modernism Magazine, Summer 2008, blz. 78-87.