Simeon ten Holt
| Simeon ten Holt | ||||
| Achtergrondinformatie | ||||
| Geboren | 24 januari 1923 | |||
| Land | ||||
| Genre(s) | klassieke muziek | |||
| Beroep(en) | componist | |||
| Website | ||||
|
||||
Simeon ten Holt (Bergen (Noord-Holland), 24 januari 1923) is een Nederlandse componist. Hij is een zoon van de schilder Henri F. ten Holt en hij is getrouwd met Colette Noël.
Inhoud |
[bewerken] Levensloop
Na zijn studie bij de Bergense componist Jacob van Domselaer vertrok Ten Holt in 1949 naar Parijs, waar hij aan de École normale de musique de Paris lessen volgde van Arthur Honegger en Darius Milhaud. In 1954 keerde hij terug naar Bergen. In de loop van de jaren vijftig componeerde hij Bagatellen en een aantal stukken waarin de door hemzelf ontwikkelde diagonaalgedachte tot uiting kwam: Diagonaalmuziek (1956-1958), Diagonaalsuite (1957) en Diagonaalsonate (1959). Die gedachte hield in het simultaan gebruiken van complementaire toonsoorten in tritonusverhouding. Op die manier kon Ten Holt vrijer omgaan met de tegenstelling tussen tonaliteit en atonaliteit.
Vanaf 1961 raakte Ten Holt onder de invloed van het serialisme. Cyclus aan de waanzin (1961) was daarvan de eerste uiting. Tevens publiceerde hij artikelen in het literair tijdschrift Raster, was hij actief in het Bergense kunstleven en experimenteerde hij met elektronische muziek en muziektheater.
In de jaren zeventig zwoer Ten Holt de seriële methode af. Hij werkte vervolgens jarenlang aan Canto Ostinato dat hij voltooide in 1976 en dat veel succes opleverde. Volgens dezelfde op herhaling en tonaliteit gebaseerde gedachte ontstonden in de loop der jaren meer lange pianostukken: Lemniscaat (1983), Horizon (1985), Incantatie IV (1990) en Méandres (1999). Ten Holt noemde de stukken afspiegelingen van zijn eigen innerlijk, in tegenstelling tot de "formalistische" werken die hij vóór Canto Ostinato schreef.
Uitvoeringen van zijn muziek waren niet zelden totaalevenementen, waarbij zowel de pianisten als het publiek elkaar aflosten, vanwege de mogelijkheid om een stuk uren te laten duren. Een uitvoering van Lemniscaat in Bergen bijvoorbeeld nam bijna een etmaal in beslag. Het stuk werd op diverse ongebruikelijke locaties uitgevoerd — onder meer in de hal van het station Rotterdam Centraal. In 2007 verzorgde pianist Jeroen van Veen met zijn ensemble een uitvoering van Canto Ostinato op vijf Fazioli concertvleugels in station Utrecht Centraal.
[bewerken] Werken
[bewerken] Piano
- Kompositie I, II, III, IV (1942 - 1945)
- Sonate (1953)
- 20 Bagatellen (1954)
- Allegro ex machina (1955)
- Diagonaalsuite (1957)
- Muziek voor Pieter, 7 kleine stukken voor piano (1958)
- Diagonaalsonate (1959)
- Soloduiveldans I (1959)
- Epigrammen (1959)
- 5 Etudes (1961)
- Cyclus aan de Waanzin (1961-1962)
- Sekwensen, voor 1 of 2 piano's (1965)
- Interpolations (1969)
- 5 Pieces (1970 - 1972)
- Canto Ostinato, voor 1 of meer toetsinstrumenten (1976 - 1979)
- Natalon in E (1980)
- Lemniscaat, voor toetsinstrumenten (1982 - 1983)
- Horizon, voor toetsinstrumenten (1983 - 1985)
- Soloduiveldans II (1986)
- Incantatie IV, voor toets- en andere instrumenten (1987 - 1990)
- Soloduiveldans III (1990)
- Schaduw noch Prooi, voor 2 piano's (1993 - 1995)
- Eadem sed Aliter (hetzelfde maar anders) (1995)
- Méandres, voor 4 piano's (1997)
- Soloduiveldans IV (1998)
[bewerken] Kamermuziek
- Suite, voor strijkkwartet (2 violen, altviool, cello) (1954 -1955)
- Diagonaalmuziek, voor strijkers (1958)
- Quartetto: per archi, (2 violen, altviool, cello) (1965)
- Differenties, voor gemengd ensemble, (3 clarinetti, piano, fibrafono, 2 - 11 spelers) (1969)
- Scenario-X, voor koperkwintet (2 trompetten, horn, trombone, tuba) (1970)
- Palimpsest, voor strijkseptet (4 violen, altviool, cello en contrabas) (1990-1992, 1993 gereviseerd)
- Capriccio, voor solo viool (1999)
[bewerken] Electronische muziek
- Inferno I & II (1970 - 1971)
- Module IV (1970 - 1972)
- I am Sylvia but somebody else (1973)
[bewerken] Vocaal
- ..A/ .TA-LON, voor mezzo-sopraan en 36 spelende en pratende instrumentalisten (Voor sopraan, piccolo, fluit, altfluit, 2 hobo's, althobo, es-klarinet, 2 klarinetten, 2 basklarinetten, fagot, 3 trompetten, trombone, 2 hoorns, harp, gitaar, mandoline, piano, marimba, vibrafoon, 3 violen, 3 altviolen, 3 cello's en 3 contrabassen. - Klanktekst) (1967 - 1968)
- Koorprojekt 75, basismateriaal voor 3 koorgroepen, 4 spreekstemmen, elektronica (1975)
- Bi-Ba-Bo voor vocaal kwartet (1980)
[bewerken] Overig
- Tripticon, voor slagwerk (1965)
- Kockyn : een kermiskroniek, filmmuziek voor piano, gitaar en metallofoon (1966)
- Une musique blanche voor orkest (1980 - 1982)