Sjimon bar Kochba

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Munt van Bar Kochba: de Tempel met daarboven een ster

Sjimon bar Kochba (Hebreeuws: שמעון בר כוכבא) of Simon bar Kochba was een Joodse verzetsleider. Hij leidde de naar hem vernoemde Bar Kochba-opstand tegen het Romeinse Rijk en zijn keizer Hadrianus in de jaren 132 tot 136. Door sommige Joden werd hij tijdens de opstand gezien als de messias.

Opstand[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Bar Kochba-opstand voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Volgens Cassius Dio kwam Bar Kochba in opstand nadat Hadrianus in 130 de bouw van de stad Aelia Capitolina in 130 op de puinhopen van het zestig jaar eerder, tijdens de Joodse oorlog, verwoeste Jeruzalem had gelast. In hoeverre dit de aanleiding tot de opstand was, staat te bezien; de Historia Augusta noemt als vonk in het kruitvat Hadrianus' verbod op het verminken van geslachtsorganen (een aanval op de cultus van Cybele en op de joodse besnijdenis).

Hij wist de Joodse onafhankelijkheid te verdedigen gedurende zo'n vier jaar. De begindatum, 132, lijkt vast te staan; de laatste bekende door Bar Kochba geschreven brief dateert van 6 november 135, maar Hadrianus nam pas in de loop van 136 de eretitel "imperator" aan, die pas werd aanvaard na een overwinning.

Quintus Tineius Rufus, die bij het uitbreken van de opstand gouverneur van Judea was, slaagde er niet in Bar Kochba's opstand een halt toe te roepen. Zijn opvolger Sextus Iulius Severus maakte met de Romeinse legioenen XXII Deiotariana (tijdens de strijd vernietigd), II Traiana, VI Ferrata en X Fretensis na een zeer bloedige strijd echter een einde aan Bar Kochba's staat. Bar Kochba zelf werd in zijn laatste bolwerk, het fort van Betar, het huidige Battir bezuiden Jeruzalem, samen met alle andere verdedigers gedood. De oude naam Provincia Iudaea werd gewijzigd in Syria-Palaestina. De joodse bevolking concentreerde zich nadien in Galilea.

Messianologie[bewerken]

De naam Bar Kochba komt uit het Aramees en betekent "Zoon van de Ster". Volgens de Joodse overlevering kreeg Bar Kochba de naam van rabbi Akiva, die van mening was dat Bar Kochba de lang verwachte messias zou zijn. Akiva verwees met de naam naar Numeri 24:17 (Een ster komt op uit Jakob); vandaar ook de ster op Bar Kochba's munten. Ook verwees hij naar de Mensenzoon uit het boek Daniël. Vermoedelijk luidde de oorspronkelijke naam van de Joodse leider Bar Kosiba, zoals uit brieven blijkt die in de woestijn van Judea zijn gevonden.

Akiva's messianologie werd door latere generaties joden pijnlijk gevonden - niet alleen omdat hij zich had vergist, maar ook omdat hij, met zijn identificatie van de Mensenzoon met de messias dicht in de buurt van de christelijke opvatting over de Messias was gekomen. (Een verschil is, vanzelfsprekend, dat de christelijke Messias een bovenmenselijk wezen is, wat in de joodse leer geen vanzelfsprekendheid was.) Na het mislukken van de opstand noemde de rabbijnse literatuur hem Bar Kozba, "Zoon van de leugens".

Een belangrijke consequentie van Bar Kochba's messianisme was het definitieve schisma tussen het rabbijnse Jodendom en het Christendom. Tot deze tijd waren er christenen geweest die de Wet van Mozes onderhielden; volgens de kerkhistoricus Eusebius van Caesarea kwam aan deze groepering nu een einde. De christelijke auteur Justinus de Martelaar, een tijdgenoot van Bar Kochba, vermeldt dat Bar Kochba aanhangers van de concurrerende messias ter dood heeft laten brengen.

Archeologie[bewerken]

In de grotten van de vallei van Wadi Murabba'at, waar de rebellen van Simon zich tijdens de oorlog schuilhielden, niet ver van Betar, zijn in 1952 brieven van Bar Kochba teruggevonden, alsmede enkele bijbelse handschriften, die tot de Dode Zee-rollen gerekend worden. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw zijn in de nabijgelegen Nahal Arugot eveneens enkele tekstfragmenten van Leviticus aangetroffen uit de tijd van Bar Kochba.

Betar zelf is tweemaal onderzocht. De eerste keer gebeurde dit door Yigael Yadin, die meende de belegeringsdam te herkennen die de Romeinen hadden gebruikt om het fort te bestormen. David Ussishkin onderzocht de plaats in de jaren negentig, en stelde vast dat de belegeringsdam niets anders was dan een recente scheiding tussen twee akkers. Hij bewees ook dat het fort met een eenvoudige stormloop was gevallen.

Literatuur[bewerken]

  • W. Eck, "The Bar Kokhba Revolt: the Roman point of view" in: Journal of Roman Studies 89 (1999) 76ff.
  • C. Evans, "The messianology of Rabbi Aqiba", in: Jesus and his contemporaries. Comparative studies (1995 Leiden)
  • D. Ussishkin: "Archaeological Soundings at Betar, Bar-Kochba's Last Stronghold", in: Tel Aviv. Journal of the Institute of Archaeology of Tel Aviv University 20 (1993) 66ff.

Zie ook[bewerken]