Stelling van Bachet-Bézout
De stelling van Bachet-Bézout is een stelling uit de getaltheorie, een deelgebied van de wiskunde, die inhoudt dat als d de grootste gemene deler van twee gehele getallen a en b ongelijk aan 0 is, dat er dan gehele getallen x en y (Bézoutgetallen of Bézoutcoëfficiënten genoemd) bestaan. waar |x|<|b| en |y|<|a|, zodat we kunnen schrijven
waar d het kleinste positieve getal is, waarvoor er geheeltallige oplossingen x en y voor deze vergelijking bestaan.
Men kan de stelling van Bachet-Bézout ook kortweg formuleren als dat de lineaire diophantische vergelijking
een oplossing heeft.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
De stelling van Bachet-Bézout is mede vernoemd naar Étienne Bézout, die de stelling bewees voor veeltermen. Maar de stelling was al eerder voor de gehele getallen geponeerd door de Franse wiskundige Claude Gaspard Bachet de Méziriac.[1]
[bewerken] Algoritme
De Bézoutgetallen x en y (zie hierboven) kunnen worden bepaald met behulp van het uitgebreide algoritme van Euclides. Ze zijn echter niet uniek. Als een oplossing wordt gegeven door (x,y), dan zijn er oneindig veel oplossingen. Deze worden gegeven door
[bewerken] Bewijs
Het bewijs is constructief. Met het uitgebreide algoritme van Euclides kan voor elke a en b de g.g.d. uitgedrukt worden als een gehele lineaire combinatie van resultaten die zelf weer gehele lineaire combinaties zijn van andere tussenresultaten. In een eindig aantal stappen laten die tussenresultaten zich uitdrukken als een gehele lineaire combinatie van a en b.
[bewerken] Voorbeeld
De grootste gemene deler van 63 en 105 is 21. De stelling Bachet-Bézout beweert dat er een geheeltallige oplossing moet bestaan voor x en y in de onderstaande vergelijking:
- 63x + 105y = 21.
Een van de oplossingen is x = 2 en y = –1; inderdaad is
- 63×2 + 105×(–1) = 126 – 105 = 21.
Andere oplossingen zijn x=–3, y=2 en x=7, y=–4
[bewerken] Generalisatie
Deze stelling kan ook gegeneraliseerd worden voor een eindige verzameling getallen
. Er geldt dan dat:
.
Dit kan met volledige inductie aangetoond worden.
[bewerken] Gevolgen
Deze stelling heeft enkele belangrijke gevolgen. Deze worden hier niet bewezen, maar ze volgen vrijwel allemaal rechtstreeks uit de stelling.
- De Diophantische vergelijking
in de variabelen x en y, dus met gehele a, b, c, x en y heeft alleen dan oplossingen als de g.g.d. van a en b een deler is van c. - Elke gemene deler van a en b is ook deler van de g.g.d. van a en b.
- Voor alle gehele
geldt dat 
- Voor alle a, b en c geldt dat ggd(a,bc) een deler is van het product ggd(a,b)×ggd(a,c). In het bijzonder geldt dus dat ggd(a,bc) = ggd(a,c) als a en b relatief priem zijn.
- Voor elke natuurlijke n en gehele a is er een b zodat ab mod n = ggd(a,n) mod n.
- Voor alle c en delers a en b van c geldt dat ab/ggd(a,b) ook een deler is van c. In het bijzonder geldt dat elk gemeen veelvoud van a en b een veelvoud is van ab/ggd(a,b). Het kleinste gemene veelvoud, kgv(a,b), van a en b is dus gelijk aan ab/ggd(a,b).
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Voetnoten
- ↑ Tignol, Jean-Pierre Galois' Theory of Algebraic Equations (Galoistheorie van de algebraïsche vergelijkingen), World Scientific, Singapore, 2001



.
in de variabelen x en y, dus met gehele a, b, c, x en y heeft alleen dan oplossingen als de g.g.d. van a en b een deler is van c.
geldt dat 