Stolling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
IJspegels. IJs is gestold water

Stollen of stolling is in de natuurkunde de faseovergang waarbij een vloeistof overgaat in een vaste stof. Bij deze overgang komt warmte vrij. Om een stof kunstmatig te stollen is koeling nodig, zodat de stof zijn warmte kwijt kan.

Net als bij smelten, het omgekeerde van stollen, geldt dat bij een zuivere stof het stollen plaatsvindt bij een vaste temperatuur. Deze vaste temperatuur noemt men het stolpunt. Mengsels kennen meestal geen stolpunt en stollen bij een langzaam afnemende temperatuur. Dit wordt een stoltraject genoemd.

Bevriezen[bewerken]

Het bekendste en meest alledaagse stolproces is het bevriezen van vloeibaar water tot ijs. Zuiver water heeft een stolpunt van exact 0° Celsius. Bij het bevriezen vermindert de dichtheid van water; het zet dan ook uit bij bevriezing. De meeste andere stoffen hebben in vaste vorm een hogere dichtheid dan in vloeibare vorm.

Op molecuulniveau[bewerken]

Bij het stollen van een stof wordt er warmte afgegeven en raakt de stof dus energie kwijt. Deze energie komt van de moleculen en deze gaan daardoor ook minder snel bewegen. Waar een molecuul in een vloeistof nog redelijk los kan bewegen, kan een molecuul dit in vaste stof niet omdat de snelheid ervan is afgenomen en de moleculen alleen nog trillen in een vast rooster.

Bloedstolling[bewerken]

Bloedstolling is een proces waarbij meerdere stollingsfactoren zorgen voor het in vaste toestand overgaan van bloed. Dit is dus geen stolling in de natuurkundige zin.

Icoontje WikiWoordenboek Zoek stolling op in het WikiWoordenboek.