Uitzettingscoëfficiënt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

De uitzettingscoëfficiënt van een materiaal geeft een maat aan de temperatuursafhankelijkheid van de dichtheid.

De meeste materialen zullen bij het opwarmen uitzetten (positieve uitzettingscoëfficiënt); bij een hogere temperatuur trillen de moleculen sterker, waardoor ze aldus een grotere ruimte innemen (volume stijgt). Een uitzondering hierop is water, bij een afnemende temperatuur onder en bij toenemende temperatuur boven 4 °C neemt de dichtheid af. Hoe beter de atomen aan elkaar gebonden zijn, hoe lager de uitzettingscoëfficiënt: zo zijn de waardes voor wolfraam en diamant erg laag.

[bewerk] Toepassingen

  • In de werktuigbouwkunde worden tandwielen op assen vastgeklemd door het tandwiel te verwarmen (zodat het uitzet) en de as af te koelen (zodat het krimpt). Zo kunnen de stukken nét in elkaar geplaatst worden. Eens de temperatuur overal terug gelijk is, zit alles vastgeklemd.
  • De vloeistof in een thermometer heeft een uitzettingscoëfficiënt die constant blijft met de temperatuur (vloeistoffen als alcohol en kwik). Een temperatuursverandering zorgt voor een lineaire uitzetting van de vloeistof, en die uitzetting kan gemeten worden.

[bewerk] Lineaire uitzettingscoëfficiënt

 \alpha = {1 \over L_0} {dL \over dT}

α = lineaire uitzettingscoëfficiënt [K-1]
L = lengte [m]
T = temperatuur [C]

[bewerk] Kubieke (volumetrische) uitzettingscoëfficiënt

 \gamma = {1 \over V_0} {\partial V \over \partial T}

of

 \gamma = {1 \over \rho}{\partial \rho \over \partial T}

γ = Kubieke uitzettingscoëfficiënt [K-1]
ρ = Dichtheid [kg m-3]
T = Temperatuur [K]
V = Volume [m3]

[bewerk] Uitzettingscoëfficiënt van enkele stoffen

Lineaire uitzettingscoëfficiënt, α
van enkele vaste stoffen
 
Stof α in 10-6/K bij 20°C
Aluminium, gewalst 23,2
Aluminium, zuiver 23,0
Antimoon 10,5
Beryllium 12,3
Beton 12,0
Brons 17,5
Cadmium 41,0
Chroom 6,2
Constantaan 15,2
Diamant 1,3
Germanium 6,0
Gietijzer 9,0
Glas (vensterglas) 7,6
Glas (Sodaglas) 4,5
Glas (BK7) 7,1
Glas (Pyrex) 3,25
Glas (Kwartsglas) 0,5
Goud 14,2
Grafiet 2,0
Hout, Eiken 8,0
Invar 1,5
Iridium 6,5
Keukenzout 40,0
Koper 16,5
Lood 29,3
Magnesium 26,0
Mangaan 23,0
Messing 18,4
Molybdeen 5,2
Nikkel 13,0
Platina 9,0
Polyamide (Nylon) 120,0
Polymethylmethacrylaat (PMMA) 85,0
Polyurethaanschuim (PUR) 50,0
Polyvinylchloride (PVC) 80,0
Porselein 3,0
Roestvast staal 16,0
Staal 12,0
Tin 26,7
Titanium 10,8
Wolfraam 4,5
IJzer 12,2
Zilver 19,5
Zink 36,0
Kubieke uitzettingscoëfficiënt, γ
van enkele vloeistoffen
 
Stof γ in 10-3/K bij 20°C
Alcohol (Ethanol) 1,10
Aceton (Propanon) 1,43
Benzine 1,06
Benzeen 1,23
Chloroform (Trichloormethaan) 1,28
Azijnzuur 1,07
Ether 1,62
Kwik 0,18
Glycerine (Propantriol) 0,49
Methanol 1,10
Paraffine 0,76
Petroleum 0,96
Terpentine 1,00
Tetrachloormethaan 1,22
Tolueen 1,11
Water 0,21


 
Persoonlijke instellingen