Covalente binding

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Chemische binding
Intramoleculaire krachten

Intermoleculaire krachten

Theorieën

Eigenschappen

Een covalente binding (of atoombinding) is een binding tussen atomen waarin de atomen een of meer gemeenschappelijke elektronenparen hebben. Niet-metalen gaan met elkaar covalente bindingen aan. Met deze vorm van binding worden moleculen opgebouwd. Als vuistregel kan gesteld worden dat een covalente binding optreedt als het verschil van elektronegatieve waarden volgens de definitie van Pauling kleiner is dan 2,1. Deze stelregel is gebaseerd op waterstof die per definitie een covalente binding aangaat. Daar de elektronegatitiviteit van fluor - dit is het maximum - 4 is en die van waterstof 2,2, zal het verschil steeds kleiner zal zijn dan 2,1.

Om een covalente binding te hebben moet de totale EN waarde kleiner zijn dan 1,66.

Er bestaat naast de 'normaal' covalente binding ook zoiets als een datief covalente binding, waar een van de twee bindingspartners instaat voor beide van de bindingselektronen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij ammoniak (NH3) en hydroxonium (H3O+).

Bij vorming van een covalente binding komt energie vrij.

Er zijn verschillende niveaus van bindingen die atomen kunnen aangaan:

In waterstofcyanide komt een enkelvoudige verbinding en een driedubbele binding voor
  • Een sigma-binding, dit is de eerste binding die optreedt.
  • Een pi-binding, deze gebeurt altijd in combinatie met een sigma-binding en is bij deze ook al sterker.
  • Een tweede pi-binding, deze gebeurt altijd in combinatie met een sigma-binding en een eerste pi-binding.

In de organische chemie worden de laatste twee combinaties van bindingen respectievelijk een dubbele binding en een drievoudige binding (als in een alkyn) genoemd.

[bewerken] Theorieën

De covalente bindingen worden theoretisch beschreven door:

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken