Totaalvoetbal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Totaalvoetbal is een speelstijl in het voetbal, waarbij de spelers voortdurend van positie wisselen: verdedigers duiken op in de aanval, aanvallers verrichten verdedigende taken, terwijl zelfs de doelverdediger niet schroomt een voetballende actie te maken. Het idee is dat er met totaalvoetbal verwarring bij de tegenstander ontstaat, omdat de tegenstander geen vaste mandekking kan toepassen. Tegenwoordig kan men nog steeds het totaalvoetbal terugzien. De speelstijl wordt in Nederland nog veel toegepast, ook bij de jeugd.

Totaalvoetbal wordt vooral gespeeld in een 4-3-3-systeem waarbij de keeper bij de opbouw van achteruit meedoet en aanspeelbaar is. Het is belangrijk dat de spelers altijd aanspeelbaar zijn en de juiste keuzes maken als ze in balbezit zijn. Als bij de opbouw van achteruit ruimte ontstaat voor een verdediger om door te schuiven naar het middenveld, heeft het team één man extra op het middenveld. Nu is de taak van een middenvelder om door te schuiven naar de aanval, om zo een kans om op een schot op doel groter te maken.

Voor totaalvoetbal is het belangrijk dat verdedigers kunnen aanvallen, middenvelders ook in de aanval en verdediging kunnen spelen, en de aanvallers goed druk kunnen zetten om de bal vroeg te kunnen veroveren. Om totaalvoetbal te kunnen toepassen moeten spelers beschikken over een zeer goede techniek en inzicht; het systeem moet aanvallend doeltreffend en ook mooi zijn om naar te kijken.

Ajax, onder leiding van coach Rinus Michels en met sterspeler Johan Cruijff in de gelederen, wist met totaalvoetbal tot drie maal de Europacup I te winnen. Tijdens het WK van 1974 wist het Nederlands Elftal met totaalvoetbal de finale te bereiken (Daar 2-1-verlies tegen West-Duitsland). Onder Trainer Van Gaal wist Ajax in 1995 de Champions League te winnen met totaalvoetbal.