AC Milan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Zie AC Milan (Superleague Formula) voor het gelijknamige raceteam.
A.C. Milan

Competitiester.svg

AC Milan
Naam Associazione Calcio Milan
1899 SpA
Bijnaam Rossoneri (De Rood-Zwarten)
Opgericht 16 december 1899
Stadion San Siro
Milaan
Capaciteit 80.074
Voorzitter Vlag van Italië Silvio Berlusconi
Eigenaar Vlag van Italië Fininvest S.p.A.
Trainer Vlag van Italië Filippo Inzaghi
Competitie Serie A
Teamkleuren Teamkleuren Teamkleuren
Teamkleuren
Teamkleuren
Thuiskleuren
Teamkleuren Teamkleuren Teamkleuren
Teamkleuren
Teamkleuren
Uitkleuren
Teamkleuren Teamkleuren Teamkleuren
Teamkleuren
Teamkleuren
Derde tenue
geldig voor 2014/15
Portaal  Portaalicoon   Voetbal

AC Milan (Associazione Calcio Milan), vaak kortweg Milan genoemd, is een voetbalclub uit Italië, die op 16 december 1899 door Engelse migranten werd opgericht en vandaag uitkomt in de Serie A. AC Milan behoort tot de meest succesvolle clubs van Europa, zo won het bijvoorbeeld meerdere keren de Champions League.

De club speelt in een rood-zwart tenue. De thuisbasis is het San Siro-stadion en het trainingscomplex heet Milanello.

Geschiedenis[bewerken]

AC Milan werd op 16 december 1899 door een groep geïmmigreerde Engelse zakenlui onder leiding van Alfred Edwards opgericht als de Milan Football and Cricket Club. Toentertijd werden in Italië de eerste voetbalkampioenschappen georganiseerd, waarin Milan zich al snel ging profileren. Zeventien maanden na de stichting van de club won Milan op 5 mei 1901 zijn eerste landstitel door Genoa CFC met 1-0 te verslaan. Zo kwam een einde aan de hegemonie van de club uit Genua, die de eerste drie landstitels had binnengehaald. In 1908 scheurde een deel van Milans clubleden zich af en richtte Internazionale op, dat tot de aartsrivaal van de rood-zwarten zou uitgroeien.

Die scheiding zou voor de volgende jaren een hypotheek leggen op de prestaties van Milan. Pas in 1915 bereikte de club nog eens de eindronde, maar door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd die niet afgewerkt. Na de oprichting van de Serie A in 1929/30 werd Milan een middenmoter.

Na de Tweede Wereldoorlog trok de club Zweedse spelers als Gunnar Gren, Gunnar Nordahl en Nils Liedholm aan en ging zo weer beter presteren. De komst van de Zuid-Amerikanen Juan Alberto Schiaffino en José Altafini versterkte die tendens nog, waardoor Milan in de eerste twintig seizoenen na de oorlog slechts één keer buiten de top drie eindigde. Vijf landstitels werden behaald, en ook in Europa liep het goed. In 1958 verloor de club nog de finale van de Europacup I van Real Madrid, maar vijf jaar later kon Milan wel zegevieren, toen tegen het Portugese Benfica.

In 1969 won de club de Europacup I tegen Ajax Amsterdam en plaatste zich zo voor de finale omde intercontinentale beker tegen het Argentijnse Estudiantes La Plata. Reeds in de heenwedstrijd in San Siro waren de Argentijnen agressief naar de Milanezen toe. Ramón Aguirre Suárez schold Nestor Combin uit voor landverrader, Combin was een Fransman die van geboorte Argentijn was, Milan won met 3-0. In Buenos Aires beseften de spelers dat ze vrijwel kansloos waren om hun wereldtitel te verlengen waardoor ze zich misdroegen op verzoek van coach Zubeldía. Pierino Prati werd na drie minuten al bewusteloos geklopt door Eduardo Luján Manera. Toen Gianni Rivera geblesseerd op de grond lag kreeg hij een karatetrap van doelman Alberto Poletti. Zubeldía hitste het publiek ook op als Milan een fout maakte. Toen Rivera scoorde wilde Combin zijn ploeggenoot feliciteren maar zover kwam het niet: Aguirre Suárez stampte hem zo hard dat hij tien minuten bewusteloos op de grond lag. Estudiantes won met 2-1 maar de beker ging naar Milan, echter waren de spelers zo geïntimideerd dat ze de beker niet eens durfden ophalen. De hele situatie werd nog gekker toen de Argentijnse politie Combin in de boeien meenamen terwijl artsen hem aan het oplappen waren. Het bleek dat een rechter in Rosario een aanhoudingsbevel uitgevaardigd had omdat Combin aan zijn militaire dienstplicht verzuimd had, later bleek dat hij zijn dienstplicht wel voldaan had, in Franrkijk. AC Milan zocht steun bij de politieke instanties en de Argentijnse president Juan Carlos Onganía greep in en zorgde voor de vrijlating van Combin. hij liet ook het team van Estudiantes arresteren. Poletti, Aguirre Suárez en Manera vlogen een maand de gevangenis is en Poletti werd levenslang geschorst (al werd dit later herroepen). Aguirre Suárez en Manera werden voor respectievelijk dertig en twintig wedstrijden geschorst en mochten nooit meer internationale wedstrijden spelen.

Schandaal 1980[bewerken]

In 1980 kwam abrupt een einde aan die succesreeks toen de club samen met Lazio Roma na een omkoopschandaal naar de Serie B verwezen werd. Milan kon meteen weer promoveren, maar was veel aanzien verloren en bleek uiteindelijk niet klaar te zijn om weer op het hoogste niveau te spelen. Het zakte opnieuw naar de tweede afdeling, en ditmaal was het geen straf, maar een sportieve degradatie.

Begin van Berlusconi-tijdperk[bewerken]

Weer promoveerde Milan na één seizoen in tweede klasse, en vanaf halverwege de jaren '80 ging het weer een stuk beter met de club. Ze was nu in handen van mediamagnaat Silvio Berlusconi, die voor veel geld de Nederlandse voetbalsterren Ruud Gullit, Marco van Basten en Frank Rijkaard binnenhaalde. Samen met de Italiaanse internationals Paolo Maldini, Roberto Donadoni, Mauro Tassotti, Alessandro Costacurta en Franco Baresi gingen die een sterk team vormen dat het Europese voetbal domineerde. Na de elfde landstitel in 1988 ging Milan in 1989 aan de haal met de Europacup I, de Europese supercup en de intercontinentale beker. Milan kon zijn Europacuptitel zelfs verlengen door in 1990 in de finale Benfica te kloppen, dankzij een doelpunt van Rijkaard.

Onder trainer Fabio Capello werd de zegereeks in het begin van jaren '90 voortgezet. Met Zvonimir Boban, Demetrio Albertini en Dejan Savićević als aangevers voor Marco van Basten en Jean-Pierre Papin had Milan een ploeg die niet moest onderdoen voor de formatie uit de jaren '80. In 1991 moest de club de landstitel nog aan Sampdoria Genua laten, maar in de drie daaropvolgende seizoenen was het wel telkens raak: in 1991/92 verloor ze zelfs geen enkele wedstrijd in de Serie A. In de Europacup I van 1990/91 eindigde de heenwedstrijd van de kwartfinale tegen Olympique Marseille op een 1-1-gelijkspel. Tijdens de terugwedstrijd in Frankrijk viel bij een stand van 1-0 voor de thuisploeg de stadionverlichting uit, waarop de Italianen prompt de wedstrijd staakten. Daarvoor werden ze veroordeeld tot een 3-0-nederlaag, en ze werden ook uitgesloten van Europees voetbal het jaar erop. Maar in de daaropvolgende Europacup, ondertussen tot Champions League omgedoopt, bereikte Milan meteen de finale, toevallig weer tegen Marseille, dat ook deze keer aan het langste eind trok. Het was wachten tot het volgende seizoen eer de club de meestbegeerde titel van Europa nog eens kon binnenhalen: 76.000 toeschouwers in het Atheense Olympiastadion zagen hoe Milan FC Barcelona met 4-0 versloeg. In het seizoen erna schopte Milan het opnieuw tot in de finale, maar daarin was Ajax Amsterdam te sterk (0-1).

Daarmee was het uit met Milans heerschappij. Van Basten moest zich door blessureleed terugtrekken, Baresi werd een dagje ouder, en ook toppers als Roberto Baggio en George Weah konden de club geen nieuwe Europese successen bezorgen. In 1997 en 1998 bleef Milan in de rechterkolom van de Serie A steken en mocht Europa niet in. In 1999 werd het wel weer kampioen, maar in de Champions League strandde het in de groepsfase. In 2003 stond de club echter opnieuw in de finale, waar ze rivaal Juventus trof. Milan won en triomfeerde zo voor de zesde keer op het kampioenenbal.

Na een nieuwe landstitel in 2004 mocht de club in 2005 weer de eindstrijd van de Champions League beslechten. Milan ging de rust in met een 3-0-voorsprong, maar opponent Liverpool FC wiste die uit en won uiteindelijk na strafschoppen. Het volgende seizoen werden de Milanezen in de halve finale uitgeschakeld door FC Barcelona.

Corruptieschandaal 2006[bewerken]

Milan was in 2006 betrokken bij de beruchte corruptiezaak rond het Italiaanse voetbal, maar had er geen actieve rol in gespeeld, waardoor het minder zwaar werd gestraft dan Juventus, Fiorentina en Lazio Roma. De club zou aanvankelijk 44 punten moeten inleveren van haar eindtotaal in het seizoen 2005-2006 en daardoor niet meer in aanmerking komen voor Europees voetbal, maar in beroep bekwam ze een mildere straf, waardoor Milan toch kon deelnemen aan de derde voorronde van de Champions League. De club wist zich te plaatsen en zou het toernooi uiteindelijk zelfs winnen door in de finale op 23 mei 2007 Liverpool te kloppen. De gemiddelde leeftijd van het elftal dat die wedstrijd afwerkte, bedroeg 31 jaar en 23 dagen, waarmee het de oudste ploeg ooit werd die de belangrijkste Europese voetbalbeker won. In de Serie A werd Milan dat seizoen (2006/07) vierde, met 61 punten, terwijl stadsgenoot en aartsrivaal Internazionale kampioen werd (97 punten).

Nieuwe Weg[bewerken]

In 2009, nadat Carlo Ancelotti acht jaar trainer was geweest, werd een revolutie ingeluid bij Milan. Oud-speler Leonardo werd de nieuwe coach en moest meteen een tegenslag incasseren: sterkhouder Kaká verliet de club voor Real Madrid. Dankzij de inkomsten van die transfer kon Milan zijn schulden dan wel afbetalen, de supporters waren niet gediend van Kaká's vertrek en eisten dan ook een nieuwe topaankoop. Eerst werd de transfervrije Oguchi Onyewu overgenomen van Standard Luik, en daarna plukte Milan ook Klaas-Jan Huntelaar weg bij Real Madrid. Verder haalde de club enkele jeugdspelers terug die de kans kregen zich te bewijzen, zoals Davide Di Gennaro en Ignazio Abate. En ten slotte stroomde ook een aantal jeugdspelers door naar de A-kern: Matteo Darmian, Michelangelo Albertazzi, Rodney Strasser en Gianmarco Zigoni.

Tijdperk-Allegri[bewerken]

Na het teleurstellende seizoen 2009/2010 onder Leonardo werd de tijd rijp geacht voor een flinke ommezwaai. Eerst werd Massimiliano Allegri aangesteld als nieuwe trainer. Daarna kwamen veel nieuwe spelers, onder wie Zlatan Ibrahimović, Thiago Silva, Robinho en Mario Yepes, die in de winterstop nog het gezelschap kregen van Urby Emanuelson, Mark van Bommel en Antonio Cassano. Allegri gaf ook heel wat spelers uit de eigen jeugd speelkansen: voorbeelden zijn Alexander Merkel, Rodney Strasser en Simone Verdi. Voor het seizoen 2010/11 was het voornaamste doel de scudetto nog eens in de wacht te slepen, wat de club voor het laatst gelukt was in 2004. En Milan slaagde in zijn opzet. In het seizoen 2013/2014 stond Milan onder Allegri op de 13e plaats halverwege, en Allegri werd ontslagen. Hiermee kwam een einde aan het tijdperk Allegri.

Clarence Seedorf[bewerken]

Nadat Massimo Allegri ontslagen was bij Milan, gingen er geruchten rond dat Clarence Seedorf de nieuwe coach zou worden. Seedorf, toen nog spelende voor Botafogo, beëindigde zijn voetbalcarrière om de trainer van AC Milan te worden.

Erelijst[bewerken]

Fans van Milan vieren de "Scudetto" in 2004
1901, 1907, 1908, 1951, 1955, 1957, 1959, 1962, 1968, 1979, 1988, 1992, 1993, 1994, 1996, 1999, 2004, 2011
1967, 1972, 1973, 1977, 2003
1988, 1992, 1993, 1994, 2004, 2011
1981, 1983
1951, 1956
1963, 1969, 1989, 1990, 1994, 2003, 2007
1968, 1973
1969, 1989, 1990
2007
1989, 1990, 1994, 2003, 2007
1982

Milan in Europa[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Lijst van Europese wedstrijden van AC Milan voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Deelnemers UEFA-toernooien Italië

Milan is sinds 1938 actief in diverse Europese competities. Hieronder staat voor elke competitie opgelijst in welke seizoenen de club eraan deelnam:

Champions League
1992/93, 1994/95, 1996/97, 1999/00, 2000/01, 2002/03, 2003/04, 2004/05, 2005/06, 2006/07, 2007/08, 2009/10, 2010/11, 2011/12, 2012/13, 2013/14
Europacup I
1955/56, 1957/58, 1959/60, 1962/63, 1963/64, 1968/69, 1969/70, 1979/80, 1988/89, 1989/90, 1990/91
Europa League
-
Europacup II
1967/68, 1972/73, 1973/74, 1977/78
UEFA Cup
1971/72, 1975/76, 1976/77, 1978/79, 1985/86, 1987/88, 1995/96, 2001/02, 2008/09
Intertoto Cup
-
Jaarbeursstedenbeker
1961/62, 1964/65, 1965/66
Mitropacup
1938, 1967, 1982

Selectie 2013/14[bewerken]

Nr. Nationaliteit Naam Geboortedatum Bij club sinds
Keepers
01 Vlag van Italië Italië Marco Amelia 02.04.1982 2010
32 Vlag van Italië Italië Christian Abbiati 08.07.1977 1998
35 Vlag van Italië Italië Ferdinando Coppola 10.06.1978 2013
59 Vlag van Brazilië Brazilië Gabriel 27.09.1992 2012
Verdedigers
02 Vlag van Italië Italië Mattia De Sciglio 20.10.1992 2011
05 Vlag van Frankrijk Frankrijk Philippe Mexès 30.03.1982 2011
13 Vlag van Frankrijk Frankrijk Adil Rami 27.12.1985 2014
17 Vlag van Colombia Colombia Cristián Zapata 30.09.1986 2012
20 Vlag van Italië Italië Ignazio Abate 12.11.1986 2004
21 Vlag van Guinee Guinee Kévin Constant 15.05.1987 2012
25 Vlag van Italië Italië Daniele Bonera 31.05.1981 2006
26 Vlag van Argentinië Argentinië Matías Silvestre 26.08.1984 2013
81 Vlag van Italië Italië Cristian Zaccardo 21.12.1981 2013
Middenvelders
04 Vlag van Ghana Ghana Sulley Muntari 27.08.1984 2012
08 Vlag van Italië Italië Riccardo Saponara 21.12.1991 2013
10 Vlag van Japan Japan Keisuke Honda 13.06.1986 2014
14 Vlag van Slovenië Slovenië Valter Birsa 07.08.1986 2013
15 Vlag van Ghana Ghana Michael Essien 03.12.1982 2014
16 Vlag van Italië Italië Andrea Poli 29.09.1989 2013
18 Vlag van Italië Italië Riccardo Montolivo 18.01.1985 2012