Juventus
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Volledige naam | Juventus Football Club 1897 SpA |
||||||||||||||||||||||||||||||||
| Bijnaam | La Vecchia Signora (De Oude Dame), Bianconeri (De Wit-Zwarten) |
||||||||||||||||||||||||||||||||
| Opgericht | 1897 | ||||||||||||||||||||||||||||||||
| Stadion | Stadio Olimpico di Torino, Turijn, Italië |
||||||||||||||||||||||||||||||||
| Capaciteit | 27.128 | ||||||||||||||||||||||||||||||||
| Voorzitter | |||||||||||||||||||||||||||||||||
| Trainer | |||||||||||||||||||||||||||||||||
| Competitie | Serie A | ||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
Juventus Football Club is een van de oudste en belangrijkste voetbalclubs van Italië. De club speelt haar thuiswedstrijden in het Olympisch stadion van Turijn.
Inhoud |
[bewerk] Geschiedenis
Juventus Football Club is een van de oudste en belangrijkste voetbalclubs van Italië. Il Bianconeri (de zwart-witten) komen uit in de Serie A. De club speelt haar thuiswedstrijden in het Olympisch stadion van Turijn, omdat het eigen stadion Delle Alpi gerestaureerd wordt. De werken zullen gedaan zijn in 2008.
Juventus werd op 1 november 1897 opgericht als Sport Club Juventus door studenten van het Massimo D'Azeglio Lyceum in Turijn, maar werd hernoemd naar Football Club Juventus in 1899. Juventus is Latijns voor 'jeugd'. De ploeg voegde zich bij het Italiaanse voetbalkampioenschap in 1900 in een outfit bestaand uit een roze shirt en een zwarte broek. De bekende wit-zwartgestreepte shirts van tegenwoordig komen er pas in 1903, wanneer een verkeerde bestelling uit Engeland arriveert. De bezorgde shirts blijken die van Notts County te zijn. Het eerste kampioenschap werd binnengehaald in 1905, toen de ploeg in het Veldromo Umberto I speelde.
In 1906 kwam het tot een breuk binnen de club. Sommige bestuursleden hadden plannen om de club weg vanuit Turijn te doen verhuizen. Voorzitter Alfredo Dick was ongelukkig met deze situatie en ging samen met enkele van de vooraanstaande spelers FBC Torino oprichten. Direct ook was de beruchte Derby Delle Mole (Juventus Turijn vs. FC Torino) geboren. Juventus was tot na de Eerste Wereldoorlog bezig met het heropbouwen van een ploeg.
[bewerk] Heerschappij
Fiat-eigenaar Edoardo Agnelli kwam aan het roer van de club in 1923. Hij bouwde direct een nieuw stadion voor de ploeg. Dit hielp de ploeg mee op weg naar hun 2e landskampioenschap in het seizoen 1925-26. De zege kwam tot stand nadat Juventus Alba Rome met een totaalscore van 12-1 versloeg in 2 wedstrijden. De doelpunten van icoon Antonio Vojak waren dat seizoen van levensbelang. Begin jaren '30 was Juventus autoritair leider van het Italiaans voetbal. Meer zelfs, van 1930 tot 1935 pakte Juventus onder leiding van trainer Carcano vijf achtereenvolgende titels. Spelers als Raimundo Orsi, Luigi Bertolini, Giovanni Ferrari, Luis Monti en vele anderen lagen aan de basis van dit succes. Ondertussen verhuisde de club in 1933 naar Stadio Mussolini (later Stadio Comunale). Maar toch was de grootmacht in het 2e deel van dat decennium minder succesvol. Ook grotendeels de jaren '40 werd Juventus niet in staat geacht om die vorm te herproduceren.
Na de Tweede Wereldoorlog werd Giani Agnelli aangesteld als erevoorzitter. Juve voegde 2 nieuwe Scudetto's aan het palmares toe in 1949-1950 en 1951-19852. De laatste was onder impuls van de Engelse trainer Jesse Carver. Het was een van de eerste managers naar Engels model in het voetbal. Dit zou later een vast beeld worden in het voetbal.
Tijdens het seizoen 1957-1958 werden, in de namen van de Welshman John Charles en de Italiaanse Argentijn Omar Sivori twee van 's werelds beste aanvallers aan de selectie toegevoegd. Ze speelden er samen met boegbeeld Giampiero Boniperti. Dat seizoen werd aan Juventus de Gouden Ster Voor Sportverdienste (Golden Star For Sport Excellence) uitgereikt nadat Juventus de eerste Italiaanse ploeg ooit was die 10 Scudetto's verzameld had. 50 jaar later heeft Juventus twee sterren en prijken die op het shirt. Sivori was in die periode de eerste speler van Juventus ooit die de trofee voor Europees Voetballer van het Jaar won. Het was in dat jaar dat Juventus rivaal Fiorentina versloeg ?de dubbel won?. Naast de Serie A won het ook de Coppa Italia. Boniperti beëindigde zijn loopbaan in dat seizoen, hij nam afscheid met de titel van topschutter aller tijden in het shirt van Juve, met 182 doelpunten in alle officiële wedstrijden. Een clubrecord dat nog 45 jaar zou aanblijven.
Voor de rest is het wachten tot het seizoen 1966-1967 wanneer Juventus nog eens de Italiaanse competitie wint. Hoe dan ook, in de jaren '70 versterkt Juventus zijn heerschappij in het Italiaanse voetbal. Onder impuls van ex-speler Čestmír Vycpále?k? zal Juventus in 1971-72 en in 1972-73 de Serie A opnieuw winnen. De laatste werd gewonnen met Giovanni Trapattoni, de man die uiteindelijk zal bijdragen tot het succes in de jaren '80. Spelers zoals Roberto Bettega, Franco Causio en José Altafini breken door.
[bewerk] Het Trapattoni-tijdperk
Tijdens het zogenoemde Trapattoni-tijdperk was de club heel erg succesvol. Coach Trapattoni bracht Juventus drie extra titels tot aan 1984. Dit betekende direct dat Juventus 20 keer de Scudetto gewonnen had, en er werd een 2e gouden ster toegevoegd aan het shirt. Juventus is tot op heden nog altijd de enige Italiaanse club die dat voor mekaar gekregen heeft. Rond deze periode schijnt het succes van de Oude Dame niet alleen in de Serie A. Sterspeler Paolo Rossi werd Europees Voetballer van het Jaar en schonk Italië de eindoverwinning op het WK 1982. Het Italiaanse team staat symbool voor de autoritaire positie van Juventus in het Italiaanse voetbal, want veel basisspelers verdedigden toen de kleuren van Il Bianconero.
De Fransman Michel Platini, tegenwoordig voorzitter van de UEFA, kreeg de prijs voor Europees Voetballer van het Jaar maar liefst drie keer op een rij. In 1983, 1984 en 1985 was hij Europa's beste, direct ook een record. Juventus is de enige ploeg die de prijs 4 jaar achter elkaar won. En wie anders dan Platini scoorde in 1985 in het Heizelstadion te Brussel de winning goal tijdens de met 1-0 gewonnen finale tegen Liverpool.
Alhoewel het een hoogtepunt moest worden voor de club, draaide het uit tot een van de meest trieste dagen uit de rijke geschiedenis van Juventus. Tijdens het Heizeldrama kwamen die dag 39 supporters om het leven, de meesten waren Juventino's. De ramp ontstond nadat Engelse hooligans door het vele geweld mensen terugdrongen, wat als gevolg had dat een deel van de tribune inzakte. Achteraf werd het beschouwd als het zwaarste uur in de historie van de Europabeker.
Maar Juventus moet verder. En dat gaat niet zonder moeite. Met uitzondering van het seizoen 1985-1986 wint Juventus geen Scudetto meer. Oorzaak was onder andere de aankomst van stervoetballer Diego Maradona bij Napoli. Ook de grootheden uit Milaan, Internazionale en AC Milan pakten hun titel mee. In 1990 was het alweer tijd voor een nieuw stadion. Speciaal voor het WK 1990 in Italië werd het Stadio Delle Alpi gebouwd.
[bewerk] Het Lippi-tijdperk
Het is aan de start van het seizoen 1994-1995 dat Marcello Lippi aan het roer komt als coach. Zijn eerste was direct succesvol, Juventus pakte na 9 jaren zonder Scudetto opnieuw de titel. De sterspelers van het moment zijn Ciro Ferrara, Roberto Baggio, Gianluca Vialli en youngster Alessandro Del Piero, die een mooie carrière bij Juventus tegemoet gaat. Lippi blijft aan als hoofdtrainer en ook het volgend jaar is succesvol. In de finale van de UEFA Champions League klopt zijn Juventus Ajax Amsterdam na het nemen van strafschoppen. De stand na de reguliere speeltijd was 1-1 na een doelpunt van Fabrizio Ravanelli.
Na het winnen van de Europacup kon Juventus nog enkele sterren zoals Zinédine Zidane, Filippo Inzaghi en Edgar Davids binnenhalen. Juventus won in eigen land zowel de Serie A in 1996-97 en 1997-98. Ook de Europese Supercup werd dan binnengehaald. In Europa was Juventus sterk bezig maar werd het twee jaar achter elkaar geklopt in de finale. Eerst door Borussia Dortmund, dan door Real Madrid. Juventus speelde drie finales op een rij in de Champions League, maar won er maar één.
Na één seizoen afwezigheid kwam Lippi terug. In de zomer van 2000 blinkt Juventus uit op de transfermarkt door het hoogste bedrag aller tijden te betalen voor een doelman, namelijk voor de Italiaanse international Gianluigi Buffon, die van Parma overkomt. Ook David Trézéguet, Pavel Nedved en Lilian Thuram worden binnengehaald en die leiden Juventus naar twee opeenvolgende titels in 2001-02 en 2002-03. Juventus verliest in 2003 echter opnieuw een Champions League finale. Dit keer is AC Milan de winnaar. Juventus kwam niet verder dan een 0-0 en verloor na het nemen van strafschoppen. Lippi wordt het jaar daarop aangesteld als bondscoach van Italië. Lippi zal in2006 de wereldbeker winnen met Italië. Er komt een eind aan een prachtig tijdperk.
[bewerk] Heden
In 2004 wordt Fabio Capello aangesteld als hoofdcoach. Capello zal met Juventus twee titels winnen. Maar de club moet die inleveren na een schandaal, waarbij Juventus na het manipuleren van wedstrijden wordt teruggezet naar de Serie B. Het is de eerste keer dat Juventus zijn opwachting maakt in de 2e klasse, want het had nooit een sportieve degradatie.
Een schandaal met in de hoofdrol Sportief Directeur Luciano Moggi komt aan het licht. Moggi blijkt gedurende een aantal jaren een netwerk van invloedrijke personen te hebben opgebouwd, waardoor hij in staat was vrijwel elke wedstrijd in de Serie A te beïnvloeden. Het bestuur bestaande uit Moggi, Antonio Giraudo en Roberto Bettega, treedt onmiddellijk af. Een maand later springt teammanager en oud-speler Gianluca Pessotto van de bovenste verdieping van het hoofdkantoor aan de Corso Galileo Ferraris, hij raakt hierbij zwaargewond. Men denkt in eerste instantie dat de poging tot zelfmoord met het schandaal rond Moggi te maken heeft. Later blijkt dat Pessotto de druk die het schandaal met zich meebracht simpelweg niet meer aankon.
Na het schandaal en de terugzetting naar de Serie B volgt een ware uittocht van sterspelers. Lilian Thuram (Barcelona), Emerson da Rosa (Real Madrid), Patrick Vieira en Zlatan Ibrahimovic (Internazionale) verlaten de club, net zoals de Italiaanse internationals Gianluca Zambrotta (Barcelona) en Fabio Cannavaro (Real Madrid), die een maand eerder het WK 2006 hadden veroverd.
Wel zijn er enkele sterspelers die de club trouw zweren. Doelman Gianluigi Buffon, middenvelders Pavel Nedved en Mauro Camoranesi en aanvallers David Trezeguet en Alessandro Del Piero blijven bij Juventus en maken zich op voor een verblijf in de 2e klasse. Ook youngsters Palladino en Chiellini treden dan op de voorgrond. Juventus slaat terug in stijl en wint de Serie B met een straatlengte voorsprong. Het begon nochtans met 9 strafpunten. In dat seizoen wordt Alessandro Del Piero Capocannonieri (topschutter) en overschrijdt hij de kaap van 500 wedstrijden voor Juventus. In datzelfde seizoen doet hij dat ook nog met de kaap van 200 doelpunten voor de Oude Dame.
Als Juventus in het seizoen 2007-2008 terug zijn opwachting maakt in de Serie A, doet het dat met een nieuwe trainer. Ex-Chelsea-trainer Claudio Ranieri volgt de opgestapte Didier Deschamps op. Iaquinta, Tiago, Almiron, Criscito, Andrade, Grygera en Salihamidžić zijn de voornaamste transfers in de zomer van 2007.
[bewerk] Trivia
- Tegenstanders van Juventus hebben het vaak over Gobbi, de gebochelden. Een bijnaam die het team dankt aan een wedstrijd die het in de jaren vijftig van de vorige eeuw speelde. De kwaliteitsarme (vormloze) shirts bolden zodanig op, dat de spelers op gebochelde mannetjes leken. Een andere populaire benaming voor de club is La Fidanzata d'Italia (Italiës verloofde).
- De 2 sterren op het shirt van Juventus staan symbool voor het 20 Scudetto's (=20 keer winnaar Serie A)
- In totaal won Juventus al 29 keer de Serie A, waarvan er 2 werden afgenomen wegens wedstrijdmanipulering.
- Juventus was de eerste ploeg die alle voornaamste Europese bekers gewonnen heeft (Europacup, Beker der Bekerwinnaars en de UEFA-Cup).
- Juventus is de succesvolste club in Italië, met 27 titels. Milan heeft er 17 en Inter 16
- De Nederlander Edwin van der Sar was de eerste niet-Italiaanse doelman van Juve.
- Dino Zoff speelde 1.143 minuten voor Juventus zonder een goal tegen te krijgen. Dat was toen een wereldrecord.
- De clubkleuren van Notts County (de oudste nog bestaande voetbalclub ter wereld), zwart en wit, zijn de inspiratie geweest voor die van Juventus.[bron?]
[bewerk] Erelijst
Italiaans kampioen (27x)
- 1905, 1926, 1931, 1932, 1933, 1934, 1935, 1950, 1952, 1958, 1960, 1961, 1967, 1972, 1973, 1975, 1977, 1978, 1981, 1982, 1984, 1986, 1995, 1997, 1998, 2002, 2003, (2005)*, (2006)*
Serie B (1x)
- 2007
Italiaanse beker (9x)
- 1938, 1942, 1959, 1960, 1965, 1979, 1983, 1990, 1995
Italiaanse Supercup (4x)
- 1995, 1997, 2002, 2003
Europacup I / Champions League (2x)
- 1985, 1996
Europacup II (1x)
- 1984
UEFA-Cup (3x)
- 1977, 1990, 1993
UEFA Super Cup (2x)
- 1985, 1996
UEFA Intertoto Cup (1x)
- 1999
Wereldbeker (2x)
- 1985, 1996
* = titel ontnomen vanwege Italiaans omkoopschandaal
[bewerk] Selectie 2007/2008
[bewerk] Bekende spelers
[bewerk] Juventus in Europa
- Q = voorronde
- Groep = groepsfase
- 1/8 = achtste finale / 1/4 = kwartfinale / 1/2 = halve finale
- F = finale
| Seizoen | Competitie | Ronde | Land | Club | Score |
|---|---|---|---|---|---|
| 1929 | Mitropacup | 1/4 | SK Slavia Praag | 1-0, 0-3 | |
| 1931 | Mitropacup | 1/4 | AC Sparta Praag | 2-1, 0-1, 2-3 | |
| 1932 | Mitropacup | 1/4 | Ferencvárosi FC | 4-0, 3-3 | |
| 1/2 | SK Slavia Praag | 0-4[1] | |||
| 1933 | Mitropacup | 1/4 | Újpest FC | 4-2, 6-2 | |
| 1/2 | FK Austria Wien | 0-3, 1-1 | |||
| 1934 | Mitropacup | 1/8 | Teplitzer FK | 4-2, 1-0 | |
| 1/4 | Újpest FC | 3-1, 1-1 | |||
| 1/2 | SK Admira Wien | 1-3, 2-1 | |||
| 1935 | Mitropacup | 1/8 | SK Viktoria Pilsen | 3-3, 5-1 | |
| 1/4 | Hungária FC MTK Boedapest | 3-1, 1-1 | |||
| 1/2 | Sparta Praag | 0-2, 3-1, 1-5 | |||
| 1938 | Mitropacup | 1/8 | Hungária FC MTK Boedapest | 3-3, 6-1 | |
| 1/4 | SK Kladno | 4-2, 2-1 | |||
| 1/2 | Ferencvárosi FC | 3-2, 0-2 | |||
| 1958/59 | Europacup I | Q | Wiener Sport-Club | 3-1, 0-7 | |
| 1960/61 | Europacup I | Q | CDNA Sofia | 2-0, 1-4 | |
| 1961/62 | Europacup I | Q | Panathinaikos Athene | 1-1, 2-1 | |
| 1/8 | Partizan Belgrado | 2-1, 5-0 | |||
| 1/4 | Real Madrid | 0-1, 1-0, 1-3 | |||
| 1962 | Mitropacup | groep | Dinamo Zagreb | 4-1, 1-2 | |
| groep | Spartak Hradec Králové | 3-2, 0-2 | |||
| groep | Ferencvárosi TC | 1-0, 1-1 | |||
| 1963/64 | Jaarbeursstedenbeker | 1R | OFK Belgrado | 2-1, 1-2, 1-0 | |
| 1/8 | Atlético Madrid | 1-0, 2-1 | |||
| 1/4 | Real Zaragoza | 2-3, 0-0 | |||
| 1964/65 | Jaarbeursstedenbeker | 1R | Union St.-Gillis | 1-0, 1-0 | |
| 2R | Stade Français | 0-0, 1-0 | |||
| 1/8 | Lokomotiv Plovdiv | 1-1, 1-1, 2-1 | |||
| 1/4 | Bye | Bye | Bye | ||
| 1/2 | Atlético Madrid | 1-3, 3-1, 3-1 | |||
| F | Ferencvárosi TC | 0-1 | |||
| 1965/66 | Europacup II | 1R | Liverpool FC | 1-0, 0-2 | |
| 1966/67 | Jaarbeursstedenbeker | 1R | Aris Saloniki | 2-0, 5-0 | |
| 2R | Vitória Setúbal | 3-1, 2-0 | |||
| 1/8 | Dundee United | 3-0, 0-1 | |||
| 1/4 | Dinamo Zagreb | 2-2, 0-3 | |||
| 1967/68 | Europacup I | 1R | Olympiakos Piraeus | 0-0, 2-0 | |
| 1/8 | Rapid Boekarest | 1-0, 0-0 | |||
| 1/4 | Eintracht Braunschweig | 2-3, 1-0, 1-0 | |||
| 1/2 | SL Benfica | 0-2, 0-1 | |||
| 1968/69 | Jaarbeursstedenbeker | 1R | Lausanne Sports | 2-0, 2-0 | |
| 2R | Eintracht Frankfurt | 0-0, 0-1 | |||
| 1969/70 | Jaarbeursstedenbeker | 1R | Lokomotiv Plovdiv | 3-1, 2-1 | |
| 2R | Hertha BSC Berlin | 1-3, 0-0 | |||
| 1970/71 | Jaarbeursstedenbeker | 1R | US Rumelange | 7-0, 4-0 | |
| 2R | FC Barcelona | 2-1, 2-1 | |||
| 1/8 | Pécsi Dósza | 1-0, 2-0 | |||
| 1/4 | FC Twente | 2-0, 2-2 | |||
| 1/2 | 1. FC Köln | 1-1, 2-0 | |||
| F | Leeds United | 2-2, 1-1 (Leeds wint) | |||
| 1971/72 | UEFA-Cup | 1R | Marsa FC | 6-0, 5-0 | |
| 2R | Aberdeen FC | 2-0, 1-1 | |||
| 1/8 | Rapid Wien | 1-0, 4-1 | |||
| 1/4 | Wolverhampton Wanderers | 1-1, 1-2 | |||
| 1972/73 | Europacup I | 1R | Olympique Marseille | 0-1, 3-0 | |
| 1/8 | 1. FC Magdeburg | 1-0, 1-0 | |||
| 1/4 | Újpest Dósza | 0-0, 2-2 | |||
| 1/2 | Derby County | 3-1, 0-0 | |||
| F | Ajax Amsterdam | 0-1 | |||
| 1973/74 | Europacup I | 1R | Dynamo Dresden | 0-2, 3-2 | |
| 1974/75 | UEFA-Cup | 1R | FC Vorwärts Frankfurt | 1-2, 3-0 | |
| 2R | Hibernian FC | 4-2, 4-0 | |||
| 1/8 | Ajax Amsterdam | 1-0, 1-2 | |||
| 1/4 | Hamburger SV | 2-0, 0-0 | |||
| 1/2 | FC Twente | 1-3, 0-1 | |||
| 1975/76 | Europacup I | 1R | CSKA Sofia | 1-2, 2-0 | |
| 1/8 | Borussia Mönchengladbach | 0-2, 2-2 | |||
| 1976/77 | UEFA-Cup | 1R | Manchester City | 0-1, 2-0 | |
| 2R | Manchester United | 0-1, 3-0 | |||
| 1/8 | Sjachtjor Donetsk | 3-0, 0-1 | |||
| 1/4 | 1. FC Magdeburg | 3-1, 1-0 | |||
| 1/2 | AEK Athene | 4-1, 1-0 | |||
| F | Athletic Bilbao | 1-0, 1-2 (Juve wint) | |||
| 1977/78 | Europacup I | 1R | Omonia Nicosia | 3-0, 2-0 | |
| 1/8 | Glentoran FC Belfast | 1-0, 5-0 | |||
| 1/4 | Ajax Amsterdam | 1-1, 1-1 (3-0 n.p.) | |||
| 1/2 | Club Brugge | 1-0, 0-2 | |||
| 1978/79 | Europacup I | 1R | Rangers FC | 1-0, 0-2 | |
| 1979/80 | Europacup II | 1R | Raba ETO Győr | 2-0, 1-2 | |
| 1/8 | Beroe Stara Zagora | 0-1, 3-0 | |||
| 1/4 | NK Rijeka | 0-0, 2-0 | |||
| 1/2 | Arsenal FC | 1-1, 0-1 | |||
| 1980/81 | UEFA-Cup | 1R | Panathinaikos Athene | 4-0, 2-4 | |
| 2R | Widzew Lodz | 1-3, 3-1 (1-4 n.p.) | |||
| 1981/82 | Europacup I | 1R | Celtic FC | 0-1, 2-0 | |
| 1/8 | RSC Anderlecht | 1-3, 1-1 | |||
| 1982/83 | Europacup I | 1R | Hvidovre IF | 4-1, 3-3 | |
| 1/8 | Standard Luik | 1-1, 2-0 | |||
| 1/4 | Aston Villa | 2-1, 3-1 | |||
| 1/2 | Widzew Łódź | 2-0, 2-2 | |||
| F | Hamburger SV | 0-1 | |||
| 1983/84 | Europacup II | 1R | Lechia Gdańsk | 7-0, 3-2 | |
| 1/8 | Paris Saint-Germain | 2-2, 0-0 | |||
| 1/4 | Haka Valkeakoski | 1-0, 1-0 | |||
| 1/2 | Manchester United | 1-1, 2-1 | |||
| F | FC Porto | 2-1 | |||
| 1984/85 | Europacup I | 1R | Ilves Tampere | 4-0, 2-1 | |
| 1/8 | Grasshopper-Club Zürich | 2-0, 4-2 | |||
| 1/4 | Sparta Praag | 3-0, 0-1 | |||
| 1/2 | Girondins de Bordeaux | 3-0, 0-2 | |||
| F | Liverpool FC | 1-0 | |||
| 1985/86 | Europacup I | 1R | Jeunesse Esch | 5-0, 4-1 | |
| 1/8 | Hellas Verona | 0-0, 2-0 | |||
| 1/4 | FC Barcelona | 0-1, 1-1 | |||
| 1986/87 | Europacup I | 1R | Valur Reykjavík | 7-0, 4-0 | |
| 1/8 | Real Madrid | 0-1, 1-0 (1-3 n.p.) | |||
| 1987/88 | UEFA-Cup | 1R | Valletta FC | 4-0, 3-0 | |
| 2R | Panathinaikos Athene | 2-3, 1-0 | |||
| 1988/89 | UEFA-Cup | 1R | Otelul Galati | 0-1, 5-0 | |
| 2R | Athletic Bilbao | 5-1, 2-3 |