Juventus FC

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor andere voetbalclubs met de naam Juventus, zie Juventus (doorverwijspagina).
Juventus FC
Juventus Stadium (Est).jpg
Naam Juventus Football Club
1897 SpA
Bijnaam La Vecchia Signora (De Oude Dame),
I Bianconeri (De Wit-Zwarten),
Juve
Opgericht 1897
Stadion Juventus Stadium,
Turijn
Capaciteit 41.000
Voorzitter Vlag van Italië Andrea Agnelli
Eigenaar Vlag van Italië EXOR S.p.A. (60%)
Vlag van Libië Lafico S.a.l. (7,5%)
Vrij verhandelbaar (32,5%)
Trainer Vlag van Italië Massimiliano Allegri
Competitie Serie A
UEFA Europa League 2013/14
Teamkleuren Teamkleuren Teamkleuren
Teamkleuren
Teamkleuren
Thuiskleuren
Teamkleuren Teamkleuren Teamkleuren
Teamkleuren
Teamkleuren
Uitkleuren
geldig voor 2013/2014
Portaal  Portaalicoon   Voetbal

Juventus Football Club is een van de oudste voetbalclubs van Italië. De club speelt haar thuiswedstrijden in het Juventus Stadium in Turijn.

Geschiedenis[bewerken]

Juventus Football Club is een van de oudste en belangrijkste voetbalclubs van Italië. I bianconeri (de wit-zwarten) komen uit in de Serie A. De club speelt vanaf het seizoen 2011/12 in een nieuw stadion, het Juventus Stadium, dat volledig door Juventus zelf is gefinancierd en dat eigendom van de club is, iets unieks in Italië. Juventus werd op 1 november 1897 opgericht als Sport Club Juventus door studenten van het Massimo d'Azeglio Lyceum in Turijn, maar werd in 1899 Football Club Juventus genoemd. Juventus is Latijn voor 'jonge volwassenheid'. De ploeg meldde zich bij het Italiaanse voetbalkampioenschap in 1900 in een outfit bestaande uit een roze shirt met zwarte das en een zwarte broek. De bekende wit-zwartgestreepte shirts van tegenwoordig kwamen pas in 1903, toen per ongeluk een bestelling uit Engeland arriveerde met de shirts van Notts County. Het eerste kampioenschap werd binnengehaald in 1905, toen de ploeg een jaar in het Velodromo Umberto I speelde. Het reguliere speelveld van de eerste jaren lag in het park Piazza d´Armi, in 1908 verhuisde men naar een terrein aan de Corso Sebastopoli, in 1922 ging men naar de Corso Marsiglia.

In 1906 kwam het tot een breuk binnen de club na irritaties over het grote aantal buitenlanders. De Zwitserse voorzitter Alfredo Dick richtte daarop samen met enkele van de vooraanstaande buitenlandse spelers FBC Torino op. Daarmee was de Derby Delle Mole (Juventus versus Torino) geboren. Juventus was tot het begin van de Eerste Wereldoorlog bezig met het heropbouwen van een ploeg.

Heerschappij[bewerken]

FIAT-eigenaar Edoardo Agnelli kwam aan het roer van de club in 1923, het begin van een lange verbintenis. In het seizoen 1925/26 behaalde de ploeg het tweede landskampioenschap door in de finale Alba Roma in twee wedstrijden met een totaalscore van 12-1 te verslaan. De doelpunten van icoon Antonio Vojak waren dat seizoen van levensbelang. Nadat in 1929 een landelijke Italiaanse competitie in het leven was geroepen, was Juventus direct alleenheerser in deze Serie A. Van 1931 tot 1935 pakte Juventus onder leiding van trainer Carcano vijf achtereenvolgende titels. Spelers als keeper Giuseppe Combi, Luigi Bertolini, Giovanni Ferrari en de Argentijnen Raimundo Orsi en Luis Monti lagen aan de basis van dit succes. Ondertussen verhuisde de club in 1933 terug naar Stadio Mussolini (later Stadio Comunale), weer aan de Corso Sebastopoli. In het tweede deel van dat decennium was Juventus, inmiddels ook bekend als La Vecchia Signora (De Oude Dame), minder succesvol.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Giovanni Agnelli aangesteld als voorzitter, in 1955 opgevolgd door zijn zoon Umberto. Juventus voegde twee nieuwe Scudetto's aan het palmares toe in 1949/50 en 1951/52, de laatste onder de Engelse trainer Jesse Carver. Tijdens het seizoen 1957/58 werden met de Welshman John Charles en de Italiaanse Argentijn Omar Sívori twee van 's werelds beste aanvallers aan de selectie toegevoegd. Ze speelden er samen met boegbeeld Giampiero Boniperti. Het leidde onmiddellijk tot de tiende landstitel, waarvoor aan Juventus de Gouden Ster voor Sportverdienste uitgereikt werd. Sívori was in 1959 de eerste speler van Juventus die de trofee voor de Europees voetballer van het jaar won. In 1960 volgde de eerste 'dubbel' voor Juventus, door na het kampioenschap in de finale van de Coppa Italia Fiorentina te verslaan. Het jaar erna beëindigde Boniperti zijn loopbaan. Hij nam afscheid met de titel van topschutter aller tijden in het shirt van Juventus, met 182 doelpunten in 444 officiële wedstrijden. Later zou hij nog coach en twintig jaar voorzitter zijn.

Pas in het seizoen 1966/67 won Juventus weer eens de Italiaanse competitie, maar in de jaren '70 versterkte Juventus zijn heerschappij in het Italiaanse voetbal. Onder ex-speler Čestmír Vycpálek won Juventus in 1971/72 en in 1972/73 de Serie A opnieuw. In dat laatste seizoen werd gewonnen met spelers als Roberto Bettega, Franco Causio en Giovanni Trapattoni, de man die uiteindelijk zou bijdragen tot het succes in de jaren '80.

Het Trapattoni-tijdperk[bewerken]

Vanaf 1976 regen onder het tienjarige bewind van coach Trapattoni de successen zich aaneen. De bekendste spelers van het team waren Zoff, Bettega, Causio, Scirea, Tardelli en Gentile. Successen waren onder meer zes titels, een UEFA Cup in 1977 en een Europacup II in 1984. Dit betekende direct dat Juventus twintig keer de Scudetto gewonnen had, en er werd een tweede gouden ster toegevoegd aan het shirt. Juventus is tot op heden nog altijd de enige Italiaanse club die dat voor elkaar gekregen heeft. Rond deze periode is de Oude Dame een grootmacht in het voetbal. Sterspeler Paolo Rossi werd Europees voetballer van het jaar in 1982 en was met veel andere Juventusspelers belangrijk bij de Italiaanse overwinning op het WK 1982. De Fransman Michel Platini, tegenwoordig voorzitter van de UEFA, kreeg de prijs voor de Europees voetballer van het jaar maar liefst drie keer op een rij, in 1983, 1984 en 1985.

De enige smet voor de club was lange tijd het uitblijven van de grote Europese triomf. Meermalen werd diep in de door Agnelli altijd aangevulde geldbuidel getast om via dure aankopen de fel begeerde Europacup I binnen te halen. Pas onder de droeve omstandigheden van de wedstrijd tegen Liverpool in het Heizelstadion lukte dit in 1985, en dan nog via een onterechte strafschop van Platini. Alhoewel het een hoogtepunt moest worden voor de club, draaide het uit tot een van de meest trieste dagen uit de rijke geschiedenis van Juventus. Tijdens het Heizeldrama kwamen die dag 39 supporters om het leven, de meesten waren Juventino's. De ramp ontstond omdat Engelse hooligans met geweld mensen terugdrongen, wat als gevolg had dat een deel van de tribune inzakte.

Na het seizoen 1985/86 won Juventus geen Scudetto meer. Oorzaak was onder andere de aankomst van stervoetballer Diego Maradona bij Napoli. Ook de grootheden uit Milaan, Internazionale en AC Milan, pakten hun titels mee.

In 1990 werd na bijna zestig jaar een nieuw stadion betrokken, het speciaal voor het WK 1990 gebouwde Stadio Delle Alpi. Vanwege de externe ligging en de weidse bouw was deze stap geen succes. De toeschouwersaantallen, en daarmee de gezelligheid, namen af en mede door de hoge huur zag Juventus zich gedwongen om in de zomer van 2006 terug te gaan naar het Stadio Communale, dat inmiddels voor de Olympische Winterspelen was verbouwd.

Het Lippi-tijdperk[bewerken]

Aan de start van het seizoen 1994/95 kwam Marcello Lippi aan het roer als coach. Zijn eerste was direct succesvol, Juventus pakte na negen jaren zonder Scudetto opnieuw de titel. De sterspelers van dat moment waren Ciro Ferrara, Roberto Baggio, Gianluca Vialli en youngster Alessandro Del Piero, die een mooie en lange carrière bij Juventus tegemoet ging. Ook het volgende jaar was succesvol. In de finale van de Champions League klopte Juventus Ajax Amsterdam, zij het pas na het nemen van strafschoppen. De stand na de reguliere speeltijd was 1-1 na doelpunten van Fabrizio Ravanelli en Jari Litmanen.

Na het winnen van de Champions League kon Juventus nog enkele sterren zoals Zinédine Zidane, Filippo Inzaghi en Edgar Davids binnenhalen. Juventus won daarna de Serie A in zowel 1996/97 als 1997/98. In Europa was Juventus sterk bezig, maar werd het twee jaar achter elkaar geklopt in de finale. Eerst door Borussia Dortmund in 1997 en daarna door Real Madrid in 1998. Juventus speelde drie finales op een rij in de Champions League, maar won er dus maar één.

In de zomer van 2001 blonk Juventus uit op de transfermarkt door het hoogste bedrag aller tijden te betalen voor een doelman, namelijk voor de Italiaanse international Gianluigi Buffon, die van Parma overkwam. Ook David Trézéguet, Pavel Nedvěd en Lilian Thuram werden binnengehaald en zij leidden Juventus naar twee opeenvolgende titels in 2001/02 en 2002/03. Juventus verloor in 2003 echter opnieuw een Champions League-finale. Dit keer was AC Milan de sterkere. Juventus kwam niet verder dan een 0-0 en verloor na het nemen van strafschoppen. Lippi werd het jaar daarop aangesteld als bondscoach van Italië. Lippi zou in 2006 de wereldbeker winnen met het nationale elftal.

Schandaal[bewerken]

In 2004 werd Fabio Capello aangesteld als hoofdcoach. Hij won met Juventus twee titels maar de club moest die inleveren toen een schandaal, met in de hoofdrol sportief directeur Luciano Moggi, aan het licht kwam. Moggi bleek gedurende een aantal jaren een netwerk van invloedrijke personen te hebben opgebouwd, waardoor hij in staat was vrijwel elke wedstrijd in de Serie A te beïnvloeden. Het bestuur bestaande uit Moggi, Antonio Giraudo en Roberto Bettega, trad onmiddellijk af. Juventus werd teruggezet naar de Serie B. Het was de eerste keer dat Juventus zijn opwachting maakte in de tweede klasse, want het had nooit een sportieve degradatie meegemaakt. De landstitels die het won in 2005 en 2006 werden afgenomen.

Na het schandaal en de terugzetting naar de Serie B volgde een ware uittocht van sterspelers. Lilian Thuram (Barcelona), Emerson (Real Madrid), Patrick Vieira en Zlatan Ibrahimović (Internazionale) verlieten de club, net zoals de Italiaanse internationals Gianluca Zambrotta (Barcelona) en Fabio Cannavaro (Real Madrid), die een maand eerder de wereldtitel hadden veroverd. Wel bleven enkele sterspelers de club trouw: doelman Gianluigi Buffon, middenvelders Pavel Nedvěd en Mauro Camoranesi en aanvallers David Trezeguet en Alessandro Del Piero kozen voor een verblijf in de tweede klasse. Juventus sloeg terug in stijl en won de Serie B met een straatlengte voorsprong, ondanks 9 strafpunten die de club voor aanvang had gekregen.

Terugkeer en heden[bewerken]

Toen Juventus in het seizoen 2007/08 terug zijn opwachting maakte in de Serie A, deed het dat met een nieuwe trainer. Ex-Chelsea-trainer Claudio Ranieri volgde de opgestapte Didier Deschamps op. Vincenzo Iaquinta, Tiago, Almiron, Criscito, Andrade, Grygera en Salihamidžić waren de voornaamste transfers in de zomer van 2007. In mei 2009 werd Claudio Ranieri ontslagen en opgevolgd door Ciro Ferrara. Onder Ferrara speelde Juventus een slechte eerste seizoenshelft. In januari 2010 werd de coach ontslagen en werd Alberto Zaccheroni aangesteld als interim-trainer. Vanaf het seizoen 2010/11 was Luigi Delneri hoofdcoach van Juventus, maar na de povere resultaten werd hij na één seizoen ontslagen. Zijn opvolger is Antonio Conte, ex-Italiaans international en oud-speler van Juventus.

Het volgende seizoen liet de club definitief van zich horen in de top. Na de terugkeer uit de Serie B lukte het slechts een paar seizoenen om te imponeren en in 2011 eindigde de club op een matige zevende plaats en miste daardoor Europees voetbal. Het nieuwe stadion werd in gebruik genomen en Juventus sloeg fors toe op de transfermarkt. Vrijwel alle nieuwkomers maakten grote indruk. Alessandro Matri, Simone Pepe, Fabio Quagliarella, Pirlo, Stephan Lichtsteiner, Arturo Vidal, Mirko Vučinić en Martín Cáceres waren de voornaamste aankopen. Tevens werd Simone Padoin herenigd met coach Conte. Juventus eindigde voor aanvang van het seizoen als vierde in de top 5 van clubs die het meeste uitgaven aan transfers.

Juventus speelde haar eerste officiële wedstrijd in het nieuwe stadion op 11 september 2011, tegen Parma. Stephan Lichtsteiner scoorde het eerste officiële doelpunt in de wedstrijd die met 4-1 werd gewonnen. Drie dagen daarvoor werd een grootse openingsceremonie georganiseerd met o.a. een wedstrijd tegen Notts County. De eerste seizoenshelft bleef Juventus ongeslagen maar speelde het regelmatig gelijk, vooral tegen zeer matige ploegen. In de tweede seizoenshelft ging het beter en werden minder punten verspeeld. In de lange tweestrijd met Milan werd om de zoveel weken van koppositie gewisseld, maar op de één na laatste speeldag werd de titel behaald, de eerste sinds 2003. Juventus wist ongeslagen te blijven en kreeg slechts 20 doelpunten tegen. Uiteindelijk werd alleen in de finale van de Coppa Italia verloren. Napoli was met 2-0 te sterk. Dit was tevens de laatste wedstrijd van clubicoon Alessandro del Piero. Napoli was, ongeacht het resultaat van de bekerfinale, ook de tegenstander in de Italiaanse Supercup. Deze werd wel een prooi voor Juventus, dat in Beijing met 4-2 wist te winnen.

In het seizoen 2012-2013 werden al snel Mauricio Isla en Kwadwo Asamoah van Udinese en het jonge talent Paul Pogba van Manchester United aangetrokken. Tevens werd Sebastian Giovinco teruggehaald en werd Nicklas Bendtner gehuurd. Na tien competitiewedstrijden had Juventus negen keer gewonnen en één keer gelijkgespeeld en stond de teller van ongeslagen competitiewedstrijden op rij inmiddels op 49. Op de elfde speeldag ontving de club Internazionale, deze maakte een einde aan de reeks en dit bekende tevens de allereerste nederlaag in het nieuwe eigen stadion. De koppositie was de club echter nog altijd niet kwijtgeraakt en de klap werd goed opgevangen door in de daarop volgende weken Nordsjaelland, Pescara en Chelsea met respectievelijk 4-0, 1-6 en 3-0 te verslaan. Hierna volgde een 1-0 nederlaag bij AC Milan middels een discutabele penalty. In de Champions League ging men door naar de knock-outfase door verrassend groepswinnaar te worden met 3 overwinningen en 3 gelijke spelen. De resterende wedstrijden in de competitie werden gewonnen. Juventus sloot zo 2012 af als koploper met 8 punten voorsprong op de nummer 2 en kon ze op basis van de veertig Serie A-wedstrijden in het kalenderjaar 2012 tevens betiteld worden als de ploeg met de meeste zeges, meeste doelpunten, minste tegendoelpunten en meeste punten. Het laatstgenoemde betekende met 94 punten een verbetering van het clubrecord, neergezet door de selectie van Fabio Capello (93 punten in 2005). 2013 begon moeizaam, maar na verlies half februari werd alles gewonnen, op twee gelijke spelen en een nederlaag op de laatste speeldag na. Het CL-avontuur eindigde in de kwartfinale. Eerst werd er nog 0-3 en 2-0 van Celtic gewonnen, in de volgende ronde was Bayern München met twee keer 2-0 te sterk. Juventus verzekerde zich drie wedstrijden voor het einde van de competitie van de tweede titel in twee jaar, nadat het al enkele weken een voorsprong had van 11 punten op Napoli.

Het meest recente seizoen begon in Rome met een klinkende 4-0 overwinning op Lazio in de Supercup, waarin ook nieuwkomer Carlos Tevez wist te scoren. Tevez was samen met Fernando Llorente de grootste aankoop. Het bleek een gouden koppel, dat het doelpuntenprobleem van de laatste seizoenen verhielp. De twee scoorden respectievelijk 21 en 18 doelpunten in alle competities. De eerste zeven speeldagen in de competitie werden zonder nederlaag doorlopen; één gelijkspel en zes keer winst, waarbij opviel dat in vijf van de zeven wedstrijden Juventus eerst op achterstand kwam om daarna de punten te pakken. In de achtste wedstrijd, in Florence, werd een 0-2 voorsprong genomen, om daarna in een kort tijdsbestek vier doelpunten tegen te krijgen. Het zou de laatste nederlaag in de competitie betekenen tot de 31e speelronde en tevens slechts 1 van de 2 nederlagen in totaal in de Serie A. Aanvankelijk werd Napoli genoemd als kandidaat voor het kampioenschap, mede door de vele sterke aankopen. Tegen de verwachtingen in won AS Roma haar eerste 10 wedstrijden, waardoor Juventus, ondanks de prima resultaten, genoegen moest nemen met minder. De koppositie werd pas echt zeker na 4 achtereenvolgende gelijke spelen van AS Roma, terwijl Juventus na de nederlaag tegen Fiorentina 12 keer achter elkaar wist te winnen, vaak met veel doelpunten en weinig tegendoelpunten. Na overname van de koppositie stond Juventus deze de rest van het seizoen niet meer af en Roma stond plaats 2 niet meer af. De voorsprong op Roma was op zijn grootst 14 punten en enige tijd 5 punten, waardoor de titelstrijd zeer spannend bleef, ook omdat Roma steeds bleef winnen. In de 36e speelronde werd het kampioenschap dan toch voortijdig beslist, toen Roma met 4-1 verloor bij Catania en Juve hierdoor zonder te spelen met een voorsprong van op dat moment 8 punten de historische derde titel op rij kon bijschrijven. Tevens betekende dit de 30e (of 32e) Scudetto, waardoor de club ook officieel gezien een derde ster kreeg. Juventus won haar laatste drie wedstrijden en Roma verloor de laatste drie, waardoor het seizoen eindigde met een voorsprong van 17 punten op Roma. Milan(8e) en Inter(5e) bleven mijlenver achter. Juve won 33 van de 38 wedstrijden en eindigde op een puntentotaal van 102, een nieuw record in zowel Italië als over de vijf grootste Europese competities. Bovendien werden nog veel meer records neergezet, zeven in totaal, onder meer het winnen van alle 19 thuiswedstrijden, de meeste winstpartijen, de langste winstreeks en het minstens één keer verslaan van alle tegenstanders. De thuisoverwinningen van 3-0 op zowel Napoli als Roma, de 3-1 op Inter en de 0-2 tegen Milan behoorden tot de meest overtuigende wedstrijden. Europees had de club een turbulent seizoen. In de Champions League werd alleen in de vijfde speelronde gewonnen, maar een gelijkspel in de laatste wedstrijd tegen Galatasaray was genoeg voor plaatsing voor de achtste finales. In deze memorabele en merkwaardige wedstrijd, die over 2 dagen werd gespeeld vanwege extreem weer op de oorspronkelijke speeldag, werd op een dramatische modderpoel echter met 1-0 verloren door een goal van Wesley Sneijder in de 85e minuut. Juventus had nu de kans de Europa League-finale in eigen stadion te spelen. Zonder al te veel moeite werd de halve finale bereikt, waarin eerst met 2-1 werd verloren van Benfica. De uitgoal was cruciaal en velen geloofden in een overtuigende winst van Juventus in de terugwedstrijd. De wedstrijd eindigde echter in 0-0 en de droom kon niet worden waargemaakt.

Trivia[bewerken]

  • De bijnaam La Vecchia Signora (De Oude Dame) is in twee delen ontstaan. 'Signora' is de koosnaam van de eigen supporters, die in de jaren twintig in zwang is gekomen. 'Oud' is eraan toegevoegd door tegenstanders in de jaren dertig, toen Juventus met een steeds ouder wordende ploeg kampioen bleef, en is dus een beschimping van de naam Juventus, 'Jeugd'.
  • Tegenstanders van Juventus hebben het vaak over Gobbi, de gebochelden. Een bijnaam die het team dankt aan een wedstrijd die het in de jaren vijftig van de vorige eeuw speelde. De kwaliteitsarme (vormloze) shirts bolden zodanig op, dat de spelers op gebochelde mannetjes leken. Een andere populaire benaming voor de club is La Fidanzata d'Italia (Verloofde van Italië).
  • De drie sterren die geassocieerd worden met Juventus staan symbool voor dertig Scudetto's (dertig keer winnaar Serie A)
  • Juventus was de eerste ploeg die alle voornaamste Europese bekers gewonnen heeft (Europacup I, Europacup II en UEFA Cup).
  • Juventus is de succesvolste club in Italië, met 30 titels. Milan heeft er 19 en Inter 18.
  • Daarnaast won het nog twee keer de titel, maar deze werden afgenomen wegens wedstrijdmanipulatie.
  • De Nederlander Edwin van der Sar was de eerste niet-Italiaanse doelman van Juve.
  • Clubicoon Alessandro Del Piero heeft zowel de meeste wedstrijden gespeeld, als het grootste aantal doelpunten gescoord voor Juventus.
  • Dino Zoff speelde 1.143 minuten voor Juventus zonder een goal tegen te krijgen. Dat was toen een wereldrecord.
  • De clubkleuren van Notts County, zwart en wit, zijn de inspiratie geweest voor die van Juventus.[1]

Erelijst[bewerken]

Italiaans kampioen (30x)

1905, 1926, 1931, 1932, 1933, 1934, 1935, 1950, 1952, 1958, 1960, 1961, 1967, 1972, 1973, 1975, 1977, 1978, 1981, 1982, 1984, 1986, 1995, 1997, 1998, 2002, 2003, 2012, 2013, 2014

Serie B (1x)

2007

Italiaanse beker (9x)

1938, 1942, 1959, 1960, 1965, 1979, 1983, 1990, 1995

Italiaanse Supercup (6x)

1995, 1997, 2002, 2003, 2012, 2013

Europacup I / Champions League (2x)

1985, 1996

Coppacoppe.pngEuropacup II (1x)

1984

UEFA-Cup (3x)

1977, 1990, 1993

UEFA Super Cup (2x)

1984, 1996

UEFA Intertoto Cup (1x)

1999

Coppaintercontinentale.pngWereldbeker (2x)

1985, 1996

Selectie 2014/2015[bewerken]

Nr. Nat. Pos. Speler
1 Vlag van Italië DM Gianluigi Buffon Aanvoerder
2 Vlag van Italië M Romulo
3 Vlag van Italië V Giorgio Chiellini
4 Vlag van Uruguay V Martín Cáceres
5 Vlag van Italië V Angelo Ogbonna
6 Vlag van Frankrijk M Paul Pogba
7 Vlag van Italië M Simone Pepe
8 Vlag van Italië M Claudio Marchisio
9 Vlag van Spanje M Alvaro Morata
10 Vlag van Argentinië A Carlos Tévez
11 Vlag van Frankrijk M Kingsley Coman
12 Vlag van Italië A Sebastian Giovinco
14 Vlag van Spanje A Fernando Llorente
Nr. Nat. Pos. Speler
15 Vlag van Italië V Andrea Barzagli
19 Vlag van Italië V Leonardo Bonucci
20 Vlag van Italië M Simone Padoin
21 Vlag van Italië M Andrea Pirlo
22 Vlag van Ghana M Kwadwo Asamoah
23 Vlag van Chili M Arturo Vidal
26 Vlag van Zwitserland V Stephan Lichtsteiner
30 Vlag van Italië DM Marco Storari
33 Vlag van Frankrijk V Patrice Evra
34 Vlag van Brazilië DM Rubinho
37 Vlag van Argentinië M Roberto Pereyra
39 Vlag van Italië V Luca Marrone

Aanvoerder = Aanvoerder

Transfers[bewerken]

Naam Nat. Positie Van/naar Transferbedrag
Inkomend
Kingsley Coman Vlag van Frankrijk Middenvelder Paris Saint-Germain Transfervrij
Stefano Sturaro Vlag van Italië Middenvelder Genoa CFC €5,5 mln
Alvaro Morata Vlag van Spanje Aanvaller Real Madrid €18 mln
Luca Marrone Vlag van Italië Middenvelder US Sassuolo €5 mln (rest. 50%)
Roberto Pereyra Vlag van Argentinië Middenvelder Udinese Gehuurd
Romulo Vlag van Italië Middenvelder Hellas Verona Gehuurd
Patrice Evra Vlag van Frankrijk Verdediger Manchester United €1,5 mln
Uitgaand
Pablo Osvaldo Vlag van Italië Aanvaller Southampton FC Einde huur
Ciro Immobile Vlag van Italië Aanvaller Borussia Dortmund €8 mln (rest. 50%)
Federico Peluso Vlag van Italië Verdediger US Sassuolo €4,5 mln
Mirko Vucinic Vlag van Montenegro Aanvaller Al-Jazira Club €6,3 mln
Fabio Quagliarella Vlag van Italië Aanvaller Torino FC €3,5 mln

Bekende spelers[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie de lijst van spelers van Juventus FC voor een opsomming van spelers die uitkwamen voor de club.
Naam Positie Land Periode Wedstrijden Doelpunten
José João Altafini Aanvaller Vlag van Italië / Vlag van Brazilië 1972-1976 119 37
Pietro Anastasi Aanvaller Vlag van Italië 1968-1976 303 131
Roberto Baggio Aanvaller Vlag van Italië 1991-1995 200 115
Roberto Bettega Aanvaller Vlag van Italië 1970-1983 481 178
Zbigniew Boniek Aanvaller Vlag van Polen 1982-1985 133 31
Roberto Boninsegna Aanvaller Vlag van Italië 1976-1979 94 35
Giampiero Boniperti Aanvaller Vlag van Italië 1946-1961 460 179
Felice Placido Borel II Aanvaller Vlag van Italië 1932-1946 307 161
Liam Brady Middenvelder Vlag van Ierland 1980-1982 57 13
Sergio Brio Verdediger Vlag van Italië 1978-1990 378 24
Gianluigi Buffon Doelman Vlag van Italië 2001-heden 244 0
Antonio Cabrini Verdediger Vlag van Italië 1976-1989 440 52
Mauro Camoranesi Middenvelder Vlag van Italië 2002-2010 161 30
Fabio Cannavaro Verdediger Vlag van Italië 2004-2006 74 6
Franco Causio Middenvelder Vlag van Italië 1967-1981 447 72
John Charles Aanvaller Vlag van Wales 1957-1962 178 105
Giampiero Combi Doelman Vlag van Italië 1921-1934 367 0
Antonio Conte Middenvelder Vlag van Italië 1992-2004 259 29
Antonello Cuccureddu Verdediger Vlag van Italië 1969-1981 303 26
Edgar Davids Middenvelder Vlag van Nederland 1998-2004 153 8
Alessandro Del Piero Aanvaller Vlag van Italië 1993-2012 560 241
Didier Deschamps Middenvelder Vlag van Frankrijk 1994-1999 124 4
Ciro Ferrara Verdediger Vlag van Italië 1994-2005 358 20
Andrea Fortunato Verdediger Vlag van Italië 1993-1995 27 1
Giuseppe Furino Middenvelder Vlag van Italië 1969-1984 528 19
Claudio Gentile Verdediger Vlag van Italië 1973-1984 414 10
John Hansen Aanvaller Vlag van Denemarken 1948-1954 187 124
Michael Laudrup Aanvaller Vlag van Denemarken 1985-1989 151 35
Paolo Montero Verdediger Vlag van Uruguay 1996-2005 278 6
Federico Munerati Middenvelder Vlag van Italië 1922-1933 256 114
Pavel Nedvěd Middenvelder Vlag van Tsjechië 2000-2009 250 55
Edwin van der Sar Doelman Vlag van Nederland 1999-2001 66 0
Raimundo Bibiani Orsi Middenvelder Vlag van Argentinië 1929-1935 194 87
Carlo Parola Verdediger Vlag van Italië 1939-1954 340 11
Angelo Peruzzi Doelman Vlag van Italië 1991-1999 208 0
Gianluca Pessotto Verdediger Vlag van Italië 1995-2006 243 2
Andrea Pirlo Middenvelder Vlag van Italië 2011-heden 37 3
Michel Platini Middenvelder Vlag van Frankrijk 1982-1987 224 104
Karl Aage Praest Middenvelder Vlag van Denemarken 1949-1956 232 51
Fabrizio Ravanelli Aanvaller Vlag van Italië 1992-1996 111 41
Paolo Rossi Aanvaller Vlag van Italië 1981-1985 138 44
Gaetano Scirea Verdediger Vlag van Italië 1975-1988 552 32
Omar Sivori Middenvelder Vlag van Argentinië 1957-1965 253 167
Stefano Tacconi Doelman Vlag van Italië 1983-1992 337 0
Marco Tardelli Middenvelder Vlag van Italië 1975-1985 376 51
Lilian Thuram Verdediger Vlag van Frankrijk 2001-2006 145 1
Moreno Torricelli Verdediger Vlag van Italië 1992-1998 230 3
David Trezeguet Aanvaller Vlag van Frankrijk 2000-2010 238 140
Gianluca Vialli Aanvaller Vlag van Italië 1992-1996 105 38
Gianluca Zambrotta Verdediger Vlag van Italië 1999-2006 217 6
Zinédine Zidane Middenvelder Vlag van Frankrijk 1996-2001 212 31
Dino Zoff Doelman Vlag van Italië 1972-1983 476 0

Juventus in Europa[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Europese wedstrijden van Juventus FC voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Juventus speelt sinds 1929 in diverse Europese competities. Hieronder staan de competities en in welke seizoenen de club deelnam:

Champions League
1995/96, 1997/98, 1998/99, 2000/01, 2001/02, 2002/03, 2003/04, 2004/05, 2005/06, 2008/09, 2009/10, 2012/13, 2013/14
Europacup I
1958/59, 1960/61, 1961/62, 1967/68, 1972/73, 1973/74, 1975/76, 1977/78, 1978/79, 1981/82, 1982/83, 1984/85, 1985/86, 1986/87
Europa League
2009/10, 2010/11, 2013/14
Europacup II
1965/66, 1979/80, 1983/84, 1990/91
UEFA Cup
1971/72, 1974/75, 1976/77, 1980/81, 1987/88, 1988/89, 1989/90, 1992/93, 1993/94, 1994/95, 1999/00
Intertoto Cup
1999
Jaarbeursstedenbeker
1963/64, 1964/65, 1966/67, 1968/69, 1969/70, 1970/71
Mitropacup
1929, 1931, 1932, 1933, 1934, 1935, 1938, 1962

Trainers[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Lijst van trainers van Juventus FC voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Presidenten[bewerken]

  • Eugenio Canfari (1897)
  • Enrico Canfari (1898-1901)
  • Carlo Favale (1901-1902)
  • Giacomo Parvopassu (1903-1904)
  • Alfred Dick (1905-1906)
  • Carlo Vittorio Varetti (1907-1910)
  • Attilio Ubertalli (1910-1912)
  • Giuseppe Hess (1912-1915)
  • Gioacchino Armano/Fernando Nizza/Sandro Zambelli (Oorlogsbestuur) (1915-1919)
  • Corrado Corradini (1919-1920)
  • Gino Olivetti (1920-1924)
  • Edoardo Agnelli (1924-1935)
  • Enrico Craveri/Giovanni Mazzonis (1935-1936)
  • Emilio de la Forest de Divonne (1936-1941)
  • Piero Dusio (1941-1947)
  • Gianni Agnelli (1947-1954)
  • Umberto Agnelli (1954-1962)
  • Vittore Catella (1962-1971)
  • Giampiero Boniperti (1972-1990)
  • Vittorio Caissotti di Chiusano (1990-2003)
  • Franzo Grande Stevens (2003-2006)
  • Giovanni Cobolli Gigli (2006-2009)
  • Jean-Claude Blanc (2009-2010)
  • Andrea Agnelli (2010-heden)

Externe link[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties
  1. Artikel "Black & White", Notts County F.C. official website, 21 mei 2007. Gedeelten van de officiële geschiedenis van Notts County en een artikel gereproduceerd door de Daily Mail.