Juventus FC
| Juventus FC | ||||||||||||||||||
| Naam | Juventus Football Club 1897 SpA |
|||||||||||||||||
| Bijnaam | La Vecchia Signora (De Oude Dame), I Bianconeri (De Wit-Zwarten), Juve |
|||||||||||||||||
| Opgericht | 1897 | |||||||||||||||||
| Stadion | Juventus Stadium, Turijn |
|||||||||||||||||
| Capaciteit | 41,000 | |||||||||||||||||
| Voorzitter | ||||||||||||||||||
| Eigenaar | Vrij verhandelbaar (32,5%) |
|||||||||||||||||
| Trainer | ||||||||||||||||||
| Competitie | Serie A | |||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||
| geldig voor 2013/2014 | ||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||
Juventus Football Club is een van de oudste voetbalclubs van Italië. De club speelt haar thuiswedstrijden in het Juventus Stadium in Turijn.
Inhoud |
Geschiedenis [bewerken]
Juventus Football Club is een van de oudste en belangrijkste voetbalclubs van Italië. I bianconeri (de wit-zwarten) komen uit in de Serie A. De club speelt vanaf het seizoen 2011/12 in het nieuwe hypermoderne stadion, dat volledig door Juventus zelf is gefinancierd. Het stadion heet (tijdelijk) Juventus Stadium, de club werkt samen met Sportfive voor het verzinnen van een nieuwe naam. De twee zullen samenwerken voor twaalf jaar, waarin Sportfive onder andere de skyboxen en VIP-stoelen zal verzorgen. Juventus werd op 1 november 1897 opgericht als Sport Club Juventus door studenten van het Massimo d'Azeglio Lyceum in Turijn, maar werd in 1899 Football Club Juventus genoemd. Juventus is Latijn voor 'jonge volwassenheid'. De ploeg meldde zich bij het Italiaanse voetbalkampioenschap in 1900 in een outfit bestaande uit een roze shirt met zwarte das en een zwarte broek. De bekende wit-zwartgestreepte shirts van tegenwoordig kwamen pas in 1903, toen per ongeluk een bestelling uit Engeland arriveerde met de shirts van Notts County. Het eerste kampioenschap werd binnengehaald in 1905, toen de ploeg een jaar in het Velodromo Umberto I speelde. Het reguliere speelveld van de eerste jaren lag in het park Piazza d´Armi, in 1908 verhuisde men naar een terrein aan de Corso Sebastopoli, in 1922 ging men naar de Corso Marsiglia.
In 1906 kwam het tot een breuk binnen de club na irritaties over het grote aantal buitenlanders. De Zwitserse voorzitter Alfredo Dick richtte daarop samen met enkele van de vooraanstaande buitenlandse spelers FBC Torino op. Daarmee was de Derby Delle Mole (Juventus versus Torino) geboren. Juventus was tot het begin van de Eerste Wereldoorlog bezig met het heropbouwen van een ploeg.
Heerschappij [bewerken]
FIAT-eigenaar Edoardo Agnelli kwam aan het roer van de club in 1923, het begin van een lange verbintenis. In het seizoen 1925/26 behaalde de ploeg het tweede landskampioenschap door in de finale Alba Roma in twee wedstrijden met een totaalscore van 12-1 te verslaan. De doelpunten van icoon Antonio Vojak waren dat seizoen van levensbelang. Nadat in 1929 een landelijke Italiaanse competitie in het leven was geroepen, was Juventus direct alleenheerser in deze Serie A. Van 1931 tot 1935 pakte Juventus onder leiding van trainer Carcano vijf achtereenvolgende titels. Spelers als keeper Giuseppe Combi, Luigi Bertolini, Giovanni Ferrari en de Argentijnen Raimundo Orsi en Luis Monti lagen aan de basis van dit succes. Ondertussen verhuisde de club in 1933 terug naar Stadio Mussolini (later Stadio Comunale), weer aan de Corso Sebastopoli. In het tweede deel van dat decennium was Juventus, inmiddels ook bekend als La Vecchia Signora (De Oude Dame), minder succesvol.
Na de Tweede Wereldoorlog werd Giovanni Agnelli aangesteld als voorzitter, in 1955 opgevolgd door zijn zoon Umberto. Juventus voegde twee nieuwe Scudetto's aan het palmares toe in 1949/50 en 1951/52, de laatste onder de Engelse trainer Jesse Carver. Tijdens het seizoen 1957/58 werden met de Welshman John Charles en de Italiaanse Argentijn Omar Sívori twee van 's werelds beste aanvallers aan de selectie toegevoegd. Ze speelden er samen met boegbeeld Giampiero Boniperti. Het leidde onmiddellijk tot de tiende landstitel, waarvoor aan Juventus de Gouden Ster voor Sportverdienste uitgereikt werd. Sívori was in 1959 de eerste speler van Juventus die de trofee voor de Europees voetballer van het jaar won. In 1960 volgde de eerste 'dubbel' voor Juventus, door na het kampioenschap in de finale van de Coppa Italia Fiorentina te verslaan. Het jaar erna beëindigde Boniperti zijn loopbaan. Hij nam afscheid met de titel van topschutter aller tijden in het shirt van Juventus, met 182 doelpunten in 444 officiële wedstrijden. Later zou hij nog coach en twintig jaar voorzitter zijn.
Pas in het seizoen 1966/67 won Juventus weer eens de Italiaanse competitie, maar in de jaren '70 versterkte Juventus zijn heerschappij in het Italiaanse voetbal. Onder ex-speler Čestmír Vycpálek won Juventus in 1971/72 en in 1972/73 de Serie A opnieuw. In dat laatste seizoen werd gewonnen met spelers als Roberto Bettega, Franco Causio en Giovanni Trapattoni, de man die uiteindelijk zou bijdragen tot het succes in de jaren '80.
Het Trapattoni-tijdperk [bewerken]
Vanaf 1976 regen onder het tienjarige bewind van coach Trapattoni de successen zich aaneen. De bekendste spelers van het team waren Zoff, Bettega, Causio, Scirea, Tardelli en Gentile. Successen waren onder meer zes titels, een UEFA Cup in 1977 en een Europacup II in 1984. Dit betekende direct dat Juventus twintig keer de Scudetto gewonnen had, en er werd een tweede gouden ster toegevoegd aan het shirt. Juventus is tot op heden nog altijd de enige Italiaanse club die dat voor elkaar gekregen heeft. Rond deze periode is de Oude Dame een grootmacht in het voetbal. Sterspeler Paolo Rossi werd Europees voetballer van het jaar in 1982 en was met veel andere Juventusspelers belangrijk bij de Italiaanse overwinning op het WK 1982. De Fransman Michel Platini, tegenwoordig voorzitter van de UEFA, kreeg de prijs voor de Europees voetballer van het jaar maar liefst drie keer op een rij, in 1983, 1984 en 1985.
De enige smet voor de club was lange tijd het uitblijven van de grote Europese triomf. Meermalen werd diep in de door Agnelli altijd aangevulde geldbuidel getast om via dure aankopen de fel begeerde Europacup I binnen te halen. Pas onder de droeve omstandigheden van de wedstrijd tegen Liverpool in het Heizelstadion lukte dit in 1985, en dan nog via een onterechte strafschop van Platini. Alhoewel het een hoogtepunt moest worden voor de club, draaide het uit tot een van de meest trieste dagen uit de rijke geschiedenis van Juventus. Tijdens het Heizeldrama kwamen die dag 39 supporters om het leven, de meesten waren Juventino's. De ramp ontstond omdat Engelse hooligans met geweld mensen terugdrongen, wat als gevolg had dat een deel van de tribune inzakte.
Na het seizoen 1985/86 won Juventus geen Scudetto meer. Oorzaak was onder andere de aankomst van stervoetballer Diego Maradona bij Napoli. Ook de grootheden uit Milaan, Internazionale en AC Milan, pakten hun titels mee.
In 1990 werd na bijna zestig jaar een nieuw stadion betrokken, het speciaal voor het WK 1990 gebouwde Stadio Delle Alpi. Vanwege de externe ligging en de weidse bouw was deze stap geen succes. De toeschouwersaantallen, en daarmee de gezelligheid, namen af en mede door de hoge huur zag Juventus zich gedwongen om in de zomer van 2006 terug te gaan naar het Stadio Communale, dat inmiddels voor de Olympische Winterspelen was verbouwd.
Het Lippi-tijdperk [bewerken]
Aan de start van het seizoen 1994/95 kwam Marcello Lippi aan het roer als coach. Zijn eerste was direct succesvol, Juventus pakte na negen jaren zonder Scudetto opnieuw de titel. De sterspelers van dat moment waren Ciro Ferrara, Roberto Baggio, Gianluca Vialli en youngster Alessandro Del Piero, die een mooie en lange carrière bij Juventus tegemoet ging. Ook het volgende jaar was succesvol. In de finale van de Champions League klopte Juventus Ajax Amsterdam, zij het pas na het nemen van strafschoppen en met behulp van prestatie bevroderonde middelen (doping). De stand na de reguliere speeltijd was 1-1 na doelpunten van Fabrizio Ravanelli en Jari Litmanen.
Na het winnen van de Champions League kon Juventus nog enkele sterren zoals Zinédine Zidane, Filippo Inzaghi en Edgar Davids binnenhalen. Juventus won daarna de Serie A in zowel 1996/97 als 1997/98. In Europa was Juventus sterk bezig, maar werd het twee jaar achter elkaar geklopt in de finale. Eerst door Borussia Dortmund in 1997 en daarna door Real Madrid in 1998. Juventus speelde drie finales op een rij in de Champions League, maar won er dus maar één.
In de zomer van 2001 blonk Juventus uit op de transfermarkt door het hoogste bedrag aller tijden te betalen voor een doelman, namelijk voor de Italiaanse international Gianluigi Buffon, die van Parma overkwam. Ook David Trézéguet, Pavel Nedvěd en Lilian Thuram werden binnengehaald en zij leidden Juventus naar twee opeenvolgende titels in 2001/02 en 2002/03. Juventus verloor in 2003 echter opnieuw een Champions League-finale. Dit keer was AC Milan de sterkere. Juventus kwam niet verder dan een 0-0 en verloor na het nemen van strafschoppen. Lippi werd het jaar daarop aangesteld als bondscoach van Italië. Lippi zou in 2006 de wereldbeker winnen met het nationale elftal.
Schandaal [bewerken]
In 2004 werd Fabio Capello aangesteld als hoofdcoach. Hij won met Juventus twee titels maar de club moest die inleveren toen een schandaal, met in de hoofdrol sportief directeur Luciano Moggi, aan het licht kwam. Moggi bleek gedurende een aantal jaren een netwerk van invloedrijke personen te hebben opgebouwd, waardoor hij in staat was vrijwel elke wedstrijd in de Serie A te beïnvloeden. Het bestuur bestaande uit Moggi, Antonio Giraudo en Roberto Bettega, trad onmiddellijk af. Juventus werd teruggezet naar de Serie B. Het was de eerste keer dat Juventus zijn opwachting maakte in de tweede klasse, want het had nooit een sportieve degradatie meegemaakt.
Na het schandaal en de terugzetting naar de Serie B volgde een ware uittocht van sterspelers. Lilian Thuram (Barcelona), Emerson (Real Madrid), Patrick Vieira en Zlatan Ibrahimović (Internazionale) verlieten de club, net zoals de Italiaanse internationals Gianluca Zambrotta (Barcelona) en Fabio Cannavaro (Real Madrid), die een maand eerder de wereldtitel hadden veroverd. Wel bleven enkele sterspelers de club trouw: doelman Gianluigi Buffon, middenvelders Pavel Nedvěd en Mauro Camoranesi en aanvallers David Trezeguet en Alessandro Del Piero kozen voor een verblijf in de tweede klasse. Juventus sloeg terug in stijl en won de Serie B met een straatlengte voorsprong, ondanks 9 strafpunten die de club voor aanvang had gekregen.
Terugkeer en heden [bewerken]
Toen Juventus in het seizoen 2007/08 terug zijn opwachting maakte in de Serie A, deed het dat met een nieuwe trainer. Ex-Chelsea-trainer Claudio Ranieri volgde de opgestapte Didier Deschamps op. Vincenzo Iaquinta, Tiago, Almiron, Criscito, Andrade, Grygera en Salihamidžić waren de voornaamste transfers in de zomer van 2007. In mei 2009 werd Claudio Ranieri ontslagen en opgevolgd door Ciro Ferrara. Onder Ferrara speelde Juventus een slechte eerste seizoenshelft. In januari 2010 werd de coach ontslagen en werd Alberto Zaccheroni aangesteld als interim-trainer. Vanaf het seizoen 2010/11 was Luigi Delneri hoofdcoach van Juventus, maar na de povere resultaten werd hij na één seizoen ontslagen. Zijn opvolger is Antonio Conte, ex-Italiaans international en oud-speler van Juventus.
Het volgende seizoen liet de club definitief van zich horen in de top. Na de terugkeer uit de Serie B lukte het slechts een paar seizoenen om te imponeren en in 2011 eindigde de club op een matige zevende plaats en miste daardoor Europees voetbal. Het nieuwe stadion werd in gebruik genomen en Juventus sloeg fors toe op de transfermarkt. Vrijwel alle nieuwkomers maakten grote indruk. Alessandro Matri, Simone Pepe, Fabio Quagliarella, Pirlo, Stephan Lichtsteiner, Arturo Vidal, Mirko Vučinić en Martín Cáceres waren de voornaamste aankopen. Tevens werd Simone Padoin herenigd met coach Conte. Juventus eindigde voor aanvang van het seizoen als vierde in de top 5 van clubs die het meeste uitgaven aan transfers.
Juventus speelde haar eerste officiële wedstrijd in het nieuwe stadion op 11 september 2011, tegen Parma. Stephan Lichtsteiner scoorde het eerste officiële doelpunt in de wedstrijd die met 4-1 werd gewonnen. Drie dagen daarvoor werd een grootse openingsceremonie georganiseerd met o.a. een wedstrijd tegen Notts County. De eerste seizoenshelft bleef Juventus ongeslagen maar speelde het regelmatig gelijk, vooral tegen zeer matige ploegen. In de tweede seizoenshelft ging het beter en werden minder punten verspeeld. In de lange tweestrijd met Milan werd om de zoveel weken van koppositie gewisseld, maar op de één na laatste speeldag werd de titel behaald, de eerste sinds 2003. Juventus wist ongeslagen te blijven en kreeg slechts 20 doelpunten tegen. Uiteindelijk werd alleen in de finale van de Coppa Italia verloren. Napoli was met 2-0 te sterk. Dit was tevens de laatste wedstrijd van clubicoon Alessandro del Piero. Napoli was, ongeacht het resultaat van de bekerfinale, ook de tegenstander in de Italiaanse Supercup. Deze werd wel een prooi voor Juventus, dat in Beijing met 4-2 wist te winnen.
In het seizoen 2012-2013 werden al snel Mauricio Isla en Kwadwo Asamoah van Udinese en het jonge talent Paul Pogba van Manchester United aangetrokken. Tevens werd Sebastian Giovinco teruggehaald en werd Nicklas Bendtner gehuurd. Na tien competitiewedstrijden had Juventus negen keer gewonnen en één keer gelijkgespeeld en stond de teller van ongeslagen competitiewedstrijden op rij inmiddels op 49. Op de elfde speeldag ontving de club Internazionale, deze maakte een einde aan de reeks en dit bekende tevens de allereerste nederlaag in het nieuwe eigen stadion. De koppositie was de club echter nog altijd niet kwijtgeraakt en de klap werd goed opgevangen door in de daarop volgende weken Nordsjaelland, Pescara en Chelsea met respectievelijk 4-0, 1-6 en 3-0 te verslaan. Hierna volgde een 1-0 nederlaag bij AC Milan middels een discutabele penalty. In de Champions League ging men door naar de knock-outfase door verrassend groepswinnaar te worden met 3 overwinningen en 3 gelijke spelen. De resterende wedstrijden in de competitie werden gewonnen. Juventus sloot zo 2012 af als koploper met 8 punten voorsprong op de nummer 2 en kon ze op basis van de veertig Serie A-wedstrijden in het kalenderjaar 2012 tevens betiteld worden als de ploeg met de meeste zeges, meeste doelpunten, minste tegendoelpunten en meeste punten. Het laatstgenoemde betekende met 94 punten een verbetering van het clubrecord, neergezet door de selectie van Fabio Capello (93 punten in 2005). 2013 begon moeizaam, maar na verlies half februari werd alles gewonnen, op twee gelijke spelen en een nederlaag op de laatste speeldag na. Het CL-avontuur eindigde in de kwartfinale. Eerst werd er nog 0-3 en 2-0 van Celtic gewonnen, in de volgende ronde was Bayern München met twee keer 2-0 te sterk. Juventus verzekerde zich drie wedstrijden voor het einde van de competitie van de tweede titel in twee jaar, nadat het al enkele weken een voorsprong had van 11 punten op Napoli.
Trivia [bewerken]
- De bijnaam La Vecchia Signora (De Oude Dame) is in twee delen ontstaan. 'Signora' is de koosnaam van de eigen supporters, die in de jaren twintig in zwang is gekomen. 'Oud' is eraan toegevoegd door tegenstanders in de jaren dertig, toen Juventus met een steeds ouder wordende ploeg kampioen bleef, en is dus een beschimping van de naam Juventus, 'Jeugd'.
- Tegenstanders van Juventus hebben het vaak over Gobbi, de gebochelden. Een bijnaam die het team dankt aan een wedstrijd die het in de jaren vijftig van de vorige eeuw speelde. De kwaliteitsarme (vormloze) shirts bolden zodanig op, dat de spelers op gebochelde mannetjes leken. Een andere populaire benaming voor de club is La Fidanzata d'Italia (Verloofde van Italië).
- De twee sterren op het shirt van Juventus staan symbool voor twintig Scudetto's (twintig keer winnaar Serie A)
- In totaal won Juventus 29 keer de Serie A, daarnaast werden er twee afgenomen wegens wedstrijdmanipulatie.
- Juventus was de eerste ploeg die alle voornaamste Europese bekers gewonnen heeft (Europacup I, Europacup II en UEFA Cup).
- Juventus is de succesvolste club in Italië, met 29 titels. Milan heeft er 18, evenveel als stadsgenoot Inter.
- De Nederlander Edwin van der Sar was de eerste niet-Italiaanse doelman van Juve.
- Clubicoon Alessandro Del Piero heeft zowel de meeste wedstrijden gespeeld, als het meeste aantal doelpunten gescoord voor Juventus.
- Dino Zoff speelde 1.143 minuten voor Juventus zonder een goal tegen te krijgen. Dat was toen een wereldrecord.
- De clubkleuren van Notts County, zwart en wit, zijn de inspiratie geweest voor die van Juventus.[1]
Erelijst [bewerken]
Italiaans kampioen (29x)
- 1905, 1926, 1931, 1932, 1933, 1934, 1935, 1950, 1952, 1958, 1960, 1961, 1967, 1972, 1973, 1975, 1977, 1978, 1981, 1982, 1984, 1986, 1995, 1997, 1998, 2002, 2003, (2005)*, (2006)*, 2012, 2013
Serie B (1x)
- 2007
Italiaanse beker (9x)
- 1938, 1942, 1959, 1960, 1965, 1979, 1983, 1990, 1995
Italiaanse Supercup (5x)
- 1995, 1997, 2002, 2003, 2012
Europacup I / Champions League (2x)
- 1985, 1996
Europacup II (1x)
- 1984
UEFA-Cup (3x)
- 1977, 1990, 1993
UEFA Super Cup (2x)
- 1984, 1996
UEFA Intertoto Cup (1x)
- 1999
Wereldbeker (2x)
- 1985, 1996
* = titel ontnomen vanwege het Italiaans omkoopschandaal
A-Selectie 2012/2013 [bewerken]
| Rugnr. | Naam | Positie | Nationaliteit |
|---|---|---|---|
| 1 | Gianluigi Buffon | Doelman | |
| 3 | Giorgio Chiellini | Verdediger | |
| 4 | Martín Cáceres | Verdediger | |
| 6 | Paul Pogba | Middenvelder | |
| 7 | Simone Pepe | Middenvelder | |
| 8 | Claudio Marchisio | Middenvelder | |
| 9 | Mirko Vučinić | Aanvaller | |
| 11 | Paolo De Ceglie | Verdediger | |
| 12 | Sebastian Giovinco | Aanvaller | |
| 13 | Federico Peluso | Verdediger | |
| 15 | Andrea Barzagli | Verdediger | |
| 17 | Nicklas Bendtner | Aanvaller | |
| 18 | Nicolas Anelka | Aanvaller | |
| 19 | Leonardo Bonucci | Verdediger | |
| 20 | Simone Padoin | Middenvelder | |
| 21 | Andrea Pirlo | Middenvelder | |
| 22 | Kwadwo Asamoah | Middenvelder | |
| 23 | Arturo Vidal | Middenvelder | |
| 24 | Emanuele Giaccherini | Middenvelder | |
| 26 | Stephan Lichtsteiner | Verdediger | |
| 27 | Fabio Quagliarella | Aanvaller | |
| 30 | Marco Storari | Doelman | |
| 31 | Laurentiu Branescu | Doelman | |
| 32 | Alessandro Matri | Aanvaller | |
| 33 | Mauricio Isla | Middenvelder | |
| 34 | Rubinho | Doelman | |
| 39 | Luca Marrone | Middenvelder |
Transfers [bewerken]
Bekende spelers [bewerken]
Juventus in Europa [bewerken]
Juventus speelt sinds 1929 in diverse Europese competities. Hieronder staan de competities en in welke seizoenen de club deelnam:
- Champions League
- 1995/96, 1997/98, 1998/99, 2000/01, 2001/02, 2002/03, 2003/04, 2004/05, 2005/06, 2008/09, 2009/10, 2012/13
- Europacup I
- 1958/59, 1960/61, 1961/62, 1967/68, 1972/73, 1973/74, 1975/76, 1977/78, 1978/79, 1981/82, 1982/83, 1984/85, 1985/86, 1986/87
- Europa League
- 2009/10, 2010/11
- Europacup II
- 1965/66, 1979/80, 1983/84, 1990/91
- UEFA Cup
- 1971/72, 1974/75, 1976/77, 1980/81, 1987/88, 1988/89, 1989/90, 1992/93, 1993/94, 1994/95, 1999/00
- Intertoto Cup
- 1999
- Jaarbeursstedenbeker
- 1963/64, 1964/65, 1966/67, 1968/69, 1969/70, 1970/71
- Mitropacup
- 1929, 1931, 1932, 1933, 1934, 1935, 1938, 1962
Trainers [bewerken]
Presidenten [bewerken]
- Eugenio Canfari (1897)
- Enrico Canfari (1898-1901)
- Carlo Favale (1901-1902)
- Giacomo Parvopassu (1903-1904)
- Alfred Dick (1905-1906)
- Carlo Vittorio Varetti (1907-1910)
- Attilio Ubertalli (1910-1912)
- Giuseppe Hess (1912-1915)
- Gioacchino Armano/Fernando Nizza/Sandro Zambelli (Oorlogsbestuur) (1915-1919)
- Corrado Corradini (1919-1920)
- Gino Olivetti (1920-1924)
- Edoardo Agnelli (1924-1935)
- Enrico Craveri/Giovanni Mazzonis (1935-1936)
- Emilio de la Forest de Divonne (1936-1941)
- Piero Dusio (1941-1947)
- Gianni Agnelli (1947-1954)
- Umberto Agnelli (1954-1962)
- Vittore Catella (1962-1971)
- Giampiero Boniperti (1972-1990)
- Vittorio Caissotti di Chiusano (1990-2003)
- Franzo Grande Stevens (2003-2006)
- Giovanni Cobolli Gigli (2006-2009)
- Jean-Claude Blanc (2009-2010)
- Andrea Agnelli (2010-heden)
Externe link [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Voetbal in Italië |
|---|
|
Serie A · Serie B · Lega Pro Prima Divisione · Lega Pro Seconda Divisione · Serie D · Coppa Italia · Supercoppa Italiana |
| Serie A – Seizoen 2012/13 |
|---|
|
Atalanta · Bologna · Cagliari · Catania · Chievo Verona · Fiorentina · Genoa · Internazionale · Juventus · Lazio · AC Milan · Napoli · Palermo · Parma · Pescara · AS Roma · Sampdoria · Siena · Torino · Udinese |
| Zie de categorie Juventus FC van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |