Amsterdamsche Football Club Ajax, kortweg AFC Ajax of gewoon Ajax, is een Nederlandse profvoetbalclub uit Amsterdam. De club is opgericht op 18 maart 1900 en is een van de drie traditionele topclubs in Nederland. Sinds de oprichting van de Eredivisie speelt de club onafgebroken in deze hoogste divisie. Ajax is 31 keer kampioen van Nederland geworden. Op de UEFA ranglijst van de beste clubs in Europa staat Ajax anno 2011 als tweede Nederlandse club op de 33ste plaats.[3] De club heeft een beursnotering, zie daarvoor het artikel over AFC Ajax NV. Sinds 1996 speelt de club haar thuiswedstrijden in de Amsterdam ArenA.
Vanaf het seizoen 2012/13 heeft AFC Ajax ook een vrouwentak, AFC Ajax Vrouwen. Ze komen uit in de Women's BeNe League.
Geschiedenis
Begin (tot en met 1902)
Een aantal vrienden richtte in 1894 een voetbalclub op. Ze noemden de club aanvankelijk "Union", maar doopten hem nog datzelfde jaar om naar "Footh-Ball Club Ajax" (inclusief de spelfout), naar de Griekse held. In deze periode werden in heel Nederland en vooral in Amsterdam veel voetbalclubs opgericht. De Amsterdamse voetbalbond stelde om chaos te vermijden strikte regels op, de club kon hier niet aan voldoen en in 1896 ging de club praktisch ter ziele. Vier jaar later besloot Floris Stempel wederom een poging te wagen en op 18 maart 1900 werd Ajax opgericht in café "Oost-Indie" in het begin van de Kalverstraat bij de Dam, op de plek waar anno 2009 muziekzaak Fame is gevestigd. Floris Stempel werd de eerste voorzitter van de club, waarvan de naam ditmaal wél goed gespeld werd.[4] Om verwarring met een gelijknamige voetbalclub uit Leiden (die inmiddels bekend is als Ajax Sportman Combinatie) te vermijden werd later "Amsterdamsche" nog voor de naam gezet. In 1902 werd Ajax toegelaten in de derde klasse, waarna het direct promoveerde.
Eerste kampioenschappen (1918-1919)
Onder leiding van de Ierse trainer John Kirwan promoveerde Ajax in 1911 uiteindelijk naar de hoogste divisie. Daardoor zag de club zich wel genoodzaakt haar tenue te wijzigen, omdat het twaalf jaar oudere Sparta Rotterdam in dezelfde outfit speelde. De club degradeerde echter drie jaar later alweer. Er werd een nieuwe trainer aangetrokken, Jack Reynolds, die met een nieuw elftal meer succes had. In 1918 werd Ajax voor het eerst in zijn bestaan landskampioen en het wist de titel een jaar later te prolongeren.
Weinig kampioenschappen (1919-1956)
Het elftal dat in 1937 landskampioen werd.
Vanaf medio 1919 tot en met medio 1956 behaalde Ajax in 37 jaar slechts 6 landskampioenschappen. Tussen medio 1919 en medio 1930 behaalde Ajax geen landskampioenschappen. Pas in 1931, 12 jaar na 1919, werd eindelijk weer een nieuw succes behaald. Ajax was niet de enige grote club in de hoofdstad. Andere clubs zoals Blauw-Wit en DWS speelden op vergelijkbaar niveau. In de jaren dertig werd Ajax maar liefst 5 maal kampioen van Nederland (1931, 1932, 1934, 1937, 1939). Daarna volgden er tot medio 1956 (17 jaar lang) zeer magere jaren, er werd slechts 1 maal een kampioenschap behaald, namelijk in 1947. Toch speelden er in deze tijd wel een aantal grootheden bij Ajax, bijvoorbeeld verdediger Cor van der Hart (1947-1950) en aanvaller Rinus Michels (1946-1958). Rond 1950 vond een ware uittocht van vele talentvolle spelers plaats, alleen Michels bleef achter.
Debuut Swart, Groot, Groot, Keizer (1956-1961)
In 1956 debuteerde mister Ajax, Sjaak Swart, op 17-jarige leeftijd. In februari 1961 trok Piet Keizer voor het eerst het shirt van het eerste elftal van Ajax aan, eveneens 17 jaren jong. Tussendoor werden in 1959 topscorer Henk Groot (1959-1963 en 1965-1969 bij Ajax) en zijn ook veelscorende broer Cees Groot aangekocht. In 1956/57 werd Ajax landskampioen, zij het met een uiterst mager doelsaldo (+24). In 1959/60 werd Ajax landskampioen met een hoog doelsaldo, in een nek-aan-nek race met Feyenoord (gelijk puntental; beslissingsduel: Ajax-Feyenoord 5-1). In 1960/61 werd Feyenoord landskampioen en eindigde Ajax 2e in de competitie. In 1960/61 won Ajax het KNVB bekertoernooi, met zeer hoge doelcijfers (+25).
Glansloze periode (1961-1965)
In de seizoenen 1960/61 tot en met 1964/65 werd het landskampioenschap door Feyenoord (drie keer), PSV en DWS binnengehaald. Scoorde Ajax in 1959/60 en 1960/61 nog 109 respectievelijk 102 maal in de competitie, de vier hiernavolgende seizoenen had Ajax duidelijk de neerwaartse lijn te pakken. Werd Ajax in 1960/61 en 1962/63 nog tweede, in 1961/62 en 1963/64 eindigde de club nog slechts als vierde respectievelijk vijfde. Maar het seizoen 1964/65 was een dieptepunt sedert de invoering van de eredivisie in 1956. Ajax moest vechten tegen degradatie en eindigde uiteindelijk als dertiende van de zestien clubs. Dit had evenwel nog erger geweest kunnen zijn, als niet drie personen in 1964-1965 redding hadden gebracht, en de gouden periode 1965-1973 zouden hebben ingeleid en begeleid: voorzitter Jaap van Praag (1964-1978), 17-jarige speler uit eigen jeugd Johan Cruijff en de 36-jarige, toen nog onervaren trainer Rinus Michels.
Platina tijd (1965-1973)
Ajax beleefde een platina periode tussen juli 1965 en juni 1973, toen de club 3 maal op rij de Europacup I wist te winnen (1970/71, 1971/72, 1972/73), 1 maal de Wereldbeker (1972)[5] en 6 maal het landskampioenschap. Onder leiding van sterren als de aanvallers Johan Cruijff, Piet Keizer, Sjaak Swart en Dick van Dijk, verdediger Ruud Krol en de coaches Rinus Michels en Stefan Kovács werd Ajax een wereldwijd bekende voetbalclub. Rinus Michels en Johan Cruijff introduceerden in de periode 1965-1971 het totaalvoetbal, een revolutie in het voetbal met opkomende verdedigers en meeverdedigende aanvallers. Ex-Anderlecht-aanvaller Jan Mulder (half 1965-half 1972) complementeerde in de zomer van 1972 het sterkste team aller tijden: hij tekende een contract voor 3 jaar. In de 8 seizoenen 1965/66 tot en met 1972/73 haalde Ajax zeer hoge doelsaldi in de competitie (beste seizoen: 1966/67).
Magere jaren (1974-1977)
Na de 2e competitiewedstrijd van 1973-1974, vertrok Cruijff naar Barcelona en 4 magere kalenderjaren 1974 tot en met 1977 braken aan. De winst van de UEFA Super Cup (16-1-1974) tegen AC Milan (1-0 uit-nederlaag, 6-0 thuiszege) was het allerlaatste hoogtepunt, de definitieve afsluiting van de Platina Tijd. De overgebleven selectie verouderde. Middelmatige spelers streken salarissen op waarvan menig minister watertandde. Nieuwe spelers sinds december 1973 als Varga, Steffenhagen, Dusbaba en later Wickel en Gluic, alsmede overgebleven routiniers als Suurbier, Hulshoff en Gerrie Muhren, konden Ajax niet op het extreem hoge niveau van de periode met Cruijff (juli 1965-augustus 1973) handhaven. Ajax werd 3 keer op rij 3e in de competitie (1973/74, 1974/75, 1975/76) en Europees verzwakte de club tot een magere middenmoter, al waren er wel enkele zeer goede spelers als aanvaller Willy Brokamp, centrumspits Ruud Geels (4 maal op rij topscorer eredivisie 1974/1975-1977/1978), en rechterspits Tscheu La Ling, die gewoon was hele middenvelden en hele verdedigingen van de tegenstanders uit te pingelen. Ook het landskampioenschap in het seizoen 1976/77 was evenwel weinig spectaculair. Ajax speelde zeer defensief voetbal, met vaak alleen 1 aanvaller: Ruud Geels (4-5-1 systeem, soms zelfs 5-4-1 systeem).
Trainer Hans Kraay sr. kocht middenvelder Rene Notten en rechterspits Tscheu La Ling (1975), trainer Rinus Michels haalde de Denen Frank Arnesen (rechter- en centrale middenvelder) en Soren Lerby (linkermiddenvelder, soms ook linksback), gevolgd door centrale (en rechter-)middenvelder Dick Schoenaker (1976). Zomer 1977 werd verdediger Jan Everse voor 3 jaar gecontracteerd. Mede deze 6 aankopen zouden een herstel inluiden in de seizoenen 1977/78, 1978/79 en 1979/80. Een 7e speler die symbool zou staan voor het herstel tussen juli 1977 en maart 1980 was Simon Tahamata. Op 24 oktober 1976 liet Trainer Tomislav Ivic jeugdspeler, balvirtuoos en zwervende linkerspits Simon Tahamata debuteren, die soms ook op de linkermiddenveld- en rechterspitspositie te vinden was.
Gedeeltelijk herstel (1977-1980)
Juli 1977 trachtte Ivić naar aanvallend spel om te schakelen, maar na een 2-4 thuisnederlaag in een oefenduel tegen Borussia Dortmund op 1 augustus kwam hij hier tijdelijk op terug. Pas in het laatste half jaar van de 2 jaar met Ivić als trainer kwam na ruim 4 jaar weer iets van de oude schittering tevoorschijn toen Ivić tijdens kerst 1977 definitief van verdedigend naar aanvallend spel omschakelde - al werd Ajax nooit meer zo succesvol als in hun Platina Tijd (1965/1966-1972/1973), waarin vele tegenstanders met gigantische cijfers werden opgerold.
Routinier en aanvoerder Ruud Krol was de enige speler uit de Platina Tijd (half 1965-half 1973), die nog steeds deel uitmaakte van de huidige selectie. In 1978 maakte centrumspits Ray Clarke de overstap naar Ajax samen met zijn Sparta-trainer Cor Brom. Ray Clarke volgde de naar Anderlecht vertrokken Ruud Geels op. In 1979 werden opkomende linksback Peter Boeve en aanvallende linkermiddenvelder / aanvaller Martin van Geel gekocht. In seizoen 1979/80 was de clubtopscorer een middenvelder: Dick Schoenaker met slechts 13 goals; een echte goede vaste centrumspits ontbrak. Toch kwam het sprankelende Ajax, hoofdzakelijk door het veel scorende middenveld Arnesen-Schoenaker-Lerby en de scorende vleugelspitsen (Tscheu La Ling en Simon Tahamata) nog tot 77 goals in de competitie (al was dat, zoals te verwachten viel, wel een achteruitgang ten opzichte van seizoen 1978/79 toen 93 competitiegoals werden gescoord).
Ajax werd 2 keer kampioen (1978/79 en 1979/80) en 1 keer 2e (1977/78) in de eredivisie tussen juli 1977 en juni 1980.
Ook was Ajax 3 maal bekerfinalist in deze periode (1 keer bekerwinnaar in 1978/79 en 2 maal verliezend bekerfinalist in 1977/78 en 1979/80).
In de EuropaCup III werd in 1978/79 de 3e ronde (1/8 finale) bereikt (Europees middenmoot-niveau). In de Europa Cup I werd in 1977/78 een kwartfinale en in 1979/80 een halve finale behaald (Europees subtop-niveau).
Veel competitiesucces (1981-1986)
De financiën van de club werden door het nieuwe bestuur (1978-1988) onder leiding van Ton Harmsen en Arie van Eijden op orde gebracht. Dure vedettes (onder andere Ruud Krol (1980), Simon Tahamata (1980), Frank Arnesen (1981), Tscheu La Ling (1982), Piet Schrijvers (1983), Soren Lerby (1983) werden verkocht - soms tot ongenoegen en verontwaardiging van de supporters (Tahamata en Ling) - en het huishoudboekje werd tot aanvaardbare proporties teruggebracht, in de begin 1980'-er jaren.
Na het vertrek van Tahamata en routinier/aanvoerder Krol in de zomer van 1980 begon Ajax met achtereenvolgens de trainers Leo Beenhakker, Aad de Mos, Kurt Linder en opnieuw Aad de Mos aan het bouwen van een nog jonger team (21-23 jaar gemiddeld) met veel spelers uit de eigen jeugdopleiding zoals centrumspitsen Wim Kieft (Europees topscorer 1981/1982), Marco van Basten (Europees topscorer 1985/1986 en 4-voudig topscorer eredivisie 1983/1984-1986/1987) en John Bosman, rechterspits John van 't Schip, middenvelders Frank Rijkaard (de sierlijke) en Gerald Vanenburg (de alleskunner), verdediger Sonny Silooy, en doelman Stanley Menzo. Ook werden enkele jonge spelers van elders aangetrokken zoals achtereenvolgens doelman Hans Galjé, opkomende rechtsback Keje Molenaar ('Kees' Molenaar), verdediger Edo Ophof ('Eddie' Ophof), linkerspits Jesper Olsen (de vlo, de ongrijpbare), libero/middenvelder Jan Molby (de robuuste), libero/middenvelder Ronald Koeman en linkerspits Rob de Wit. Leo Beenhakker en zijn opvolger interim-trainer Aad de Mos legden bij Ajax tussen mei 1980 en mei 1981 dan ook al gedeeltelijk de basis voor de successen van het Nederlands Elftal tussen half 1986 en half 1988, door het laten debuteren van achtereenvolgens Wim Kieft, Frank Rijkaard, Gerald Vanenburg en Sonny Silooy, zoals bondscoach Kees Rijvers dit ook definitief deed in het Nederlands Elftal vanaf februari 1982.
Toch werd het sprankelende Ajax behalve door Johan Cruijff ook door enkele andere routiniers geruggensteund: centrale middenvelder Dick Schoenaker, libero Wim Jansen, aanvallende linkermiddenvelder Felix Gasselich en voorstopper en libero Ronald Spelbos.
In de seizoenen 1979/1980 tot en met 1985/1986 (met name 1981/1982 tot en met 1985/1986) speelde Ajax het mooiste en meest creatieve voetbal ooit. Dit mede dankzij Krol, Tahamata (beiden alleen 1979/1980), Arnesen, aanjager Lerby, Boeve, Van Geel, Molenaar, Rijkaard, Silooy en De Wit. En vooral dankzij La Ling, Vanenburg, Olsen, Cruijff en van Basten. Na het vertrek van Vanenburg in juni 1986 werd het spel van Ajax nooit meer zo briljant en zo geniaal.
Na een zeer moeilijke 1e seizoenshelft in 1980/81 (8e plaats) haalde Ajax mede dankzij de teruggekeerde Johan Cruijff en interim-trainer Aad de Mos een acceptabel einddoelsaldo in de competitie in 1980/81 en hoge doelsaldi in de 6 seizoenen 1981/82 tot en met 1986/87 (beste seizoenen: 1.1985/86; 2. 1981/82). Het was in de competitie de beste fase ooit qua gemiddeld aantal gescoorde goals per seizoen, en de op 1 na beste fase qua gemiddeld doelsaldo per seizoen: alleen de Platina periode (1965/1966-1972/1973) was wat dat betreft nog beter.
Het moeilijke seizoen 1980/81 eindigde Ajax, na een goede 2e seizoenshelft (15 meest nipte zeges in de laatste 18 duels), nog net als 2e, met een enorme achterstand op AZ´67 en een nipte voorsprong op de nummers 3, 4 en 5 (FC Utrecht, Feyenoord en PSV), en Ajax drong voor de 4e achtereenvolgende maal door tot in de bekerfinale, die met 1-3 van AZ´67 verloren werd. Europees was het een teleurstellend seizoen: na 2 zeer moeizame zeges op het Albanese Dinamo Tirana (0-2 en 1-0, 3-0 (+3) totaalscore) werd Ajax al in de 2e ronde uitgeschakeld door Bayern München (5-1 nederlaag/debacle uit, knappe 2-1 zege thuis, 3-6 (-3) totaalscore).
In het seizoen 1981/82 behaalde Ajax het landskampioenschap zeer overtuigend met een doelsaldo van +75 (117-42), +32 beter dan nummer 2 PSV (+43), en +41 beter dan nummer 3 AZ (+34).
Ajax werd in de 5 seizoenen 1981/82 tot en met 1985/86 3 maal landskampioen (1981/82, 1982/83 en 1984/85), 1 keer 2e (1985/86) en 1 maal 3e (1983/84). De doelcijfers waren niet gering in de 5 seizoenen 1981/82 tot en met 1985/86: +75 (117-42), +65 (106-41), +54 (100-46), +47 (93-46), +85 (120-35). Gemiddeld: +65 (107-42) per seizoen.
De KNVB-beker werd in deze periode 2 maal veroverd (1982/83 en 1985/86).
In de diverse Europa Cup-toernooien ging het echter, net zoals met het Nederlands elftal, zeer slecht: in de 6 seizoenen 1980/81 tot en met 1985/86 werd Ajax 4 keer in de 1e ronde uitgeschakeld en 2 maal in de 2de ronde, met als enig hoogtepunt een 14-0 zege tegen Red Boys Differdange in het returnduel van de 1e ronde van het UEFA Cup-toernooi in het seizoen 1984/85.
Terug naar de Europese top (1986-1987)
Ondanks het vertrek van sterspelers Vanenburg en Ronald Koeman naar rivaal PSV en het wegvallen van Rob de Wit door een hersenbloeding (in de zomer van 1986) won Ajax onder leiding van coach Cruijff en vedette Van Basten uiteindelijk na 14 jaar toch een Europa Cup (de Europa Cup II voor bekerwinnaars) in het seizoen 1986/87.
Problemen (1987-1991)
Het vertrek van sterspeler Van Basten naar AC Milan, zomer 1987, voor een zeer laag bedrag van amper 2 miljoen gulden, verzwakte Ajax sportief echter teveel. PSV, met de ex-Ajacieden Arnesen, Lerby, Kieft, Vanenburg en Ronald Koeman in de gelederen, nam vanaf het seizoen 1987/88 definitief de macht over. Aan het eind van de jaren tachtig beleefde Ajax een roerige periode. Supportersrellen bij een UEFA Cup-duel tegen Austria Wien in de 1e ronde van het seizoen 1989/90 en een zwartgeldaffaire in het seizoen 1988/89, waarbij 9 ex-spelers uit de periode 1979-1988 betrokken zouden zijn geweest, leidden bijna tot de ondergang van de club. Het 1-1 gelijke spel thuis tegen Austria Wien werd omgezet in een reglementaire 0-3 thuisnederlaag, vanwege het Staafincident, zodat Ajax voor het restant van het seizoen 1989/90 uitgesloten werd voor Europees voetbal en in het seizoen 1990/91 mocht Ajax niet deelnemen aan het Europa Cup-toernooi voor landskampioenen. In het seizoen 1991/92 moest Ajax als gevolg van het Staafincident de eerste drie thuiswedstrijden in het UEFA Cup-toernooi op minimaal 150 kilometer van Amsterdam spelen. Omdat meerdere opties in eigen land onmogelijk bleken was Ajax genoodzaakt uit te wijken naar Duitsland, naar het Rheinstadion van Düsseldorf.
Herrijzenis (1991-1996)
Onder leiding van een in januari 1989 aangetreden bestuur (onder andere voorzitter Michael van Praag en Arie van Os) en technische leiding sinds september 1991 onder coach Louis van Gaal en zijn assistent Gerard van der Lem, herrees Ajax met jonge spelers als rechterspits Dennis Bergkamp, linkermiddenvelder Edgar Davids, middenvelder Clarence Seedorf, aanvaller Patrick Kluivert, doelman Edwin van der Sar, en routinier Danny Blind (1986-1999) naar zijn voormalige glorie met drie kampioenschappen op rij (1993/94, 1994/95, 1995/96), winst van het UEFA Cup-toernooi (1991/92) en met als hoogtepunt het winnen van de UEFA Champions League in 1994/95 en de Wereldbeker voor clubteams in 1995.
In het seizoen 1995/96 reikte Ajax tot de finale van de Champions League, maar verloor deze van Juventus na het nemen van penalty’s. Het was een nederlaag met een staartje, toen later verhalen over dopinggebruik van de Turijnse ploeg naar buiten kwamen. In 2004 leek er even sprake van dat Ajax alsnog de titel mocht bijschrijven, maar uiteindelijk besloot de UEFA niets te veranderen.[6]
Nog datzelfde seizoen 1995-1996 werd het Bosmanarrest van kracht en vele belangrijke spelers vertrokken naar vermogende internationale topclubs.
Zwakke periode (1996-2009)
Het seizoen 1996/97 was erg moeilijk met een 4e plaats in de eindrangschikking, 16 punten achter kampioen PSV. 1997/98 Werd daarentegen een topseizoen in de competitie onder leiding van de Deense trainer Morten Olsen. Het landskampioenschap werd behaald met 17 punten voorsprong op nummer 2 PSV en een recorddoelsaldo van +90. Ook werd de beker gewonnen in dat seizoen. De 11 seizoenen daarna liep het over het algemeen moeizaam, met als dieptepunten de 6e plaats in de competitie in 1998/99 en het ontslag van trainer Jan Wouters enkele dagen na het 100-jarig bestaan van Ajax, half maart 2000; interim-trainer Hans Westerhof maakte het seizoen 1999/00 af en presteerde nog iets zwakker. In de periode 1999/00-2007/08 werd de competitie vrijwel volledig door PSV gedomineerd, met zeven landskampioenschappen in negen jaar. Ajax stelde daar in de 11 seizoenen 1998/99-2008/09 2 landskampioenschappen tegenover. Tijdens het laatste van deze 2 landskampioenschappen, in het seizoen 2003/04, werd Ajax bovendien op doelsaldo ruim afgetroefd door nummer 2 PSV. Het seizoen 2006/07 was een bijzonder seizoen, omdat op de laatste speeldag nog drie clubs (AZ, Ajax en PSV) kampioen konden worden. Ajax en PSV eindigden in puntenaantal gelijk, maar PSV werd op doelsaldo kampioen met slechts één doelpunt verschil. Enkele jeugdspelers, die tussen 2000 en 2005 bij Ajax debuteerden, zijn: Rafael van der Vaart, Nigel de Jong, Wesley Sneijder, Ryan Babel, Hedwiges Maduro en Maarten Stekelenburg. Enkele aankopen van jonge spelers uit de periode 2001-2007, zijn: Maxwell Cabelino Andrade, Zlatan Ibrahimović, Zdeněk Grygera, Nicolae Mitea, Edgar Manucharyan en Luis Suarez. In het seizoen 2009/10 wist Ajax na een zwakke eerste seizoenshelft onder leiding van Martin Jol op indrukwekkende wijze de tweede plaats in de competitie veilig te stellen met 85 punten en een extreem hoog doelsaldo van +86 (106-20). De laatste veertien wedstrijden van het seizoen werden allen gewonnen. Een eveneens uitstekend presterend FC Twente wist echter het kampioenschap te winnen door met één punt meer dan Ajax de competitie af te sluiten. De tweede plaats betekende dat Ajax geplaatst was voor de derde voorronde van de UEFA Champions League. Zowel PAOK Saloniki als Dinamo Kiev werden hierin verslagen. Hiermee mocht Ajax sinds vijf jaar weer aantreden op het hoofdtoernooi van de Champions League. Onder Jol speelde Ajax thuis gelijk tegen AC Milan, won van AJ Auxerre, maar verloor zowel thuis als uit kansloos van Real Madrid. In de competitie presteerde Ajax matig door onder anderen in de eigen ArenA te verliezen van ADO Den Haag en gelijk te spelen tegen Excelsior. Op 6 december 2010 maakte Jol bekend te vertrekken bij Ajax wegens teleurstellende resultaten.[7]
Fluwelen Revolutie, 30e en 31e landstitel, Frank de Boer tijdperk (2010-heden)
De 30e landstitel wordt gevierd
Aan het begin van het seizoen 2010/11 bleek al snel dat Ajax de vorm van het voorgaande seizoen niet meer kon vasthouden.
Clubicoon Johan Cruijff begon vanaf 20 september met zijn columns in de Telegraaf stevige kritiek te uiten op het spel en het bestuur van de Amsterdammers. Met de slechte resultaten groeide de kritiek ook onder de supporters. Cruijff kreeg van hen steeds meer steun. In zijn column van 15 november riep hij op tot actie onder de Ajacieden. Doel was om tijdens de algemene ledenvergadering van 14 december de acht vrijkomende plaatsen in de ledenraad te laten invullen door oud-voetballers. Tot groot ongenoegen van Cruijff bestond deze namelijk uit geen enkele oud-voetballer. Oud-Ajacieden gaven massaal gehoor aan de oproep. Onder aanvoering van Keje Molenaar stelden Molenaar zelf, Barry Hulshoff, Aron Winter, Dick Schoenaker, Peter Boeve, Edo Ophof, Co Meijer en oud-jeugdtrainer Dirk de Groot zich kandidaat.[8][9] De actie van Cruijff werd in de media al snel bekend als de Fluwelen Revolutie.
Reeds voor de ledenvergadering vertrok Martin Jol als hoofdtrainer bij Ajax. Hij werd opgevolgd door jeugdtrainer en ex-international Frank de Boer. De Boer stond bekend als aanhanger van de visie van Cruijff en begon voortvarend door zijn eerste wedstrijd als hoofdtrainer, uit tegen AC Milan, op indrukwekkende wijze met 0-2 te winnen. In de winterstop tekende de Boer een 3,5 jarig contract tot de zomer van 2014.[10] Na de algemene ledenvergadering van 14 december werd bekend dat zeven van de acht ex-voetballers die zich beschikbaar hadden gesteld voor de ledenraad waren gekozen tot nieuwe leden. Voor Cruijff een grote overwinning.[11] Edo Ophof trok zich op het laatste moment terug als kandidaat, omdat hij werkzaam was voor een bedrijf dat aandelen had in NEC Nijmegen.[12] Volgens de KNVB is het belichamen van officiële rollen bij meerdere clubs verboden.
Op 15 mei 2011 wist Ajax, dat eerder al afgeschreven leek in de titelstrijd, in de laatste speelronde toch de 30e landstitel binnen te halen. De felbegeerde 'derde ster' werd veroverd na een uniek competitieslot:[13] koploper FC Twente werd thuis met 3-1 verslagen.
Op 2 mei 2012 werd net als in 2011, op soortgelijke wijze de 31e landstitel veroverd. Frank de Boer heeft nu tweemaal op rij als coach de competitie in de Eredivisie weten te winnen.[14]
Stadions
Ajax heeft in de loop der jaren op vele locaties gespeeld. Het begon allemaal op een veldje in de toenmalige gemeente Nieuwer-Amstel, nog voordat de club officieel werd opgericht (in 1893). Voor vijftien gulden per half jaar werd er een weiland gehuurd. In 1896 werd het veldje bij de gemeente Amsterdam gevoegd.[15] In 1900 verhuisde de club naar Amsterdam-Noord, waar tot 1907 tussen de weilanden werd gespeeld.[15] In 1907 nam Ajax intrek in het eerste voetbalstadion van Amsterdam, in de volksmond "Het Houten Stadion" genoemd. Het stadion lag dichter bij het centrum dan de vorige locaties, maar er ontbraken nog steeds tribunes (die er pas in 1911 kwamen), kleedkamers en stromend water. Het stadion bleek toch te klein te zijn: na vier opeenvolgende landstitels in de jaren 30 werd er verhuisd naar Stadion De Meer.[15] Dit stadion zou het meest legendarische stadion uit dit rijtje worden: er speelden voetballers als Johan Cruijff, Sjaak Swart en Marco van Basten. De gemeente Amsterdam wilde bouwen in het geannexeerde Watergraafsmeer, dus liet Ajax een stadion bouwen in Betondorp. Het stadion mocht maximaal 300.000 gulden kosten, en zelfs de spelers betaalden mee. De openingswedstrijd was op 9 december 1934 tegen Stade Français, een wedstrijd die met 5-1 werd gewonnen. Het duurde tot 1971 tot er lichtmasten werden geplaatst. In 1996 vertrok Ajax, na er 62 jaar gespeeld te hebben, uit De Meer. Het stadion had, onder andere door nieuwe veiligheidsregels van de UEFA, zijn langste tijd gehad.[15] In die jaren gebruikte Ajax het Olympisch Stadion als uitvalsbasis voor zijn belangrijkste duels: Stadion De Meer kon niet meer dan 29.500 personen herbergen, terwijl het Olympisch Stadion vanaf 1937 maar liefst 64.000 plaatsen kende. Met de bouw van de Amsterdam ArenA werd het Olympisch Stadion in 1996 gedag gezegd.[15] In dit stadion werd op 14 augustus 1996 geopend met een vriendschappelijk duel tegen AC Milan, er werd met 0-3 verloren. Tot op heden speelt Ajax zijn wedstrijden in de Amsterdam ArenA.[15]
Financiën
Ajax NV
Zie AFC Ajax NV voor het hoofdartikel over dit onderwerp. |
Ajax is de enige Nederlandse voetbalclub met een beursnotering. De emissie op de Amsterdamse effecten beurs vond plaats op 11 mei 1998. Met een introductiekoers van 25 gulden haalde de club omgerekend 54 miljoen euro op.[16] Na een lichte opleving zakte de koers naar een dieptepunt van € 3,50. Kritiek werd gegeven dat het juridisch stramien van een naamloze vennootschap een voetbalclub niet past. Supporters maakten zich zorgen dat de sportieve belangen van de club zouden botsen met de commerciële belangen van het beursgenoteerde Ajax. Een Ajax-aandeel is anno 2008 ongeveer 5,90 euro waard.[17] In 2008 concludeerde een commissie onder leiding van erelid Uri Coronel dat de beursnotering geen waarde heeft voor de club en overwogen zou moeten worden om de beursnotering te beëindigen.[18] De haalbaarheid en wenselijkheid van het terugkopen van de aandelen wordt echter betwijfeld.[19]
De eerste grote shirtsponsor van de club was het Japanse elektronicaconcern TDK (1982/1983-1990/1991). Daarna was de bank ABN AMRO zeventien jaar lang sponsor. De huidige hoofdsponsor van de club is sinds het seizoen 2008/09 de verzekeraar AEGON. Dit contract heeft een looptijd van zeven jaar tot het einde van het seizoen 2014/2015. Eerste kledingsponsoren waren Le Coq Sportif (begin 1973-1976/1977; 1980/1981-eind 1984) en Puma (1977/1978-1979/1980). De huidige kledingsponsor is Adidas, dat een contract heeft tot medio 2019.
Ajax heeft een paar keer met een alternatieve shirtsponsor gespeeld. Op 1 april 2007 droeg Ajax in de wedstrijd tegen Heracles Almelo de naam Florius op het shirt.[20] Florius is een onderdeel van ABN AMRO en was destijds net gelanceerd. De laatste compettitiewedstrijd in het seizoen 2007/2008, eveneens thuis tegen Heracles Almelo, stond Dance4Life op het tenue.[21][22] Dit was een gebaar van ABN AMRO, die na dat seizoen stopte met sponsoring en de laatste wedstrijd het hele sponsorpakket aan Dance4Life doneerde. Op 24 januari 2010, bij de wedstrijd Ajax-AZ, speelden beide ploegen met Giro 555 op het shirt om aandacht te vragen voor het gironummer van de samenwerkende hulporganisaties, ten bate van de aardbeving in Haïti.[23] Hetzelfde gebeurde op 13 april 2011 toen Ajax een benefietwedstrijd speelde tegen Shimizu S-Pulse ten bate van de ramp in Japan.[24] De shirts met Giro 6868 werden later geveild.[25]
Supporters
Ajax staat er om bekend enkele fanatieke supporterskernen te hebben: de bekendste groepen zijn de F-Side (opgericht in 1976) en VAK410 (opgericht in 2001). In de Arena zit de F-Side pal achter het doel aan de zuidkant van het stadion in de vakken 125 tot en met 129. De supporters van de F-Side zorgen voor sfeer in het stadion, maar ook vaak voor rellen tijdens en na wedstrijden. Als de toss het toelaat speelt Ajax altijd de tweede helft richting de F-Side. De supporters van VAK410 bevinden zich in de zuidhoek van het stadion op de bovenste ring, vak 424 en 425. Tot 2008 stonden zij aan de noordwestkant, in vak 410 (vandaar de naam). De supporters van VAK410 maken meer sfeeracties in het stadion met onder meer grote spandoeken. Zowel de F-Side als VAK410 hebben geen eigen zitplaatsen maar staan tijdens de wedstrijd.
Uit de "Football Top 20" van onderzoeksbureau SPORT+MARKT is gebleken dat Ajax in 2010 ongeveer 7,1 miljoen supporters in Europa heeft, een stuk meer dan rivalen Feyenoord en PSV (respectievelijk 1,6 en 1,3 miljoen). Deze 7,1 miljoen supporters leveren Ajax een 15e plaats op de Europese ranglijst op. Daarnaast is volgens het onderzoek 39% van de Nederlandse voetballiefhebbers Ajacied.[26] Ajax heeft niet alleen veel supporters, maar ook veel fans gaan naar Europese wedstrijden. Met gemiddeld 48.677 toeschouwers per wedstrijd stond Ajax in 2010 op de twaalfde plek in Europa, dit is bijvoorbeeld boven grote clubs zoals AC Milan, Manchester City en Chelsea FC. Kanttekening hierbij is dat niet alle clubs de capaciteit van de Amsterdam ArenA bezitten.
Joden
Ajax supporters met
Israëlische vlag in de Amsterdam ArenA
Spelers en supporters van Ajax werden in het verleden al aangesproken als 'Joden'. Supporters hebben dit als geuzennaam overgenomen. De herkomst van deze naam is onderwerp van discussie omdat Ajax van oorsprong geen Joodse voetbalclub is. Voor de Tweede Wereldoorlog waren Wilhelmina Vooruit en Hortus Eendracht Doet Winnen (tegenwoordig gefuseerd onder de naam WV-HEDW) dé Joodse clubs van Amsterdam. Al voor de oorlog speelden er Joodse voetballers bij Ajax, alleen niet significant méér dan bij de andere Amsterdamse clubs. De aanhang was echter wel van meer Joodse afkomst en zo hing er in de jaren dertig van de vorig eeuw al een Joods imago rond de club. Aanhangers van bezoekende teams zagen dat er veel Joodse supporters aanwezig waren.[27] Het bestuur van Ajax en het CIDI hebben zich altijd verzet tegen het gekoketteer met het jodendom.[28]
Verder heeft Ajax verschillende bekende Joodse spelers en verenigingsmensen gehad. In het eerste elftal hebben in de loop der jaren niet meer dan een handvol spelers van Joodse komaf gespeeld. Voor de oorlog waren dat Johnny Roeg en de in Auschwitz omgekomen Eddy Hamel. In de jaren zestig speelden Bennie Muller en mister Ajax Sjaak Swart als Joodse spelers voor de club. De laatste Joodse speler bij Ajax was Daniël de Ridder. Buiten het veld waren er verzorger Salo Muller en bestuurders Jaap van Praag en Michael van Praag.[29] Anno 2009 is de Joodse Uri Coronel voorzitter van de club. Verder werden er in de beginjaren feesten georganiseerd in Joodse ontmoetingsplaatsen als het Tuschinski Theater en café de Ysbreeker.[30] Buiten Nederland hanteert ook het Londense Tottenham Hotspur de geuzennaam 'Joden'.
Volgens Amsterdammers is de bijnaam afkomstig van de vele supporters die vroeger per fiets naar de wedstrijden reden. Daarbij passeerden zij de Nieuwmarkt/Waterloopleinbuurt (de Jodenhoek) en de Transvaalbuurt waar ook veel Joodse mensen woonden. Men gebruikte dan vaak de uitdrukking Wij gaan naar de Joden
De geuzennaam wordt soms negatief gebruikt door supporters van rivaliserende clubs. Een enkele keer ook door tegenstanders zoals in maart 2011 na de wedstrijd tussen ADO Den Haag en Ajax. Na afloop van de door ADO gewonnen wedstrijd gingen de spelers Lex Immers en Charlton Vicento en de trainers John van den Brom en Maurice Steijn te ver mee in de enthousiasme van de supporters. Volgens verschillende bronnen was vooral Immers de aanstichter door de geuzennaam op een negatieve manier te gebruiken. Zo werd "we gaan op jodenjacht" naar voren gebracht. Alle betrokkenen hebben na afloop hun excuses aangeboden, maar werden alsnog door de eigen club en de KNVB gestraft.[31]
Supportersvereniging Ajax
Dit is officieel de grootste supportersvereniging van Europa met 85.000 leden, opgericht op 7 mei 1992. De vereniging organiseert tientallen keren per jaar grote activiteiten en evenementen binnen Nederland. Gevarieerd van de Open Dag, die jaarlijks door tienduizenden bezoekers wordt bezocht, tot regionale supportersfeesten, een website en een krant Ajaxlife die twintig keer per seizoen toegestuurd wordt.
Gemiddeld toeschouwersaantal 1988-2012
Deze grafiek laat zien hoeveel supporters de thuiswedstrijden van Ajax gemiddeld bezochten in de loop der jaren. Duidelijk zichtbaar is het verschil tussen De Meer en de Amsterdam ArenA (vanaf 1996/97).
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 88 |
89 |
90 |
91 |
92 |
93 |
94 |
95 |
96 |
97 |
98 |
99 |
00 |
01 |
02 |
03 |
04 |
05 |
06 |
07 |
08 |
09 |
10 |
11 |
12 |
|
Rivaliteit
Als één van de drie traditionele topclubs heeft Ajax in de loop der jaren veel rivaliteit ondervonden van andere clubs in de Eredivisie.
Rivaliteit met Feyenoord
De rivaliteit tussen Ajax en Feyenoord is spreekwoordelijk; ze is bekender dan alle andere rivaliteiten tussen Nederlandse voetbalclubs. De onderlinge duels (de klassieker) behoren tot de belangrijkste wedstrijden van het jaar en zijn altijd uitverkocht. Tot het midden van de jaren zeventig waren Ajax en Feyenoord de enige Nederlandse clubs die landskampioen werden en zich internationaal konden meten. Een wedstrijd tussen beide clubs kwam in die dagen neer op een krachtmeting welke club de beste van Nederland was. Het is in de publieke beleving een botsing tussen het sierlijke en elegante voetbal van Ajax en de onverzettelijke strijdlust van Feyenoord. Daarnaast is het een botsing van de twee grootste steden van Nederland: de zelfbewuste uitstraling van de hoofdstad strijdt tegen de Rotterdamse arbeidersmentaliteit. In de praktijk valt er op de stereotypering het voetbal van beide clubs veel af te dingen.[32]
Zowel binnen als buiten het stadion hebben er in het verleden supportersrellen plaatsgevonden. Het dieptepunt is de afgesproken confrontatie geweest tussen harde kern aanhangers van de beide clubs in 1997 op een weiland nabij Beverwijk, waarbij Ajax-supporter Carlo Picornie om het leven kwam (de Slag bij Beverwijk).
Rivaliteit met PSV
PSV is een rivaal op sportief gebied. De wedstrijden tegen PSV worden ook als "toppers" bestempeld, maar qua spanning en rivaliteit zijn deze wedstrijden lang niet zo beladen als de duels met Feyenoord. De rivaliteit met PSV bestaat al geruime tijd en komt voort uit diverse oorzaken, zoals de verschillende interpretatie van al dan niet recente nationale en internationale successen van beide clubs en de veronderstelde tegenstelling tussen de Randstad en de provincie.
Rivaliteit met andere clubs
Behalve Feyenoord en PSV heeft Ajax nog een aantal andere rivalen. Daarbij valt op dat deze tegenstanders meer bezig zijn met de strijd tegen Ajax dan andersom. Eén daarvan is FC Utrecht. Hoewel de Utrecht-supporters Ajax meer als rivaal beschouwen dan andersom zijn deze duels altijd beladen: twee fanatieke supportersgroepen staan tegenover elkaar, en wedstrijden waar aan beide kanten strijd geleverd wordt zijn eerder regel dan uitzondering. Hetzelfde geldt ook voor ADO Den Haag. De confrontaties tussen de beide supportersgroeperingen zorgen voor beladen wedstrijden. De vermeende brandstichting in het supportershome van Ajax door ADO-hooligans en de inval van Ajacieden in het clubhuis van ADO als wraakactie hebben de onderlinge spanningen verder opgevoerd. In 2006 werd besloten dat beide clubs vijf jaar lang geen uitsupporters mogen meenemen in onderlinge duels.[33]
Met FC Twente en FC Groningen heersen daarnaast enige spanningen. Opvallend is dat veel supporters van andere clubs een afkeer hebben van Ajax, en soms gezamenlijk optrekken tegen de club. Het nabij gelegen AZ (topclub 1976/1977-1981/1982 en sinds 2003/2004 weer topclub) werd gezien als kleine broertje. In het verleden waren Amsterdamse rivalen Blauw-Wit, DWS en De Volewijckers, die in 1972 opgingen in FC Amsterdam.
Verbonden aan Ajax
Bestuur/ Directie
Het bestuur van AFC Ajax bestaat uit drie man: Uri Coronel als voorzitter en de twee bestuurdsleden Joop Krant en Cor van Eijden. De directie van het bedrijf AFC Ajax NV bestaat uit drie man: Rik van den Boog als algemeen directeur, Jeroen Slop als financieel directeur en Henri van der Aat als commercieel directeur. De Raad van Commissarissen bestaat uit het bestuur, aangevuld met commissaris Frank Eijken.[15] Op 6 juni 2011 stemde de ledenraad in met de aanstelling van een nieuwe Raad van Commissarissen, bestaande uit Steven ten Have (voorzitter), Johan Cruijff, Edgar Davids, Marjan Olfers en Paul Römer.[34] Op 9 februari 2012, twee dagen nadat de rechter een verbod uitsprak op het aanstellen van Louis van Gaal en Martin Sturkenboom, nam de raad van commissarissen ontslag en ook Danny Blind en Martin Sturkenboom besloten hun functies neer te leggen.[35] Op 26 maart 2012 legden Steven ten Have en Paul Römer hun functies neer. De overige leden wachten tot de bestuursraad nieuwe commissarisen voordraagt.[36]
Ereleden
Ajax kent 45 ereleden, van mensen die zich bestuurlijk voor de club hebben ingezet tot spelers die Ajax sportief naar grotere hoogten hebben getild.[15] Inmiddels zijn 36 personen daarvan overleden en bestaat de huidige groep uit negen ereleden, nadat Piet Keizer te kennen gaf geen erelid meer te willen zijn.[37]
De inmiddels 36 overleden ereleden (gerangschikt op datum van overlijden):[38]
Floris Stempel
Han Dade
Chris Holst
L.W. van Vliet
K.W.F. van der Lee
Henk Alofs
Frans Schoevaart
Jan Grootmeijer
J. Oudheusden
Willem Egeman
Jan Schoevaart
Marius Koolhaas
|
|
|
Trainers
In de beginjaren van Ajax had de club louter Engelse trainers aan het roer. Na de eerste trainer John Kirwan kwam in 1915 de legendarische Jack Reynolds. Onderbroken door een kortstondig verblijf van drie jaar bij de Amsterdamse rivaal Blauw-Wit, zou hij tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog aan het roer staan van alle elftallen van Ajax. Naar Jack Reynolds is later in De Meer een tribune vernoemd. Toen hij in juni 1940 door de Duitse bezetter werd geïnterneerd in een krijgsgevangenkamp in Silezië kwamen de eerste Nederlandse trainers aan het hoofd te staan. Jan Distelbrink was de eerste Nederlander die het trainerschap overnam, hoewel dit slechts op interim basis was. De eerste echte Nederlandse trainers waren het duo Wim Volkers en Arie de Wit en daarna, voor een langere periode van drie jaar, Dolf van Kol. Na de oorlog keerde Jack Reynolds terug op de bank. Hij zou nog twee korte termijnen coach zijn, opgevolgd door andere Britten zoals Vic Buckingham. Het zou nog twintig jaar duren alvorens er weer een Nederlander aan het roer kwam te staan. De illustere Rinus Michels was in januari 1965 na Dolf van Kol de eerste Nederlandse coach. Als midvoor had Rinus Michels al 264 wedstrijden in het eerste gespeeld. Na de succesvolle periode onder De Generaal, die in juli 1971 na 6 jaar en 6 maanden (6,50 jaar) naar FC Barcelona vertrok, veranderde het trainersbeleid van Ajax. Het vizier verschoof van Engelse trainers naar oefenmeesters van Hollandse bodem. Slechts sporadisch is er daarna nog gebruikgemaakt van de diensten van een buitenlandse trainer (Stefan Kovács, 1971-1972 en 1972-1973; Tomislav Ivić, 1976-1977 en 1977-1978; Kurt Linder, vnl. 1981-1982; Spitz Kohn; Morten Olsen). Na het vertrek van Michels in 1971 hebben er ongeveer twintig trainers aan het roer gestaan. Gemiddeld hebben ze het minder dan twee jaar uitgehouden. Vijf coaches hebben het langer dan twee jaar volgehouden: Louis van Gaal (5 jaar en 9 maanden: 5,75 jaar), Ronald Koeman (3 jaar en 3 maanden: 3,25 jaar), Aad de Mos (2 jaar en 10 maanden: 2,85 jaar), Johan Cruijff (2 jaar en 7 maanden: 2,60 jaar) en Leo Beenhakker (2 jaar en 3 maanden: 2,25 jaar). Marco van Basten was de 46e trainer in de clubgeschiedenis. Op 6 mei 2009 stapte Van Basten op. Na een 4-0 uitnederlaag tegen Sparta en het voor de tweede keer op rij missen van de voorronde van de Champions League, zag hij geen kans meer op verbetering en vroeg ontslag aan. De laatste trainer van Ajax was Martin Jol. Jol, die op dinsdag 26 mei 2009 een contract voor 3 jaar tekende, nam op maandag 6 december 2010 ontslag omdat hij volgens zichzelf niet aan de verwachtingen kon voldoen. Met Jol vertrokken ook zijn assistenten Cock Jol en Michael Lindeman. Jols opvolger, Frank de Boer tekende op 3 januari 2011 een 3,5 jarig contract wat hem tot de zomer van 2014 verbindt aan de hoofdstedelingen.
Voorzitters
Ajax heeft sinds de oprichting van de vereniging dertien verschillende voorzitters gehad. De eerste voorzitter was de oprichter Floris Stempel. Sinds 2011 is Hennie Henrichs voorzitter van de club. Tussen hen in hebben bekende namen zoals Jaap van Praag en later zijn zoon Michael van Praag onder andere de club geleid.
Rugnummer 14
Sinds het begin van het seizoen 2007/08 is dit rugnummer niet meer gebruikt door Ajax. Het rugnummer dat Johan Cruijff vroeger droeg is van onschatbare waarde zei John Jaakke. Ajax heeft tenslotte naam gemaakt met Johan Cruijff. Ter ere van Johan is het rugnummer bevroren. De laatste speler die met het rugnummer 14 mocht spelen was Roger García, in de voorbereiding van het seizoen 2010/11 speelde Marvin Zeegelaar een duel met het rugnummer 14. Dit bleek een fout te zijn.[39] Ook in de voorbereiding op het seizoen 2011/12 werd rugnummer 14 opnieuw vergeven, ditmaal aan Aras Özbiliz. De club gaf aan dat dit geen misverstand was.[40]
Lijst van spelers na Johan Cruijff met het rugnummer 14:[41]
|
Vanaf dit jaar kregen reservespelers tot 1997 geen vaste rugnummers meer.
|
|
Spelers
Selectie 2011/2012
Aangetrokken spelers
Vertrokken spelers
Verhuurde spelers
Staf
Technische staf
Medische staf
Begeleidende staf
Jeugd
Eén van de sterkste punten van Ajax is als vanouds de jeugdopleiding. De opleiding concentreert zich op het Ajax-systeem van "Techniek, Inzicht, Persoonlijkheid en Snelheid" (TIPS). De jeugdelftallen spelen volgens hetzelfde 4-3-3 systeem met vleugelspelers als het eerste elftal. Hierdoor wordt de doorstroming vergemakkelijkt. Jaarlijks stromen echter maar ongeveer twee a drie voetballers uit de jeugd door naar het eerste elftal. Spelers die de top bij Ajax uiteindelijk niet weten te halen belanden vaak bij andere clubs in de Eredivisie waardoor de jeugdopleiding van Ajax ook wel de kweekvijver van het Nederlandse voetbal genoemd wordt. De jeugdopleiding is anno 2008 onder leiding van voormalig profvoetballer Jan Olde Riekerink.
Jong Ajax
Jong Ajax (of vroeger Ajax 2) is het tweede elftal van AFC Ajax. In het team spelen de profvoetballers van Ajax die niet in het eerste van Ajax kunnen spelen. In de meeste gevallen zijn dat jonge spelers die te oud zijn voor het hoogste junioren elftal van Ajax (de A1). In sommige gevallen spelen ook uit de gratie geraakte voormalige eerste-elftalspelers bij Jong Ajax. Het team heeft geregeld de competitie voor reserve elftallen gewonnen en heeft zich zo verschillende keren geplaatst voor het KNVB bekertoernooi. Hierin reikte het een drie keer tot de kwartfinale. Het beste resultaat werd geboekt in het seizoen 2001/2002. Onder leiding van Jan Olde Riekerink bereikte Jong Ajax de halve finale. In de halve finale werd het uiteindelijk na strafschoppen verslagen door FC Utrecht. Utrecht voorkwam op deze manier een finale van Ajax tegen Jong Ajax. Het bereiken van de halve finale van het bekertoernooi is sinds de invoering van het betaald voetbal niet eerder voorgekomen.[42]
Erelijst
Beloften Landskampioen (8x)
- 1994, 1996, 1998, 2001 (Ajax 2)
- 2002, 2004, 2005, 2009 (Jong Ajax)
Districtsbeker West I (3x)
- 1984, 1987, 1993
Algemene amateurs KNVB beker (1x)
- 1984
Beloften KNVB beker (3x)
- 2003, 2004, 2012
Eredivisie KNVB beker
Ajax A1
| Pos. |
Naam |
| Doel |
Mickey van der Hart |
Peter Leeuwenburgh |
| Verdediging |
Stefano Denswil |
Mitchell Dijks |
Mike Busse |
Sven Nieuwpoort |
Fabian Sprokslede |
Darren Rosheuvel |
Xandro Schenk |
| Middenveld |
Stefan Marinkovic |
Youssef Fennich |
Donny van der Wal |
Davy Klaassen |
| Aanval |
Jordi Bitter |
Lesley de Sa |
Viktor Fischer |
Nick de Bondt |
Danzell Gravenberch |
Davi Lizardo |
Boban Lazic |
Rowendey Schoop |
Vrouwenvoetbal
In mei 2012 maakte Ajax bekend dat het een team zou laten spelen in de nieuw opgerichte Women's BeNe League 2012/13. Ajax heeft voor de oprichting en begeleiding van zijn vrouwenelftal oud-international Marleen Molenaar aangesteld.[43] Zie AFC Ajax Vrouwen.
Lucky Ajax
Lucky Ajax is een gelegenheidsteam van oud-profspelers van de Amsterdamse voetbalclub. Drijvende kracht achter het team is Sjaak Swart, die in het eerste van Ajax stond ten tijde van de succesreeks in de jaren zeventig. Tot de deelnemers aan de regelmatig wisselende formatie behoren verder onder andere Barry Hulshoff, Sonny Silooy, Simon Tahamata, Ronald Koeman, Tscheu La Ling, Gerrie Mühren, John van 't Schip, Brian Roy, Stanley Menzo, Peter van Vossen en Fred Grim. De naam is afgeleid van het gezegde "lucky Ajax", dat wordt gebezigd als Ajax door gelukkig toeval of een scheidsrechterlijke dwaling een wedstrijd winnend beëindigt.
Topscorers
Er zijn in totaal zeventien spelers die 100 keer of meer in het Ajax-shirt hebben gescoord in officiële wedstrijden. Hiervan zijn er 14 sinds de invoering van het betaald voetbal en de overige 3 (voor 1954) voordat er betaald voetbal was in Nederland.[44] Goaltjes Piet van Reenen staat met 273 treffers bovenaan.
Meeste wedstrijden
In de Club van 100 van Ajax, waarin alle spelers zijn vermeld die 100 competitieduels of meer voor Ajax hebben gespeeld, staan de volgende vijf namen het hoogste in de lijst.[15]
Van de huidige selectie zijn er momenteel 4 spelers terug te vinden in de Club van 100.
Erelijst
Grote toernooien
| Competitie |
Aantal |
Jaren |
| Internationaal |
Europacup 1/UEFA Champions League |
4x |
1971,1972,1973, 1995 |
Europacup II |
1x |
1987 |
| UEFA Cup |
1x |
1992 |
Wereldbeker |
2x |
1972, 1995 |
| Europese Supercup |
3x |
1972, 1973, 1995 |
| International Football Cup |
1x |
1962 |
| Nationaal |
Landskampioen    |
31x |
1918, 1919, 1931, 1932, 1934, 1937, 1939, 1947, 1957, 1960,
1966, 1967, 1968, 1970, 1972, 1973, 1977, 1979, 1980, 1982,
1983, 1985, 1990, 1994, 1995, 1996, 1998, 2002, 2004, 2011,
2012
|
| KNVB beker |
18x |
1917, 1943, 1961, 1967, 1970, 1971, 1972, 1979, 1983, 1986,
1987, 1993, 1998, 1999, 2002, 2006, 2007, 2010
|
| Johan Cruijff Schaal |
7x |
1993, 1994, 1995, 2002, 2005, 2006, 2007 |
| Regionaal |
| Afdelingskampioen Eerste Klasse (West) |
17x |
1918, 1919, 1921, 1927, 1928, 1930, 1931, 1932, 1934, 1935,
1936, 1937, 1946, 1947, 1939, 1950, 1952
|
[45]
Kleine toernooien
| Competitie |
Aantal |
Jaren |
| Internationaal |
Ajax Amsterdam Paastoernooi |
4x |
1934, 1949, 1950, 1952 |
Amsterdam 700 Toernooi / LG Amsterdam Tournament |
10x |
1978, 1980, 1985, 1987, 1991,
1992, 2001, 2002, 2003, 2004
|
Jubileum Toernooi in SK Brann Bergen |
1x |
1978 |
Olympiakos Piraeus Tournament |
1x |
1988 |
Indoor Toernooi Parijs-Bercy |
1x |
1989 |
Nicola Ceravalo Tournament |
1x |
1992 |
FC Lahti Jalkapallo Tournament |
1x |
1993 |
Tournoi de Bruxelles du Daring Club |
1x |
1935 |
Brugse Metten |
2x |
1994, 1997 |
Trofeo Santiago Bernabéu |
1x |
1992 |
Trofeo Concepción Arenal |
1x |
1995 |
VansDirect Trophy |
1x |
2008 |
Ted Bates Trophy |
1x |
2009 |
Chippie Polar Cup |
1x |
2010 |
| Nationaal |
Amsterdam Gouden Kruis |
5x |
1906, 1909, 1910, 1911, 1924 |
Gouden Meerbeker |
3x |
1917, 1918, 1919 |
Paastoernooi FC Blauw-Wit |
1x |
1938 |
Arol Beker |
5x |
1933, 1934, 1941, 1949, 1951 |
UEFA Team Ranking: 34e plaats [46] Euro Club Index: 24e plaats [46]
Eindstanden 1957-2012
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 57 |
58 |
59 |
60 |
61 |
62 |
63 |
64 |
65 |
66 |
67 |
68 |
69 |
70 |
71 |
72 |
73 |
74 |
75 |
76 |
77 |
78 |
79 |
80 |
81 |
82 |
83 |
84 |
85 |
86 |
87 |
88 |
89 |
90 |
91 |
92 |
93 |
94 |
95 |
96 |
97 |
98 |
99 |
00 |
01 |
02 |
03 |
04 |
05 |
06 |
07 |
08 |
09 |
10 |
11 |
12 |
|
Eredivisie |
NB. Het betreft hier de officiële eindstanden dus ná eventuele herschikking als gevolg van de play-offs zoals in 2005/06 en 2007/2008.
1906 - Heden
| Jaar |
Gewonnen |
Runner-up |
| 1906 |
Amsterdam Gouden Kruis |
| 1909 |
Amsterdam Gouden Kruis |
| 1910 |
Amsterdam Gouden Kruis |
| 1911 |
Amsterdam Gouden Kruis |
| 1917 |
NVB beker, Gouden Meerbeker |
| 1918 |
Landskampioen, Afdelingskampioen Eerste Klasse, Gouden Meerbeker |
| 1919 |
Landskampioen, Afdelingskampioen Eerste Klasse, Gouden Meerbeker |
| 1921 |
Afdelingskampioen Eerste Klasse |
| 1924 |
Amsterdam Gouden Kruis |
| 1927 |
Afdelingskampioen Eerste Klasse |
| 1928 |
Afdelingskampioen Eerste Klasse |
| 1930 |
Afdelingskampioen Eerste Klasse |
| 1931 |
Landskampioen, Afdelingskampioen Eerste Klasse |
| 1932 |
Landskampioen, Afdelingskampioen Eerste Klasse |
| 1933 |
Arol Beker |
| 1934 |
Landskampioen, Afdelingskampioen Eerste Klasse,
Arol Beker, Ajax Amsterdam Paastoernooi |
| 1935 |
Afdelingskampioen Eerste Klasse, Tournoi de Bruxelles du Daring Club |
| 1936 |
Afdelingskampioen Eerste Klasse |
| 1937 |
Landskampioen, Afdelingskampioen Eerste Klasse |
| 1938 |
Paastoernooi FC Blauw-Wit |
| 1939 |
Landskampioen, Afdelingskampioen Eerste Klasse |
| 1941 |
Arol Beker |
| 1943 |
NVB Beker |
| 1946 |
Afdelingskampioen Eerste Klasse |
| 1947 |
Landskampioen, Afdelingskampioen Eerste Klasse |
| 1949 |
Arol Beker, Ajax Amsterdam Paastoernooi |
| 1950 |
Afdelingskampioen Eerste Klasse, Ajax Amsterdam Paastoernooi |
| 1951 |
Arol Beker |
| 1952 |
Afdelingskampioen Eerste Klasse, Ajax Amsterdam Paastoernooi |
| 1957 |
Landskampioen |
| 1960 |
Landskampioen |
| 1961 |
KNVB beker |
| 1962 |
International Football Cup |
| 1966 |
Landskampioen |
| 1967 |
Landskampioen, KNVB beker |
| 1968 |
Landskampioen, poulewinnaar Intertoto Cup |
KNVB beker |
| 1969 |
|
Europacup I |
| 1970 |
Landskampioen, KNVB beker |
| 1971 |
KNVB beker, Europacup I |
| 1972 |
Landskampioen, KNVB beker, Europacup I, Wereldbeker Voetbal,
Rangers FC First Centenary 1872-1972 |
| 1973 |
Landskampioen, Europacup I, UEFA Super Cup |
| 1977 |
Landskampioen |
| 1978 |
Amsterdam 700 Toernooi, Jubileum Toernooi in SK Brann Bergen |
KNVB beker |
| 1979 |
Landskampioen, KNVB beker |
Trofeo Santiago Bernabéu |
| 1980 |
Landskampioen, Amsterdam 700 Toernooi |
KNVB beker |
| 1981 |
|
KNVB beker |
| 1982 |
Landskampioen |
| 1983 |
Landskampioen, KNVB beker |
| 1985 |
Landskampioen, Amsterdam 700 Toernooi |
| 1986 |
KNVB beker |
| 1987 |
KNVB beker, Europacup II, Amsterdam 700 Toernooi |
UEFA Super Cup |
| 1988 |
Olympiakos Piraeus Tournament |
Europacup II |
| 1989 |
Indoor Toernooi Parijs-Bercy |
| 1990 |
Landskampioen |
| 1991 |
Amsterdam 700 Toernooi |
| 1992 |
UEFA Cup, Trofeo Santiago Bernabéu,
Amsterdam 700 Toernooi, Nicola Ceravalo Tournament |
| 1993 |
KNVB beker, Nederlandse Super Cup, FC Lahti Jalkapallo Tournament |
| 1994 |
Landskampioen, Nederlandse Super Cup, Brugse Metten |
| 1995 |
Landskampioen, Nederlandse Super Cup,
UEFA Champions League, UEFA Super Cup, Wereldbeker Voetbal,
Trofeo Concepción Arenal |
Trofeo Santiago Bernabéu |
| 1996 |
Landskampioen |
Johan Cruijff Schaal, UEFA Champions League |
| 1997 |
Brugse Metten |
| 1998 |
Landskampioen, Amstel Cup |
Johan Cruijff Schaal |
| 1999 |
Amstel Cup |
Johan Cruijff Schaal |
| 2001 |
LG Amsterdam Tournament |
| 2002 |
Landskampioen, Amstel Cup, Johan Cruijff Schaal, LG Amsterdam Tournament |
| 2003 |
LG Amsterdam Tournament |
| 2004 |
Landskampioen, LG Amsterdam Tournament |
Johan Cruijff Schaal |
| 2005 |
Johan Cruijff Schaal |
| 2006 |
Gatorade Cup, Johan Cruijff Schaal |
| 2007 |
KNVB beker, Johan Cruijff Schaal |
| 2008 |
VansDirect Trophy |
| 2009 |
Ted Bates Trophy |
FWS Amsterdam Tournament |
| 2010 |
KNVB beker, Chippie Polar Cup |
Johan Cruijff Schaal |
| 2011 |
Landskampioen |
KNVB beker, Johan Cruijff Schaal |
| 2012 |
Landskampioen |
Europese finales
Ajax is één van de succesvolste clubs ooit in Europees verband. Het won viermaal de Europacup I/ Champions League, en maar drie clubs hebben deze prestatie weten te overtreffen: Real Madrid, AC Milan en Liverpool FC. Verder won Ajax één maal de Europacup II, één maal de UEFA Cup, driemaal de UEFA Super Cup en één maal de International Football Cup. Verder speelde de club nog drie finales die verloren werden. In onderstaande tabel staan de uitslagen van de gewonnen finales vet en van de verloren finales cursief vermeld.
| Seizoen |
Competitie |
Tegenstander |
Land |
Uitslag |
Stadion |
| 1961/62 |
International Football Cup |
Feyenoord |
NED |
4 - 2 |
Olympisch Stadion, Amsterdam |
| 1968/69 |
Europa Cup 1 |
AC Milan |
ITA |
1 - 4 |
Estadio Santiago Bernabéu, Madrid |
| 1970/71 |
Europa Cup 1 |
Panathinaikos FC |
GRE |
2 - 0 |
Wembley, Londen |
| 1971/72 |
Europa Cup 1 |
Internazionale |
ITA |
2 - 0 |
De Kuip, Rotterdam |
| 1972 |
UEFA Super Cup |
Glasgow Rangers |
SCO |
3 - 1 uit, 3 - 2 thuis |
|
| 1972/73 |
Europa Cup 1 |
Juventus FC |
ITA |
1 - 0 |
Rode Ster-stadion, Belgrado |
| 1973 |
UEFA Super Cup |
AC Milan |
ITA |
0 - 1 uit, 6 - 0 thuis |
|
| 1986/87 |
Europa Cup 2 |
Lokomotive Leipzig |
GDR |
1 - 0 |
Olympisch stadion, Athene |
| 1987 |
UEFA Super Cup |
FC Porto |
POR |
0 - 1 uit, 0 - 1 thuis |
|
| 1987/88 |
Europa Cup 2 |
KV Mechelen |
BEL |
0 - 1 |
Stade de la Meinau, Straatsburg |
| 1991/92 |
UEFA Cup |
Torino FC |
ITA |
2 - 2 uit, 0 - 0 thuis |
|
| 1994/95 |
Champions League |
AC Milan |
ITA |
1 - 0 |
Ernst Happelstadion, Wenen |
| 1995 |
UEFA Super Cup |
Real Zaragoza |
ESP |
1 - 1 uit, 4 - 0 thuis |
|
| 1995/96 |
Champions League |
Juventus FC |
ITA |
1 - 1, 2 - 4 n.p. |
Stadio Olimpico, Rome |
De wereldbeker
Ajax won tweemaal de Wereldbeker.
Samenwerkingsverbanden
AFC Ajax werkt op verschillende gebieden met andere clubs uit binnen- en buitenland samen. De clubs waar Ajax op dit moment intensief mee samenwerkt zijn:
Amateurvereniging Ajax Zaterdag
Zie Ajax Amateurs voor meer info.
Bekende supporters van Ajax
Zie ook
Externe links
Bronnen, noten en/of referenties
- ↑ Wist je dat? AmsterdamArenA.nl
- ↑ Bestuur.. ajax.nl. Geraadpleegd op 21 januari 2012.
- ↑ UEFA Team Ranking 2012 op 2 november 2011
- ↑ (en) The ancient Ajax, www.ajax-usa.com
- ↑ In 1971 en 1973 weigerde Ajax de finale te spelen omdat ze het spel onverantwoord hard vonden
- ↑ 'Sportieve fraude' achtervolgt Juventus, 22 november 2004
- ↑ Martin Jol vertrekt bij Ajax, NOS, 6 december 2010
- ↑ Cruijff rekent op steun van laden Ajax, Goal.com, 13 december 2010
- ↑ Oproep aan alle Ajacieden, Telesport.nl, 15 november 2010
- ↑ Ajax en De Boer komen contract voor 3,5 jaar overeen, Voetbalzone.nl, 3 januari 2010
- ↑ Victorie voor Cruijff Telegraaf.nl, 14 december 2010
- ↑ Edo Ophop niet in ledenraad Ajax, RTLnieuws, 12 december 2010
- ↑ Alle registers open bij uniek slotduel Ajax-FC Twente, Vi.nl, 15 mei 2011
- ↑ Ajax pakt 31ste landstitel. NOS Sport, 3 mei 2012
- ↑ a b c d e f g h i Ajax.nl
- ↑ God van de handel liet Ajax in de steek, NRC, 18 februari 2008
- ↑ (en) AFC Ajax chart, Yahoo.com
- ↑ Ajax beslist nog dit jaar over beursnotering, De Pers, 1 juli 2008
- ↑ Ajax hunkert naar roemrucht verleden, VEB, mei 2008
- ↑ Ajax voor één keer in Florius-shirts Ajax.nl, 30 maart 2007
- ↑ Dance4Life shirtsponsor Ajax Debeterewereld.nl, 7 april 2008
- ↑ Persbericht - Ajax in Dance4Life westrijdshirt Dance4life.nl, 18 april 2008
- ↑ Ajax en AZ met Giro 555 op shirt Ajax.nl, 23 januari 2010
- ↑ Ajax speelt benefietduel in speciaal shirt Parool.nl, 13 april 2011
- ↑ Ajax Foundation veilt 'Japan-shirts' Ajaxfisde.nl, 17 april 2011
- ↑ Ajax wint nog meer fans, Barça populairste club
- ↑ Ajax en de joden, sportgeschiedenis.nl, 9 december 2006
- ↑ Een geuzennaam uit misplaatst historisch besef
- ↑ Michael van Praag is officieel niet Joods omdat zijn moeder dat niet is
- ↑ (en) A Sunday Before the War, Part One - To Ajax by Steam Tram
- ↑ "KNVB schorst Immers vier duels", NOS.nl, 23 maart 2011
- ↑ Hooligans, fans en fanatisme, Rámon Spaaij, University Press, 2008
- ↑ ADO-fans bekladden Ajax-clubhuis, AD.nl, 6 augustus 2008
- ↑ Ledenraad Ajax stemt in met Raad van Commissarissen Voetbalzone.nl, 6 juni 2011
- ↑ NOS artikel
- ↑ Ten Have en Römer per direct weg bij Ajax NU.nl
- ↑ Keizer zegt erelidmaatschap op Voetbalzone.nl
- ↑ Overleden Ereleden van Ajax Ajax.nl
- ↑ ajaxlife.nl
- ↑ Özbiliz: 'Ik kreeg rugnummer veertien en ze zeiden dat het klopte' Voetbalzone, 3 juli 2011
- ↑ Alle Ajacieden met nummer veertien sinds Johan Cruijff Sportgeschiedenis, 21 april 2007
- ↑ 2001-2005, Koeman de verlosser, Ajax.nl
- ↑ Ajax.nl - Ajax start vrouwenteam
- ↑ Suarez veertiende Ajacied met minimaal honderd goals Voetbal International, 28 juli 2010
- ↑ Erelijst, Ajax.nl
- ↑ a b UEFA Team Ranking 2011.
|