Frank Arnesen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Frank Arnesen
Frank Arnesen.jpg
Persoonlijke informatie
Volledige naam Frank Arnesen
Geboortedatum 30 september 1956
Geboorteplaats Kopenhagen, Denemarken
Clubinformatie
Spelend bij Gestopt in juni 1988
Positie Aanvallende middenvelder
Senioren
Seizoen Club w 0(g)
1974–1975
1975–1981
1981–1983
1983–1985
1985–1988
Fremad Amager
Ajax
Valencia CF
Anderlecht
PSV
00 (19)
159 (51)
32 (10)
50 (15)
55 (11)
Interlands
1977–1987 Vlag van Denemarken Denemarken 52 (14)
Getrainde clubs
1991–1993
1994–2004
2004–2005
2005–2010
2010–2013
PSV (assistent)
PSV (manager)
Tottenham Hotspur (manager)
Chelsea FC (manager)
Hamburger SV (manager)
Portaal  Portaalicoon   Voetbal

Frank Arnesen (Deense uitspraak: aa(r)-ne-sen) (Kopenhagen, 30 september 1956) is een voormalige Deense voetballer.

Clubcarrière[bewerken]

Als jonge, onbekende voetballer van de Deense club Fremad Amager werd hij in november/december 1975 door Ajax gekocht, samen met Søren Lerby. De in 1975 nog frêle Frank Arnesen (178 cm, 62 kg eind 1975, met ± 72 kg in 1978/1979 fysiek wat sterker) debuteerde onder trainer Rinus Michels op 7 maart 1976 uit tegen FC Utrecht (1-1). Ook zijn laatste wedstrijd voor Ajax was tegen Utrecht, ditmaal thuis in Amsterdam en onder interim-trainer Aad de Mos. Op 6 juni 1981 werd met 1-0 gewonnen. In de zes seizoenen Ajax speelde Arnesen 209 wedstrijden waarin hij 75 keer scoorde. Hij werd landskampioen in 1977, 1979 en 1980 en won de KNVB beker in mei 1979 (FC Twente werd met 1-1 en 3-0 verslagen in de 2 finales). In de mei-maanden van 1978, 1980 en 1981 werd de bekerfinale verloren van respectievelijk AZ '67 (0-1), Feyenoord (3-1) en opnieuw AZ '67 (1-3). In de lente van 1980 haalde Arnesen met Ajax, na onder meer het Franse RC Strasbourg uitgeschakeld te hebben (0-0, 4-0), de halve finale van de Europa Cup I, waarin Ajax door het Britse Nottingham Forest nipt werd uitgeschakeld (uit 2-0 verlies, thuis 1-0 zege). Ajax haalde in dit EuropaCup I-toernooi 1979-1980 een historisch doelsaldo van +23 (31-8).

Arnesen ontpopte zich bij Ajax uiteindelijk als zwervende, multipositionele aanvallende middenvelder (vooral op rechts en centraal). In constructief en offensief opzicht was Arnesen een complete voetballer, met een surplus aan techniek, spelinzicht, loopvermogen en ijver, en met een groot scorend vermogen voor een middenvelder. Hij had een goed oog voor de vrije ruimte, en omspeelde tegenstanders met diverse slimme, subtiele trucs op esthetisch fraaie wijze, zowel over de grond als met lobs / boogballen. Hij was de Rob Rensenbrink van het middenveld, de man met een fluwelen techniek zoals men die zelden meer ziet. Arnesen was samen met Tscheu La Ling, Simon Tahamata, Frank Rijkaard en Gerald Vanenburg één van de grootste smaakmakers bij Ajax in de periode 1975/76-1980/81. Frank Arnesen en Søren Lerby voelden en vulden elkaars acties perfect aan. In de zomer van 1980, bij de start van zijn laatste seizoen bij Ajax (1980/81), volgde Frank Arnesen de naar Vancouver Whitecaps vertrokken Ruud Krol op als aanvoerder.

In de zomer van 1981 werd Arnesen door Valencia CF gekocht. Daar had hij wegens blessureleed geen bijzonder succesvolle periode. Twee jaar later verhuisde hij naar RSC Anderlecht, dat in de Belgische competitie in 1983-1984 als 3e finishte en in 1984-1985 zeer overtuigend landskampioen werd.

Eind november 1985 werd Arnesen door PSV gekocht, dat Ajax te snel af was. In Eindhoven kende Arnesen drie uiterst succesvolle seizoenen bij PSV. Zowel in 1986, 1987 en 1988 werd het landskampioenschap behaald. In 1988 won hij ook de KNVB beker en maakte hij deel uit van het team dat de Europa Cup I veroverde.

Interlandcarrière[bewerken]

Arnesen speelde 52 keer voor het Deense nationale elftal en maakte veertien doelpunten. Hij nam deel aan het Europees kampioenschap in 1984 in Frankrijk en het Wereldkampioenschap in 1986 in Mexico. Hij maakte zijn debuut voor de nationale ploeg op 5 oktober 1977 in de vriendschappelijke uitwedstrijd tegen Zweden (1-0).

Managerscarrière[bewerken]

Na zijn actieve carrière werd Arnesen eerst assistent-trainer bij PSV (1991-1993) en daarna manager (1994-2004). In deze periode ontdekte hij spelers als Ronaldo, Jaap Stam, Ruud van Nistelrooij en Arjen Robben. In 2004 maakte hij de overstap naar Tottenham Hotspur, waar hij ook manager werd. Sinds 1 september 2005 bekleedt hij die functie bij Chelsea. In 2010 maakte Arnesen bekend dat hij zijn contract bij de club niet zou verlengen. Daarop besloot Hamburger SV toe te slaan en de Deen een contract aan te bieden. Hier ging Arnesen op in, waarna hij overeenstemming bereikte voor een samenwerking tot 2014. Bij de Duitse club werd hij de opvolger van Bastian Reinhardt.[1]

Enkele uitspraken (januari 1981) [bron?][bewerken]

  • Hij was alleen wel erg geschrokken van het aantal journalisten. "Zeven journalisten voor 1 interview, dat kan alleen maar bij de Krielhaan."
  • "Ik heb één jaar gymnasium, daarna ben ik gaan werken."
  • "Dan pak ik een tv-film of een bioscoop. Ik ga 's zaterdags dan ook nooit eerder dan om 12 uur naar bed. Dat maakt me niet zo veel uit, want dan slaap ik op zondag gewoon wat langer uit."
  • "Eén keer, toen ik 20 of 21 was, heb ik op de training samen met Hans Erkens 4100 meter (!) gehaald met de coopertest. Dat was vrij goed. Ik heb altijd voorop gelopen, zowel op de korte als op de lange afstand. Tegenwoordig niet zo vaak meer, omdat je je niet meer zo hoeft te bewijzen. Als het moet, loop ik echter erg hard."
  • "Iedereen schreeuwt om aanvallend voetbal, maar na 2 of 3 keer achter elkaar verloren te hebben, ziet men dat er opeens met 2 ausputzers wordt gespeeld. Liever een rode kaart en 3 wedstrijden langs de kant, dan 1 doelpunt tegen. In Engeland zeurt men ook niet over een 3-0 of 4-0 nederlaag, daar wordt de volgende week gewoon weer aanvallend gespeeld. De faalangst moet dus eerst verdwijnen."
  • "Men moet toch begrijpen dat er voor aantrekkelijk voetbal 2 ploegen nodig zijn. Men moet dus de tegenstander laten komen."
  • Interviewer: "Wat moet er gebeuren wil Ajax weer een topclub worden?". Arnesen: "Ajax is eigenlijk altijd al een topclub geweest, en een belangrijke factor hiervoor was het feit dat er altijd veel Amsterdammers in het team speelden. De jeugd is voor Ajax dan ook het belangrijkste, zowel voor de sfeer als vooral ook voor het budget, aangezien Ajax financieel toch niet kan opboksen tegen clubs als Liverpool, Bayern München, Barcelona, Juventus, etc."
  • "Ik heb geen hoge verwachtingen. Er is zeker talent aanwezig, maar talent alleen is niet voldoende. Wat minstens zo belangrijk, zo niet belangrijker is, is de wil om hard te kunnen werken. Jongens als Kieft, Rijkaard, Vanenburg en Weggelaar zijn op de goede weg, maar kunnen dat pas over een jaar of twee bewijzen. Voorlopig is het voor de jonge jongens van 18 à 20 jaar dus gewoon hard werken en afwachten."
  • Wat kunt u zeggen over de komst van Ivic als trainer en is zijn komst wens van de spelers? "Over zijn mogelijke komst kan ik niets zeggen, omdat ik het niet weet. Misschien weet hij het zelf ook nog niet. Voorlopig is Leo (Beenhakker, red.) trainer en maakt hij het seizoen gewoon af en daarna zien we wel weer verder."
  • "Zo´n wedstrijd tegen Twente voor de beker (5-1, red.) is natuurlijk leuk. Wat nu precies het leukste is, is moeilijk te zeggen. Natuurlijk zijn het winnen van wedstrijden, kampioenschappen en bekers en het spelen van internationale wedstrijden leuke dingen, maar het belangrijkste is toch het plezier in het werk. Een 1-2, een dribbel, een goal, kleine dingetjes die je van tevoren uitstippelt hoe het te zullen doen, en die dan vervolgens precies lukken, dat zijn dingen die grandioos veel plezier geven."
  • "Ik ben zeer vereerd dat ik als aanvoerder gekozen ben."
  • "Het heeft niet zoveel invloed op mijn spel. Ik wist van tevoren dat het aanvoerderschap geen invloed op mijn spel mocht hebben. Ik bepaal nu alleen wat meer op tactisch en corrigerend gebied."
  • "Iedere speler in het elftal heeft zijn taak. Een verdediger zal zich dus in eerste instantie met verdedigen moeten bezighouden, en het aanvallen aan de anderen moeten overlaten, de middenvelders en aanvallers."
  • "Zelf scoren is dus niet zo'n probleem, maar we krijgen dus vooral heel veel goals tegen."
  • Over Cruijff: "Al hetgeen er te zeggen valt, is dat het verschrikkelijk jammer is, dat hij zelf niet mee kan doen, maar wat hij nu doet, is het op een na beste: hij geeft aanwijzingen, doet op de trainingen zelf mee met de partij in balbezit. Dit is voor ons allemaal erg leerzaam, vooral voor de jonge spelers, die hun zelfvertrouwen weer beginnen terug te krijgen na hun twijfels over de eerste helft van de competitie."
  • "... de eerste seizoenshelft, die inderdaad niet zo best is geweest. Ik verwacht wel dat de 2e helft van het seizoen aanmerkelijk beter zal zijn dan de 1e, daar wij, de spelers, er toch niet minder op geworden zijn, en wij nu door de komst van Jansen het gevoelige verlies van Krol toch redelijk hebben kunnen opvangen."
  • "We hebben de competitie en de beker nog. We mikken niet op iets speciaals, we zien wel hoever we komen. Dat hebben we de afgelopen jaren ook steeds gedaaan, met als resultaat: 3x een kampioenschap, 3 bekerfinales en een halve finale EuropaCup I."
  • "Wat is uw favoriete club?" "Dat is niet zo heel erg moeilijk, want dat is natuurlijk Ajax. Andere clubs heb ik niet, al heb ik wel waardering voor het spel van bijvoorbeeld FC Bayern München en voor Liverpool FC, dat altijd protesteert. Dat is mijn mening op dit ogenblik, maar ik kan niet zeggen of ik over bijvoorbeeld twee of drie jaar nog steeds dezelfde mening heb. Het hangt gewoon af van het spel op het moment."
  • "Ik speel nu precies vijf jaar voor Ajax, met een contract voor nog een half jaar. Of ik mijn contract verleng, kan ik nog niet zeggen, omdat het afhankelijk is van zoveel factoren. Ik heb wel een paar aanbiedingen, maar ik hoef niet zo nodig weg. Ik ga eerst eens met Ajax over de toekomst praten. Ik stel wel als eis dat Ajax met een goede ploeg voetbalt, want op een goede ploeg blijf ik toch niet wachten. Wat Søren doet is onbelangrijk en staat ook onafhankelijk. Dat bepalen we wel zelf."

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties