Opel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Adam Opel AG
Opel
Motto of slagzin Wir leben Autos
Oprichting 1862
Oprichter(s) Adam Opel
Eigenaar General Motors
Sleutelfiguren Karl-Friedrich Stracke (CEO)
Hoofdkantoor Rüsselsheim, Duitsland
Werknemers 39.958 (maart 2011)
Producten Auto's
Website http://www.opel.com
Portaal  Portaalicoon   Economie

Adam Opel AG, vaak afgekort tot Opel, is een Duits autofabrikant die in 1862 werd opgericht door Adam Opel. Pas in 1899 werd de eerste auto van het merk geproduceerd. Sinds de omzetting in een Aktiengesellschaft in 1929 behoort Opel tot de General Motors-groep. Als gevolg hiervan zijn Opel-modellen ook bij andere merken van General Motors te vinden, zoals Vauxhall (Verenigd Koninkrijk) (vanaf eind jaren '70), Holden (Australië) en Chevrolet (onder andere Latijns-Amerika). Ook van drie voorgaande merken zijn af en toe modellen bij Opel te vinden.

Met 39.958 werknemers in 2011, verspreid over tien fabrieken in Europa, is Opel tot op heden één van de grootste Duitse autofabrikanten.

Geschiedenis[bewerken]

Advertentie van een Opel-naaimachine uit 1900.
Duitse postzegel uit 1985 met een Opel-fiets uit 1925.

Oprichting door Adam Opel[bewerken]

Adam Opel was de oudste zoon van Philipp Wilhelm Opel, een slotenmaker uit Rüsselsheim. Na een stage in het bedrijf van zijn vader reisde Opel als gezel naar onder meer Luik, Brussel en Parijs, waarna hij, samen met zijn broer Georg, in de naaimachinefabriek Journaux & Leblond aan de slag ging. In 1862 werkte hij in de naaimachinefabriek van Huguenin & Reimann, maar in de herfst van datzelfde jaar keerde hij terug naar de werkplaats van zijn vader om te beginnen aan de productie van de eerste Opel-naaimachine.

In het voorjaar van 1863 begon Adam Opel als zelfstandige in een voormalige koeienstal. Georg, die in Parijs gebleven was, zorgde voor al het nodige staal, naalden en haken. De productie van naaimachines nam echter veel tijd in beslag, waardoor Opel onder meer ook wijnkurkmachines en naaimachines van het bedrijf Plaz & Rexroth uit Parijs verkocht. In 1864 kwamen ook Londense naaimachines, met het octrooi van Elias Howe, in het aanbod van Opel.

In 1868 trad Adam Opel in het huwelijk met ondernemersdochter Sophie Marie Scheller. Zij maakte de oprichting van een heuse Opel-naaimachinefabriek mogelijk. Na het overlijden van Adam in 1895 besloten zijn weduwe Sophie en hun vijf zonen Carl, Wilhelm, Heinrich, Fritz en Ludwig om de onderneming voort te zetten.

Pas in 1900 werd duidelijk dat er geen toekomstmuziek meer zat in de productie van naaimachines. In 38 jaar tijd werden door Opel meer dan een miljoen naaimachines geproduceerd en verkocht. De verkoop daalde plots drastisch waardoor de laatste Opel-naaimachines tegen zeer lage prijzen werden verkocht aan groothandel en overzeese klanten.

Productie van fietsen[bewerken]

In 1886 overtuigden zijn vijf zoons Opel om de allereerste Opel-fiets te produceren, een hoge bi. In 1898 produceerden de 1200 werknemers in de Opel-fabriek reeds 25.000 naaimachines en 15.000 fietsen. De fabrieksbrand in 1911 legde de productie lam, maar in 1912 werd de productie van fietsen reeds hernomen.

Het succes van de vijf zoons in de wielersport betekende meteen ook een succes voor de productie en verkoop van de fietsen. In de jaren '20 werd Opel zo de grootste fietsproducent ter wereld. In 1936 werd de fietsproductie verkocht aan NSU waardoor er in de Opelfabriek enkel nog gemotoriseerde voertuigen van de band rolden.

Begin in de automobielsector[bewerken]

De eerste Opel-wagen: de Patentmotorwagen „System Lutzmann“
De Kapitän was de één miljoenste Opel.
De eerste generatie van de Opel Blitz werd door zowel Duitse als Italiaanse soldaten gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog.

In 1898, drie jaar na het overlijden van vader Adam die nooit wagens wilde en zou produceren, begonnen zijn zoons met de bouw van hun eerste wagen. In 1899 kochten ze hiervoor de Anhaltische Motorwagenfabrik van Friedrich Lutzmann. Ze benoemden hem wel tot directeur van de autoproductie en brachten zo de Opel Patentmotorwagen „System Lutzmann“ op de markt, de allereerste wagen van Opel. De samenwerking met Lutzmann zou uiteindelijk slechts twee jaar duren.

In het begin werd voornamelijk geëxperimenteerd met carrosserie- en motor-varianten. Door een gebrek aan middelen om de inmiddels hoogtechnologische Franse wagenproducenten bij te houden, werd de productie van een nieuwe wagen uitgesteld. In 1902 werd uiteindelijk een samenwerkingscontract afgesloten met Darracq. Tevens kwam in datzelfde jaar de eerste wagen op de markt die volledig onafhankelijk door Opel werd geproduceerd, de Opel 10/12 PS. Deze had een 1.9-liter twinmotor. Tijdens de samenwerking met Darracq werden wagens op de markt gebracht onder de naam Opel-Darracq.

Toen Carl Jörns in 1907 met een wagen met 60pk de Kaiserpreis won, werd Opel door Wilhelm II benoemd tot hofleverancier.[1] Het duurde echter nog tot 1909 tot de eerste relatief betaalbare wagen voor het gewone volk op de markt kwam. De tweezits-cabriolet kreeg door het grote gebruik door huisartsen al snel de bijnaam "Doktorwagen".

In 1911 werd de oorspronkelijke fabriek verwoest door een brand. Bij de heropbouw werd gekozen voor de nieuwste technologieën waardoor Opel in 1914 de grootste Duitse producent was van gemotoriseerde voertuigen.

Na de Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Ten zuiden van Rüsselsheim wordt in 1919 een testbaan aangelegd voor de nieuwste modellen. Het was de allereerste race- en testbaan in Duitsland die ook uitsluitend voor deze proeven werd gebruikt. Het zou echter nog vijf jaar duren voor deze op grote schaal werd gebruikt. In 1924 investeerde Opel namelijk meer dan een miljoen Reichsmark in een totale modernisering waardoor ook lijnproductie vanaf nu mogelijk was.[1] Met een marktaandeel van 37,5 procent was Opel ook in 1928 nog steeds de grootste autoproducent van Duitsland.

Uiteindelijk werd in 1929 beslist om voor net iets minder dan 26 miljoen Amerikaanse dollar 80 procent van de aandelen te verkopen aan General Motors. GM werd hiermee meteen de grootste aandeelhouder binnen de onderneming. Twee jaar later kochtten ze ook de resterende 20 procent op.

In 1935 slaagt Opel er als eerste Duitse automerk in om 100.000 wagens van hetzelfde model te verkopen en in 1940 produceerden ze de één miljoenste auto, een Opel Kapitän. Kort daarna werd de productie van de personenwagens door het nazi-regime stilgelegd. De productie van de in 1930 geïntroduceerde lichte vrachtwagen Opel Blitz werd echter grootschalig ingezet voor de Duitse oorlogsdoelen.

Na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Bommen, afkomstig van de geallieerden, hebben in 1944 de fabriek in Rüsselsheim volledig vernietigd. Ook de fabriek in Brandenburg an der Havel werd door een geallieerd bombardement verwoest. Het duurde tot 1946 voor de productie van Opel weer op gang kwam, in de vorm van de Opel Blitz.

Een nieuwe passagierswagen kwam een jaar later uit en zou de naam Opel Olympia krijgen. Tegelijkertijd werd ook begonnen met de productie van koelkasten onder de naam "Frigidaire". De Opel Post, een werknemerstijdschrift, werd in 1949 voor het eerst uitgegeven en bestaat tot op heden nog steeds. Het is daarmee één van de oudste nog bestaande interne communicatiemiddelen.

In 1950 ging de vernieuwde fabriek van Rüsselsheim open. Alleen de Olympia en Kapitän werden destijds opnieuw in productie genomen. Alle andere modellen werden elders geproduceerd.

1960-1980: Opel wordt opnieuw marktleider[bewerken]

De vernieuwde Kadett uit 1962.
De opvolger van de Kadett: de Opel Astra.

Ook in Bochum wordt een fabriek geopend om de productie nog meer te spreiden. Deze fabriek zou de Opel Kadett, waarvan in de jaren '30 al twee modelvarianten waren uitgekomen, helemaal vernieuwen. De Kadett werd in 1967 het eerste Opel-model dat meer dan één miljoen keer werd verkocht.

In het voorjaar van 1964 kreeg de Kapitän er twee broertjes bij, de Opel Admiral en de Opel Diplomat. In de jaren '60 stond dit trio bekend als "de grote drie" of het "KAD-trio" (Kapitän-Admiral-Diplomat). De Opel Manta en de Opel Ascona vervolledigden in 1970 het rijtje en met 3,2 miljoen geproduceerde auto's was het één van de meest succesvolle generaties die Opel gekend heeft. Ook tijdens de rest van de jaren '70 was Opel nog in volle bloei. Door de jaren heen werd het merk al wel ingehaald door Volkswagen als de allergrootste van Duitsland, maar in bepaalde marktsegmenten bleef Opel marktleider.

1980-2008: Terugval op de markt[bewerken]

Door de Irak-Iranoorlog stegen aan het begin van de jaren '80 de olieprijzen enorm. Hierdoor kwam Opel voor het eerst sinds 1950 weer in rode cijfers. Tot en met 1990 werd alleen de vierde generatie Kadett met geruststellende cijfers verkocht. De wagens aan het einde van de jaren '80 werden als te weinig innovatief beschouwd ten opzichte van marktleider Volkswagen en kenden veel kwaliteitsproblemen. Deze problemen staan bekend als het López-effect, wat verwijst naar destijds CEO José Ignacio López de Arriortúa. De Opel Omega en de Opel Astra leken door hun verkoopscijfers het tij aanvankelijk te keren, maar door diverse terugroepingen liep het imago van Opel een flinke deuk op. Na de overstap van López naar Volkswagen werd hij ervan verdacht belangrijke plannen van Opel meegenomen te hebben naar Volkswagen. Dit alles maakte het begin van de jaren '90 tot de meest onsuccesvolle periode uit de Opel-geschiedenis.

Door een onstabiele economie moest ook Opel aan het begin van de 21e eeuw aan zowel capaciteit als werkkrachten inboeten om uit de rode cijfers te blijven. In Bochum resulteerde dit in een daling 23.000 naar 6.000 medewerkers. Op 7 december 2005 veranderde Opel, door niet beursgenoteerd te zijn, van een naamloze vennootschap in een bv (in Nederland) of bvba (in Vlaanderen).

2008-heden: Financiële crisis en mislukte splitsing[bewerken]

Op 27 februari 2009 werd door GM een voorstel gedaan aan Opel om een "zelfstandige Europese business unit" op te richten, samen met Vauxhall, dit om ontslagen en sluitingen te voorkomen. De unit zou wel onderdeel blijven uitmaken van het GM-concern. De Belgische investeringsmaatschappij RJH International en een consortium rond Magna toonden interesse.[2] Op 30 mei 2009 werd een deal gesloten met de Canadese producent van auto-onderdelen Magna en de Russische staatsbank Sberbank. De Duitse regering gaf hieraan de voorkeur omdat dit het minste aantal banen in Duitsland zou kosten. Magna wil de fabriek in Antwerpen sluiten en een deel van de productie in Zaragoza overhevelen naar Duitsland.[2] De overheid was bereid voor 4,5 miljard euro aan staatssteun te geven, op voorwaarde dat Opel zou worden verkocht aan het consortium van Magna.[2] Europees Commissaris Neelie Kroes betwijfelt of de Duitse overheid bij de redding van autobouwer Opel wel de Europese regels volgt.[3] Voldoet de staatssteun hier niet aan dan treedt de normale Europese regeling in werking en moet Opel capaciteit verminderen.[3] Op 3 november van datzelfde jaar laat GM weten Opel te behouden.[4] De verbeterende marktomstandigheden en het belang van Opel voor de internationale strategie van GM lagen hieraan ten grondslag. Onder druk van commissaris Kroes liet de Duitse overheid kort daarvoor weten dat de steun niet afhankelijk is van de eigenaar van Opel. GM komt hier ook voor in aanmerking nu het Opel niet verkoopt.[4] Om Opel levend te houden zouden ontslagen en sluitingen van Opel-fabrieken volgen, waaronder de fabriek te Antwerpen. Aan het begin van 2011 werd Opel opnieuw een nv.

Begin 2014 trekt Opel zich terug uit de Chinese markt.[5] Opel was al 20 jaar actief in deze markt, maar niet echt succesvol. Opel is slechts een kleine partij en verkocht in 2013 iets meer dan vierduizend auto’s in het land.[6] Om het een succes te maken zou Opel honderden miljoenen euro’s moeten investeren om de merkbekendheid te vergroten en het distributienetwerk uit te bouwen.[7] Opel richt zich volledig op de Europese markt.

Motorfietsen[bewerken]

Opel motorfiets
Nuvola single chevron right.svg Zie Opel (motorfiets) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Van 1902 tot 1907 en van 1910 tot 1932 werden door het merk ook motorfietsen geproduceerd. In 1928 begon de laatste motorfietsperiode toen Opel de Elite-Diamant fabriek kocht.

Vrachtwagens[bewerken]

Opel begon ook al vroeg in haar historie met het produceren van vrachtwagens. Reeds in 1910 werd het eerste model uitgebracht. Deze vrachtwagen had een voor die tijd aanzienlijk laadvermogen van 1 ton. In 1931 begon het bedrijf meerdere modellen te ontwerpen en produceren en kwam er een bakwagen uit met een laadvermogen van 2,5 ton. In 1931 opende Opel een separate vrachtwagenfabriek in Brandenburg. Tot 1975 werden door het bedrijf vrachtwagens geproduceerd.

Tuning[bewerken]

De Astra H in OPC-uitvoering in het typische OPC-blauw.
Luchtfoto van het testcentrum in Dudenhofen.
Blauw: de assemblagefabrieken van Opel.

Al sinds de jaren '60 maakt Opel zelf sportieve varianten op zijn modellen. Zo was er de Opel Commodore GS/E, de Opel Kadett GT/E en de Opel Manta GT/E. Zowel bij de Kadett als bij de Manta werd dit achtervoegsel bij latere modellen omgedoopt naar GSi. Een GSi-variant kwam er ook op de eerste generatie Opel Astra en op bepaalde generaties van de Opel Corsa. Vanaf 1998 verdween GSi van het toneel om plaats te maken voor het Opel Performance Center, afgekort tot OPC. Hoewel er van de vierde generatie Opel Corsa een OPC-variant bestaat, werd ook een GSi-variant gemaakt. Tot op heden blijft dit het enige model waarvan zowel een GSi- als een OPC-variant bestaan. Bij de Opel Astra werd voor de derde en de huidige vierde generatie een GTC-uitvoering gemaakt als tussenmodel tussen de standaard en de OPC-uitvoering.

Bij alle sportieve modelvarianten van Opel die werden ontwikkeld voor het bestaan van het Opel Performance Center, werd het uiterlijk onder handen genomen door Irmscher. Tot op heden maken zij nog steeds tuning-onderdelen voor nieuwe Opel-modellen. Andere bedrijven die zich hier ook in specialiseren zijn Steinmetz Opel Tuning en Rieger.

Ook het Italiaanse designbureau Bertone heeft zich beziggehouden met Opel. Zij ontwikkelden de coupé- en cabriolet-varianten van de Astra en de Kadett.

Opel-fabrieken in Europa[bewerken]

De grootste fabriek van Opel is die in Rüsselsheim. In 2002 werd die voor 750 miljoen euro omgebouwd tot de modernste fabriek ter wereld. Daarnaast bouwt Opel ook nog auto's in Bochum en in Eisenach. In Kaiserslautern worden motoren en onderdelen vervaardigd. Het testcircuit bevindt zich in Rodgau-Dudenhofen en een test- en evenementencentrum in Pferdsfeld.

De fabriek in Bochum gaat tegen jaareinde 2014 dicht.[8] Dit betekent het einde van de productie van auto’s en motoren. De werknemers in Bochum wezen in maart 2013 als enige Opel-fabriek een toekomstplan af. Dat plan voorzag om het einde van de autoproductie te verschuiven van 2014 naar 2016, het behoud van het logistiek centrum en de onderdelenfabriek.[9] De werknemers vonden het plan te vaag en stemden het weg.[9] Daarop besloot het management de fabrieken te sluiten waarmee 3.300 banen verloren gaan.[10]

In Duitsland stelt Opel ongeveer 25.000 mensen te werk in zijn fabrieken.

Plaats Productie sinds Producten Informatie Arbeiders
Opel-fabrieken in Duitsland
Bochum 1962-2014 Astra vijfdeurs en break
Zafira
onderdelen voor General Motors
Wordt gesloten per eind 2014 5.170
Brandenburg an der Havel 1935–1944 Blitz-bedrijfswagens In 1944 door een luchtaanval gebombardeerd en in 1945 opgeruimd. 4.286
(1943)
Opel Eisenach GmbH
Eisenach, Thüringen
1990 Adam
Corsa (enkel 3d)
Eisenach bouwt vanaf 2012 ook de nieuwe Opel Adam die in de klasse van de Audi A1 en Fiat 500 zal vallen. Opel voorziet een maximale capaciteit van 85.000 eenheden voor deze premium stadswagen. Hierdoor is het geplande banenverlies van 300 werknemers volgend jaar, van de baan. Voor dit nieuwe model doet Opel een investering van 250 miljoen euro in de vestiging. Eisenach zal waarschijnlijk ook de nieuwe Corsa produceren (vanaf 2013). De huidige capaciteit van de fabriek is 180.000 auto's (Corsa 3d), maar deze zal zeker stijgen vanaf 2012. In 2009 bouwde Eisenach 133.038 auto's. 1.600
Kaiserslautern 1966 motoren
onderdelen voor General Motors
3.490
Rüsselsheim 1898 Insignia vierdeurs, vijfdeurs en Sports Tourer
Vroeger ook Vectra, Signum en Omega
-Hoofdzetel van Adam Opel AG.
-Internationaal technisch ontwikkelingscentrum.
-De jaarcapaciteit van de fabriek bedraagt 270.000 eenheden.
15.600
Opel-fabrieken in Europa (uitgezonderd Duitsland)
General Motors Belgium, Antwerpen, België 1924-2010 Astra 5deurs, Break, GTC en TwinTop
Onderdelen
Antwerpen mag de volgende generatie Astra niet meer bouwen en daarmee werd de toekomst van de fabriek onzeker. Op 21 januari 2010 werd bekendgemaakt dat de fabriek zou worden gesloten, waarbij het grootste deel van het personeel zijn baan zal verliezen. GM Europe-topman Nick Reilly gaf aan te zoeken naar een alternatief voor de sluiting. 2.580
Ellesmere Port, Verenigd Koninkrijk 1963 Astra GTC, vijfdeurs, break en van Ellesmere Port produceert mogelijk ook de nieuwe generatie Astra. 2.200
Gliwice, Polen 1998 Opel Astra G, Opel Astra H, Opel Zafira, Opel Agila 2.800
Luton, Verenigd Koninkrijk 1905 tot 2002 Opel Vivaro voorheen Bedford Blitz Hoofdfabriek van Vauxhall 1.500
Aspern, Oostenrijk 1982 Motoren (1.0TP, 1.2TP, 1.4TP) und Getriebe (Easytronic, Fünf- und Sechs-Gang-Getriebe) 1.600
Figueruelas, Zaragoza, Vlag van Spanje Spanje 1982 Corsa 3d, 5d en Van
Meriva
Meriva Classic
Combo
Zaragoza is de grootste fabriek, met een maximale productiecapaciteit van 400.000 auto's per jaar. Door de zwakke vraag wordt de capaciteit dit jaar bijgesteld naar 333.000 auto's. De volgende Corsa en Combo worden hier ook zeker gemaakt. De vierde generatie van de Combo wordt ingekocht bij FIAT. 6.900 waarvan 900 banen verdwijnen
Sushary, Sint-Petersburg, Vlag van Rusland Rusland 2008 Antara
Chevrolet Cruze
Chevrolet Captiva
Enkel productie voor de Russische markt, onze Antara komt uit Zuid-Korea. 800
Opel-productie bij partnerondernemingen
Nissan Motor Ibérica Barcelona, Vlag van Spanje Spanje 1980 Vivaro
Renault Trafic
Nissan Primastar
Nissan NV200

Nissan Pathfinder
Nissan Navara
Nissan Cabstar
Nissan Atleon
Renault Maxity

Deze fabriek produceert een klein aantal Vivaro's door de samenwerking met Renault en Nissan. Het grootste deel wordt in Luton gemaakt. 3.830
Usine Renault de Batilly (SOVAB) Batilly, Vlag van Frankrijk Frankrijk 1980 Movano
Renault Master
Nissan NV400
De Movano en Vivaro zijn omgelabelde Master en Trafic bestelwagens en worden dus niet door Opel zelf ontwikkeld. Daardoor beslist Renault mee waar de modellen gebouwd worden. De Movano wordt al bij Renault gemaakt, verwacht wordt dat ook de volgende Vivaro (2013) in een Renault vestiging gebouwd zal worden. Dat zal dan waarschijnlijk de fabriek in Sandouville zijn, waar ook de Renault Laguna en Espace van de band rollen. 2.350
Suzuki Magyar Corp. Esztergom, Vlag van Hongarije Hongarije 1991 Agila
Suzuki Splash
Suzuki Swift
Suzuki SX4
Fiat Sedici
Volkswagen nam eind vorig jaar een belang in Suzuki en kan nu de samenwerking met zijn concurrenten Opel/Vauxhall laten stoppen. Opel gaf wel aan dat de volgende Agila, zonder Suzuki ontwikkeld zal worden. De productie van de Adam is inmiddels opgestart in het Duitse Eisenach. 6.300 (2007)

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Opel History & Heritage
  2. a b c Reformistisch Dagblad Magna koopt Opel, 10 september 2009, geraadpleegd op 23 december 2013
  3. a b Vandaag.beEuropa heeft bedenkingen bij Opel-waarborgen, 1 juli 2009, geraadpleegd op 23 december 2013
  4. a b NU.NL GM ziet af van verkoop Opel, 4 november 2009, geraadpleegd op 23 december 2013
  5. Automobiel Management Opel trekt zich terug uit China, 28 maart 2014, geraadpleegd op 16 april 2014
  6. Citefout: Onjuiste tag <ref>; er is geen tekst opgegeven voor refs met de naam ADOPEL
  7. Citefout: Onjuiste tag <ref>; er is geen tekst opgegeven voor refs met de naam ABOPEL
  8. Het Laatste nieuws Opel Bochum sluit eind 2014 de deuren, 26 april 2013, geraadpleegd op 16 april 2014
  9. Citefout: Onjuiste tag <ref>; er is geen tekst opgegeven voor refs met de naam HLNOB
  10. (en) WSWS.ORG German union seals shutdown of GM-Opel’s Bochum plant, 22 november 2013, geraadpleegd op 16 april 2014