LaSalle (auto)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
LaSalle uit 1932
LaSalle uit 1936
LaSalle 5019 uit 1938
LaSalle uit 1939

LaSalle is een voormalig automerk van General Motors en zustermerk van Cadillac. Het merk ontstond in 1927 en werd in 1940 stopgezet. Net als het zustermerk was ook LaSalle naar een Franse ontdekkingsreiziger genoemd: René Robert Cavelier, Sieur de La Salle (1643-1687).

Geschiedenis[bewerken]

Aanleiding[bewerken]

De automerken van General Motors waren in de jaren 1900 zodanig gepositioneerd dat binnen elke prijsklasse een merk te vinden was. Chevrolet was het goedkoopste merk. Dan volgden achtereenvolgens Oakland het latere Pontiac, Oldsmobile en Buick. Helemaal bovenaan stond Cadillac.

In Los Angeles was destijds een Carrosseriebouwer, Don Lee, aan de slag, een van hun ontwerpers, de jonge Harley James Earl, viel op. Zijn inzicht in het ontwerp van nieuwe carrosseriën was voor die tijd uniek. Hij bouwde de modellen eerst in klei. Om tot een nieuw ontwerp te kunnen komen was bij GM besloten dat er onder Cadillac een goedkopere Cadillac moest komen zodat de verkopen ook in dat segment van de markt. Zij mocht echter geen Cadillac heten. Onder invloed van Lawrence Fisher, jawel, van de Fisher Brothers, werd Harley James Earl gevraagd om als consultant naar Detroit te komen en aanbevelingen te doen. In 1926 ondernam hij de reis naar Detroit. Hij zou niet meer wederkeren bij Don Lee. Na een aantal aanbevelingen te hebben gedaan tekende hij op verzoek de nieuwe junior Cadillac, en noemde het La Salle. De wagen was een absoluut succes en kwam in 1927 op de markt.

Eenzelfde gat bestond tussen Buick en Cadillac. Concurrent Packard had hiervan geprofiteerd om succesvol te worden. Daarom werd in 1927 het merk LaSalle begonnen, vernoemd naar de Franse ontdekkingsreiziger René Robert Cavelier, Sieur de La Salle. De Cadillac-divisie was verantwoordelijk voor het ontwerpen en verkopen van het nieuwe merk. Qua prijs moest LaSalle net boven het topmodel van Buick komen.

Het begin[bewerken]

LaSalle moest innoverende lijnen krijgen en een jonger publiek aanspreken. Daarom ging GM ten rade bij Don Lee, een Cadillac- verdeler en maatkoetswerkbouwer uit Californië, die hen voorstelde aan zijn stylist Harley Earl. Die laatste werd voor een korte periode ingehuurd om LaSalle vorm te geven maar bleef uiteindelijk decennia lang bij General Motors werken.

Earl baseerde zijn ontwerpen op de stijl van het Spaanse Hispano-Suiza. Daarvan nam hij onder meer het hoge smalle radiatorrooster over. Daarnaast kregen de meeste LaSalles een tweekleurige lak, wat in die tijd als een luxe beschouwd werd. De eerste LaSalle kreeg de naam Series 303 en werd geïntroduceerd aan $2685. Eerst was het model enkel met een wielbasis van 3,175 m te verkrijgen. Daarna werd ook een verlengde versie met een wielbasis van 3,4 m beschikbaar met 5 of 7 zitplaatsen. Naast die sedan waren ook een coupé, een cabriolet en een roadster te verkrijgen, telkens met 2 zitplaatsen.

Opkomst[bewerken]

LaSalle kreeg een eigen V8-motor van 5 liter (303 ci.). De voor die tijd krachtige motor leverde 75 pk en gaf een topsnelheid van 113 km/u. In 1929 werd de standaard wielbasis verlengd tot 3,3 meter. Verder veranderde die eerste jaren weinig aan het model. LaSalles prijzen begonnen intussen steeds meer in te lopen op die van Cadillac. Het merk begon klanten van die laatste weg te snoepen en werd steeds succesvoller terwijl Cadillac achteruit ging.

In 1929 groeide de cilinderinhoud van de motor tot 5,4 liter (328 ci.) en heette het model LaSalle Series 328. In 1930 werd de standaard wielbasis geschrapt en werd die van 3,4 m standaard. Dat jaar groeide de motor verder tot 5,6 l (340 ci.) en heette de auto LaSalle Series 340. LaSalle kreeg steeds meer prestige en General Motors wilde hoog mikken met het merk. De VS stonden echter aan de rand van de Grote Depressie die het land in de jaren 1930 trof en de verkopen begonnen af te brokkelen.

Neergang[bewerken]

In 1932 stortten de verkopen in elkaar tot ongeveer een derde. Dat jaar werd ook de nieuwe LaSalle Series 345-B geïntroduceerd maar die krikte de verkoop niet op en het merk leed verlies. Vanuit GM was geen geld beschikbaar voor verdere ontwikkelingen. Voor 1933 werd de -B gefacelift tot LaSalle Series 345-C. In 1934 werd de nieuwe LaSalle Series 350 gelanceerd met een 8-in-lijnmotor van Oldsmobile onder de kap en een korter chassis met een wielbasis van 3 meter. De 350 kreeg ook General Motors' eerste hydraulische remmen en onafhankelijke wielophanging.

Daarop verdubbelde de verkopen weer. Voor 1935 werd nauwelijks iets gewijzigd. Wel werden een 2-deur en een 4-deur sedan met achterkoffer toegevoegd, werd de motor opgevoerd tot 95 pk en werd het stof in het dak vervangen door staal. De verkopen stegen licht maar bleven ver onder die van concurrent Packard. Diens Packard 120 was krachtiger, lichter en kostte $500 minder dan de dan LaSalle Series 50 en verkocht dan ook vier keer beter. In 1936 snoeide Cadillac $320 van LaSalles prijzen om meer in het vaarwater van Packard te komen, maar het hielp bijna niets.

Herstel[bewerken]

In 1937 kreeg LaSalle een nieuwe V8-motor van 128 pk, groeide de wielbasis van het chassis tot 3,15 m en werd het model gefacelift. De auto sloeg aan waarop de verkoop meer dan verdubbelde dat jaar. 1937 bleek uiteindelijk ook LaSalles recordjaar te zijn met 32.000 afgezette eenheden. Het jaar daarop werd de verkoop weer gehalveerd ten gevolge van een recessie. Het model bleef grotendeels onveranderd. In 1939 kromp de wielbasis iets in werd het radiatorrooster iets smaller. Dat jaar versloeg LaSalle voor het eerst de Packard 120 in de verkopen. Doch presteerde het merk ver onder GM's verwachtingen en het voortbestaan stond ter discussie.

Het einde[bewerken]

Voor 1940 werd de wielbasis weer iets vergroot en steeg het vermogen tot 130 pk. Het model heette nu LaSalle Series 52. Er werd dat jaar al gewerkt aan de modellen voor 1941 maar in de zomer van 1940 werd de productie gestaakt. De prijzen van de auto's waren sterk gestegen en de prijsverschillen tussen GM's merken waren niet zo groot meer. Het tussenmerk LaSalle was overbodig geworden. Daarnaast had Cadillac haar nieuwe Series 61 gelanceerd die meer in LaSalles doelgroep kwam.

Later[bewerken]

Op bepaalde momenten tussen de jaren 1950 en de jaren 1970 kwam het gebruik van de naam LaSalle weer ter sprake. In 1955 werden twee LaSalle II-conceptauto's voorgesteld die beiden geen vervolg kregen. De La Salle II Roadster is te herkennen in de 1955 Corvette. Begin jaren 1960 suggereerde GM's directeur William (Bill) Mitchell dat één van Cadillacs ontwerpen als een LaSalle zou kunnen worden verkocht. Het ontwerp kwam echter bij Buick terecht en werd uiteindelijk de Buick Riviera. In de jaren 1970 had een kleinere luxewagen van Cadillac de naam LaSalle kunnen dragen, maar dat werd uiteindelijk de Cadillac Seville.

Modellen[bewerken]

Productiecijfers[bewerken]

Ğ== Zie ook ==

Externe links[bewerken]