Cadillac (automerk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Cadillac
Cadillac auf der IAA 2005.jpg
Oprichter(s) Henry Leland
Eigenaar General Motors
Hoofdkantoor Detroit MI, Verenigde Staten
Producten Auto's
Website http://www.cadillac.com http://www.cadillaceurope.com/
Portaal  Portaalicoon   Economie

Cadillac is een Amerikaans merk van luxeauto's. Sinds 1909 behoort het merk tot het General Motors-concern. Cadillacs worden wereldwijd verkocht. De belangrijkste afzetgebieden zijn de Verenigde Staten, Canada en China.

Cadillac is het oudste Amerikaanse automerk na Buick, en ook wereldwijd is het een van de oudste. Cadillac staat bekend om zijn innovatie, hoge kwaliteit en veel luxe. In België en Nederland zijn respectievelijk zes en vier dealers actief.

Geschiedenis[bewerken]

Cadillac uit 1917
Cadillac Series 70 uit 1937
Cadillac Series 61 uit 1949 met dagmar bumpers
Cadillac Coupe Deville 1954
Cadillac Eldorado uit 1957 met staartvinnen
Cadillac Coupe Deville uit 1959 met staartvinnen
Cadillac Seville uit 1978
Cadillac Eldorado uit 2001

Voorgeschiedenis[bewerken]

In 1899 was de Detroit Automobile Company opgericht, die in 1900 alweer failliet ging na slechts enkele auto's te hebben geproduceerd. Een jaar later werd het bedrijf opnieuw opgestart met hoofdingenieur Henry Ford aan het roer. Hij hernoemde het bedrijf tot Henry Ford Company. Na drie maanden ging het bedrijf opnieuw failliet en Ford en een aantal partners vertrokken. De investeerders zochten in augustus 1902 Henry Leland (1843-1932) op om de waarde van de fabriek en de machines te schatten alvorens die verkocht werden.

Henry Leland had samen met drie partners in 1890 Leland, Faulconer, en Norton opgericht. Dat bedrijf ontwierp en bouwde speciale machines en produceerde later ook benzinemotoren voor Ransom Olds, de stichter van Oldsmobile. Leland en zijn werknemers verbeterden de motor en verhoogden het vermogen van de oorspronkelijke 3,7 pk tot 10,25 pk. De verkopen van Oldsmobile liepen echter vlot en de nieuwe motor was niet nodig.

Leland toonde zijn motor aan de investeerders en stelde voor het bedrijf voort te zetten. De investeerders waren onder de indruk en gingen akkoord. Ze hoopten de eerste succesvolle autobouwer van Detroit te worden en kozen de naam van de stichter van die stad, Antoine Laumet de La Mothe, sieur de Cadillac, als nieuwe naam.[1] Niet veel later werd het wapenschild van de familie Cadillac, omgeven door een lauwerkrans, geregistreerd als het embleem. Daarmee was de Cadillac Automobile Company geboren.[2]

Het begin[bewerken]

De eerste Cadillac werd geproduceerd in oktober 1902. In januari 1903 werd deze 10 HP voorgesteld op de autosalon van New York. Het publiek was enthousiast en binnen een week liepen 2286 bestellingen binnen. Het eerste jaar werden bijna 2500 auto's gebouwd, voor die tijd een enorm aantal. Vooral de precisie waarmee de voertuigen gebouwd werden, en dus de betrouwbaarheid, was een belangrijk verkoopargument.[3]

Cadillac werd de eerste Amerikaanse autobouwer die de Dewar Trophy won. Die prijs was in 1904 in het leven geroepen door Sir Thomas Dewar, lid van het Britse parlement, om de technische vooruitgang van de automobiel te stimuleren. Cadillac won omdat de onderdelen van haar auto's zo precies gemaakt werden dat ze uitwisselbaar waren. Cadillac zou het enige bedrijf worden dat de prijs nogmaals won; de tweede keer was in 1912 vanwege het Delco-systeem dat een geïntegreerde elektrische starter, verlichting en ontsteking inhield.

General Motors[bewerken]

In 1908 bood William Durant, de stichter van General Motors, 3 miljoen dollar voor Cadillac. Leland vroeg 3,5 miljoen dollar en Durant weigerde. Cadillac werd steeds succesvoller en Durant probeerde het opnieuw. Lelands prijs was intussen gestegen tot 4,125 miljoen dollar en hij verkocht het bedrijf uiteindelijk voor 4,5 miljoen. Durant betaalde hem met het geld dat hij met het succesvolle Buick had verdiend. Leland bleef nog tot 1917 aan het roer maar vertrok toen na een meningsverschil. Even later vormde hij de Lincoln Motor Company, die uiteindelijk overgenomen werd door Ford en een van Cadillacs belangrijkste concurrenten werd.

William Durant wilde met zijn uitbreidingsstrategie een concern uitbouwen dat een automerk had in elke autoklasse. Hij wilde klanten een eerste goedkope auto aanbieden en naarmate ze zich opwerkten konden ze in een steeds hogere klasse kopen om zich uiteindelijk een Cadillac aan te schaffen.

Cadillac werd gepositioneerd als de luxedivisie van GM. Het belangrijkste product waren grote luxeauto's. Daarnaast werden ook limousines gebouwd en door derden werden Cadillacs ook omgebouwd tot ambulance of lijkwagen. De auto's waren bestemd voor de hogere klasse, maar stonden onder luxewagens van merken als Pierce-Arrow of Duesenberg.

In 1911 was Cadillac de eerste die een elektrisch systeem met geïntegreerde starter, ontsteking en lichten in zijn auto's inbouwde. De elektrische starter en ontsteking waren uitgevonden door Charles Kettering van Dayton Engineering Laboratories, het latere DelCo. Met de elektrische starter hoefde men niet langer buiten de auto te zijn om hem handmatig te starten. Cadillac was ook de eerste autobouwer die - vanaf 1915 - op grote schaal V8-motoren produceerde en - vanaf 1926 - veiligheidsglas gebruikte. In 1928 introduceerde het merk de eerste volledig gesynchroniseerde versnellingsbak.

In 1926 zette Cadillac het eerste servicenet op voor klanten in de VS. In 1927 lanceerde ontwerper Harley Earl LaSalle. Dit zustermerk van Cadillac bleef in productie tot 1940. In 1930 ontwikkelde het merk een V16-motor. Een jaar later werd daar ook een V12 van afgeleid. In aantallen waren de verkopen van die varianten niet hoog, maar ze bepaalden wel mee de goede naam van Cadillac.

Het bijna-einde[bewerken]

In 1932, tijdens de Grote Depressie, leed Cadillac onder historisch lage verkopen. Daarbij werd het merk ook nog eens beschuldigd van discriminatie ten opzichte van zwarte klanten. Alfred Sloan, directeur van General Motors, stelde een comité in werking dat het eventueel stopzetten van Cadillac moest onderzoeken. Cadillacs directeur, Nicholas Dreystadt, kreeg 18 maanden om de situatie recht te zetten. Tegen 1934 was het merk opnieuw rendabel en bleef dat verder ook, als enige Amerikaanse constructeur, gedurende de Grote Depressie. Tegen 1940 waren de verkopen ten opzichte van 1934 vertienvoudigd en dus bleef Cadillac voortbestaan.

In 1938 bestelde het Witte Huis twee cabriolets bij Cadillac. Ze kregen de naam Queen Mary, naar de grote oceaanstomers van die tijd. Fleetwood ontwierp de auto's voor vervoer van 6 tot 8 passagiers, en ze werden aangedreven door een 16-cilinder motor. Bovendien waren de auto's uitgerust met treeplanken, waarop 6 agenten zich aan speciale handvatten konden vasthouden. De auto's werden gebruikt door de presidenten Roosevelt, Truman en Eisenhower.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Op 14 februari 1942 staakte Cadillac de gewone autoproductie om deel te nemen aan de oorlogsproductie voor de Tweede Wereldoorlog. Zeven weken later rolden de eerste tanks van de lopende band.

De fabrieken produceerden lichte M24 Chaffee tanks die aangedreven werden door twee Cadillac-V8-motoren. Het merk kreeg een Army-Navy E award voor de kwaliteit ervan.

Verder ontwierp en produceerde Cadillac vliegtuigmotoren voor de P-51 Mustang, de P-63 Kingcobra en de P-39 Airacobra. De P-38 Lightning zou in de jaren na de oorlog een grote invloed hebben op de stijl van Cadillac.

Na de oorlog[bewerken]

De oorlog kwam ten einde en op 24 augustus 1945 liep de laatste M-24-tank van de band. Na de oorlog was er een enorme vraag naar auto's en een beperkt aanbod. Cadillac schakelde haastig terug over op gewone auto's waarvan het eerste naoorlogse exemplaar op 7 oktober 1945 gebouwd werd. In 1947 had Cadillac 100.000 bestellingen openstaan, terwijl in 1946 aan slechts 29.214 klanten geleverd was.[4] Rond 1950 pionierde Cadillac met de stijlelementen die de jaren vijftig kenmerkten. In 1948 introduceerde het merk zijn eerste model met staartvinnen, die geïnspireerd waren op de dubbele staart van de P-38 Lightning. Uiteindelijk werd de auto met de meest uitgesproken staartvinnen ooit ook een Cadillac. Een ander stijlattribuut van Cadillac waren de Dagmar-bumpers. Die begonnen eenvoudigweg als bumperbeschermers in de vorm van een granaathouder en werden later een belangrijk onderdeel van Cadillacs stijl. De naam Dagmar is vernoemd naar de eerste vrouwelijke TV ster van NBC, haar werkelijke naam was Virginia Ruth Egnor (1921-2001).

In 1960 werd Harley Earl opgevolgd door William (Bill) Mitchell als hoofdontwerper. Die had een klassiekere smaak en toomde de uitbundigheid in. In 1964 verdwenen de staartvinnen weer. Ook de dagmar bumpers en het overdadig gebruik van chroom verdwenen. De verticale achterlichtblokken, die als gevolg van de staartvinnen waren ontstaan, bleven nog wel behouden.

Neergang[bewerken]

De visuele overdaad maakte plaats voor een ander soort overdaad: grote motoren. Zo introduceerde Cadillac in 1968 een 7,7 l V8 die in 1970 vergroot werd tot 8,2 liter. Volgend op de oliecrisis van 1973 werden kleine, zuinige auto's populair en werd de motorcapaciteit verkleind. Niet alleen de motoren maar ook de modellen werden verkleind. Tussen 1979 en 1981 werd ook een 5,7 l V8 dieselmotor aangeboden. Die onbetrouwbare motor werd een ramp voor General Motors.

Cadillac probeerde zijn doelgroep uit te breiden naar minder kapitaalkrachtige kopers en lanceerde in 1981 de compacte Cadillac Cimarron op basis van GM's J-platform. De auto verschilde nauwelijks van de Chevrolet Cavalier en werd geen succes. In 1988 werd het model uit productie genomen. Ook al in 1981 werd de L62 V8-6-4 gelanceerd. Deze 6,0 l motor kon naargelang de omstandigheden een V4, een V6 of een V8 zijn door cilinders uit te schakelen. Hij bleek echter onbetrouwbaar en werd een jaar later vervangen door een 4,1 l V8. Ook dat bleek een onbetrouwbare motor te zijn die het merk veel klanten kostte.

Midden jaren tachtig werden geïmporteerde merken uit Japan en Europa steeds populairder in Noord-Amerika. Honda lanceerde zijn luxedivisie Acura en werd al snel gevolgd door Toyota met de Lexus en Nissans Infiniti. Cadillac wilde daarop zijn blazoen opnieuw oppoetsen. In 1987 werd het geprobeerd met de Cadillac Allanté: een auto ontworpen door Pininfarina, waarvan het koetswerk in Italië werd gemaakt. Ze werden van daaruit per vliegtuig overgebracht naar de VS en daar voorzien van motor en transmissie. Het model kreeg later een imago vergelijkbaar met Mercedes-Benz maar was gedurende de productieperiode geen succes. De Allanté is wel een uitgangspunt geweest voor latere modellen zoals de Cadillac Seville, die mede naar Europa geëxporteerd werd.

Eind jaren tachtig was de Brougham de enige grote auto in Cadillacs assortiment. Toen General Motors in 1996 het grote D-platform liet vallen werd het model geschrapt en had Cadillac, op de Catera, na enkel voorwielaangedreven modellen. In 1999 werd met de Escalade Cadillacs eerste SUV geïntroduceerd. De Escalade was gebaseerd op de Chevrolet Tahoe en kreeg standaard vierwielaandrijving.

Nieuw tijdperk[bewerken]

In 1999 werd de Cadillac Evoq geïntroduceerd op de autosalon van Detroit. Deze roadster-conceptauto was een voorproefje van Cadillacs nieuwe stijl die Art and Science werd genoemd. De auto had scherpe lijnen en hoeken en vormde de basis voor de Cadillac XLR. Uiteindelijk zijn alle modellen van Cadillac overgegaan naar deze nieuwe stijl.

In 2005 kondigde General Motors de eerste Cadillac aan die exclusief voor de Europese markt bestemd was. Deze Cadillac BLS werd sinds 2006 gebouwd door de toenmalige Zweedse afdeling Saab. De BLS was een onderdeel van Cadillacs plan om opnieuw tot 's werelds top-luxemerken te gaan behoren. Daartoe wilde het merk de verkopen buiten Noord-Amerika tot 2010 jaarlijks verdubbelen. De doelstelling was om vanaf dat jaar jaarlijks 20.000 auto's te verkopen in Europa, de eerste vijf maanden van 2007 waren er echter nog maar 1314 auto's verkocht. In 2003 verkocht het merk 216.090 auto's in de VS, 6890 in Canada en slechts 3252 elders.[5] In 2004 kwam General Motors met een snellere versie van de alom geprezen Cadillac CTS. De eerste generatie van de Cadillac CTS-V. De Cadillac CTS-V had in 2004-2005 een 5.7 L LS6 V8 motor en in 2006-2007 een 6.0 L LS2 V8-motor. In 2009 werd de tweede generatie van de CTS-V gelanceerd met vanaf toen een motor met een 6.2 L S/C LSA V8 (564 pk).

Na 2011[bewerken]

In augustus 2011 werd duidelijk dat Cadillac een nieuwe weg was ingeslagen. Diverse oudere modellen, waaronder de DTS en STS, maakten plaats voor nieuwe. Het gaat hier om de XTS (2012), ELR (2013) en ATS (2012). De Cadillac XTS is de officiële vervanger van de DTS en STS, en is bedoeld als luxueuze auto. Het type ELR, ook wel Converj genoemd, is een elektrisch aangedreven auto die in 2013 werd geïntroduceerd. Het ATS model is een compact model dat is uitgekomen in 2012. Sinds 2013 stijgen de verkopen van Cadillac.

Moderne modellen[bewerken]

Presidentiële limousine[bewerken]

Het Beest

De limousine van de Amerikaanse president is al vele jaren een Cadillac. De huidige versie, ook wel The Beast, Cadillac One en Limo One genoemd, werd in 2009 in dienst genomen. Het is naar verluidt de bestbeveiligde limousine ter wereld. De auto is gebaseerd op een Cadillac DTS, maar officieel is er geen modelnaam aan verbonden. Het chassis is afkomstig van de Chevrolet Kodiak, de koplampen, deurgrepen en spiegels van de Cadillac Escalade en de achterlichten van de Cadillac STS.[6] De aanschafwaarde was 300.000 dollar.[7]

Specificaties[bewerken]

Inauguratie van president Obama in 2009; op de voorgrond Het Beest

De meeste voorzieningen van de auto worden om veiligheidsredenen geheim gehouden, maar Het Beest zou onder meer beschikken over:

De auto wordt bestuurd door een speciaal opgeleide chauffeur die op hoge snelheid een bocht van 180 graden kan maken. De naaste lijfwacht van de president zit meestal naast de chauffeur. Het verbruik van de limousine is 29 l/100 km.[10] De Amerikaanse regering beschikt over een viertal limousines van dit type. Daarnaast zijn de limousines van president George W. Bush nog steeds in gebruik.

Verkopen[bewerken]

Onderstaand zijn Cadillacs verkoopcijfers voor de Amerikaanse markt in de afgelopen jaren:[11]

  • 1996 - 170.379
  • 1997 - 182.624
  • 1998 - 187.343
  • 1999 - 178.507
  • 2000 - 189.154
  • 2001 - 172.083
  • 2002 - 199.748
  • 2003 - 216.090
  • 2004 - 234.217
  • 2005 - 235.002
  • 2006 - 227.014
  • 2007 - 214.726

Trivia[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. "Automerken en hun oorsprong", auto.be.msn.com.be, 7 februari 2011.
  2. Cadillac History and Timeline
  3. 100 Years Of Cadillac History - Popular Mechanics
  4. Cadillac history 1943
  5. Cadillac Plan to Become Leading Luxury Brand | Dexigner
  6. John Pearley Huffman. "The Secret Seven: The Top Presidential Limousines of All Time", Popular Mechanics, 20 januari 2009. Geraadpleegd op 25 februari 2011.
  7. Harris, Paul. "Prospect of Barack Obama show causes UK to clear its decks", The Guardian, 29 maart 2009. Geraadpleegd op 26 februari 2011.
  8. Merksamer, Gregg D. "Take A Look Inside The President's New Cadillac One Limo", Popular Mechanics, juni 2001. Geraadpleegd op 26 februari 2011.
  9. "Obama In UK With Limo Dubbed 'The Beast'", Sky News, maart 2009. Geraadpleegd op 7 juli 2013.
  10. Churchill, Allison. Obama's Cadillac Is Basically A Tank. Business Insider (4 december 2012) Geraadpleegd op 11 november 2013
  11. http://www.autointell.com/nao_companies/general_motors/gm-sales/GM-US-data-book-2005.xls
  12. ELVIS'S CADILLACS (uit web.archive.org)