Citroën

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Citroën Traction Avant
Citroën Traction Avant
Citroën 2CV
Citroën 2CV
Citroën DS
Citroën DS
Citroën SM
Citroën SM
Citroën CX
Citroën CX
Citroën BX19 TRI Break, 1991
Citroën BX19 TRI Break, 1991
Citroën Xsara Picasso
Citroën Xsara Picasso
Citroën C5, 2003
Citroën C5, 2003
Het Citroën-gebouw op het Stadionplein te Amsterdam. Foto: bma.amsterdam.nl.
Het Citroën-gebouw op het Stadionplein te Amsterdam. Foto: bma.amsterdam.nl.

Citroën is een Frans automerk. Het bedrijf is opgericht door André Citroën. Citroën is sinds 1976 onderdeel van PSA Peugeot Citroën.

Inhoud

[bewerk] André Citroën

André Citroën (5 februari 18783 juli 1935) is de naam van een uit Nederlandse wortels (Citroën < Citroen < Limoenman) afkomstige ingenieur die aan het begin van de twintigste eeuw een autofabriek begint in Frankrijk. In 1900 verwerft hij in Polen een Russisch patent voor een productiemethode die hem in staat stelt om tandwielen met een V-vormig loopvlak te produceren. Deze bijzondere vorm vindt men later terug als de "dubbele chevron" in het Citroën logo.

[bewerk] Geschiedenis

In 1905 begint André Citroën een tandwielfabriek. In 1908 helpt hij het slecht renderende automerk Mors er weer bovenop met managementadviezen. In 1915 start hij een munitiefabriek gebaseerd op de lopende band techniek overgenomen na een bezoek aan Amerika en Henry Ford. Tijdens de Eerste Wereldoorlog produceert deze fabriek meer dan 23 miljoen granaten. Uit dit succes betrekt Citroën het benodigde startkapitaal om een automobielfabriek te beginnen. Wederom wordt als voorbeeld de productiemethode van Henry Ford gebruikt. In 1919 introduceert Citroën de eerste aan de lopende band geproduceerde auto van Europa, de "Type A", ontworpen door Jules Salomon. Deze 4-persoons 10 pk-wagen kostte toen 7.500 francs. Met dit type werd een serieproduktie van tienduizend exemplaren per jaar begonnen. Hierbij kwam in 1922 de onsterfelijke 5 CV, beter bekend als de citroen of het klaverblad.

Citroën slaagde erin uit te voeren wat de Dion en Darracq hadden gepoogd en bracht twee revolutionare elementen in de Europese auto-industrie: massaproduktie waarbij speciale machines (lopende band etc.) werden gebruikt en een kleine wagen die ondanks dat, toch betrouwbaar en sterk tot bijna onverwoestbaar toe was.

Vanaf 1919 heeft Citroën succes op succes met het bouwen van, dan nog, achterwielaangedreven personenauto's en bestelauto's. Door zijn bijzondere manier van reclame maken verwerft het merk grote faam.

In 1925 komt Citroën met het kloeke model type Citroën B12, voorzien van een 10 pk motor en geheel stalen carrosserie. Een van de eerste wagens met 4-wielremmen! In 1928 introduceerde Citroën de Citroën C6. Deze zescilinder had een hoog rendement door een compressieverhouding van 6 op 1; voor die tijd zeer hoog!

Citroën organiseert wereldreizen per auto, zoals de "Croisiere Noir" door Afrika en de "Croisiere Jaune" door China. Citroën regelt de bewegwijzering in Frankrijk, stelt buslijnen in met Citroën bussen, verzorgt autoverzekeringen en zorgt voor een dicht distributienetwerk. De 8pk-Citroën Petite Rosalie reed van 15 maart tot 17 juli 1933 een afstand van 300.000 km op Montlhhery met een gemiddelde van 93 km per uur.

In 1933 verschijnt een 15 pk-model op de weg, uitgerust met de nieuwe motor van Citroën: de moteur flottant.

Zijn laatste geniale daad waarmee hij in 1934 een ommekeer in de automobielindustrie teweeg weet te brengen is de introductie van de Traction Avant, de eerste in serie geproduceerde voorwielaangedreven auto ter wereld. Deze auto had een aantal heel bijzondere aspecten voor die tijd: als eerste natuurlijk de voorwielaandrijving, waardoor er weinig passagiersruimte verloren gaat aan een middentunnel in de bodemplaat. Verder gaat het om een geheel zelfdragende carrosserie waar geen apart chassis onder gemonteerd is en is het een van de eerste in serie geproduceerde auto's met kopklepmotor.

Goklust en de ontwikkeling van deze Traction Avant kosten hem echter zoveel geld, dat Citroën op de rand van een faillissement komt. In 1934 wordt het merk Citroën overgenomen door Michelin. Via nuchtere calculaties wordt drastisch gesneden in de ontwikkeling van de Traction en zo sneuvelt de poging tot het ontwikkelen van een automatische transmissie voor die wagen.

Op 3 juli 1935 om 9 uur overlijdt de inmiddels straatarme André Citroën aan de gevolgen van kanker. Straatarm, maar wel voortlevend in de geschiedenis als de man die vele bekende zaken als eerste heeft ingesteld: autoverzekeringen, autodealers, onderdelendistributie, openbaar vervoer per bus, bewegwijzering, bedrijfsmaatschappelijk werk, bedrijfsmedische dienst, de kindercrèche op het werk en zwangerschapsverlof. Hij wordt naar zijn laatste rustplaats in Montparnasse gereden in een Renault. Zijn laatste rustplaats wordt veel door Citroën-adepten bezocht en goed onderhouden.

Rond deze tijd wordt ook de Citroën 2CV ontwikkeld. Het ontwerp moest voldoen aan een aantal simpele criteria. Deze auto zou na de Tweede Wereldoorlog een doorslaand succes worden.

[bewerk] Na de Tweede Wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog brengt Citroën de 2CV op de markt en herintroduceert het de Traction Avant. Met het model werd de complete automobielindustrie verrast, want aan dit model ontbrak elke luxe; maar wat men niet verwachtte, het werd een wereldsucces. In 14 jaar werden er maar liefst meer dan een miljoen stuks verkocht. Op basis van de 2CV zouden later andere versies volgen: o.a. Dyane, Mehari, Ami, Acadiane.

In mei 1954 introduceert het merk op de Traction Avant 15H het beroemde hydropneumatische veersysteem. De in 1955 geïntroduceerde DS en ID worden hiermee wereldberoemd, wederom een ommezwaai zowel qua design als techniek. De auto wordt opgevolgd door de CX. De HY is de bestelwagen van de Franse fabrikant, welke opgevolgd wordt door de C35.

Een 2-cilinder/4-tract van 600 cm3 de Ami wordt nog op 24 april 1961 gepresenteerd. Ook Panhard rijdt mee op de successen van Citroën. Door een fusie kan de fabriek succes boeken met het model 24CT, dat diverse overwinningen in menige ralley boekt. Topsnelheid van deze uitvoering: 160 km per uur.

Citroën draait in de jaren '70 enorme verliezen. Deels doordat men in de ontwikkeling van een revolutionaire motor is gestapt, de zogenaamde Comotor - een Wankelmotor. Ook heeft Citroën jarenlang geen model tussen de Dyane en de DS, waardoor de ontwikkeling van deze auto, de Citroën GS, enorm veel geld kost. Het overgenomen Italiaanse Maserati blijft eveneens verlies lijden.

In 1974 gaat Citroën failliet. Hoewel het over de zuinige 2CV beschikt, is het bedrijf slachtoffer van de energiecrisis die in 1973 de kop opsteekt. Uit angst voor een enorme ontslaggolf stelt de Franse regering voor om Citroën te laten fuseren met Peugeot. Hieruit komt in 1975 de PSA groep voort. Een van de gevolgen hiervan is dat de Peugeot 104 als Citroën LN op de markt wordt gebracht. Toch behoudt Citroën de eigen identiteit, hoewel de invloed van Peugeot wel duidelijk wordt. Aspirationeel merk Maserati wordt aan DeTomaso verkocht.

Aangezien Citroën op dit moment twee succesvolle nieuwe ontwerpen op de markt had (GS en CX) en Peugeot voorzichtig was in zijn eigen financiën, was de PSA-onderneming een financieel succes vanaf 1975 tot 1979. Dan kocht PSA de activa van Chrysler Europe voor één symbolische dollar; dat leidde echter tot verliezen van 1980 tot en met 1985. Vanaf juli 1979 werd Chrysler omgedoopt tot Talbot en zo bestond PSA voortaan uit Citroën, Peugeot & Talbot.

In 1982 presenteert Citroën de BX als opvolger van de GSA, die overigens nog tot 1986 geproduceerd wordt. Door het uitgebreide gebruik van Peugeot-onderdelen en het strakke design raken de liefhebbers ervan overtuigd dat Citroën zijn karakter zal verliezen. Niets is minder waar; ondanks het design en de Peugeot-motoren is de BX weer een echte Citroën met de kenmerkende noviteiten. Om een goedkoper model aan te kunnen bieden dat als vervanging kan dienen voor de 2CV komt in 1985 de in Roemenië geproduceerde Axel op de markt. Twee jaar later volgen de AX, bedoeld als opvolger van de 2CV, de Visa en de Axel. Daarmee komt ook een einde aan de luchtgekoelde boxermotoren die Citroën al sinds 1948 in de goedkopere modellen levert. Het echte grote nieuws komt in 1989 wanneer Citroën het doek aftrekt van de XM, de opvolger van de CX die al sinds 1975 in productie is. De XM wordt gekenmerkt door strakke lijnen, een sterk verbeterd Hydropneumatisch veersysteem en nieuwe motoren.

De BX wordt begin jaren 90 opgevolgd door twee modellen. Eerst in 1992 door de ZX, een model dat in de compacte middenklasse moet opereren en in 1993 door een middenklassemodel, de Xantia. In samenwerking met FIAT wordt in 1994 de Evasion gepresenteerd, de eerste MPV van Citroën. De Saxo volgt in 1996 de AX op. De Saxo is gebaseerd op de Peugeot 106, maar is enorm populair onder jongeren. De Berlingo wordt samen met de Peugeot Partner als bestelauto gepresenteerd. Het model volgt de C15 op. De Berlingo wordt ook als handige Multispace geleverd. Ook wordt in 1997 de Xsara als opvolger van de ZX gepresenteerd. Dit model is leverbaar als Berline (hatchback), Coupé of Break (stationwagen). Ook is er een MPV op basis van dit model, de Picasso.

Eind jaren '90 loopt de verkoop van Citroën enorm terug en wordt besloten een aantal conceptauto's te presenteren en daarop nieuwe auto's op de markt te introduceren. De Citroën C3 en de C6 Lignage laten zien waar de PSA Citroën heen wil sturen.

[bewerk] Tegenwoordig

Het huidige modellenpark van Citroën bestaat uit auto's die met hun tijd zijn meegegaan maar door hun doordachte samenstelling nog steeds opvallen. De naamgeving van de huidige range verwijst naar de modellen uit het begin van het merk: C1, C2, C3, C4, C5, C6, C8 en ook de C-Crosser SUV in samenwerking met Mitsubishi op basis van haar Outlander.

De C3 was een van de eerste auto's nieuwe stijl die werd geïntroduceerd, niet lang daarna gevolgd door de C3 Plurièl, een cabrioletversie. De Citroën C5 die daarna werd gepresenteerd maakt gebruik van de bekende hydropneumatische vering in de nieuwste uitvoering. Niet lang daarna werden de C2 en C4 op de markt gebracht, uit beide versies werd een rallykanon geboren; de C2 Super 1600 en de C4 WRC. In 2005 werden de C1, een samenwerkingsverband met Peugeot en Toyota, en het nieuwe topmodel C6, het voormalige Lignage project, geïntroduceerd. De Citroën C8 is ontwikkeld door PSA (Citroën en Peugeot (807) en de Fiat groep (Fiat Ulysse en Lancia Phedra). De laatste update in het modellen Gamma zijn de C4 Picasso in 5 of 7 zits uitvoering en de SUV C-Crosser. Een blijvend succesvol model van Citroën is de compacte eenvolumer Xsara Picasso, die ook na de komst van de C4 Picasso-familie in de catalogus blijft.

Ook heeft het een aantal bestelwagens op de markt: de Berlingo, Jumpy en Jumper. Vanaf 2008 commercialiseert het merk ook de kleine bestelwagen Nemo.

[bewerk] Techniek

Citroën heeft steeds een vooruitstrevende rol gespeeld op technisch vlak. Hier volgt een overzicht van enkele gebruikte technieken:

  • Hydropneumatische vering
  • Boxermotor
  • Halfautomatische versnellingsbak
  • Kunststof carossoriedelen
  • Voorwiel aandrijving
  • TU motor
  • ...

[bewerk] Enkele mijlpalen van het automerk en van André Citroën

  • 1878 - 5 februari 0:30 uur: André Citroën wordt geboren.
  • 1885 - André betreedt het Condorcet lyceum.
  • 1900 - In Polen verweft André het patent voor een procedure en machine die tandwielen in een bijzondere vorm kan produceren.
  • 1900 - André studeert af aan de Militaire Technische Hogeschool.
  • 1905 - Oprichting van de maatschappij voor drijfwerken: Citroën, Hinstin & Co.
  • 1908 - André wordt directeur van Mors.
  • 1914 - André trouwt met Georgina Bingen.
  • 1915 - André bouwt een fabriek waar per dag tot 55.000 granaten kunnen worden geproduceerd.
  • 1919 - In de omgebouwde fabriek wordt de eerste Citroën automobiel geproduceerd.
  • 1919 - André stelt de invoering van een Europese munt voor.
  • 1920 - Introductie van de eerste autodealers in Europa.
  • 1921 - Introductie van leasing en financiëringsmogelijkgeden.
  • 1921 - Citroën "schenkt" Frankrijk de eerste 165.000 wegwijzers.
  • 1922 - De eerste expeditie per Citroën dwars door de Sahara.
  • 1923 - De eerste Citroën speelgoedauto's.
  • 1925 - Croisière Noire, culturele expeditie per Citroën dwars door Afrika.
  • 1925 - Levensgrote lichtreclame "Citroën" op de Eiffeltoren.
  • 1927 - Invoering van de dertiende maand voor werknemers.
  • 1928 - Citroën introduceert de autoradio.
  • 1929 - Citroën introduceert als eerste de volledige jaargarantie op nieuwe auto's.
  • 1931 - Croisière Jaune, culturele expeditie per Citroën dwars door Azië.

[bewerk] Modellenoverzicht

[bewerk] Personenauto's

Personenwagens per decennium
1910

1919-1921 type A

1920

1921-1927 B2
1922-1926 5cv
1924-1925 b10
1925-1927 b12
1926-1928 b14
1927-1928 b18
1928-1934 c6
1928-1933 c4

1930

1934-1957 Traction Avant

1940

1948-1990 2CV

1950

1955-1975 DS

1960

1961-1978 Ami
1967-1983 Dyane
1968-1988 Mehari

1970

1970-1971 M35
1970-1975 SM
1970-1979 GS
1974-1989 CX
1976-1986 LN
1978-1988 Visa
1979-1985 GSA

1980

1983-1994 BX
1985-1989 Axel
1986-1996 AX
1989-2000 XM

1990

1991-1998 ZX
1993-2001 Xantia
1994-2002 Evasion
1996-2003 Saxo
1997-2005 Xsara
1996-heden Berlingo

2000

2000-heden Xsara Picasso
2001-heden C5
2002-heden C3
2002-heden C8
2003-heden C2
2004-heden C4
2005-heden C1
2006-heden C6
2006-heden C4 Picasso
2007-heden C-Crosser

[bewerk] Bedrijfsauto's

[bewerk] Trivia

  • Een Citroënliefhebber wordt ook wel Citrofiel genoemd.
  • Er worden vele meetings gehouden voor liefhebbers van het merk, zoals Citromobile.

[bewerk] Externe links


 
Persoonlijke instellingen