Citroën 2CV

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Citroën 2CV
2cv-club-red.jpg
Productiejaren 1948-1990
Productieaantal 3.872.583
Uitvoeringen

375cc, 425cc, 435cc, 602 cc

Voorganger --
Opvolger Citroën Dyane
Portaal  Portaalicoon   Auto

De 2CV (Frans: deux chevaux) is een auto van de Franse autofabrikant Citroën. De afkorting staat voor 'Deux Chevaux Vapeur', wat twee paardenkracht betekent, een maat voor het vermogen en voor de berekening van de Franse wegenbelasting. De 2CV werd geproduceerd tussen 1948 en 1990. In die periode zijn er zo'n 4 miljoen van gebouwd. Dit aantal stijgt tot 5,3 miljoen als de zogenaamde Besteleenden worden meegeteld en tot ruim 8,8 miljoen wanneer de zustermodellen Dyane, Ami en Méhari worden meegeteld. Het uiterlijk van de 2CV werd, net als dat van de Citroën ID/DS en de Traction Avant, ontworpen door Flaminio Bertoni. Op basis van de 2CV werden verschillende kitcars gebouwd, onder andere van Burton, Cygnus, Deauville, Le Patron, Lomax, Voglietta, Hoffmann en Vanclee.

Geschiedenis van de 2CV[bewerken]

2CV Prototype TPV
2CV uit 1955
2CV uit 1989

Na de dood van André Citroën en de overname van het bedrijf door bandenfabrikant Michelin besloot de nieuwe leiding van autofabrikant Citroën in 1935 een kleine auto te ontwikkelen die geschikt diende te zijn voor het ruige Franse platteland: de TPV, oftewel Toute Petite Voiture. Projectleider en stuwende kracht Pierre-Jules Boulanger omschreef het doel als 'een paraplu op vier wielen'. Op basis van marktonderzoek werd besloten dat het een voertuig moest worden dat twee boeren met 50 kilogram aardappelen kon vervoeren of een vat met 50 liter wijn. Ook gaat het verhaal dat het de mogelijkheid moest bieden om een schaap in de auto mee te nemen. De auto moest hierbij zo comfortabel zijn dat eieren in een mand niet zouden breken wanneer de auto over een stuk omgeploegd land zou rijden. Overige eisen waren dat de auto vooral zuinig, betrouwbaar, goedkoop en eenvoudig te bedienen moest zijn: een boerin moest ermee naar de markt kunnen rijden. Ook moest de boer, met zijn zondagse hoed op, er in passen zodat hij per auto naar de kerk kon. Het uiterlijk van de wagen werd niet belangrijk geacht.

Oorspronkelijk plaatste men uit besparingsoverwegingen slechts één koplamp. Nadat echter een prototype tijdens een proefrit werd aangereden, omdat de tegenligger dacht met een motorfiets te maken te hebben, werd het model wél voorzien van twee koplampen.

Er werd een auto ontwikkeld die aan het merendeel van die eisen voldeed, maar hij was zeker nog niet klaar voor productie. Citroën was van plan een prototype van de auto te presenteren op de Salon d'Automobile van oktober 1939, maar vanwege de Tweede Wereldoorlog werd de Salon afgelast.

Na de oorlog, en na nog een grondige verandering van het oorspronkelijke ontwerp, werd de auto op 23 maart 1948 aan pers en publiek voorgesteld. Een journalist zou het wagentje het lelijke eendje hebben genoemd en deze benaming is in Nederland een geuzennaam geworden.

De 2CV werd in het begin van de productie voornamelijk aan boeren (primaire doelgroep), zorgverleners als huisartsen en bekende Franse kunstenaars (gratis reclame) geleverd. De Franse plattelanders waren direct enthousiast, wat de wachttijd liet oplopen tot drie jaar. Nederland was in 1952 het eerste exportland voor de 2CV. De wagen werd hier in het begin echter slecht verkocht, waarschijnlijk vanwege het uiterlijk. Latere versies werden, net als elders in Europa, tot cultvoertuigen. De (Lelijke) Eend mag zich scharen tussen automobiele iconen als de Volkswagen Kever, de Morris Minor, de Mini en de Fiat 500.

Tegenwoordig is de Eend populair als tweede auto. Aangezien nog slechts circa 8500 2CV's in Nederland operationeel zijn, is de prijs voor een perfect bewaard of gerestaureerd exemplaar gestegen naar rond de € 15.000. Onderdelen zijn echter relatief goedkoop en vanwege het lage gewicht (560 kg) is de motorrijtuigenbelasting laag of vanwege de leeftijd niet verplicht. Via diverse 2CV-clubs worden voordelige verzekeringen aangeboden.

De 2CV 4×4 Sahara, later 2CV Bimoteur genoemd (1958-1970), had achterin een extra motor met versnellingsbak, die andersom gemonteerd was. Met een schakelpook tussen de voorstoelen werden beide versnellingsbakken gelijktijdig bediend. Voor de beide motoren waren afzonderlijke benzinetanks onder de voorstoelen en twee contactsloten voorzien. Het reservewiel was voor op de motorkap bevestigd. De auto beschikte dankzij de inschakelbare vierwielaandrijving over een enorme terreinvaardigheid, maar wel voor de dubbele prijs van de standaard-Eend. Er werden slechts 694 exemplaren van gebouwd. Vele werden door de Schweizer Post als bestelwagen gebruikt. Tegenwoordig zijn het gevraagde oldtimers.

Het gerucht gaat dat Citroën plannen heeft om een retro-versie van de 2CV uit te brengen, net zoals Volkswagen de Volkswagen New Beetle heeft geproduceerd, BMW de retroversie van de Mini Cooper, en de Fiat de nieuwe Fiat 500. Tot op heden heeft Citroën echter steeds ontkend een retro-2CV op de markt te zullen brengen.[bron?]

Techniek[bewerken]

2 CV 4×4 Sahara
2CV Charleston van 1983
Het dashboard van een 2CV Club

In 1948 was de 2CV uitgerust met een benzinemotor van 375 cc; een luchtgekoelde kopklepmotor met twee cilinders in boxer-opstelling. De basis van deze motor is tot het einde van de productie dezelfde gebleven, alleen werd er telkens een beetje meer vermogen uitgehaald. De eerste modellen hadden vrijwel geen dashboard. De benzinestand werd gepeild via een peilstok die in de tank gestoken moest worden. De ruitenwissers werden met de hand bediend of waren gekoppeld aan de snelheidsmeter zodat ze bij stilstand niet werkten. Homokinetische koppelingen bij de voorwielaandrijving waren afwezig, zodat bij elke bocht het schokken van het stuur met de beide handen opgevangen moest worden. De eend had eerst een vermogen van 8 pk, de laatste A-modellen uit de jaren 70 en 80 van de 20e eeuw (waaronder de afgeleide Méhari, Dyane, Acadiane) hadden een motor van 602 cc met meer dan 30 pk vermogen, zodat een snelheid van maar liefst 120 km/h en meer mogelijk is. Dit kwam ook door de diverse verschillende versnellingsbakken die toegepast werden.

Besteleenden werden geproduceerd onder de namen AU, AZU, later AK250, AK350, Citroën 2CV AK400 genoemd. De getallen 250, 350 en 400 stonden hierbij voor het laadvermogen.

Het 2CV-motorblok is in de laatste verschijningsvorm opgeboord tot 652 cc en voorzien van elektronische ontsteking. Dit blok werd gemonteerd in de Citroën LNA- en Visa-modellen. Inmiddels zijn er voor de reguliere 2CV-motor (602 cc) ook diverse elektronische ontstekingen beschikbaar gekomen en aan een simpelere versie voor de LNA/VISA-motor wordt gewerkt.

Een bijzonder kenmerk van de 2CV is ook de positie van de versnellingspook. Deze zit aan het dashboard. Later zag men dat ook bij de Renault 4. De achteruit zit links vooraan (op de plek waar in moderne auto's de eerste versnelling zit). De eerste versnelling zit links achteraan, de tweede midden vooraan, de derde versnelling midden achteraan en de vierde rechts vooraan. Het schakelen tussen de tweede en derde versnelling (de meest gebruikte twee) wordt hierdoor heel eenvoudig. De eerste versnelling was vroeger niet gesynchroniseerd, men moest dus vrijwel stil staan (maximaal 10km/h) om terug naar de eerste versnelling te kunnen schakelen, een beetje spelen met tussengas hielp hier bij. Een ervaren 2CV-rijder kon vrij makkelijk nog rijdend terugschakelen, een leek zou een wat krakend geluid uit de versnellingsbak veroorzaken. In latere versies werd de één wel gesynchroniseerd.

Bijnamen[bewerken]

In Frankrijk heeft de 2CV de bijnaam "La Deuche", in België is het "de Geit" of "het wippertje", in Nederland "Eend" of "Lelijke Eend"', in Friesland de "Pyk" of Einepyk , in Duitsland werd het "Ente" en in Engeland "Tin Snail" (blikken slak).

Marketing[bewerken]

In december 1959 verscheen in de vorm van een kartonnen single met een plastic laagje als geluidsdrager een reclameplaatje voor de lelijke eend. Annie M.G. Schmidt schreef ‘Het lelijke eendje’ ter promotie van de Citroën 2CV op een melodie van de Franse zanger Charles Trenet. Henk van de Veldes Kinderkoor zong het liedje samen met Heleen van Meurs en Ronnie Postdammer, Paul Chr. van Westering verzorgde de muziek. Op de achterkant staat alleen de begeleiding, zonder zang. Kopers van een Citroën 2CV kregen het plaatje als geschenk, belangstellenden konden het voor een kwartje bij Citroën bestellen. De hoes was tevens enveloppe.

Tijdens de in 2009 gehouden verkiezing van de top-40 van beste reclameliedjes door de stichting Het ReclameArsenaal eindigde het 2CV-reclamelied op de eerste plaats van liedjes uit de periode van 1950-1980.

Literatuur[bewerken]

  • Antoine Demetz, Citroën 2CV de mon père, ETAI, Parijs 1998, ISBN 978-27268831-0-5
  • Jan Eggermann, Citroën 2CV - Die Ente in Deutschland, edition garage 2CV, Lüdenscheid 2005, ISBN 978-39809082-2-1
  • John Reynolds, Citroën 2CV Third edition, uitg. Haynes Publishing, Sparkford Yeovil Somerset UK 2005, ISBN 1-84425-207-8
  • Jan de Lange, De Eend, Citroën 2CV in Nederland, uitg. Elmar Bv, Rijswijk 1999, ISBN 90-389-0206-9
  • Ernst van Altena, Een eend van vijfendertig, geschiedenis van de 2CV, uitg. In den Toren, Baarn 1983, ISBN 90-6074-592-2
  • Adriaan Huigen, Beroemde auto's, de eend, uitg. De Alk bv, Alkmaar 1994, ISBN 90-6013-013-8
  • Donato Nappo - Stefania Vairelli, 2CV Icon of style, uitg. Tectum, Antwerpen 2010, ISBN 978-90-79761-26-5
  • Jan Haakman - Peter Belinfante - Eduard Hattuma, Uit de archieven van: Citroën, uitg. Haakman, Huizen 2009, ISBN onbekend
  • Julien Lautier, en Provence, les 2CV du soleil, uitg. Éditions Équinoxe, Saint-Remy-de-Provence 2006, ISBN 978-2-84135-509-9
  • David Sparrow, Adrienne Kessel, Citroën 2CV, uitg. Atrium, Alphen a/d Rijn 1992, ISBN 90-6113-582-6
  • Jonathan Wood, The Citroën, uitg. Shire publications LTD, Princes Risborough Buckinghamshire 2003, ISBN 0-7478-0563-6
  • Jan-Erik Plettenburg, Eend, uitg. de Roskam bv, Almelo 2011, ISBN 978-90-76502-08-3

Beluister

(info)