Bugatti

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bugatti Type 15, de op een na oudste nog bestaande Bugatti (1910)

Bugatti is een gerenommeerd historisch automerk, dat bekend is om zijn snelle, dure en exclusieve wagens. De merknaam is in 1998 voor 100 mark in handen van het Volkswagen-concern gekomen.

Geschiedenis[bewerken]

In 1909 vestigde de Italiaan Ettore Bugatti (Milaan, 15 september 1881Neuilly, 21 augustus 1947) zich in het toenmalig Duitse Molsheim bij Straatsburg waar hij als zelfstandig automobielbouwer begon. Ettore had ruime ervaring in de toenmalige auto-industrie opgedaan bij verschillende merken zoals De Dietrich, Mathis en Deutz AG.

Het was de bedoeling een kleine serie automobielen te bouwen met de eigenschappen van een door hem, tijdens zijn werkzaamheden bij Deutz in Keulen ontwikkeld prototype: Type 10. Het Type 15 had een grotere wielbasis dan het Type 10. De serieproductie begon met model Type 13: een 1327 cc-motor met bovenliggende nokkenas.

In diezelfde tijd ontwierp Ettore Bugatti de Peugeot BéBé.

In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog werd een viertal modellen met viercilinder motoren van 1327 tot 5027 cc geproduceerd. In 1913 ontwierp hij zijn eerste prototype met 8 cilinders in-lijn van 2655 cc, door een tweetal 4-cilindermotoren aan elkaar te koppelen.

In 1922 verscheen de eerste Bugatti met achtcilindermotor, het Type 30, met 1991 cc cilinderinhoud. Bij de Grote Prijs van Lyon in 1924 introduceerde Ettore Bugatti de Type 35, met een achtcilindermotor met 1991 cc. Het Type 35 baarde opzien. Niet alleen vanwege zijn prachtige vormgeving ten opzichte van zijn voorgangers (het Type 30 sigaar en het Type 32 Tank), maar vooral ook door de speciale achtspaaks aluminium wielen. Dit innovatieve ontwerp met geïntegreerde remtrommel was een sensatie.

Op basis van dit model ontstonden vele varianten, zoals de 35C met compressor, de 35T met 2,3 liter-motor, de 35B met 2,3 liter-motor met compressor. Daarnaast verscheen er een eenvoudigere versie op de markt in de vorm van de 35A. Deze had de motor van het Type 30 en spaakwielen in plaats van de befaamde aluminium wielen. Deze versie kreeg de bijnaam Tecla, naar de namaakparels die destijds te koop waren. In de loop der jaren verschenen verdere op basis van het Type 35 ontwikkelde racers, zoals het Type 51, met dubbele bovenliggende nokkenassen en het Type 54.

In de normale toerwagens leverde Bugatti onder andere het Type 44 (3000 cc) en Type 46 (5300 cc). De klant kon kiezen of hij de carrosserie van de fabriek wilde, of koetswerk wilde laten bouwen door andere carrossiebouwers.

Voor de allerrijksten werd de enorme Bugatti Royale Type 41 geïntroduceerd met een cilinderinhoud van 12.763 cc (!), een wielbasis van 4,32 meter en een gewicht van meer dan 3000 kg. Van deze auto zijn er maar een zestal (inclusief het prototype) geproduceerd. De auto was bedoeld voor de gekroonde hoofden van Europa, en werd commercieel gezien een flop. Koning Alfonso XIII van Spanje had interesse maar werd onttroond voordat hij een bestelling kon plaatsen. Van de zes gebouwde Royales wist Bugatti er drie te verkopen. De eerste werd verkocht aan een Franse textielmagnaat, Armand Esders. Deze auto had een prachtige roadstercarrosserie naar ontwerp van Jean Bugatti, zonder koplampen omdat de heer Esders nooit in het donker reed. De tweede Royale werd verkocht aan de Duitse gynaecoloog Dr. Fuchs en door Weinberger in München van een cabrioletcarrosserie voorzien. De laatste Royale werd verkocht aan de Engelse kapitein Foster. Deze liet er door Park Ward een salooncarrosserie op plaatsen.

Type 55 werd het platform voor de, tot aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog geproduceerde, Type 57. Dit type werd onder leiding van Ettore's zoon Jean ontwikkeld en veranderde de strategie van het bedrijf. Terwijl er voorheen meerdere verschillende modellen naast elkaar geproduceerd werden, zou vanaf 1934 alleen nog maar het Type 57, uiteraard wel in verschillende vormen, te koop zijn. Het Type 57 was een sportwagen met 3257 cc met dubbele bovenliggende nokkenassen. De 57 was in verschillende varianten leverbaar naast de "standaard" uitvoering, zo was er een 57C met compressor, een 57S met een lager en ingekort chassis (en een V-vormige grille) en natuurlijk de 57SC, sportchassis met compressor.

Na de dood van Ettore Bugatti in 1947 werd nog een gering aantal Bugatti T 101's (op basis van de T57) geproduceerd. Daarna werd de fabriek overgenomen door Hispano-Suiza, die de fabriek ombouwde tot fabriek van onderdelen voor vliegtuigmotoren.

De Bugatti’s waren een kunstzinnige familie. De familie telde onder andere meubel- en interieurontwerper Carlo (Ettore's vader) en Ettore's broer Rembrandt was beeldhouwer: het beeldje van de olifant op de radiatordop van de Royale was van zijn hand. Ettore’s zoon Jean had de hand in menig carrosserieontwerp voor de Bugatti’s (onder andere op basis van de T50, de z.g. “Profilé”-stroomlijncarrosserie en de ‘Atlantic’-Sportcoupé op basis van de T57SC). Hij had waarschijnlijk zijn vaders werk kunnen voortzetten, en het merk kunnen redden, als hij niet in 1939 bij het testen van het type 57G voor een race om het leven kwam.

Modellen[bewerken]

Oude[bewerken]

(niet volledig)

Grote automobielmusea zoals het Musée National de l'Automobile te Mulhouse, ook wel bekend als de Schlumpf-collectie, en particuliere verzamelaars hebben grote bedragen over gehad voor hun verzameling historische Bugatti's. Het is geen uitzondering dat een vooroorlogse Bugatti-racer bij een veiling voor enkele miljoenen euro's onder de hamer gaat. Sommige modellen staan zelfs in musea voor moderne kunst (Boston Museum of Fine Arts).

Nabije verleden[bewerken]

In 1991 werd geprobeerd om het merk weer nieuw leven in te blazen door een groep Italiaanse investeerders onder leiding van Romano Artioli. De EB110-sportwagen werd gepresenteerd. Veel succes had deze Bugatti echter niet.

Volkswagen nam in 1998 de rechten op de naam Bugatti over van Romano Artioli. Na jarenlange problemen met de prototypes kwam in 2005 het type Bugatti Veyron 16.4 op de markt. Deze auto was ontwikkeld onder leiding van Volkswagen, en is sinds 5 september 2005 te koop. De auto heeft een top van 407 km/u en een vermogen van 1001 pk. Formule 1-coureur Michael Schumacher zou er een besteld hebben.

Bugatti behoort nu tot de klassieke tak van de Volkswagen-groep. Deze tak staat onder leiding van Volkswagen en omvat Bugatti, Škoda, Volkswagen, Audi, Seat en Bentley.

Het bekende logo met "EB" staat voor Ettore Bugatti, de oprichter van het bedrijf.

Huidige[bewerken]

Veyron 16.4 (sinds 2005)
Prototypes vanaf 2001, productie en/of levering vanaf maandag 5 september 2005. De Veyron is één van de meest spraakmakende, legendarische en geavanceerde auto's ooit, het is tevens een van de snelste en duurste productieauto's van het moment en de snelste en duurste Franse auto ooit. De Bugatti wordt op vlak van snelheid enkel verslagen door de Barabus TKR en de SSC Ultimate Aero TT, een Amerikaanse supercar. De Veyron is de eerste Bugatti die in de nieuwe fabriek in het Franse Molsheim wordt gemaakt. In totaal zou er een oplage van 300 exemplaren gemaakt worden. Het 200e exemplaar rolde op vrijdag 7 maart 2009 de fabriek uit. Het 200e exemplaar was een bijzondere versie namelijk: De Bugatti Veyron fbg par Hermès en was gespoten in de kleuren Garace en Blue indigo.
Veyron 16.4 Grand Sport (sinds 2009)
Sinds 2009 is er ook een Targa-variant die op kan lopen tot 500 duizend tot een miljoen en van de Veyron in productie. Deze heeft dezelfde prestaties als de coupé, maar dan zonder dak. De auto kan zonder dak 360 km/u halen, maar met het speciale targadak is de top van 407 km/u mogelijk[bron?]. Ook wordt de auto geleverd met een stoffen kap, voor als er plotseling een dak nodig is, dit kan namelijk niet worden meegenomen. Met het stoffen dakje is een maximumsnelheid van 120 km/u mogelijk. De auto heeft een paar kleine wijzigingen ondergaan, zoals vernieuwde koplampunits.
Super Sport (sinds 2010)
Sinds 2010 is er ook een Super Sport-versie. Hij kreeg vier grotere turbo's en intercoolers, wat het vermogen opkrikt naar 1.200 pk en een koppel van 1.500 Nm. Ook zijn er aan de rest van de auto een heleboel aanpassingen geweest, waaronder nieuwe schokdempers, afkomstig uit de racerij, sterkere stabilisatorstangen en aerodynamische aanpassingen zoals het bijna volledig afdekken van de motor, het opnieuw vormen of toevoegen van luchtinlaten en het verhogen van de carrosserie.

Door het gebruik van koolstofvezel met een andere structuur ging het gewicht met zo'n 50 kilo omlaag. De acceleratietijd van 0 naar 100 km/u bleef met 2,5 seconden hetzelfde, maar van 0 naar 300 ging nu in 15 seconden in plaats van 17. De ingenieurs mikten op een topsnelheid van 425 km/u, maar tijdens een test op de VW-testbaan bereikte de Super Sport een gemiddelde snelheid van 431 km/u. De topsnelheid van de productie Super Sports zal worden begrensd tot 415 km/u, wegens de banden. Van de Super Sport zullen maar 30 exemplaren gebouwd worden, deze zullen boven de 2 miljoen euro uitkomen.

Externe links[bewerken]