Ubar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Ubar (Arabisch: إرَم ذات العماد), ook bekend als Aram, Iram, Irum, Irem, Erum, Iram, Wabar, of de Stad van duizend pilaren is een verloren stad in het Arabisch Schiereiland.

Ubar wordt voor het eerst genoemd in oude geschriften bij zijn Arabische naam "Iram", en was volgens veel volksverhalen het handelscentrum van de Rub al Khali woestijn. De stad zou ergens van 3000 voor Christus tot de eerste eeuw na Christus hebben bestaan in het zuidelijke gedeelte van het Arabisch Schiereiland. Volgens legendes zou de stad erg rijk zijn geworden door de handel met de kustgebieden en de dichtbevolkte gebieden in het Midden-Oosten en Europa. De Koran noemt de stad als een stad bewoond door een stam van A'ad.

De stad is op een onbepaald punt in de geschiedenis verloren geraakt, maar hoe is niet duidelijk. Volgens folklore zou koning Shaddad een waarschuwing van de profeet Hud hebben genegeerd, waarna God de stad liet wegzinken in het zand. Ubar werd bekend in de westerse wereld door de vertalingen van Duizend-en-één-nacht.

Er wordt soms getwijfeld of de stad echt bestaan heeft. T. E. Lawrence noemde de stad daarom ook wel “het Atlantis van het zand”.

Archeologische vondsten uit Iram tonen veelvuldige inscripties aan de godin Allāt gericht die de bescherming van de stam van ‘ād inroepen.[1]

Bewijs voor Ubar/Iram[bewerken]

De ruïnes van de Ubarite-oase en de ingestorte bron

Recente ontdekkingen hebben het geloof in het bestaan van Ubar weer aangewakkerd.

Begin jaren 80 van de 20e eeuw gebruikte een groep onderzoekers de op afstand bestuurbare satellietlenzen van NASA, Ground Penetrating Radar, data van het Landsatprogramma en foto’s van de Spaceshuttle Challenger in een poging de stad terug te vinden. Hiermee werden oude karavaanroutes onderzocht op plaatsen waar meerdere routes elkaar kruisten.

Een gebied dat vaak wordt aangewezen als mogelijke locatie voor Ubar bevindt zich in de Dhofarprovincie van Oman. Een team van onderzoekers, onder wie de avonturier Ranulph Fiennes, archeoloog Juris Zarins, filmmaker Nicholas Clapp en advocaat George Hedges, bracht meerdere bezoekjes aan dit gebied. Ze stopten uiteindelijk bij een waterput genaamd Ash Shisar.[2] Vlak bij deze oase lagen ruïnes die voorheen werden geïdentificeerd als restanten van een 16e-eeuws Shis’r fort. Opgravingen onthulden restanten van een nog oudere nederzetting en voorwerpen die daar werden verhandeld. Dit oudere fort bleek te zijn gebouwd op een grote kalkstenen grot die als waterbron kon hebben gediend voor het fort. Als dat zo was, dan zou dit een belangrijke oase zijn geweest op veel handelsroutes. Het fort is vermoedelijk vernietigd toen de grot instortte doordat men er te veel water uithaalde, ergens tussen 300 en 500 na Christus.

In fictie[bewerken]

Ubar speelt een rol in veel verhalen, zoals:

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Healey John F., The Religion of the Nabataeans: A Conspectus in Religions in "the Graeco-Roman World" vol.136, Brill, Boston, ISBN 90-04-10754-1, hs. 4 p.111
  2. "The Frankincense Route Emerges From the Desert", New York Times, 1992-04-21. Geraadpleegd op 2007-12-06.