Challenger (ruimteveer)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Challenger
Spaceshuttle Challenger in een baan om de aarde
Spaceshuttle Challenger in een baan om de aarde
Missiestatistieken
OV Designation OV-099
Herkomst naam HMS Challenger
Land van herkomst Verenigde Staten van Amerika
Oplevering 26 juli 1982
Eerste vlucht STS-6
4 april 1983 - 9 april 1983
Laatste vlucht STS-51-L
28 januari 1986
Aantal missies 10
Aantal bemanningen 60
Tijd in ruimte 62,41 dagen
Banen om aarde 995
Afgelegde afstand 41.527.414 km
Ontvouwde satellieten 10
Gekoppeld aan MIR 0
Gekoppeld aan ISS 0
Status Verongelukt (28 januari 1986)
Ruimteveren
NASA: Enterprise - Pathfinder - Columbia - Challenger - Discovery - Atlantis - Endeavour

Sovjet: Boeran - Ptitsjka

Opvolging
NASA: Orion
Portaal  Portaalicoon   Ruimtevaart

De Challenger was de tweede van de vijf spaceshuttles die gebouwd zijn. Op 28 januari 1986 viel de Challenger 73 seconden na de lancering uit elkaar, waarbij alle zeven bemanningsleden omkwamen.

Testobject[bewerken]

Oorspronkelijk was de Challenger gebouwd als testobject, om de sterkte van de mechanische constructie te kunnen beproeven. Bij het ontwerp van de spaceshuttle is zo extreem voor reduceren van het gewicht gekozen, dat elk onderdeel essentieel was geworden voor de sterkte van de totale shuttle. Daarom werd besloten om één shuttle speciaal te bouwen om aan de meest extreme mechanische belastingen bloot te stellen en zo de theoretische sterkteberekeningen te verifiëren.

Later in het programma werd besloten de derde testshuttle Enterprise niet aan te passen voor ruimtevluchten. Daardoor zou alleen de Columbia overblijven voor ruimtevluchten. NASA wilde het hele Space Shuttleproject niet laten afhangen van één enkel ruimtevaartuig en daarom werd in 1979 opdracht gegeven om de Challenger alsnog om te bouwen tot een ruimtewaardige spaceshuttle.

Ruimtevluchten[bewerken]

In 1982 werd de aangepaste Challenger afgeleverd bij NASA en op 4 april 1983 werd hij voor het eerst gelanceerd (vlucht STS-6). De Challenger was daarmee de tweede spaceshuttle, na de Columbia, die in de ruimte vloog. De Challenger voltooide in totaal negen succesvolle missies. De Nederlandse astronaut Wubbo Ockels verbleef in dit ruimteveer (vlucht STS-61-A), enige tijd na de in Nederland geboren ruimtevaarder Lodewijk van den Berg (STS-51-B).

De Challenger was de enige spaceshuttle waar meer dan zeven personen in vervoerd konden worden (acht). Uiteindelijk is dit slechts eenmaal gebeurd, bij vlucht STS-61-A.

Hieronder staan alle missies die de Challenger uitvoerde.

# Lanceerdatum Missie Lanceercomplex Landingsdatum Landingsplaats
1 4 april 1983 STS-6 LC-39A, Kennedy Space Center 9 april 1983 Edwards Air Force Base
2 18 juni 1983 STS-7 LC-39A, Kennedy Space Center 24 juni 1983 Edwards Air Force Base
3 30 augustus 1983 STS-8 LC-39A, Kennedy Space Center 5 september 1983 Edwards Air Force Base
4 3 februari 1984 STS-41-B LC-39A, Kennedy Space Center 11 februari 1984 Kennedy Space Center
5 6 april 1984 STS-41-C LC-39A, Kennedy Space Center 13 april 1984 Edwards Air Force Base
6 5 oktober 1984 STS-41-G LC-39A, Kennedy Space Center 13 oktober 1984 Kennedy Space Center
7 29 april 1985 STS-51-B LC-39A, Kennedy Space Center 6 mei 1985 Edwards Air Force Base
8 29 juli 1985 STS-51-F LC-39A, Kennedy Space Center 6 augustus 1985 Edwards Air Force Base
9 30 oktober 1985 STS-61-A LC-39A, Kennedy Space Center 6 november 1985 Edwards Air Force Base
10 28 januari 1986 STS-51-L LC-39B, Kennedy Space Center Niet geland Niet geland; verongelukte 73 seconden na de lancering

Ramp[bewerken]

Ongeval[bewerken]

Challenger desintegreert 73 seconden na de lancering

De Challenger desintegreerde 73 seconden na de lancering van zijn tiende vlucht STS-51-L op 28 januari 1986. Hij werd onder geringe publieke belangstelling gelanceerd. De beelden werden later als 'live' herhaald, vlak na het ongeval, waardoor velen dachten de lancering op televisie live te zien gebeuren. Al tijdens de eerste seconden van de vlucht lekten er hete gassen uit de rechterstuwraket, door een defecte rubberen O-ring die de buitenste afdichting vormde tussen het onderste deel en de rest van de stuwraket. Deze O-ring was niet bestand tegen de lage temperatuur van 2 graden Celsius op het moment van de lancering.

Oorzaak[bewerken]

Hierdoor lekten vrijwel meteen na de start hete gassen en brandstof uit de rechterstuwraket. Deze brandstof bevatte ook aluminium, voor extra motorvermogen tijdens de vlucht naar de ruimte. Het verbruik van aluminium leverde slakken op. Deze slakken kwamen in de scheur terecht, waardoor de scheur werd gedicht.

Na 58 seconden passeerde het ruimteveer een smalle luchtlaag met extreme windsnelheden. Een half uur voor de lancering vloog er nog een passagiersvliegtuig door deze luchtlaag, precies boven de lanceerplaats van de Challenger. Dit vliegtuig kwam in aanraking met een sterke windstroming van wel 300 kilometer per uur, nog harder dan de orkaan Katrina. Zo kwam dus ook de Challenger in deze luchtlaag terecht. Vermoedelijk raakten de slakken nu los door de grote windkrachten, waardoor er weer hete gassen en brandstof begonnen te lekken. De scheur werd groter. De hete gassen lekten tegen de onderzijde van de externe brandstoftank die daardoor 73 seconden na de lancering bezweek. De tank met vloeibaar waterstof verloor daardoor vrijwel zijn hele inhoud. Tegelijkertijd werd deze tank met grote kracht in de tank met vloeibaar zuurstof gedreven, waardoor ook deze laatste bezweek. De enorme hoeveelheden waterstof en zuurstof die vrijkwamen werden ontstoken door de uitlaatgassen van de stuwraketten en een zeer snelle verbranding volgde. In tegenstelling tot wat vaak genoemd wordt, was er echter geen sprake van een detonatie.

De officiële onderzoekscommissie die na de ramp door toenmalig president Ronald Reagan werd ingesteld, concludeerde dat de waterstof en zuurstof in een grote wolk weliswaar zeer snel verbrandden, maar dat van explosieve verbranding geen sprake was. De Challenger bevond zich midden in het inferno van de verbrandende brandstoffen en werd uit elkaar gerukt. De cockpit kwam grotendeels intact uit de wolk verbrandende gassen tevoorschijn en viel ruim 16 kilometer omlaag om op het wateroppervlak van de Atlantische Oceaan uiteen te spatten. Daarbij stierf de hele bemanning. De restanten van de cockpit en de restanten van de zeven astronauten werden enkele weken na het ongeval gevonden op de oceaanbodem en geborgen. De stoffelijke resten van de astronauten werden via staatsbegrafenissen ter aarde besteld. President Reagan was bij de begrafenissen aanwezig en stelde dat ondanks het tragische ongeval met de Challenger het spaceshuttleprogramma voortgezet zou worden.

Onderzoek[bewerken]

Herdenkingsteen op Arlington National Cemetery

Er werd een uitgebreid onderzoek ingesteld naar het ongeluk, waarbij ook het management van het spaceshuttleprogramma tegen het licht werd gehouden. Tot de leden van de commissie-Rogers behoorden Richard Feynman en Neil Armstrong. Ten behoeve van het onderzoek werd een groot gedeelte van de stuwraketten en de Challenger geborgen van de bodem van de Atlantische Oceaan. De vele beelden die van de lancering werden gemaakt werden uitgebreid bestudeerd en vele honderden getuigen, zowel binnen als buiten het Amerikaanse ruimtevaartprogramma werden gehoord. Feynman demonstreerde tijdens een hoorzitting de oorzaak van de ramp en presenteerde een minderheidsstandpunt. Negen maanden na de ramp rapporteerde de onderzoekscommissie haar bevindingen aan de Amerikaanse president en deed zij vele aanbevelingen om herhaling van het ongeval te voorkomen. Pas twee jaar en acht maanden na het ongeval, nadat de constructie van de stuwraketten van de overgebleven spaceshuttles was gewijzigd en onder andere een aantal veranderingen was doorgevoerd in de organisatie van het spaceshuttleprogramma, vond de volgende lancering van een spaceshuttle plaats.

De besluitvorming die leidde tot het lanceren van de shuttle met zijn gevolgen wordt vaak aangehaald als voorbeeld van groepsdenken.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]