Verstek (procesrecht)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

In een juridische procedure kan verstek verleend worden wanneer een partij niet komt opdagen.

Wanneer een civiele procedure wordt gestart met een dagvaarding of met een verzoekschrift zal de gedaagde partij actie moeten ondernemen. Afhankelijk van het soort procedure zal de gedaagde in persoon of vertegenwoordigd door een advocaat moeten verschijnen en vervolgens verweer moeten voeren door een verweerschrift of een conclusie van antwoord bij de rechtbank in te dienen. Wanneer de gedaagde niet verschijnt dan zal de rechter verstek verlenen en een verstekvonnis uitspreken. Dit houdt doorgaans in dat de eis van de eiser volledig wordt toegewezen, tenzij de rechter de eis of een deel ervan onrechtmatig lijkt zoals bijvoorbeeld in geval van exorbitant hoge incassokosten. Na betekening van dit vonnis door de gerechtsdeurwaarder heeft de gedaagde partij slechts vier weken de tijd om in verzet te komen. Dat vindt plaats door een dagvaarding die aan de oorspronkelijke eiser wordt uitgebracht en waarin wordt gevorderd dat het verstekvonnis ongedaan wordt gemaakt en de vorderingen van de oorspronkelijke eiser alsnog worden afgewezen. Dat verzet is niet hetzelfde is als hoger beroep. In het verzet wordt de procedure voorgezet en komt het verweer van de gedaagde alsnog aan de orde. Als de verzet-termijn ongebruikt is verstreken, is het vonnis onherroepelijk en krijgt het kracht van gewijsde. Hoger beroep is niet mogelijk wanneer er verstek is verleend en geen verzet is gedaan.

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken