Verstek (procesrecht)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In een juridische procedure kan verstek verleend worden wanneer een partij niet komt opdagen.

Verlening[bewerken]

Wanneer een civiele procedure wordt gestart met een dagvaarding of met een verzoekschrift zal de gedaagde partij actie moeten ondernemen. Afhankelijk van het soort procedure zal de gedaagde in persoon of vertegenwoordigd door een advocaat moeten verschijnen en vervolgens verweer moeten voeren door een verweerschrift of een conclusie van antwoord bij de rechtbank in te dienen. Wanneer de gedaagde niet verschijnt dan zal de rechter verstek verlenen en een verstekvonnis uitspreken. Dit houdt doorgaans in dat de eis van de eiser volledig wordt toegewezen, tenzij de rechter de eis of een deel ervan onrechtmatig lijkt zoals bijvoorbeeld in geval van buitengewoon hoge incassokosten. Ook zal de rechter ambtshalve algemene voorwaarden moeten toetsen teneinde te bezien of deze niet onredelijk bezwarend zijn. Let wel: bij een verzoekschriftprocedure kan geen verstek worden verleend als de tegenpartij niet verschijnt.

Vervolg[bewerken]

Na betekening van het verstekvonnis door de gerechtsdeurwaarder heeft de gedaagde partij slechts vier weken de tijd om in verzet te komen (voor vonnissen welke dateren van voor 1 januari 2002 geldt een verzettermijn van twee weken). Deze termijn treedt in werking slechts wanneer het vonnis door de gerechtsdeurwaarder aan gedaagde partij in persoon wordt betekend. (Zgn. betekening in persoon). Wordt er tijdens de betekening van het vonnis niemand op het adres van gedaagde partij aangetroffen en wordt het vonnis als ook de betekening in een daarvoor speciaal bestemde enveloppe achtergelaten, dan vangt de verzettermijn van vier weken aan wanneer de gedaagde partij stelt inhoudelijk op de hoogte te zijn van het verstekvonnis. De verzettermijn gaat in elk geval lopen na elke daad van executie van het vonnis. Hierbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan een gelegd executoriaal loonbeslag.

Een verzetprocedure vindt plaats door een dagvaarding die aan de oorspronkelijke eiser wordt uitgebracht en waarin wordt gevorderd dat het verstekvonnis ongedaan wordt gemaakt en de vorderingen van de oorspronkelijke eiser alsnog worden afgewezen. De verzetdagvaarding is dan feitelijk de conclusie van antwoord. Dit verzet is niet hetzelfde als een hoger beroep procedure. In het verzet wordt de procedure voortgezet en komt het verweer van de gedaagde wederom aan de orde. Als de verzet-termijn ongebruikt is verstreken, is het vonnis onherroepelijk en krijgt het kracht van gewijsde. Dit alles in het kader van de hoor en wederhoor.

Strafprocesrecht[bewerken]

In een strafproces kan de rechtbank de openbare aanklager verstek verlenen als de gedagvaarde verdachte niet komt opdagen bij de terechtzitting.