Vicus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Latijnse woord vicus betekent 'gehucht' of 'wijk'. In de betekenis 'gehucht' werd het gebruikt voor een dorp van vijfhonderd tot duizend inwoners. Een vicus was in de Romeinse tijd vaak een nederzetting bij een Romeins castellum (legerplaats) of een klein stadje dat op de kruising lag van belangrijke handelswegen en meestal een handelsplaats was. In de middeleeuwen duidde het woord vicus op een kleine nederzetting die zelf vlak bij een stad lag, ook wel te vergelijken met een voorstad, maar zeker niet zo groot.

In Maastricht heet het oostelijke stadsdeel Wyck, afgeleid van de in de Romeinse tijd reeds bewoonde vicus ter plaatse. Belgische voorbeelden zijn het dorpje Velzeke, waar een belangrijk Gallo-Romeins museum gevestigd is, de vicus van Asse, de vicus van Elewijt en Cortoriacum (Kortrijk).