Wambuis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tekening van een 13e-eeuws wambuis
16e-eeuws wambuis in Pieter Breughel den Oudes "Bruiloftsdans"

Een wambuis (ook wel "gambeson" of "aketon" genoemd) is een gewatteerd vest, dat vaak gemaakt is van lagen linnen, in banen gestikt, met een opvulling van wol, katoen en haren van bijvoorbeeld paarden. Het bedekt het lichaam van de hals tot op het middel. Er is onderscheid tussen ridders die hoger in de hiërarchie stonden, en dus een maliënkolder konden veroorloven bovenop het wambuis, en ridders die het wambuis als enige gevechtsuitrusting kenden. Dit wambuis wordt vaak beschreven als zwaarder dan de eerste variant en opgebouwd uit vele lagen stof (wol, linnen, zijde en soms leer). Het aantal lagen wordt in verschillende tekstuele bronnen beschreven en loopt soms op tot wel 30 lagen. Dit kan zelfs pijlen tegenhouden en is te vergelijken met moderne kogelwerende vesten. Over het algemeen wordt een wambuis gebruikt voor vier verschillende doeleinden, te weten:

  • Ondersteuning van het gewicht van de maliënkolder. Het wambuis verdeelt het gewicht van de maliënkolder over de schouders.
  • Het wambuis houdt de ringetjes van het maliënkolder op een afstand van de huid. Dit beschermt de ridder tegen kleine ongemakken tijdens de strijd.
  • De derde functie van het wambuis is het opvangen van klappen van verschillende slagwapens, doordat het een soort van kussenfunctie vervult.
  • En ten vierde dient het om lichaamswarmte vast te houden

In de zestiende eeuw was het geëvolueerd tot een ondervest of een soort borstrok. In de zeventiende eeuw wordt de wambuis verdrongen door de borstrok of boezeroen, die op zijn beurt aan het begin van de twintigste eeuw deels doorontwikkelt als overhemd en deels plaats maakt voor de gilet zonder mouwen.

Zie ook[bewerken]