Washington Consensus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Washington Consensus is een term voor het eerst gebruikt door John Williamson in 1989 om een relatief specifieke set van tien beleidsprescripties aan te duiden die samen volgens hem het standaard hervormingspakket vormden voor landen getroffen door een economische crisis zoals het werd gepromoot door de in Washington, D.C gevestigde instituten zoals het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Wereldbank en het Amerikaanse Ministerie van Financiën.[1]

De term "Washington Consensus" heeft sindsdien een tweede connotatie gekregen en wordt vaak gebruikt, vaak op een negatieve manier, om een bepaald neoliberaal en marktfundamentalistisch soort beleid aan te duiden dat in grote lijnen draait om het uitbreiden van de rol van de markt en het terugdraaien van de rol van de overheid in de economie.

De Washington Consensus, vooral in de tweede bredere formulering, is het onderwerp geworden van felle kritiek van sommige mensen en groepen die van mening zijn dat het een manier is om arme landen te open te stellen voor directe buitenlandse investeringen van grote Westerse multinationals en hun aandeelhouders in de Westerse landen. Enkele Latijns-Amerikaanse landen met een socialistische of andersgezinde linkse regering, hebben beleid ingevoerd, dat in strijd is met de Washington Consensus.

Sinds de kredietcrisis werd de Washington Consensus, voor zover men hier nog van kan spreken, des te meer bekritiseerd door partijen die van mening waren dat het economische model, dat deze consensus voorstaat, in de praktijk had gefaald.

Lijst van aanbevelingen[bewerken]

De consensus bevat tien brede aanbevelingen:

  1. Begrotingsdiscipline;
  2. Publieke uitgaven niet als subsidie maar als investering verstrekken in voorzieningen en diensten op het gebied van werkgelegenheid, armoedebestrijding, basisonderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur;
  3. Belastinghervorming, uitbreiding van het aantal belastingvormen en het invoeren van een gematigd marginaal belastingtarief;
  4. Positieve maar gematigde en marktbepaalde rentetarieven;
  5. Concurrerende valutakoersen;
  6. Handelsliberalisatie, de liberalisatie van importen met nadruk op het wegnemen van kwantitatieve restricties, alle overblijvende protectie moet laag zijn en bestaan uit uniforme toltarieven;
  7. Liberalisatie van buitenlandse directe investeringen;
  8. Privatisering van bedrijven in staatseigendom;
  9. Afschaffing van concurrentiebeperkende regulering, behalve die op grond van veiligheids- of milieuredenen, en regulering van de financiële sector;
  10. Bescherming van eigendomsrechten.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Williamson, John: What Washington Means by Policy Reform, in: Williamson, John (ed.): Latin American Readjustment: How Much has Happened, Washington: Institute for International Economics 1989.