Willem Cornelisz Backer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Willem Cornelisz Backer (1595 - 5 oktober 1652), lid van de familie Backer, is de zoon van Cornelis Jorisz en Grietje Backer. Hij was luitenant der schutterij en burgemeester van Amsterdam in 1639, 1642, 1645, 1647 en 1651. Backer was evenals bewindhebber van de Vereenigde Oostindische Compagnie en ridder van St. Marcus.

Backer groeit op in Amsterdam. Zijn vader is haringkoper op de Nieuwendijk. Backer wordt lid van de schutterij en doet in 1623 met zijn vaandel mee aan de verdediging van Zwolle.

In 1627 trouwt hij met Bregitta Spiegel. Van zijn schoonouders erft hij naast een vermogen ook het huis Nuyssenburch in Overveen.

Inhoud

Zijn werk [bewerken]

In 1625 komt Backer in de vroedschap, die uit 36 personen bestaat. Hij sluit zich aan bij de machtige Calvinisten, die onder leiding staat van Reinier Pauw.

De gereformeerde Backer was o.a.:

  • Commissaris van Huwelijkse Zaken, 1624 - 1629
  • Commissaris van de Grote Accijnzen, 1629 - 1630
  • Rekenmeester, 1632
  • Commissaris van Kleine Zaken, 1634 - 1635
  • Curator van het Athenaeum Illustre, 1636
  • Weesmeester, 1640, 1643, 1646
  • Thesaurier Ordinaris, 1641, 1644, 1652

In 1639 wordt hij voor de eerste keer burgemeester. In de 17de eeuw steunt het burgemeesterschap van Amsterdam op een privilege uit 1400, hen door hertog Albrecht verleend. Hierbij wordt de jaarlijkse keuze van de vier hoogste machthebbers van de stad geregeld, zodat het gezag der Republiek hier geen enkele invloed op heeft. Ook handhaven zij de orde. Negen schepenen zijn met de rechtspraak belast, maar de burgemeester moet instemmen met een doodvonnis. Ook is de burgemeester belast met de benoeming van bestuurscolleges.

Nieuwe kerk [bewerken]

Backer maakt deel uit van de Commissie van Toezicht die zich bezighoudt met de herbouw van de Nieuwe kerk, die op 11 januari 1645 door brand is verwoest. De bouw start in mei 1646, terwijl Cornelis de Graeff burgemeester is. Na allerlei voorbereidingen wordt op 27 augustus de eerste paal geslagen. Heien gebeurt in die tijd met de hand. Een blok hout van 600kg wordt daartoe aan kabels opgehesen. Een half jaar later wordt besloten een ijzeren hei te gebruiken die 100kg zwaarder is. Op 20 juni 1647 wordt de eerste steen gelegd door Backers 14-jarige zoon Cornelis. Op 14 mei 1648 wordt de kerk in gebruik genomen, kort na de Vrede van Munster, maar de kerktoren is nooit voltooid.

Stadhuis [bewerken]

Het stadhuis is bij de grote stadsbrand van 1452 verwoest en daarna weer opgebouwd. Het ligt op de Dam, omringd door kleine straatjes. Die straatjes worden verwijderd en op 20 januari 1648 wordt met het heien van 13.659 palen voor een nieuw stadhuis gestart. De eerste steen van het nieuwe stadhuis wordt op 29 oktober gelegd. Op 7 juli 1652 wordt het oude stadhuis door brand verwoest, precies 200 jaar na de vorige brand. Hierdoor kan Jacob van Campen zijn ontwerp aanpassen en het nieuwe stadhuis wordt groter dan voorzien. In 1655 is het stadhuis klaar.

In 1647 wordt hij Francisco Molino, doge van Venetië, benoemd tot Ridder van ST Marcus.

Backer overlijdt in 1652 en zijn zwager Gerard Schaep volgt hem als leider van zijn kerkelijke fractie op.

Zie ook [bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • "Twaalf Burgemeesters, Amsterdam vijfhonderd jaar", uitgegeven door Andries Blitz in 1939