William Stanley Jevons

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
William Stanley Jevons.

William Stanley Jevons (1835 - 1882) was een Britse econoom en filosoof.

Leven[bewerken]

Hij kwam uit een familie van unitariërs. Zijn vader was ijzerhandelaar, maar ging in 1848 failliet. Jevons studeerde aan University College London, maar brak zijn studie af en werd metaalanalist bij de Munt van Australië.

In 1859 keerde hij terug naar Engeland en rondde zijn studie af. In 1863 werd hij tutor aan het Owens College in Manchester en begon hij te publiceren over logica en economie. In 1876 werd hij professor politieke economie aan het University College in Londen.

Werk[bewerken]

Nutstheorie[bewerken]

Jevons formuleerde al heel vroeg in zijn carrière zijn leerstellingen, die zijn meest karakteristieke en originele bijdragen aan de economie en logica zouden vormen. De nutstheorie, die de grondtoon werd voor zijn algemene theorie van de politieke economie, vindt men reeds onder woorden gebracht terug in een van zijn brieven uit 1860; de kiem van zijn logische principes van de vervanging van gelijken kan worden gevonden in de opvatting die hij in een andere brief uit 1861 verkondigde, dat "men tot de conclusie zou komen dat filosofie uitsluitend bestaat uit het wijzen op de gelijkenis der dingen."

De theorie van het nut, waaraan hierboven wordt gerefereerd, namelijk dat de mate van bruikbaarheid van een product een continue wiskundige functie van de beschikbare hoeveelheid van dit product is, samen met zijn impliciete doctrine dat de economie in essentie een wiskundige wetenschap is, kreeg zijn definitieve vorm in een artikel over "een algemene wiskundige theorie van de politieke economie"[1], dat hij in 1862 voor the British Association schreef. Dit artikel vond echter noch in 1862, noch vier jaar later, toen het in de Journal of the Statistical Society werd gepubliceerd, veel weerklank. Het was pas in 1871, toen zijn Theory of Political Economy verscheen, dat Jevons zijn doctrines in een volledig uitgewerkte vorm uiteenzette.

Het was pas na de publicatie van dit werk dat Jevons kennismaakte met de toepassingen van de wiskunde op de politieke economie door eerdere schrijvers, met name Antoine-Augustin Cournot en Hermann Heinrich Gossen. De nutstheorie werd rond ongeveer 1870 op enigszins vergelijkbare wijze, maar onafhankelijk van elkaar ontwikkeld door Carl Menger (Oostenrijkse School) en Léon Walras (school van Lausanne).

Met betrekking tot de ontdekking van het verband tussen de ruilwaarde en het finale (of marginale) nut ligt de prioriteit bij Gossen, maar dit doet niets af aan het grote verdienste van Jevons voor de Britse economie door zijn ontdekking van dit principe, en door de manier waarop hij met zijn boodschap uiteindelijk een breed publiek wist te bereiken. In zijn reactie op de heersende opvatting drukte hij zich soms wat ongenuanceerd uit: de verklaring, in het begin van de Theory of Political Economy bijvoorbeeld, dat de waarde geheel afhankelijk is van het nut, leende zich tot misverstanden. Maar een zekere overdrijving kan een schrijver worden vergeven die de aandacht van een onverschillige publiek probeert te trekken. De neo-klassieke revolutie, die de economie een complete gedaanteverwisseling zou doen ondergaan, was begonnen.

Boeken[bewerken]

  • The Coal Question (1865); gevaar dat uitputting van steenkool economische groei doet dalen. Zijn oplossing: beperking van nationale schuld, zodat groei van productief kapitaal wordt bevorderd.
  • Principles of Science (1874)
  • Theory of Political Economy (1871)
  • Elementary Lessons in Logic (1870) (in het Nederlands: Logica)

Basis:

Zie ook[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. in het Engels: "A General Mathematical Theory of Political Economy"