William Tecumseh Sherman

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
William Tecumseh Sherman
William Sherman
William Sherman
Bijnaam "Cump"
"Uncle Billy" (door zijn troepen)
Geboren 8 februari 1820
Lancaster, Ohio, Verenigde Staten
Overleden 14 februari 1891
New York City (New York), New York, Verenigde Staten
Begraven Calvary Cemetery and Mausoleum, Saint Louis, St. Louis City, Missouri, Verenigde Staten, Plot: Sectie 17, familiegraf[1]
Land/partij Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Noordelijke Staten
Onderdeel Flag of the United States Army.svg United States Army
Union Army
Dienstjaren 1840 - 1853
1861 - 1884
Rang Union army maj gen rank insignia.jpg Major General
Us army general insignia 1872.png General of the Army (United States)
Eenheid 3d Artillery
13th Infantry
Leiding over XV Corps (Union Army) (1863)
Army of the Tennessee (1863-1864)
Military Division of the Mississippi (1864-1865)
Department of the Missouri (1866-1869)
Commanding General of the United States Army (8 maart 1869 – 1 november 1883)
Slagen/oorlogen Seminole Oorlog

Amerikaanse Burgeroorlog

Ander werk Advocaat
Bankdirecteur
Schooldirecteur
Directeur trambedrijf

William Tecumseh Sherman (Lancaster (Ohio), 8 februari 1820 - New York City (New York), 14 februari 1891) was een Amerikaans soldaat, zakenman, schrijver en generaal gedurende de Amerikaanse Burgeroorlog. Hij is het bekendst om zijn inname van de stad Atlanta in die oorlog en om zijn Mars naar de Zee (van Atlanta naar Savannah).

Sherman is geboren in Lancaster in Ohio. Hij was de oudere broer van senator John Sherman, die in de VS de Sherman Antitrust Wet introduceerde. Zijn vader, de rechter Charles Sherman, stierf toen William negen was. Hij werd informeel "geadopteerd" door een buur uit Lancaster, de advocaat Thomas Ewing die onder meer senator was en minister van binnenlandse zaken. Ewing loodste Sherman de academie te West Point binnen, waar Sherman afstudeerde als zesde van zijn klas in 1840. Hij ging bij het leger als tweede luitenant en diende in de Mexicaans-Amerikaanse oorlog, waarin hij in Californië gelegerd was.

Hij zei daarna het leger vaarwel en werd directeur van een bank in San Francisco. Deze bank ging in 1857 failliet na een bankrun. Via twee vrienden uit het leger - P.G.T. Beauregard en Braxton Bragg - kwam hij aan zijn volgende baan, eerste rector van het Militair Seminarium van Louisiana. Hij bleef hier tot het begin van de Amerikaanse Burgeroorlog, toen hij weer noordwaarts vertrok. Zijn baan als rector is ietwat ironisch, omdat het Seminarium later het prestigieuze Louisiana State University werd, waarmee de eerste rector van deze beroemde, Zuidelijke universiteit dus een Noordelijke generaal was.

Toen hij hoorde van de afscheiding van South Carolina, merkte hij op tegen een Zuidelijke vriend alvorens noordwaarts te vertrekken:

Jullie van het Zuiden weten niet waar jullie aan beginnen. Dit land zal worden ondergedompeld in bloed en God alleen weet waar het eindigt. Het is stommiteit, waanzin, een misdaad tegen de beschaving! Jullie doen allemaal zo lichthartig over oorlog; jullie weten niet waar jullie het over hebben. Oorlog is een vreselijk iets!
Jullie vergissen je ook in de mensen van het Noorden. Ze zijn een vreedzaam volk, maar ook een vastberaden volk en vechten doen ze ook. Ze zullen niet toestaan dat het land uit elkaar valt zonder een enorme inspanning om het te redden...
Bovendien, waar zijn jullie manschappen en materieel om met hen te wedijveren? Het Noorden kan een stoommachine bouwen, een locomotief of een treinwagon; jullie nauwelijks een meter stof of een paar schoenen. Jullie vliegen halsoverkop de strijd in tegen één van de meest machtigste, ingenieus gemechaniseerde en vastberaden volkeren ter wereld -- direct naast jullie deur.
Jullie zijn tot mislukken gedoemd. Jullie zijn alleen in hart en nieren voorbereid op de oorlog. Voor de rest zijn jullie nergens op voorbereid en jullie reden om ten strijde te trekken is slecht. In eerste instantie zullen jullie nog wel ergens komen, maar naarmate jullie middelen uitgeput raken en jullie verstoken zullen zijn van de Europese handelshavens -- zoals jullie zullen zijn -- zal jullie zaak beginnen te falen. Als jouw mensen nou eens even zouden nadenken, zouden ze inzien dat ze uiteindelijk moeten falen.

Sherman beschreef hiermee—op vrijwel helderziende wijze—het verloop van de komende oorlog.

Beauregard en Bragg werden generaals voor het Zuiden. Sherman nam een aanstelling als kolonel in het Amerikaanse leger aan en was één van de weinige, Noordelijke officieren die in de Eerste Slag bij Bull Run ergens op leek.

Hij werd bevorderd tot brigade-generaal en kreeg het commando over een militair departement in Louisville in Kentucky. Gedurende zijn verblijf aldaar had Sherman een crisis die soms omschreven wordt als een zenuwinzinking, soms als gekte. Gegeven de aanleiding en symptomen—zwartgalligheid over hoe lang de oorlog zou voortduren (overigens geheel terecht, achteraf) -- zouden we tegenwoordig waarschijnlijk "zware depressie" zeggen. In ieder geval werkte hij veel te hard in deze periode en rookte en dronk hij te veel. Hoe dan ook, hij moest met verlof terug naar huis in Ohio om te recupereren. Desondanks was hij zes maanden later terug in het veld en diende hij als briljant en moedig generaal-majoor onder Ulysses S. Grant bij de slag bij Shiloh in april 1862. Gedurende die slag van twee dagen in Tennessee werd hij tweemaal licht verwond en werden er vier paarden onder hem uit geschoten.

Gedurende hun twee jaar dienst samen kwam Sherman zeer veel nader tot Grant. Niet lang na Shiloh was het Sherman die Grant—die slecht behandeld werd door diens commandant H. W. Halleck -- overhaalde om het leger geen vaarwel te zeggen. Hun beider carrière ontwikkelde zich voorspoedig. In juli 1863 deelden zij de glorie bij de verovering van Vicksburg en later nogmaals bij de verovering van Chattanooga en Lookout Mountain. Later zei Sherman hier simpelweg over "Grant stond me bij toen ik kierewiet was en ik hem toen hij zich klem gezopen had".

Toen Grant door Lincoln in 1864 bevorderd werd tot luitenant-generaal en commandant van alle legers, stelde Grant Sherman aan als zijn opvolger als commandant van de Westelijke legers. Zijn missie was om Atlanta in te nemen en het zuidwesten te overrompelen en Sherman deed dat. Ondanks pogingen van Zuidelijk generaal Joseph E. Johnston om hem te overwinnen en weg te lokken, belegerde Sherman Atlanta en maakte het met de grond gelijk. Toen Johnston naar het Noorden optrok om Sherman mee te lokken, reageerde Sherman met de opmerking "Mooi zo. Als hij noordwaarts gaat, kan hij desnoods proviand van me meekrijgen -- ik moet in het zuiden zijn".

Na Atlanta (dat mede Lincolns herverkiezing zeker stelde), trok Sherman zuidwaarts. Hij voerde op dat moment een leger aan dat uitblonk in efficiëntie en training. Ze verpletterden alles wat ze tegenkwamen, lieten niets bruikbaars voor de vijand over. Ze leefden van het land, wat aan Sherman de uitspraak ontlokte dat "Mijn manschappen magnifiek getraind zijn -- ze kunnen een varken grijpen, slachten, uitbenen, versnijden en roosteren zonder uit het gelid te komen." Ook leek Sherman op alles voorbereid— toen een verkennersploeg een tunnel doortrok die achter hen door Zuidelijke soldaten opgeblazen werd (zo gaat het verhaal), draaide een van de verkenners zich om, haalde zijn schouders op en zei "Nou en? Ome Bill (Sherman) heeft vast een reserve bij zich".

William Sherman

Na enige weken uit het zicht van iedereen verdwenen te zijn, dook Sherman op bij Savannah. Bij Savannah kwam Sherman ongeveer 10.000 verdedigende troepen onder generaal-majoor William J. Hardee tegen. Na langdurige artillerie-bombardementen verliet Hardee de stad en Sherman trok binnen op 22 december 1864. Hij telegrafeerde naar president Lincoln "Mag ik u als kerstcadeau aanbieden: de stad Savannah, met 150 kanonnen en een ruime hoeveelheid munitie, plus ongeveer 25.000 balen katoen." Ondertussen was de staat Georgia door Sherman geheel verwoest. Het leverde hem een reputatie op als een van de grootste helden van het Noorden.

Toen Grant president werd, benoemde hij Sherman tot Generaal van het Leger. Sherman behield deze positie tot zijn pensioen. In 1869 was Sherman ook nog eventjes minister van Defensie (Oorlog heette het departement toen nog).

Sherman voerde brute campagnes uit tegen de indianen. Net als met de Zuidelijken probeerde hij hen te breken door hun levensmiddelen en infrastructuur aan te vallen in plaats van hun soldaten. Hij geloofde heilig dat de Indianen de vooruitgang in de weg stonden, maar protesteerde wel tegen ambtenaren die indianen op reservaten mishandelden.

In 1875 publiceerde hij zijn memoires in twee delen, gekenmerkt door de heldere en indringende stijl en boude uitspraken waar hij beroemd om was. Het werk wordt nog altijd beschouwd als een kleine klassieker.

In 1884 zwaaide hij af en leefde de rest van zijn leven in New York. Hij was verknocht aan het theater en was gewild en kleurrijk spreker bij diners en banketten.

Hij werd ook door de Republikeinen gevraagd als kandidaat voor het presidentschap in 1884. Hij weigerde zeer stellig, zeggende "Wanneer genomineerd, zal ik niet meedoen; wanneer gekozen, zal ik niet dienen" ("If nominated, I shall not run; if elected, I shall not serve"). Een dergelijke weigering heet nog altijd een "sherman".

Hij stierf in New York en werd begraven in Calvary Cemetery in St. Louis in Missouri. Voormalig Zuidelijk generaal Joe Johnston was een lijkdrager bij de begrafenis en uit respect weigerde hij, in de regen, een hoed te dragen met de woorden "Als ik daar lag en hij hier stond, zou hij geen hoed opdoen". Ofschoon Johnston door een vriend gewaarschuwd was dat hij wellicht ziek zou worden van het koude weer weigerde Johnston weg te gaan. Kort daarna werd Johnston ziek en stierf hij. Sherman werd na zijn dood geëerd met een standbeeld, gemaakt door Augustus Saint-Gaudens, in het Central Park in New York City.

Sherman wordt vaak beschouwd als de eerste moderne generaal.

Een uitspraak van Sherman over de Amerikaanse Burgeroorlog[bewerken]

Zijn glorie is alles maneschijn. Zelfs het briljantste succes wordt bereikt door dode en gebroken lichamen, met de wanhoop en het geweeklaag van families in de verte.

Het is niet mogelijk oorlog harder te veroordelen dan ik doe. Oorlog is wreedheid, je kunt hem niet verfijnen; en zij die ons land de oorlog gebracht hebben, verdienen alle vervloekingen en verwensingen die een volk kan uitstorten.

Militaire loopbaan[bewerken]

Decoraties[bewerken]

  • Thanks of Congress
    • 19 februari 1864
    • 19 januari 1865
Bronnen, noten en/of referenties