Yahgan
Het Yahganvolk woonde in het ijzige Vuurland en ze werden ook wel Kano-indianen genoemd omdat ze veel tijd doorbrachten op zee. Ze namen zelfs hun vuren mee. Deze vuren gaf Vuurland zijn naam, toen de Spaanse zeevaarder Ferdinand Magellaan in november 1520 dit gebied aandeed en in de mist talloze vuren zag branden.
De vuren waren van levensbelang voor de Yahgans. Ze waren naakt op een cape van zeehonden- of ottervel na. Ook smeerden ze zich in met dierenvet om zich te bescherming tegen uitdroging en onderkoeling. Ze leefden grotendeels van de zee en aten veel vis en mosselen, die door de vrouwen wordt opgedoken. Kleding had geen enkele nut in het koude water, dierenvet wel. Toen ze later van zendelingen kleren moesten gaan dragen, werden de Yahgans ziek, omdat de kleren vies en nat werden in dat klimaat.
Ze geloofden niet in een bepaalde schepper, wel in geesten en hadden ook hun eigen rituelen. Zo moesten moeders na de geboorte van hun kind, samen met de baby een bad nemen in het zeewater, waardoor het kind sterker zou worden.
Vrouwen hadden een groot aandeel in het overleven van de stam. Ze waren vaak forser gebouwd dan de mannen en doken naar voedsel, zorgden voor de kinderen en roeiden en repareerden de kano’s. De mannen maakten de kano’s.
Eeuwenlang hebben deze Indianen de kou getrotseerd met minimale middelen om zich te verwarmen. Toen er goud en graslanden voor schapen werd gevonden door de blanke kolonisten dolven zij het onderspit doordat daarbij Europese ziektes meegenomen werden. De schapenboeren loofden zelfs geld uit voor elk indianenhoofd, om de inheemse bevolking uit te moorden.
Toch was niet iedereen zo tegen de indianen. De Britse zendeling Thomas Bridges heeft een woordenboek aangelegd van de Yahgantaal en heeft zo 32 000 woorden en begrippen van de vergetelheid gered, voor het volk zelf verdween.