À la recherche du temps perdu

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Op zoek naar de verloren tijd
Gecorrigeerde drukproef van À la recherche du temps perdu: Du côté de chez Swann
Gecorrigeerde drukproef van À la recherche du temps perdu: Du côté de chez Swann
Oorspronkelijke titel À la recherche du temps perdu
Auteur(s) Marcel Proust
Vertaler Thérèse Cornips
Land Frankrijk
Oorspronkelijke taal Frans
Uitgever De Bezige Bij
Oorspronkelijke uitgever Gallimard
Uitgegeven 1966
Oorspronkelijk uitgegeven 1907-1922
ISBN-code 978-90-234-3453-5
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

À la recherche du temps perdu (Op zoek naar de verloren tijd) is een zevendelige Franstalige romancyclus van Marcel Proust, geschreven tussen 1908 en 1922. Het werk werd uitgegeven in zeven delen tussen 1913 en 1927. De laatste drie delen zijn pas uitgegeven na de dood van Proust.

Indeling[bewerken | brontekst bewerken]

De roman is in zeven delen verschenen:

  1. 1913: Du côté de chez Swann, in eigen beheer verschenen bij Grasset in 1913, later in een aangepaste versie bij Gallimard in 1919.[1]
    1. Combray[2]
    2. Un amour de Swann[3]
    3. Nom de pays : le nom[4]
  2. 1918: À l'ombre des jeunes filles en fleurs, in 1919 verschenen bij Gallimard.[5] (Prix Goncourt 1919).
  3. 1920: Le côté de Guermantes, in twee delen verschenen bij Gallimard in 1920-1921.[6]
  4. 1922: Sodome et Gomorrhe, verschenen bij Gallimard in 1921-1922.[7]
  5. La Prisonnière, postuum verschenen in 1923.[8]
  6. Albertine disparue (oorspronkelijke titel: La fugitive), postuum verschenen in 1925.[9]
  7. Le temps retrouvé, postuum verschenen in 1927.[10]

Uit de lijst blijkt dat het schrijfproces en het publicatieproces parallel verliepen. De visie die Proust op zijn roman had, ontwikkelde zich in de loop van dit proces verder. Het idee om het verhaal in zeven delen op te splitsen werd niet vooraf bedacht.

Analyse[bewerken | brontekst bewerken]

De roman is meer dan een opeenvolging van gebeurtenissen. De romancyclus begint in de ik-vorm[11] als een autobiografisch verhaal, maar beschrijft niet alleen eigen herinneringen. Het gaat ook om een bezinning op literatuur.

Samenvatting[bewerken | brontekst bewerken]

De verteller is een overgevoelige jongeman, geboren in een rijke familie op het einde van de 19de eeuw, die schrijver wil worden. Zijn mondaine aspiraties houden hem echter lange tijd van dit idee af. Aangetrokken door de schijn van de aristocratie en de idyllische vakantieplekjes buiten de stad (zoals Balbec, een stad in Normandië waarvoor de stad Cabourg model stond) ontdekt hij naarmate hij opgroeit ook de wereld, de liefde en de homoseksualiteit. Door ziekte en oorlog raakt hij van de wereld afgesloten en beseft hij hoe leeg zijn mondaine aspiraties wel waren en hoe hij door zijn aanleg voor het schrijverschap de verloren tijd vast kan leggen.

Aandachtspunten[bewerken | brontekst bewerken]

Prousts aanpak is paradoxaal: via een detailonderzoek van zijn eigen leven dat zich in een heel specifiek milieu afspeelt (de hogere bourgeoisie en de Franse aristocratie van het begin van de 20ste eeuw) snijdt Proust universele thema's aan. De filosofie en de esthetiek van zijn oeuvre kunnen echter niet volledig los worden gezien van hun tijd, waarin de filosofie van Bergson, het impressionisme in de kunsten, de muziek van Claude Debussy en de politieke implicaties van de Dreyfusaffaire tot Prousts referentiekader behoorden.

De lange zinnen en complexe constructies die zijn schrijfstijl kenmerken doen denken aan de stijl van de Mémoires van Saint-Simon, een van de auteurs die Proust het vaakst citeerde. De lezer moet enige moeite doen om de structuur en de betekenis van sommige zinnen te begrijpen. Volgens tijdgenoten was dit ook de manier waarop hij praatte. Met deze bijzondere stijl geeft Proust aan dat hij de realiteit wil begrijpen in al haar dimensies, volgens alle mogelijke percepties ervan en in alle facetten van het spectrum van de verschillende medespelers. Dit sluit naadloos aan bij een impressionistische benadering: de realiteit heeft slechts betekenis door de werkelijke of ingebeelde waarneming van het onderwerp.

Het spectrum bestaat niet alleen uit de perspectieven van de verschillende medespelers, maar ook uit de verschillende perspectieven van de auteur door de tijd heen: het huidige perspectief, het perspectief van het verleden, dat van het herleefde verleden.

Het werk beperkt zich niet tot die psychologische en zelfanalytische dimensie, maar analyseert ook, vaak op een genadeloze manier, de samenleving van zijn tijd: de tegenstellingen tussen de aristocratische sfeer van Guermantes, de burgerparvenu's van Verdurin en de wereld van de bedienden, vertegenwoordigd door Françoise. Doorheen de verschillende delen weerspiegelt Proust de geschiedenis van zijn tijd, gaande van de controversiële Dreyfusaffaire tot de Eerste Wereldoorlog.

Hoofdpersonages[bewerken | brontekst bewerken]

Uitgaven[bewerken | brontekst bewerken]

De huidige beschikbare Franstalige uitgaven van Op zoek naar de verloren tijd staan hieronder vermeld:

  • Pléiade: uitgave in vier delen
  • Folio: uitgave in acht delen
  • Garnier-Flammarion: uitgave in tien delen
  • Bouquins: uitgave in drie delen
  • Delcourt: een bewerking tot stripverhaal van ‘Op zoek naar de verloren tijd’, door Stéphane Heuet
  • Quarto: volledige tekst in in-quarto
  • Gallimard: volledige tekst in één deel
  • Thélème’s uitgaven: audioboek, bestaande uit 111 cd’s, voorgelezen door André Dussollier, Guillaume Gallienne, Michaël Lonsdale, Denis Podalydès, Robin Renucci en Lambert Wilson.

De artikelen op Wikipedia verwijzen doorgaans naar de uitgaven van Garnier-Flammarion.

Waardering[bewerken | brontekst bewerken]

Voor het tweede deel van À la recherche du temps perdu, ontving Proust in 1919 de prix Goncourt. Het boek was verschenen zonder veel ophef in de pers en Proust uitte zijn ongenoegen over het promotiewerk van zijn uitgever Gallimard. In december 1919 werd het boek bekroond door de tienkoppige jury van de prix Goncourt. Zes van de tien juryleden, waaronder Rosny Aîné en Léon Daudet stemden voor het boek van Proust, terwijl zijn voornaamste concurrent, Roland Dorgelès met zijn boek over de Eerste Wereldoorlog Les croix de bois vier stemmen kreeg. Er ontspon zich een discussie in de pers en vooral de linkse kranten beschuldigden Proust ervan dat hij de prijs gekocht had. Zijn bourgeois achtergrond en de steun van de rechtse Daudet werden hem niet in denk afgenomen. Uiteindelijk kwam het zelfs tot een rechtszaak tussen uitgeverijen Gallimard en Albin Michel (de uitgever van Dorgelès), die door de eerste gewonnen werd.[12]

À la recherche du temps perdu wordt thans algemeen beschouwd als een der hoogtepunten uit de Franse en wereldliteratuur. In 1999 eindigde het als tweede in Le Mondes verkiezing van de 100 beste boeken van de eeuw, in 2002 werd het opgenomen in de lijst van belangrijkste boeken uit de wereldliteratuur, samengesteld door de Zweedse Academie.

Vertalingen in het Nederlands[bewerken | brontekst bewerken]

Na enkele vertalingen van de eerste delen in de jaren 1960 en 1970 door M. Veenis-Pieters en C.N. Lijsen, voltooide Thérèse Cornips in 2009 een integrale vertaling van À la recherche du temps perdu. Deze "tour de force" (de roman telt 1,2 miljoen woorden) werd door de kritiek geprezen en leverde Cornips de Martinus Nijhoff Vertaalprijs op. In 2015 kwam het schrijversduo Rokus Hofstede en Martin de Haan met een nieuwe vertaling van het eerste deel, onder de titel Swanns kant op.

Verfilmingen[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]

  • Alain de Botton, How Proust can change your life 1997 (vertaald als: Hoe Proust je leven kan veranderen, 1997)
  • Gilles Deleuze, Proust et les signes, 1964
  • Stéphane Zagdanski, Le sexe de Proust, 1994
  • Gérard Genette, Comment le petit Marcel est devenu écrivain.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

Het meest omvattende referentiewerk, ook met recente bibliografische gegevens over publicaties over ontstaan van en kritiek op de Recherche:

  • Antoine Compagnon, Annick Bouillaguet en Brian G. Rogers, Dictionnaire Marcel Proust. Honoré Champion, 2004.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Noten[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Nederlandse vertaling: De kant van Swann (1979) door C.N. Lijsen, M.E. Veenis-Pieters, Thérèse Cornips (hervertaling van Lijsen, 2009) en De Haan & Hofstede (onder de titel Swanns kant op, 2015)
  2. In 1970 vertaald als Combray door C.N. Lijsen.
  3. In 1966 vertaald als Een liefde van Swann door M.E. Veenis-Pieters.
  4. In 1976 vertaald als Plaatsnamen: de naam door Thérèse Cornips.
  5. In 1985 vertaald als In de schaduw van de bloeiende meisjes door C.N. Lijsen en Thérèse Cornips.
  6. In 1986 vertaald als De kant van Guermantes door Thérèse Cornips.
  7. In 1991 vertaald als Sodom en Gomorra door Thérèse Cornips.
  8. In 1995 vertaald als De gevangene door Thérèse Cornips.
  9. In 1996 vertaald als De voortvluchtige door Thérèse Cornips.
  10. In 1999 vertaald als De tijd hervonden door Thérèse Cornips.
  11. De openingszin van Combray is "Longtemps je me suis couché de bonne heure", in de vertaling van Thérèse Cornips: "Lang ben ik bijtijds gaan slapen"
  12. Jean des Cars, Marcel Proust, un prix Goncourt centenaire, LÉventail, november 2019, p. 86-88