Naar inhoud springen

Abdij van Kortenberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Abdijkasteel

De Abdij van Kortenberg is een voormalige benedictinessenabdij in de Belgische gemeente Kortenberg.

De Abdij van Kortenberg lag op de oude Curtenbergh, nu Eikelenberg. Volgens de overlevering werd op de berg een kluis gesticht door een godvruchtige dame, Duva genaamd ("Duif", ook wel "Columba"). Al snel verzamelde ze een kring van geestelijken rond zich. Ze leefden in kleine huisjes gegroepeerd rond een kerk. Een oorkonde uit 1095 getuigt van de schenking van het altaar door Walcher, bisschop van Kamerijk. Graaf Godfried I van Leuven en dertig vooraanstaande edelmannen verleenden hieraan hun steun. De zusters plaatsten zich onder de bescherming van Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Amandus. Omstreeks 1210 verlieten de geestelijken hun berg en vestigden zich in het dal (Minneveld). Hun vroegere kerk werd nu een parochiekerk. Allicht rond 1223 namen ze de regel aan van Benedictus van Nursia. Dit was het jaar waarin ze een bul verkregen van paus Gregorius VIII. Nog in de loop van de 13e eeuw kreeg de abdij een gasthuis voor zieken, armen en reizigers.

Politiek centrum

[bewerken | brontekst bewerken]

De abdij vervulde ook een opmerkelijke politieke rol. Vanaf de 13e eeuw was het een van de plaatsen waar de Staten van Brabant vergaderden. In 1312 ondertekende hertog Jan II van Brabant in de abdij het Charter van Kortenberg, een van de belangrijkste documenten uit die tijd. Bij die gelegenheid liet abdis Elisabeth van Wijnegem toe dat de Raad van Kortenberg - het politieke orgaan dat door de keure was opgericht - regelmatig in de abdij bijeen zou komen. Hierdoor werd Kortenberg - gunstig gelegen tussen Leuven, Tervuren en Brussel - een echt politiek centrum. Dit duurde tot 1375, waarna de Heeren van Cortenbergh niet meer bijeenkwamen.

Vernielingen en bloei

[bewerken | brontekst bewerken]
De abdij afgebeeld door Antonius Sanderus, ca. 1659. Op de berg achteraan het oude kerkje.

De bouw van een muur tijdens het abbatiaat van Margareta van der Noot (1399–1424) duidt op onrustige en gewelddadige tijden, waarin de zusters zich moesten beschermen. Onder moeder-abdis Johanna van Baexhem (1494–1515) woedde een verwoestende brand die vele manuscripten vernietigde. Een nieuwe ramp voltrok zich in 1572, toen soldaten van het leger van de prins van Oranje de abdij plunderden, terwijl ook de calvinisten in 1584 aanzienlijke schade aanrichtten. De wederopbouw van de conventsgebouwen begon pas in 1596, en het zou nog vijf jaar duren voordat de zusters hun intrek konden hernemen in de herbouwde abdij. In 1624 werd de abdij echter opnieuw getroffen door een verwoestende brand.

Onder de Franse Revolutionairen werd de abdis afgezet en werden de zusters voorgoed verdreven, waarna de conventsgebouwen in twee percelen werden verkocht aan de Brusselse schepen baron van Grave. De daaropvolgende eigenaar was eveneens een baron, Jean d'Eesbeeck Vanderhaeghen, die in 1829 van de gebouwen een abdijkasteel liet maken. Baron Jacques Vandersmissen de Cortenbergh verbleef op het Bouwerijhof, binnen de muren van de abdij, toen hij een orangistisch complot opzette in 1841.[1]

In 1933 kocht kanunnik Misonne het hoofdgebouw en begon het te gebruiken voor bezinningen, waardoor de abdij opnieuw een religieuze functie kreeg. Hiervoor liet hij een nieuwe ridderzaal en kapel optrekken. Later schonk hij het gebouw aan het aartsbisdom, dat er thans eigenaar van is.

Overblijfselen

[bewerken | brontekst bewerken]
Bijgebouw Benedictijnenvrouwenabdij
Poortgebouw

Na de verdrijving van de monastieke gemeenschap is van de oorspronkelijke conventsgebouwen weinig bewaard gebleven. Enkel het poortgebouw met de gotische spitsvormige toegangspoort uit het begin van de zeventiende eeuw, het Veehof uit 1650 en het pachthof de Bouwerij uit 1732 zijn nog authentiek.

De latere eigenaars hebben de abdij ingrijpend verbouwd naar hun eigen smaak, waardoor de latere toevoegingen historisch en architecturaal minder waardevol zijn. Zo behoren de ridderzaal en de barokke abdijkapel niet tot de oorspronkelijke monastieke architectuur. Dankzij de waardevolle oude, pre-revolutionaire gebouwen werd de abdij echter op 14 februari 2005 bij Vlaams ministerieel besluit erkend als beschermd monument.[2]

De Oude Abdij Kortenberg fungeert tegenwoordig als bezinningscentrum en wordt uitgebaat door een vzw. Ze huisvest onder meer een afdeling van het centrum voor beroepsopleiding en begeleiding van personen met een handicap en arbeidsgehandicapten, Job-Link. Het centrum leidt personen met een (arbeids)handicap op in diverse beroepsrichtingen. Op het domein van de Oude Abdij wordt tevens een praktijkgerichte horecaopleiding aangeboden, waarbij de deelnemers verantwoordelijk zijn voor de catering van het volledige bezinningscentrum.

  • Chris Borgions (1990), De abdij van Kortenberg tegenover adel en patriciaat in Brabant, 1095-1572
  • Henri Vannoppen (1995), Kortenberg 1095 – 1995
  • Henri Vannoppen (2013), "De abdij van Kortenberg en de Brabantse abdijen in de 14de eeuw", in: Eigen schoon en De Brabander, nr. 1, p. 103-122
  • Christiaan Janssens (2018), De Oude Abdij van Kortenberg
Zie de categorie Benedictijnenabdij (Kortenberg) van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.