Abiotische olie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Abiotische olie is de aanduiding voor aardolie volgens de theorie dat deze ontstaan is door niet-biologische processen diep in de kern van de aarde. Deze theorie stelt dat olie ontstaat uit anorganische koolstof bij de hoge temperaturen in de kern van de aarde.

Deze opvatting contrasteert met de heersende theorie dat olie een fossiele brandstof is die ontstaast door de ontbinding van planten en prehistorische zeedieren. De hypothese van abiotische olie is terug te voeren tot de Franse chemicus Marcellin Berthelot en de Russische chemicus Dmitri Mendelejev, die deze theorie in de 19e eeuw poneerden.

De theorie werd nieuw leven ingeblazen in de jaren 1950 in het Russische Sovjet-tijdperk. De Russische geoloog Nikolai Alexandrovitch Kudryavtskev was de initiatiefnemer van de moderne theorie van abiotische olie in 1951. De moderne Russisch-Oekraïense theorie van abiotische olie werd opgesteld door een Oekraïense onderzoeker, professor Emmanuïl Bogdanovych Chekaliuk. De meerderheid van de theorievorming vond plaats in Rusland en Oekraïne in de jaren 1950. De theorie wordt nog steeds ondersteund door een minderheid van de Russische en Oekraïense geologen.

In het Westen is er maar weinig aandacht voor deze theorie. Uitzondering was de Australische astrofysicus Thomas Gold (1920 – 2004) die bekendstaat als een fervent aanhanger. Oorspronkelijk ontkenden de meeste westerse geologen dat abiotische olie zou bestaan op aarde, maar studies in Sudbury, Canada hebben ertoe bijgedragen dat nu gedacht wordt dat het ontstaan van abiotische olie mogelijk is, maar niet in hoeveelheden die ooit commercieel exploitabel zouden zijn.

Externe links[bewerken]