Abiotische factor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schematische weergave van een ecosysteem
aanbod van voedsel
  • kwaliteit
  • hoeveelheid
abiotische milieufactoren:
geografische
factoren
populatie van één soort:
populatiebiologische parameters:
↑ immigratie
↓ emigratie
biotische milieufactoren:
(populaties van andere soorten)
· aspecifieke vijanden
· specifieke vijanden

Abiotische (milieu)factor is binnen de ecologie de term voor een externe milieufactor die geen biologische oorsprong heeft. Dit in tegenstelling tot biotische factoren (organismen).

De abiotische factoren kunnen worden gegroepeerd in factoren met betrekking tot klimaat, bodem en water.

Klimaat:

Bodem en humus:

Water:

Als in een omgeving de abiotische factoren veranderen, bijvoorbeeld door een overstroming of klimaatverandering, zullen de organismen met de eigenschappen die tegen deze verandering bestand zijn overleven. Deze overlevenden zullen hun positieve eigenschappen doorgeven aan hun nakomelingen.

Invloed van abiotische factoren in de omgeving van een organisme[bewerken]

Elk organisme is zodanig aangepast dat het bij verandering van de abiotische factoren in de omgeving het eigen inwendig milieu zo lang mogelijk constant kan houden. Dit noemt men homeostase; een mechanisme dat in het organisme is 'ingebouwd' zorgt ervoor dat inwendige factoren die te hoog of te laag worden, automatisch verlaagd of verhoogd worden zodat de toestand van het organisme in evenwicht blijft. Een voorbeeld is dat wanneer een mens het te warm heeft hij gaat zweten, terwijl wanneer hij het koud heeft hij gaat rillen en versnelt zijn stofwisseling. Dit mechanisme wordt negatieve feedback genoemd en bestaat uit drie componenten: de receptor die de verandering ontdekt, het controlemechanisme dat de informatie verwerkt en vergelijkt met de optimale waarde en de uitvoerder die van het controlemechanisme de opdracht krijgt het evenwicht te herstellen. De mate waarin een organisme zijn inwendig milieu constant kan houden en dus de homeostase weet te behouden wordt de tolerantie genoemd. Wanneer dit niet meer mogelijk is treedt er positieve feedback op, die kan leiden tot de dood van het organisme.