Doodsadder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Acanthophis antarcticus)
Ga naar: navigatie, zoeken
Acanthophis antarcticus
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2011)
Acanthophis antarcticus 2.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Serpentes (Slangen)
Superfamilie: Colubroidea
Familie: Elapidae (Koraalslangachtigen)
Onderfamilie: Elapinae
Geslacht: Acanthophis
Soort
Acanthophis antarcticus
(Shaw, 1794)
Afbeeldingen Acanthophis antarcticus op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Acanthophis antarcticus op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De doodsadder[2] (Acanthophis antarcticus) is een cobra-achtige slang uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae).[3] De slang is zeer giftig en bij een beet kan het gif dodelijk zijn voor mensen.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De slang bereikt een lichaamslengte van 50 centimeter tot ongeveer een meter. De lichaamskleur is bruin tot zwart met lichtere banden. Sommige variaties zijn zwart van kleur en hebben dunne witte banden met daartussen bruine banden. Aan de buikzijde is een enkele rij schubben aanwezig die wit van kleur zijn en vaak kleine zwarte vlekjes hebben.

Verspreiding en habitat[bewerken]

Verspreidingsgebied binnen Australië in het rood.

Deze soort komt voor in delen van Azië, te weten Papoea-Nieuw-Guinea en in grote delen van Australië. In Australië ontbreekt de doodsadder alleen in woestijnachtige gebieden en de zuidwestelijke delen van het land. De habitat bestaat uit zanderige streken en grasvlakten. De doodsadder graaft zich deels in in het zand om overdag te rusten en komt alleen tevoorschijn tijdens de nachtelijke jacht.[4]

Voedsel[bewerken]

Op het menu staan kleine vogels, muizen en soms hagedissen. Prooidieren worden gelokt door de zeer beweeglijke en afwijkend gekleurde staartpunt. Door de staartpunt als een wormpje te bewegen worden namelijk insecteneters gelokt die -als ze dichtbij komen- worden gebeten. Het gif van de doodsadder is ook voor mensen dodelijk.[4]

Voortplanting[bewerken]

De doodsadder is eierlevendbarend; de vrouwtjes leggen geen eieren maar brengen levende jongen ter wereld. Per worp worden tot ongeveer twintig jongen geboren.[4]

Naamgeving en taxonomie[bewerken]

De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door George Kearsley Shaw in 1794. Oorspronkelijk werd de wetenschappelijke naam Boa antarctica gebruikt. Later werd de soort aan andere geslachten toegekend, zoals Ophryas en Vipera. Het geslacht Vipera behoort tot de adders en de doodsadder lijkt weliswaar op een adder maar is er niet aan verwant. Net zoals adders heeft de doodsadder een driehoekige vorm van de kop en daarnaast heeft de slang gekielde dorsale schubben, dat wil zeggen dat de schubben aan de rugzijde een klein opstaand randje (kiel) hebben in de lengterichting. Bij de meeste koraalslangachtigen komen gekielde schubben niet voor maar bij de adders zijn dergelijke schubben heel normaal. De kop is bij de meeste koraalslangachtigen afgerond en enigszins ei-vormig.

Ondersoorten[bewerken]

Er zijn twee verschillende ondersoorten die van elkaar afwijken in zowel de uiterlijke kenmerken als het natuurlijke verspreidingsgebied.

Bronvermelding[bewerken]