Acer caudatum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Acer caudatum
Bladeren en bloemen van de Mantsjoerijse esdoorn (Acer caudatum ukurunduense) in Hokkaido.
Bladeren en bloemen van de Mantsjoerijse esdoorn (Acer caudatum ukurunduense) in Hokkaido.
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade:Malviden
Orde:Sapindales
Familie:Sapindaceae (Zeepboomfamilie)
Geslacht:Acer (Esdoorn)
Soort
Acer caudatum
Wall. (1830)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Acer caudatum op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Acer caudatum is een loofboom uit de zeepboomfamilie (Sapindaceae) en behoort toe tot het geslacht der esdoorns (Acer). De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Nathaniel Wallich in 1830.[1][2]

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

De soort groeit tot een hoogte van 8 à 10 m en heeft een bruingrijze stam. De bladeren zijn lichtgroen gekleurd en handvormig. Ze bereiken een lengte van 8 à 12 cm en een breedte van 7 à 9 cm. De soort heeft vijf hoofdnerven en zeven tot acht paar zijnerven. De bladrand is zeer diep, dubbel gezaagd en is vijflobbig, zelden zevenlobbig. Deze lobben hebben spitse tanden en hebben een spits apex, wat kenmerkend is voor esdoorns in het algemeen. De rode bladsteel bereikt doorgaans een lengte van 5 à 9 cm. De vruchten zijn geelbruin en zijn voorzien van twee vleugels. In elke vleugel zit een nootje, welke licht gebogen zijn. Een vleugel, inclusief nootje is 2,5 à 2,8 cm lang en 7 à 9 mm breed.[3] Bij de ondersoort ukurunduense zijn de vleugels 1,5 à 2 cm en hebben een breedte van ca. 6 mm.[4] De bloemen staan in rechtopstaande, samengestelde trossen.[3]

Verspreiding[bewerken | brontekst bewerken]

Acer caudatum komt van nature voor in het Russische Verre Oosten, het Koreaans Schiereiland, Japan, het noordoosten, oosten en zuiden van China, almede Bhutan, Myanmar, Nepal en het noorden van India. De soort wordt vastgesteld op hoogten tussen de 1.700 en 4.000 meter, maar de ondersoort ukurunduense bevindt zich meestal tussen de 500 en 2.500 meter boven zeeniveau.[3][4]

Ondersoorten[bewerken | brontekst bewerken]

Er worden vijf ondersoorten wetenschappelijk erkend:[3]

Acer caudatum ukurunduense komt voor in het Russische Verre Oosten, het Koreaans Schiereiland, Japan en de Chinese provincies Jilin, Heilongjiang en Liaoning en wordt door sommige auteurs als een aparte soort beschouwd.[4]