Agathe Backer-Grøndahl

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Agathe Backer-Grøndahl
componist
Agathe Backer-Grøndahl
Agathe Backer-Grøndahl
Volledige naam Agathe Ursula Backer-Grøndahl
Geboren 1 december 1847
Overleden 4 juni 1907
Land Vlag van Noorwegen Noorwegen
Nevenberoep pianiste, muziekpedagoge
Instrument piano
Leraren Theodor Kullak, Richard Würst
Belangrijkste werken Endnu et streif kun af sol
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Agathe Ursula Backer-Grøndahl (Holmestrand, 1 december 1847 – Christiania, nu: Oslo, 4 juni 1907) was een Noors componiste, muziekpedagoge en pianiste. Ze was een van de bekendste Noorse vrouwelijke componisten uit de 19e eeuw. Ze schreef circa 70 werken.

Levensloop[bewerken]

Backer woonde met haar ouders en haar 3 zusjes tot 1857 in haar geboorteplaats. Vervolgens vertrok het gezin naar Christiania, zoals de Noorse hoofdstad toen nog heette. Muzikaal was zij getalenteerd en kreeg aldaar pianoles van Otto Winter-Hjelm en Halfdan Kjerulf. Later ontving zij muziektheoretisch onderwijs van Ludvig Mathias Lindeman. Op advies van Kjerulf begon zij muziek te studeren aan de Neue Akademie der Tonkunst in Berlijn bij Theodor Kullak (piano) en bij Richard Würst (compositie). Als pianiste debuteerde zij op17 maart 1868 in Christiania onder leiding van de toen nog niet zo bekende Edvard Grieg met het Pianoconcert nr. 5 van Ludwig van Beethoven. Het concert was een groot succes, publiek en critici waren enthousiast. Er volgden verdere studies bij Hans von Bülow in Florence en bij de pianotovenaar Franz Liszt in Weimar. In 1871 kwam zij weer terug naar Noorwegen.

Alhoewel zij in de Noorse hoofdstad woonde was zij veel op concertreizen. Op 24 juni 1875 huwde zij de muziekpedagoog en dirigent Olaus Andreas Grøndahl; samen hadden zij 3 zonen Nils Backer-Grøndahl (1877-1975), Anders Backer-Grøndahl (1879-1947) en Fridtjof Backer-Grøndahl (1885-1959).[1] De jongste zoon Fridtjof was eveneens componist en pianist. In hetzelfde jaar kreeg zij een aanbod als docente voor piano aan het Peabody Institute of the Johns Hopkins University in Baltimore te werken, maar zij wilde een leven nabij haar familie opbouwen. Ook een aanbod van het conservatorium Helsingfors (nu Helsinki) dat zij in 1888 kreeg na een succesrijk concert, nam zij niet aan.

Vele jaren was Backer Grøndahl een centrale figuur in het Noorse muziekleven, zowel als soliste alsook in het duet met Erika Nissen of als lid in kamermuziekensembles. Op talloze concertreizen, zowel door de Scandinavische landen als door Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. In 1885 speelde zij in Stockholm het pianokwintet van Robert Schumann en tijdens de Wereldtentoonstelling in Parijs het Concert voor piano en orkest in a mineur van Edvard Grieg onder leiding van haar echtgenote. Omdat de financiële situatie van het gezin niet bijzonder goed was, gaf zij dagelijks lessen en vond slechts zelden nog tijd te componeren. Haar concertwerkzaamheden gingen wel door zolang zij nog niet slechthorend was. Na een grote operatie in 1897 moest zij meerdere maanden in een psychiatrisch ziekenhuis behandeld worden. In 1898 speelde zij op uitnodiging van Edvard Grieg opnieuw zijn pianoconcert in Bergen met een buitengewoon succes. Door haar zwakke lichamelijke constitutie en het vergroten van doofheid die haar overkwam toen zij slechts dertig jaar was, heeft zij vanaf 1900 meer en meer afscheid genomen van het concertleven en wijdde zich steeds meer aan het componeren en lesgeven.

Agathe Backer-Grøndahl

Als componist schreef zij werken voor piano, vocale werken (liederen en koorwerken), maar ook een aantal orkestwerken. Haar pianowerken werden spoedig populair. De uitdrukkingsscala spant zich van lyrisch tot de harmonisch complexe, gepassioneerde fantasie. Haar concertétudes eisen hoge technische vaardigheid. Ook haar door de Noorse volksmuziek getinte liederen zijn de Noorse muziekgeschiedenis ingegaan. In 1875 werd zij tot lid van de Svenska Musikaliska Akademien (Koninklijke Zweedse Muziekacademie) benoemd, toen nog een bijzondere eer voor een vrouw. In 1885 werd zij met de medaille "Pro liberis et artibus" door de koning Oscar II van Zweden onderscheiden. In de 20e eeuw raakte ze in de vergetelheid.

Composities[bewerken]

Het Oeuvre van Agathe Backer-Grøndahl beslaat 70 opusnummers, voornamelijk bestaande uit liederen en werkjes voor piano. Ze zou ooit aan een symfonie begonnen zijn, doch een symfonie van een andere Noorse componiste werd dusdanig als matig gerecenseerd dat zij er van af zag. Een andere reden daarvoor kan zijn, dat Noorwegen destijds nog gene professioneel symfonieorkest had. Ze kon als uitvoerend pianiste vaak een eigen werk programmeren tijdens haar concerten. Daarnaast schakelde regelmatig andere (opkomende) musici in om haar te begeleiden, dan wel haar liederen te zingen. Een aantal daarvan is amateur gebleven; een aantal werd beroemd:

Bibliografie[bewerken]

  • Camilla Hambro: Agathe Backer Grøndahl (1847–1907): "A perfectly plain woman?, The Kapralova Society Journal (2009), vol. 7 no. 1
  • Camilla Hambro: Det ulmer under overflaten. Agathe Backer Grøndahl (1847–1907), genus, sjanger og norskhet, doktoravhandling, proefschrift, Göteborgs universitet 2008, ISBN 978-91-85974-07-8
  • Cecilie Dahm: Agathe Backer Grøndahl, komponisten og pianisten, Oslo. Solum Forlag, 1998. ISBN 82-560-1152-1
  • Cecilie Dahm: Kvinner komponerer: ni portretter av norske kvinnelige komponister i tiden 1840-1930, Oslo. Solum Forlag. 1987.
  • Karen Marie Ganer: Agathe Backer Grøndahls Klaveretyder, Ms. Universitetsbiblioteket Oslo, 1968.

Externe links[bewerken]