Johan Gottfried Conradi

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Graf van Conradi met daarop zijn buste

Johan Gottfried Conradi (Tønsberg, 17 april 1820 - Christiania 29 september 1896) was een Noors componist, koordirigent en muziekpedagoog.

Deze Conradi groeide op in een apothekersgezin. In eerste instantie zag het ernaar uit dat Conradi zijn vader zou opvolgen. Na gewerkt te hebben in Skien, Oslo en Porsgrunn ging hij in 1840 definitief aan de slag in Skien. In 1841 ging hij aan de Universiteit van Oslo studeren, maar hield daar na een jaar alweer mee op. De muziek trok hem aan. Zijn eerste compositie Til Stella da hun slumred dateert van die tijd. In de daaropvolgende jaren bemoeide Conradi zich met de wereld van het koor. Als student medicijnen zag hij dat de meeste koren bestonden uit de gegoede burgerij; Conradi vond dat ook het “gewone” volk moest kunnen zingen. In 1843 richtte hij een koor op dat bestond uit studenten medicijnen en ambachtslui. Vrouwen zouden pas later hun intrede doen in de zangwereld in Noorwegen. In 1845 richtte hij een ander koor op, dat voor manlijke handelaren. Vanaf het begin werkte hij daarin samen met Johan Diederich Behrens, die hem bij beide koren als leider opvolgde.

In 1852 nam Conradi de taak op zich om leiding te geven aan (de voorloper van) het Christiania Theater. Hij vervulde die taak tot en met 1855, toen hij een beurs van de Noorse regering kreeg om zich verder in de muziek te verdiepen. Conradi vertrok naar Leipzig. Eenmaal terug in 1857 richtte hij samen met Halfdan Kjerulf een serie abonnementsconcerten in Gamle Logen. Het was een veelbelovende start; Conradi gaf leiding aan het orkest, Kjreulf aan het koor. Ondanks die goede start met onder meer de Vijfde symfonie van Ludwig van Beethoven hield de serie geen stand. Conradi ging al snel weer dirigeren bij het koor van Ambachtslui, alhoewel hij door de leden gekozen was boven eerdergenoemde Behrens was het geen gelukkige combinatie. In 1862 stopte Conradi ermee. Al in 1860 werd hij muziekpedagoog aan de zogenaamde Borgerskole van Oslo; hij volgde Ludvig Mathias Lindeman op. Conradi bleef tot 1890 bij die school werken. In 1874 ontving hij de Purpurneseordenen, een jaar nadat deze was ingesteld door Johan Svendsen. In 1878 gaf Conradi het eerste boek uit met de muziekgeschiedenis van Noorwegen (Kortfattet historisk Oversigt over Musikens Udvikling og nuværende Standpunkt i Norge).

Conradi heeft voor de wereld van de zangmuziek relatief veel betekend, voor de muziek is hij slechts een voetnoot. Af en toe wordt nog een werk gezongen en dan met name zijn Solnedgang.

Johan Gottfried is een broer van Andreas Christian Conradi, een plaatselijk beroemde dokter in Oslo. Andreas Christian kreeg een zoon (1835-1919), die hij naar zijn broer vernoemde, maar die zijn loopbaan in de voetsporen van zijn vader zocht.

Externe link[bewerken]