Aleksander Borodin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Borodin in 1865

Aleksandr Porfirjevitsj Borodin (Russisch: Александр Порфирьевич Бородин) (Sint-Petersburg, 12 november 1833 – aldaar, 27 februari 1887)[1] was een Russisch componist, die in zijn levensonderhoud voorzag als chemicus. Hij was lid van het Machtige Hoopje, een groepje van vijf Russische componisten dat zich toelegde op specifiek Russische muziek.

Biografie[bewerken]

Borodin werd geboren in Sint Petersburg als buitenechtelijke zoon van de Georgische edelman Luka Gedevanishvili (Georgisch: ლუკა სიმონის ძე გედევანიშვილი) en diens minnares de Russische, 25 jaar oude Evdokia Konstantinovna Antonova (Russisch: Евдокия Константиновна Антонова). Geheel volgens de gebruiken van die tijd werd hij bij zijn geboorte ingeschreven als zoon van een ander, van de adellijke bediende, Porfiry Ionovitsj Borodin.

Als jongen kreeg hij een zeer goede opleiding, waaronder pianolessen. Aanvankelijk bekwaamde hij zich in de geneeskunde, aan een instelling waaraan later Ivan Pavlov verbonden was, en vervolgens in de chemie. Hij begon in 1862 compositielessen te nemen bij Mili Balakirev, toentertijd hoogleraar in de chemie, en huwde het jaar daarop de jonge pianiste Ekaterina Protopopova bij wie hij drie dochters kreeg. Muziek bleef Borodins tweede roeping, naast een loopbaan als chemicus en fysicus.

In 1869 dirigeerde Balakirev de eerste symfonie van Borodin. Borodin begon in hetzelfde jaar aan zijn tweede symfonie. Deze nieuwe symfonie was geen succes bij de première, maar in 1880 organiseerde Franz Liszt een uitvoering ervan in Duitsland, waarmee hij Borodin faam buiten Rusland bezorgde.

Ook begon Borodin in 1869 aan een opera, Prins Igor (zie ook Igorlied), volgens sommigen zijn voornaamste werk. De opera bevat de Polovetser Dansen, die meestal als een zelfstandig stuk worden uitgevoerd en in deze vorm waarschijnlijk zijn bekendste compositie is. Bij zijn dood was de opera niet volledig, daar hij onvoldoende tijd had voor componeren door zijn werk als scheikundige. De opera werd postuum voltooid door Nikolai Rimski-Korsakov en Aleksandr Glazoenov.

Ondanks zijn erkenning als een bekwaam componist verdiende Borodin zijn inkomen als chemicus en genoot hij aanzien op dat gebied. Als gevolg hiervan is zijn oeuvre niet zo groot als dat van zijn tijdgenoten. Wel componeerde hij het populaire symfonisch gedicht In de steppen van Centraal-Azië, twee strijkkwartetten, een strijkkwintet en een aantal liederen en pianostukken. Ook begon hij aan een derde symfonie, maar deze was eveneens onvolledig bij zijn dood. De tweedelige symfonie is door Glazoenov voltooid.

Borodin overleed als gevolg van een hartaanval tijdens een bal op 27 februari 1887 en werd begraven op de Tichvin-begraafplaats van het Alexander Nevski-klooster in Sint-Petersburg.

Werk in de scheikunde[bewerken]

Borodin werd vooral bekend door zijn werk met aldehyden. Tussen 1859 en 1862 hield Borodin een post-doc in Heidelberg. Hij werkte in het laboratorium van Emil Erlenmeyer aan benzeenderivaten. Hij bracht ook tijd door in Pisa, alwaar hij werkte aan organische halogenen. Een in 1862 gepubliceerd experiment omschreef een eerste nucleofiele verplaatsing van chloor door fluor in benzoylchloride.

Composities[bewerken]

Voor het theater[bewerken]

  • 'Bogatïri' (de heldhaftige strijders) [The Heroic Warriors] opera-farce, 5 V.A. Krïlov 1867 Moscow, Bol′shoy, 6/18 Nov 1867 RUS-SPtob, US-Stu about a quarter by Borodin; the rest loosely based on excerpts from operas by Rossini, Meyerbeer, Offenbach, Serov, Verdi, Hérold and others; largely orchd by E.N. Merten; 2 choral excerpts ed. A. Nefedov (Moscow, 1977)
  • 'Tsarskaya nevesta' [de bruid van de tsaar / The Tsar’s Bride] opera Borodin, after L.A. Mey 1867–8 sketches only; lost
  • 'Mlada' opera-ballet, 4 Krïlov, after scenario by S.A. Gedeonov 1872 RUS-Mcm, SPil, SPsc Act 4 by Borodin; other 3 acts by Rimsky-Korsakov, Cui and Musorgsky; finale (nos.5–7) arr. and orchd Rimsky-Korsakov (Leipzig, 1892); choral excerpt from finale ed. A. Nefedov (Moscow, 1977)
  • 'Knyaz′ Igor′ [Prins Igor] opera, prol., 4 Borodin, after scenario by V.V. Stasov 1869–70, 1874–87 St Petersburg, Mariinsky, 23 Oct/4 Nov 1890 Mcm, SPsc; (Leipzig, 1888) unfinished; completed and partly orchd by Rimsky-Korsakov and Glazunov; 4 choral excerpts, not in orig. vs, ed. A. Nefedov (Moscow, 1977)

Orkestmuziek[bewerken]

  • Symfonie nr.1 in E (1862–1867, uitgegeven in 1882).
  • Symfonie nr.2 in b (1869–1876, uitgegeven in 1887) Vanwege Borodins overlijden werd de partituur voor publicatie doorgelezen door Alexander Glazoenov en Nikolai Rimski-Korsakov.
  • 'In Centraal-Azië', muzikaal portret, (1880, uitgegeven in 1882).
  • Symfonie nr.3, in a (1882/1886–1887, uitgegeven in 1888) (Slechts tweedelig, voltooid door Glazoenov).

Kamermuziek[bewerken]

  • Concert voor fluit en piano in D (1847); het compositiehandschrift is verloren gegaan
  • Trio in G, voor twee violen en cello (1847); het compositiehandschrift is verloren gegaan (de compositie is gebaseerd op thema's uit Meyerbeers opera Robert le diable)
  • Trio in G, voor twee violen en cello (ca 1850–1860), fragmentarisch overgeleverd
  • Kwartet in D voor fluit, hobo, altviool en cello (1852–1856, uitgegeven in 1949: het stuk is gebaseerd op een pianosonate van Franz Joseph Haydn [Hoboken XVI:51])
  • Strijkkwintet in f (1853–1854, uitgegeven in 1960); de finale is voltooid door O. Evlakhov.
  • Trio in g, voor twee violen en cello (1854–1855, uitgegeven in 1946); decompositie is gebaseerd op het Russische volksliedje ‘Chem tebya ya ogorchila’ (‘Wat heb ik om je getreurd’)
  • 'Grand Trio' in G, voor twee violen en cello (1859–62; alleen de delen een en twee zijn, in 1949, uitgegeven aangezien het derde deel onvoltooid is overgeleverd)
  • Sonate in b, voor cello en piano (1860, uitgegeven in 1982 in een completering van Goldstein; de compositie is gebaseerd op een thema uit Bachs sonate voor viool-solo BWV 1001)
  • Pianotrio in D (1860–1861, uitgegeven in 1950); de compositie telt drie delen.
  • Strijksextet in d (1860–1861, uitgegeven in 1946); alleen de delen een en twee bleven bewaard,
  • Pianokwintet in c (1862, uitgegeven in 1938),
  • Strijkkwartet nr.1 in A (1874–1879, uitgegeven in 1884)
  • Strijkkwartet nr.2 in D (1881,uitgegeven in 1888)
  • Scherzo in D voor strijkkwartet (1882, uitgegeven in 1899); de compositie is het derde deel van een tweede verzameling van stukken dat de titel heeft ‘Les vendredis’. Aan de reeks werkten ook o.a. Glazoenov en Rimsky-Korsakov mee,
  • 'Serenata alla spagnola' in d, strijkkwartet (1886, uitgegeven in 1887); het betreft een samenwerkingscompositie met Lyadov, Glazoenov en Rimsky-Korsakov.

Pianomuziek[bewerken]

  • Polka Hélène in d, voor vierhandig-piano (1843, uitgegeven in 1946); oorspronkelijk voor tweehandig piano,
  • Adagio patetico in A (1849? uitgegeven in 1970),
  • 'Le courant', etude (1849),
  • Fantasie op een thema van Hummel (1849),
  • Scherzo in b (1852); compositiehandschrift is verloren gegaan,
  • Allegretto in D, voor vierhandig-piano (1861, uitgegeven in 1980); bewerking van het trio uit het scherzo van het strijkkwintet,
  • Scherzo in E, voor vierhandig-piano (1861, uitgegeven in 1970),
  • Tarantella in D, voor vierhandig-piano (1862, uitgegeven in 1938),
  • Polka, Marche funèbre, Requiem en Mazurka, voor driehandig-piano (?1874–1878); de eerste drie stukken zijn gepubliceerd in 1879, de Mazurka werd, postuum, in 1893 gepubliceerd,
  • 'Petite suite' (1885); georkestreerd door Glazoenov (1895),
  • Scherzo in A (1885); georkestreerd door Glazoenov voor opname in de Petite Suite

Vocale muziek[bewerken]

  • Misera me! Barbaro sorte (Anon.), T, B, pf, c1850–60, RUS-SPit, unfinished
  • Bozhe milostivïy [Merciful God], 1852–5, SPit, unfinished
  • Chto tï rano, zoren′ka [Why art thou so Early, Dawn?] (S. Solov′yov), 1852–5, freely adapted by P. Lamm (Moscow, 1947)
  • Krasavitsa-rïbachka [The Beautiful Fisher Maiden] (H. Heine, trans. D. Kropotkin), c1854 (Moscow, 1947) [with vc obbl]
  • Razlyubila krasna devitsa [The Pretty Girl no longer Loves me] (Vinogradov), c1854 (Moscow, 1947) [with vc obbl]
  • Slushayte, podruzhen′ki, pesenku moyu [Listen to my Song, Little Friend] (E. von Kruse), c1854 (Moscow, 1947) [with vc obbl]
  • Spyashchaya knyazhna [The Sleeping Princess] (Borodin), 1867 (Moscow, 1870), orchd Rimsky-Korsakov (Moscow, 1903)
  • Pesnya tyomnogo lesa [Song of the Dark Forest] (Borodin), 1867–8 (1873), arr. male chorus, pf, and orchd by Glazunov (1893)
  • Morskaya tsarevna [The Sea Princess] (Borodin), 1868 (1873)
  • Fal′shivaya nota [The False Note] (Borodin), 1868 (Moscow, 1870)
  • Otravoy polnï moi pesni [My Songs are Filled with Poison] (H. Heine, trans. L.A. Mey), 1868 (Moscow, 1870)
  • More [The Sea] (Borodin), 1869–70 (Moscow, 1870), orchd 1884, SPsc, unfinished; orchd Rimsky-Korsakov (Moscow, 1906)
  • Serenada chetïryokh kavalerov yednoy dame [Serenade of Four Cavaliers to One Lady] (Borodin), 4 male vv, pf, c1870 (Leipzig, 1889)
  • Iz slyoz moikh [From my Tears] (Heine, trans. Mey), 1870–71 (1873)
  • Vperyod, druz′ya [Forward, Friends] (?Borodin), 4 male vv, 1878
  • Arabskaya melodiya [Arabian Melody] (trad., trans. Borodin), 1881 (Leipzig, 1888)
  • Dlya beregov otchiznï dal′noy [For the Shores of thy Far Native Land] (A.S. Pushkin), 1881 (Leipzig, 1888), orchd Glazunov (Leipzig, 1912)
  • Na zabïtom pole bitvï [On a Forgotten Field of Battle] (Borodin), 4 male vv, 1881, unfinished, ed. in Muzïkal′noye nasledstvo, iii (Moscow, 1970)
  • U lyudey-to v domu [At some Folks’ Houses] (N.A. Nekrasov), 1v, orch, 1881 (Leipzig, 1890), arr. 1v, pf by G.O. Dütsch (Leipzig, 1890)
  • Spes′ [Pride] (A.K. Tolstoy), 1884–5 (Leipzig, 1890)
  • Septain (G. Collin), 1885 (Liège, 1885), trans. Borodin as Chudnïy sad [The Magic Garden] (1887)
  • Slava Kirillu! Slava Mefodiyu! [Glory to Kirill! Glory to Methodius!] (anon.), 4 male vv, ?1885, unfinished, ed. in Muzïkal′noye nasledtsvo, iii (Moscow, 1970)

Trivia[bewerken]

Het beeldend karakter van Borodins muziek wordt onder meer gebruikt voor de in 1953 uitgebrachte musical Kismet, geschreven door Robert Wright en George Forrest. Het lied ‘Stranger in Paradise’ in de musical is het bekendste voorbeeld ervan. Borodin kreeg in 1954 postuum een Tony Award voor zijn muzikale bijdrage aan deze show. De melodie is gebaseerd op melodisch materiaal uit de Polovetser Dansen, in dit geval de ‘Glijdende dans van de meisjes’. Stranger in Paradise is gezongen, bewerkt en opgenomen door vele artiesten. De meest populaire versie werd gezongen door Tony Bennett en andere versies zoals die van The Four Aces en Tony Martin waren in de jaren 1950 ook populair. Ray Conniff, Wes Montgomery, Elvis Presley, George Shearing, Curtis Counce, Isaac Hayes (in een 10 minuten durende soul/disco versie), The Supremes (op hun Langspeelplaat I Hear a Symphony), Sarah Brightman en Saint Etienne maakten ook covers van dit lied.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Volgens de Old Style data is geboorte- en sterfdatum: 31 oktober 1833 - 16 februari 1887