Filipijnse eend

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Anas luzonica)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Filipijnse eend
IUCN-status: Kwetsbaar[1] (2012)
Filipijnse eend
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Aves (Vogels)
Orde:Anseriformes (Eendvogels)
Familie:Anatidae (Eendachtigen)
Geslacht:Anas
Soort
Anas luzonica
(Fraser, 1839)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Filipijnse eend op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De Filipijnse eend (Anas luzonica) is een eend uit het geslacht Anas, die endemisch is voor de Filipijnen.

De lokale namen voor de Filipijnse eend zijn: Pato del Monte of Papan (Filipijns), Dumaras (Tagalog) of Kamasu of Gakit (in de Visayas)

Algemeen[bewerken | brontekst bewerken]

De Filipijnse eend is een vrij grote eendensoort die zo'n 51 centimeter lang kan worden, met een spanwijdte van zo'n 84 centimeter. De bovenkant, achterkant van de kop en een streep van de snavel via de ogen naar de nek zijn donkerbruin, terwijl de rest van de kop oranje tot roest kleurig is. De snavel is blauwachtig grijs en de ogen bruin. De bovenkant van deze soort is grijsachtig bruin, waarbij de romp en staart wat donkerder van kleur zijn. De borst en buik van de Filipijnse eend zijn ook grijsachtig bruin waarbij de borst veren vaak kaneelkleurige uiteinden hebben. De onderkant van de staart is donkerbruin. De poten zijn grijs. Beide geslachten hebben hetzelfde verenkleed.

Ondersoorten[bewerken | brontekst bewerken]

Er zijn geen ondersoorten bekend van de Filipijnse eend.

Verspreiding en leefgebied[bewerken | brontekst bewerken]

De Filipijnse eend komt voor in zoetwater, zoals meren, moerassen, rijstvelden en rivieren op Bohol, Catanduanes, Guimaras, Lubang, Luzon, Marinduque, Masbate, Mindoro, Negros, Panay, de Polillo-eilanden, Samar, Sibuyan, Siquijor en Ticao.

Voortplanting[bewerken | brontekst bewerken]

De Filipijnse eend plant zich gedurende het hele jaar voort. Gewoonlijk leggen ze 8 tot 16 lichtgroene eieren per keer, die ongeveer 26 dagen worden bebroed. De eieren zijn vaalwit van kleur met een bruin tintje.