August Macke

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
August Macke
August Macke
Persoonsgegevens
Geboren Meschede, 3 januari 1887
Overleden Perthes-lès-Hurlus, 26 september 1914
Geboorteland Duitse Keizerrijk
Beroep(en) kunstschilder
Oriënterende gegevens
Stijl(en) expressionisme
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

August Robert Ludwig Macke (Meschede, 3 januari 1887 – nabij Perthes-lès-Hurlus (Champagne), 26 september 1914) was een Duits kunstschilder, wiens werk behoort tot het Duits expressionisme.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

August Macke werd in 1887 in Meschede in Sauerland geboren. In zijn kinderjaren woonde Macke in Keulen en in Bonn. Van 1904 tot 1906 studeerde Macke aan de kunstacademie en aan de kunstnijverheidsschool in Düsseldorf. Hij kon er zijn draai niet vinden en in 1907/1908 ging Macke naar de schilderschool van Lovis Corinth in Berlijn. Maar de kritische houding van Corinth botste met zijn opvliegende karakter en hij voelde zich daar al snel niet meer thuis.[1]

Pas na in aanraking te zijn geweest met het impressionisme begon Macke een eigen stijl te ontwikkelen. Een grote steun voor Macke is altijd Bernhard Koehler geweest. De oom van zijn latere vrouw, een fabrikant in Berlijn, steunde de nieuwe generatie kunstenaars met aankopen. Koehler bezat al werken van Manet, Courbet, Cézanne en Van Gogh, en gaf Macke de mogelijkheid om in 1907 naar Parijs te reizen.

Met name de werken van Manet inspireerden hem, de vormen en de kleuren waren het belangrijkst. Dat zijn ook de elementen die Macke steeds meer zijn gaan interesseren. Maar ook voor de andere Franse stromingen zou Macke open blijven staan. In zijn werk zijn duidelijk invloeden aan te wijzen van het fauvisme, van het kubisme en van het orfisme. In 1908 gaat Macke weer naar Parijs, ditmaal samen met Koehler.

Op 5 oktober 1909 trouwt Macke met Elisabeth Gerhardt. De huwelijksreis leidt via Frankfurt am Main, Colmar en Bern naar Parijs, waarna ze aan de Tegernsee gaan wonen.

In 1910 reist Macke naar München, waar hij contact legt met Franz Marc, met wie hij een vriendschap voor het leven sluit. De wederzijdse invloeden zijn bijvoorbeeld goed af te lezen aan het streven naar harmonie dat de werken van beide kunstenaars kenmerkt. Via Marc komt Macke in contact met de andere leden van Der Blaue Reiter, zoals Wassily Kandinsky, en hij sluit zich bij hen aan.

Macke verhuist in 1910 terug naar Bonn. Hij houdt contact met de kunstenaars uit München, maar houdt ook afstand, zoals uit zijn correspondentie met Marc blijkt.

In 1912 gaat Macke samen met Marc naar Parijs, waar hij onder andere Robert Delaunay bezoekt. De invloeden van het kubisme en het futurisme maken dat Macke zijn werken strenger in gaat delen, de vlakken worden duidelijker in kleur van elkaar gescheiden.

In 1913 neemt Macke het initiatief tot de tentoonstelling “Rheinische Expressionisten” in Bonn.[2] Hiermee geeft hij de expressionisten uit het Rijnland een stem, naast de dominante stromingen uit München en Berlijn. Hij vestigt zich vervolgens in oktober 1913 voor acht maanden in Hilterfingen aan de Thuner See. Daar werkte hij samen met de schilder Louis Moilliet. In de werken uit deze tijd zocht Macke naar een synthese van licht en kleur, zoals hij dat ook gezien had in de schilderijenserie “Les Fenêtres” van Delaunay.

Samen met Moillet en Paul Klee ontwikkelt Macke het idee van een studiereis naar Noord-Afrika. Op kosten van Koehler wordt het plan in 1914 werkelijkheid. Drie weken duurt de reis, maar zij heeft een grote invloed op de werken die zij later produceren. Tijdens zijn reis maakt Macke vele aquarellen, tientallen tekeningen en ook nog veel foto’s. Een zeer productieve tijd volgdt, allerlei kunstwerken met daarin de motieven die hij op zijn reis gezien heeft, zien het licht.

Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog maakt aan alles een abrupt einde. Op 8 augustus 1914 treedt Macke als dienstplichtig soldaat in het leger en op 26 september sneuvelt hij. Marc schrijft een in memoriam voor zijn vriend:

“In de oorlog zijn wij allen gelijk. Maar onder duizend dapperen treft de kogel een onvervangbare. Met zijn dood wordt de cultuur van het land een hand afgehouwen, een oog uitgerukt.
Wij schilders weten heel goed, dat met het wegvallen van zijn harmonieën de kleur in de Duitse kunst vele tinten bleker zal worden, een doffere, drogere klank. Hij heeft voor ons allen de kleur haar helderste en schoonste klank gegeven, klaar en helder als zijn hele leven was.”

Ook Marc overlijdt in de oorlog en door de dood van beide kunstenaars komt er een einde aan de Blaue Reiter-beweging.[3]

Musea[bewerken | brontekst bewerken]

Galerij[bewerken | brontekst bewerken]

Werken (selectie)[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie August Macke van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.