Begijnhof Ten Wijngaerde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Begijnhof van Brugge
Onderdeel van de werelderfgoedinschrijving:
Vlaamse Begijnhoven
Begijnhof van Brugge
Begijnhof van Brugge
Land Vlag van België België
UNESCO-regio Europa en Noord-Amerika
Criteria ii, iii, iv
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 855-012
Inschrijving 1998 (22e sessie)
UNESCO-werelderfgoedlijst
00 Bruges JPG5.jpg

Het Prinselijk Begijnhof Ten Wijngaerde is het enige nog bewaarde begijnhof in de stad Brugge. Er zijn geen begijnen meer, maar sinds 1927 woont er een kloostergemeenschap van benedictinessen, gesticht door kanunnik Hoornaert. In dat jaar werden de huizen aan de westzijde ook omgevormd en uitgebouwd tot het Monasterium De Wijngaard, een priorij van benedictijnse parochiezusters.

De 18e-eeuwse toegangspoort en de Wijngaardbrug

Geschiedenis[bewerken]

Al voor 1240 kwam een gemeenschap van vrome vrouwen zich vestigen op het domein 'de Wi(j)ngaard', in het zuiden van de stad. Deze benaming verwees waarschijnlijk naar laaggelegen grasland. Het begijnhof werd rond 1244 gesticht door Margaretha II van Constantinopel, nadat zij aan Walter van Marvis, bisschop van Doornik, toestemming had gevraagd om de grafelijke kapel op de Burg naar de Wijngaard te mogen overbrengen. In 1245 werd het als zelfstandige parochie erkend. In 1299 kwam het onder het rechtstreekse gezag van koning Filips de Schone en kreeg de titel van "Prinselijk Begijnhof".

Het complex omvat een gotische begijnhofkerk en een dertigtal witgeschilderde huizen uit de late 16e, 17e en 18e eeuw. Deze huizen zijn praktisch allemaal rond een centraal hof gebouwd. De voornaamste toegang met poort is te bereiken via de driebogige stenen brug, de Wijngaardbrug. In een nis is het beeld te zien van de heilige Elisabeth van Hongarije, patrones van vele begijnhoven. De Wijngaard is ook aan de Heilige Alexius gewijd. De toegangspoort is gebouwd in 1776 door meestermetselaar Hendrik Bultynck. Het eerste begijnhuisje naast de toegang is als museum ingericht en er zijn onder andere schilderijen, 17e-eeuws en 18e-eeuws meubilair en kantwerk te bezichtigen. Een tweede poort verleent toegang via de Sasbrug aan het Sashuis.

 De buitenzijde van het begijnhof bij valavond, met op de voorgrond het Wijngaardplein met zijn zwanen en op de verre achtergrond het Minnewaterpark.
De buitenzijde van het begijnhof bij valavond, met op de voorgrond het Wijngaardplein met zijn zwanen en op de verre achtergrond het Minnewaterpark.

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Hector HOORNAERT, Ce que c'est qu'un béguinage..., Brugge, Desclée de Brouwer, 1921.
  • Rodolphe HOORNAERT, Le Béguinage de Bruges,son histoire, sa règle, sa vie, Brugge, Desclée de Brouwer, 1930.
  • Brigitte BEERNAERT e. a., Begijnhofkerk H. Elisabeth, in: 17de-eeuwse architectuur in de binnenstad, Open Monumentendag 1993, Brugge, 1993.
  • Andries VAN DEN ABEELE, Tuinen en verborgen hoekjes in Brugge, Brugge - Luik, 1998.
  • Brigitte BEERNAERT, Begijnhof, tuin van het monasterium, in: Een tuin is meer dan er staat, Open Monumentendagen Brugge, 2002, Brugge, 2002.
  • Rik F. C. DHONDT, Gravin Johanna van Constantinopel en het Brugs Begijnhof, in: Brugs Ommeland, 2008, blz. 228-237.
  • Rik C. F. DHONDT, Problemen bij het omvormen van het Brugse begijnhof tot een parochie, in: Brugs Ommeland, 2009, blz. 51-59.
  • Rik C. F. DHONDT, Wie woonde er voor 1300 op het Begijnhof te Brugge?, in: Brugs Ommeland, 2011, blz. 14-29.
  • Elke VAN DEN BROECKE en Lieve UYTTENHOVE, Laus Deo. Rodolphe Hoornaert en zijn werk, 1886-1969, Brugge-Leuven, 2013.