Beroepsverbod

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een beroepsverbod wordt door een werkgever (dat kan een bedrijf zijn, maar vaker een overheid of semi-overheidsinstantie, een school, of stichting) opgelegd, indien deze vindt dat een werknemer vanwege geloof, politieke opvatting, geaardheid of gedrag niet binnen de organisatie kan werken, of wanneer iemands beroep gezien wordt als bedreigend voor de gevestigde orde. Het is dus het verbod aan iemand om zijn beroep uit te oefenen.

Het middel is frequent ingezet bij leden van extreem-linkse of extreem-rechtse groeperingen uit angst dat organisaties of de staat zelve van binnenuit ondermijnd zouden worden. Hier werden ook mensen het slachtoffer van die alleen maar vooruitstrevend waren of kritiek hadden op een bepaalde gang van zaken zonder ook maar in het minst de intentie te hebben om de staat of het bedrijf te ondermijnen. Zo waren er rooms-katholieke bedrijven die op aandringen van de clerus alle leden van de sociaaldemocratische vakbond (het latere NVV), ontsloegen. Vooral ten tijde van de Koude Oorlog werd het middel van beroepsverbod ingezet, ook in Nederland; hetgeen niet alleen door de getroffen maar ook door vele anderen als onrechtvaardig werd gezien.

In streng-christelijke milieus speelt het beroepsverbod nogal eens wanneer een leerkracht een andere dan de heteroseksuele geaardheid heeft of niet christelijk is.

Een strafblad kan ook een reden zijn voor het opleggen van beroepsverbod. Financiële malversaties kunnen in sommige landen aanleiding zijn een persoon een verbod op te leggen om nog statutair directeur in een vennootschap te worden.

Vooral in Duitsland waren Berufsverbote een heet hangijzer gedurende verschillende periodes, zoals tijdens het nazi-regime, maar ook bijvoorbeeld tijdens de acties van de Rote Armee Fraktion (RAF) toen linksdenkende mensen geregeld uit hun beroep werden gezet. Tegenwoordig gelden er beroepsverboden voor leden van de Scientology Kerk.[1]

Historische voorbeelden zijn het ontslag van Joden en politieke tegenstanders van het Nationaalsocialisme op grond van de wet Berufsbeamtengesetzes van 7 april 1933 alsmede de door de geallieerden na 1945 ingestelde beroepsverboden tegen politiek 'besmette' filmmakers.

Tegen beroepsverboden is ook regelmatig geprotesteerd, met als argument dat ze de vrijheid van meningsuiting, geaardheid of geloof zouden aantasten, met andere woorden dat ze in strijd met grondwettelijke bepalingen zouden zijn.

Een ander voorbeeld van discussie en protest tegen beroepsverboden is de discussie over het dragen van een burka door bijvoorbeeld onderwijzers op scholen.

Studieverbod[bewerken]

Een variant op het beroepsverbod is het studieverbod:

  • Een pedofiel is door de Universiteit Nijmegen verwijderd van de studie orthopedagogiek vanwege zijn pedofiele geaardheid.[2]
  • De Hogeschool Leiden verwijderde Samir Azzouz van de opleiding laborant vanwege zijn betrokkenheid bij de Hofstadgroep.[3]
  • De Universiteit Twente weigert drie Iraanse studenten omdat zij mogelijk met nucleaire kennis te maken kunnen krijgen tijdens hun aangevraagde studie.[4]
  • Ook de Technische Universiteit Eindhoven weigerde in 2008 alle Iraanse studenten te toegang tot de studie in verband met het bemachtigen van atoomgeheimen, dit ondanks het feit dat die op de Eindhovense universiteit niet aanwezig zijn.
  • In het kader van de Iraanse Culturele Revolutie werden en worden op Iraanse universiteiten zowel studenten hun studie als docenten hun beroep ontzegd. Het betreft hier voornamelijk personen die geen moslims zijn of zich kritisch hebben uitgelaten over de Islamtisiche Republiek Iran. Ook zijn in Iran bepaalde studies niet toegankelijk voor niet-moslims.

Beroepsverbod in het Belgisch strafrecht[bewerken]

Beroepsverbod, in het Belgisch strafrecht, is een bijkomende straf waarbij de veroordeelde in geen enkele vorm in een handelsbedrijf mag werken of deelnemen.

Voetnoten[bewerken]

  1. Scientology, archief Trouw, 11 augustus 1998
  2. Universiteit Nijmegen weigert pedofiele student
  3. Samir A. niet meer welkom op Hogeschool Leiden
  4. Studie kernenergie geen optie voor Iraanse student