Kernfysica

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Kernfysica is het onderdeel van de natuurkunde dat zich bezighoudt met de studie van de kern van het atoom. Als de aandacht op het hele atoom gericht is en met name de elektronenbanen, spreekt men van atoomfysica en als de aandacht op de kerndeeltjes gericht is dan spreekt men van deeltjesfysica.

Geschiedenis van de kernfysica[bewerken]

De kernfysica ontwikkelde zich vanaf 1896 na de ontdekking van de radioactiviteit door Henri Becquerel en de ontdekking van het elektron door Joseph Thomson een jaar later. Thomson stelde aan het begin van de twintigste eeuw een atoommodel voor waarin de negatief geladen elektronen zich binnen het atoom vrij konden bewegen door een positief geladen pudding. Rond 1900 werden de alfa-, bèta- en gammastraling ontdekt. In de jaren die volgden werd de radioactiviteit grondig bestudeerd door onder andere Pierre Curie en Marie Curie en door Ernest Rutherford, Hans Geiger en Ernest Marsden.

In 1911 ontdekte Ernest Rutherford de atoomkern, door een verklaring te geven voor de resultaten van het Geiger-Marsden-experiment uit 1909, en stelde een nieuw atoommodel voor als alternatief voor het model van Thomson.[1] Deze ontdekking luidde een nieuw tijdperk in de ontwikkeling van de natuurkunde in. Vervolgens ontdekte Rutherford in 1919 het proton en in 1932 toonde James Chadwick het bestaan van het neutron aan. In 1920 had Rutherford al gesuggereerd dat er een ongeladen neutron zou bestaan.

In 1935 publiceerde Hideki Yukawa zijn theorie over de sterke kernkracht die de nucleonen in de kern bij elkaar houdt. Samen met het model van elektronenschillen rond de atoomkern was het moderne atoommodel in 1935 vrijwel compleet.

Onderwerpen binnen de kernfysica[bewerken]

Bouw van een kern[bewerken]

Kernprocessen[bewerken]

Elementaire deeltjes[bewerken]

Nucleaire Astrofysica[bewerken]

Toepassingen van de kernfysica[bewerken]

Studenten die in Nederland kernfysica studeren (of andere studies waarmee ze in aanraking kunnen komen met proliferatiegevoelige informatie) moeten bij de overheid een ontheffing aanvragen. [2]

Bronnen[bewerken]