Bevrijdingsleger van Preševo, Medveđa en Bujanovac

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Logo

Het Bevrijdingsleger van Preševo, Medveđa en Bujanovac (Albanees: Ushtria Çlirimtare e Preshevës, Medvegjës dhe Bujanocit, UCPMB) was een Albanese guerrillagroep die in Centraal Servië vocht voor de onafhankelijkheid van de gemeentes Preševo, Bujanovac en Medveđa, ook wel bekend als het Conflict in de Preševo-vallei. De uniformen, procedures en tactieken van de UCPMBs hadden veel overeenkomsten met die van het Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK). De UCPMB voerde operaties uit tussen 1999 en 2001, met als doel de drie gemeentes bij Kosovo te voegen.

Aan het eind van de Kosovaarse Oorlog in 1999 werd er door de Verenigde Naties een drie-mijlszone aangelegd rondom de gemeentes, waarbinnen het leger uit Servië en Montenegro niet toegestaan was te patrouilleren; politie met lichte vuurwapens was dit wel toegestaan.[1] Binnen de exclusieve zone viel Dobrosin, maar bijvoorbeeld niet Preševo.

Door de hinderlagen van het Kosovo Bevrijdingsleger in de gedemilitariseerde zone moesten de Serviërs de patrouilles vrijwel meteen staken. Tussen 21 juni 1999 en 12 november 2000 werden er 294 aanvallen gerapporteerd, waarbij er zes burgers en acht politiemensen werden gedood. Zevenendertig mensen werden gewond en vijf burgers gekidnapt. Vanwege deze situatie stond de NAVO toe, dat het Joegoslavisch leger de gedemilitariseerde zone opnieuw in mocht vanaf 24 mei 2001 en werden de UCPMB-leden opgeroepen de zichzelf aan te geven bij KFOR. Aan deze oproep gaven 450 UCPMB-lden gevolg, waaronder de commandant Shefket Musliu op 26 mei.