Bibliotheek van Nineve

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Bibliotheek van Ninive of Bibliotheek van Assoerbanipal is een collectie van duizenden Assyrische kleitabletten en fragmenten van tabletten uit de 7e eeuw v.Chr. over uiteenlopende onderwerpen.

De bibliotheek werd gesticht door de Assoerbanipal (669-627 v.Chr.), de laatste grote koning van het Nieuw-Assyrische Rijk. Onder de werken bevinden zich het beroemde Gilgamesj-epos en het Venustablet van Ammisaduqa.

Oude Perzische en Armeense overleveringen geven aan dat Alexander de Grote door de collectie van Assoerbanipal werd geïnspireerd tot het aanleggen van een eigen bibliotheek. Alexander stierf echter voor hij tot uitvoering van dit plan kon komen. Zijn vriend en opvolger als koning van Egypte Ptolemaeus startte later met de bouw van de Bibliotheek van Alexandrië.

Ontdekking[bewerken]

De eerste stukken van de collectie werden in 1849 gevonden door Austen Henry Layard in de archeologische opgraving Kouyunjik (historisch Ninive, de hoofdstad van Assyrië) in het noorden van Mesopotamië. Tegenwoordig ligt deze streek in Irak, bij de stad Mosoel. Meer specifiek werd de ontdekking gedaan in het koninklijk paleis van Sanherib.

Drie jaar later werd door Layards assistent Hormuzd Rassam een gelijksoortige bibliotheek gevonden in het Paleis van Assoerbanipal op dezelfde site. De meeste tabletten werden overgebracht naar Engeland, waar ze tegenwoordig nog worden bewaard in het British Museum.

Er werden bij het overbrengen van de tabletten geen duidelijke aantekeningen gemaakt uit welke van de twee paleizen de vondsten afkomstig waren, waardoor alle tabletten zijn samengevoegd tot één collectie. Door slordig handelen is een groot deel van de collectie onherstelbaar beschadigd geraakt. Hierdoor zal een groot deel van de collectie waarschijnlijk nooit kunnen worden ontcijferd.

Externe link[bewerken]