Biological

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Biologicals zijn geneesmiddelen bestaande uit natuurlijke eiwitten zoals antilichamen en cytokines, of fragmenten van eiwitten of synthetische peptiden.[1] In Nederland wordt de term vooral beperkt tot kunstmatige peptiden die heel specifieke signaaleiwitten (zoals receptoren of cytokines) uitschakelen en zo ziekteprocessen (zoals reumatoïde artritis, psoriasis, darmontstekingen, kanker, maculadegeneratie) beïnvloeden.

Definitie[bewerken]

Het Nederlandse College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) gebruikt als definitie: "Een biologisch geneesmiddel is een geneesmiddel waarvan de werkzame stof vervaardigd is door of afkomstig is van een levend organisme. Insuline bijvoorbeeld kan geproduceerd worden door een levend organisme (zoals een bacterie of een gist) dat voorzien werd van een gen dat de productie van insuline mogelijk maakt."[2]

Volgens een Europese richtlijn is een biologisch geneesmiddel:

...een geneesmiddel waarvan de werkzame stof een biologische substantie is. Een biologische substantie is een substantie die geproduceerd wordt door of geëxtraheerd wordt uit een biologische bron en waarvan de typering en de bepaling van de kwaliteit alleen kan plaatsvinden aan de hand van een combinatie van fysisch-chemisch-biologische proeven, gecombineerd met het productieprocedé en de beheersing ervan. De volgende geneesmiddelen moeten als biologische geneesmiddelen worden beschouwd: immunologische geneesmiddelen en uit menselijk bloed of van menselijk plasma bereide geneesmiddelen, als gedefinieerd in respectievelijk punt 4 en punt 10 van artikel 1; geneesmiddelen waarop deel A van de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2309/93 betrekking heeft; geneesmiddelen voor geavanceerde therapie, als gedefinieerd in deel IV van deze bijlage. Alle andere substanties die voor de vervaardiging of extractie van de werkzame stof(fen) worden gebruikt maar waarvan deze werkzame stoffen niet rechtstreeks worden afgeleid, zoals reagentia, kweekmedia, serum van kalverfoetussen, additieven, buffers ten behoeve van chromatografie enz., worden "basismaterialen" genoemd. (Richtlijn 2001/83/EG,[3] gewijzigd door Richtlijn 2003/63/EG (Bijlage I, Deel I, 3.2.1.1.b.).[4]

Ontwikkeling[bewerken]

Bij deze eiwitten gaat het om grote complexe moleculen die gevoelig zijn voor afbraak in het maag-darmkanaal. Deze middelen worden daarom gegeven als subcutane, intramusculaire, of intraveneuze injectie.[5] Ze kunnen uit dierlijk weefsel worden geëxtraheerd of via recombinant-DNA-techniek worden geproduceerd. De namen van veel biologicals eindigt op -ab. Dit komt van antibody (Eng.), in die gevallen gaat het meestal om monoklonale antilichamen.

Biologicals kunnen ontwikkeld worden door de steeds toenemende kennis van de pathofysiologie van de verschillende aandoeningen; met name de processen op het gebied van de immunologie.

Gebruik bij aandoeningen[bewerken]

Het aantal aandoeningen waarvoor een biological ontwikkeld kan worden is schier onuitputtelijk; de kennis van immunologische processen die aan verschillende aandoeningen ten grondslag ligt, neemt steeds toe, en daarmee het aantal mogelijke doelwitten waartegen men een biological kan ontwikkelen. Dit geldt natuurlijk ook voor de "gewone" (chemische) geneesmiddelen. Echter een groot verschil met de chemische middelen is de prijs van de biologicals; deze zijn veel duurder. Vaak gaat het hierbij om (tien)duizenden euro's per jaar.

Grote, recentere doorbraken waren met name trastuzumab en de middelen tegen reumatoïde artritis, psoriasis en de ziekte van Crohn. Eerstgenoemde omdat dit middel de 20-30% van de vrouwen met een HER2 positieve borstkanker (slechte prognose) nu wel perspectief kon bieden, en de andere middelen, omdat grote groepen patiënten hiermee nieuwe alternatieven tot hun beschikking kregen, met name voor de ernstiger gevallen.

Preferentiebeleid in Nederland[bewerken]

In Nederland is de discussie gaande, of het preferentiebeleid van de zorgverzekeraars uitgebreid kan worden naar de biologicals. De rechtbank in Den Haag sprak op 1 juni 2011 reeds uit dat wat betreft de WGP (Wet Geneesmiddelen Prijzen) mag worden uitgegaan van farmaceutische uitwisselbaarheid en niet van therapeutische uitwisselbaarheid.[6] Het CVZ bracht op 29 september 2011 een bevestigend rapport uit. [7] Dit gebeurde na consultatie van het CBG.[8] Minister Schippers stelde op 7 december 2010 in antwoord op Kamervragen: "Voor biologische geneesmiddelen kan preferentiebeleid worden gevoerd." [9] De registratie-eisen voor 'generieke biologicals', de zogenaamde biosimilars, zijn beduidend strenger dan voor 'generieke chemische geneesmiddelen'.[10][11]

De EMA eist dat behalve het aantonen van een vergelijkbaar farmacokinetisch profiel met de biosimilar ook vergelijkende geneesmiddelenonderzoeken worden uitgevoerd.[12]

Therapeutisch preferentiebeleid in Nederland[bewerken]

Van therapeutisch preferentiebeleid is sprake als een zorgverzekeraar binnen een groep van analoog werkzame stoffen, één stof voor vergoeding aanwijst.

Minister Klink van VWS schreef daarover in zijn begroting voor 2010: “Ik sta overigens wel positief tegenover het principe van therapeutisch preferentiebeleid. Hier zal ik in de komende periode nader onderzoek naar laten verrichten, zodat dit mogelijkerwijs met ingang van 2012 gestalte kan worden gegeven. Om therapeutisch preferentiebeleid mogelijk te maken, is overigens een wijziging nodig van het Besluit zorgverzekering.” [13]

Het hof te Arnhem wees op 24 mei 2011 vonnis in hoger beroep, dat de autonomie van de voorschrijvend arts in een onderhavig geval bevestigde. [14] Het betrof hier de uitwisselbaarheid van adalimumab en infliximab.

Overzicht[bewerken]

In onderstaande tabel is getracht een overzicht te geven van de belangrijkste, en meest recente toelatingen (in de Verenigde Staten) van biologicals als geneesmiddel.[15][16] Biologicals die in de VS door de FDA zijn goedgekeurd krijgen meestal binnen afzienbare tijd ook in Europa, via de centrale procedure door de EMEA, een registratie. Een Europese registratie betekent dat het ook op de Nederlandse en Belgische markt is toegelaten. Het kan natuurlijk ook voorkomen dat een middel eerder in Europa is toegelaten dan in de VS. Zie voor de Europese registraties JAMA. 2008;300(16):1887-1896.[17]

Naam van het geneesmiddel Indicatie Goedgekeurd in de VS
Insuline (Iletin ®) diabetes mellitus 1923
Somatotropine (Nutropin®) groeihormoondeficiëntie 1985
Muromonab (Orthoclone OKT3®) afstoting orgaantransplantatie 1986
Epoetin (Epogen®) anemie bij nierfalen 1989
Interferon beta (Avonex®) multiple sclerose 1996
Alteplase (Activase®) herseninfarct 1996
Rituximab (Rituxin®) B-cel lymfoom (maligniteit), reumatoïde artritis 1997, 2006
Trastuzumab (Herceptin®) borstkanker 1998
Infliximab (Remicade®) ziekte van Crohn, colitis ulcerosa, reumatoïde artritis, ziekte van Bechterew, psoriasis, psoriatrische artritis 1998, 1999, 2004, 2005
Etanercept (Enbrel®) reuma, psoriatrische artritis, psoriasis 1998, 2002, 2004
Anakinra (Kineret®) reumatoïde artritis 2001
Adalimumab (Humira®) reumatoïde artritis, ziekte van Crohn, ziekte van Bechterew 2002, 2007
Alefacept (Amevive®) psoriasis 2003
Efalizumab (Raptiva®) psoriasis 2003
Omalizumab (Xolair®) astma 2003
Abatacept (Orencia®) reumatoïde artritis 2005
Bevacizumab (Avastin ®) Gemetastaseerd colon- of rectumcarcinoom
(off-label: maculadegeneratie)
2005
Panitimumab (Vectibix®) rectum- en darmkanker 2006
Ranibizumab (Lucentis®) maculadegeneratie 2006
Eculizumab (Soliris®) Paroxismale nachtelijke hemoglobinurie (zeldzame bloedziekte) 2007