Breedplaatstreephoed

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Breedplaatstreephoed
bovenkant
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota (Steeltjeszwam)
Klasse:Agaricomycetes
Onderklasse:Agaricomycetidae
Orde:Agaricales (Plaatjeszwam)
Familie:Marasmiaceae
Geslacht:Megacollybia
Soort
Megacollybia platyphylla
(Pers. : Fr.) Kotl. & Pouzar (1972)
onderkant
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Breedplaatstreephoed (Megacollybia platyphylla) is een schimmel uit de familie Marasmiaceae. De zwam werd al in 1793 beschreven, maar in 1972 ingedeeld in het geslacht Megacollybia.

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

hoed

De hoed is 4 tot 12 cm in diameter. De vorm is halfbolvormig tot vlak. Het oppervlak is glad, radiair vezelig gestreept en schubbig. De kleur is licht tot donker grijsbruin met okerkleurige of bleek olijfgroene gloed. De rand is ingescheurd en gekerfd.

lamellen

De lamellen zijn wittig-crème en staan wijd uit elkaar.

steel

De steel heeft een lengte van 5 tot 10 cm (zelden tot 15 cm) en een dikte van 10 tot 14 mm. In de lengterichting is hij vezelig, witachtig tot grijsbruin en lichter dan de hoed. Aan de basis van de steel zitten rizomorfen (myceliumstrengen), die een lengte van enkele meters kunnen bereiken.

geur

De paddenstoel ruikt muf.

smaak

Het vlees is wittig en heeft een milde tot licht bittere smaak.

sporen

Witte sporen, bijna bolvormig glad, met afmetingen van 7–8 × 6–7 µm.

Voorkomen[bewerken | brontekst bewerken]

De paddenstoel groeit op houtresten, begraven loofhout en bosstrooisel en komt voor vanaf de zomer tot en met herfst. In Nederland heeft de paddenstoel de status 'zeer algemeen'.

Foto's[bewerken | brontekst bewerken]