Bulkcarrier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sabrina, een handymax-schip
Het ruim afgesloten door de luiken

Een bulkcarrier of bulkschip is een schip gespecialiseerd in het vervoer van droge stortgoederen. Stortgoederen of bulklading is niet-verpakte lading als erts, graan en steenkool. De lading wordt getransporteerd in de ruimen van het schip afgedekt door grote waterdichte luiken. Door de economische groei en de grote vraag naar ijzererts en steenkool zijn de schepen sterk ontwikkeld in capaciteit en efficiëntie. De John Bowes uit 1852 wordt beschouwd als de eerste bulkcarrier.

Zo'n 35% van de wereldvloot bestaat uit bulkcarriers, goed voor 40% van alle over zee getransporteerde lading. Er wordt onderscheid gemaakt naar grootte en naar type. De meeste bulkcarriers worden gebouwd in China, dat samen met Japan en Korea meer dan 90% van de nieuwe bulkcarriers levert.

De bemanning van een bulkcarrier houdt zich voornamelijk bezig met de navigatie, onderhoud van de machines en met het laden en lossen van de lading. Het aantal bemanningsleden kan variëren van enkelen op kleinere schepen tot 30 op de grootste schepen.

Constructie[bewerken]

De constructie van een bulkcarrier hangt af van de lading die hij zal transporteren en de aan te lopen havens. De dichtheid van de lading is de belangrijkste factor. Bij zware ladingen zoals ijzererts is het draagvermogen van groot belang, terwijl bij lichtere lading zoals steenkool het volume van de ruimen bepalend is voor de constructie. Bij de bouw wordt ook altijd rekening gehouden met het feit of het schip kanalen als het Panamakanaal of het Suezkanaal moet kunnen passeren.

Een bulkcarrier kan verdeeld worden in drie secties. In de accommodatie leeft de bemanning en bovenop bevindt zich de brug, van waaruit het schip wordt bestuurd. De machinekamer bevindt zich meestal onder de accommodatie en hier bevinden zich de hoofdmotor(en) met een groot deel van het hulpbedrijf.

De overige ruimte in het schip is grotendeels bestemd voor lading en ballastwater. Bulkcarriers zijn uitgerust met meerdere grote ruimen. Ze zijn voorzien van grote openingen om gemakkelijk te kunnen laden en lossen. Op zee of in slechte weersomstandigheden worden de openingen afgesloten door grote luiken.

Categorieën[bewerken]

Omdat er een enorme variëteit bestaat in bulkcarriers worden ze verdeeld in categorieën naar grootte en type. De verdeling naar grootte wordt niet enkel bepaald door het draagvermogen van het schip, maar ook door de lengte, de breedte en de diepgang. Deze informatie is belangrijk om te weten of een schip veilig een bepaald kanaal of een bepaalde sluis kan passeren.

  • Mini-bulkers zijn de kleinste bulkcarriers. Dit zijn schepen met een draagvermogen van minder dan 10.000 ton. Ze varen vooral op rivieren en langs de kust.
  • Handysize en Handymax bulkcarriers komen het meeste voor en hebben een draagvermogen tot 60.000 ton. Het zijn zeer flexibel inzetbare schepen die voor alle afstanden gebruikt worden. Ze zijn vaak uitgerust met kranen om zelf te laden of te lossen, waardoor ze minder afhankelijk zijn van havenfaciliteiten.
  • De constructie van de Panamaxbulkcarriers is speciaal afgestemd op de grootte van de sluizen van het Panamakanaal. De maximale afmetingen voor Panamaxschepen zijn 289,56 meter lang, 32,31 meter breed en een diepgang van 12,04 meter. Deze afmetingen komen overeen met een draagvermogen van 60.000 tot 100.000 ton. Vaak zijn deze schepen ook uitgerust met kranen.
  • De op een na grootste klasse is de Capesize (100.000 tot 200.000 ton) en de VLBC (Very Large Bulk Carrier) met een draagvermogen boven de 200.000 ton. Ze zijn niet uitgerust met kranen en daardoor volledig afhankelijk van havenfaciliteiten.
  • Sinds maart 2011 is de Valemaxbulkcarrier in de vaart gekomen. Deze schepen hebben een lengte van 360 meter, zijn 65 meter breed en steken volgeladen 23 meter diep. Met een draagvermogen van circa 400.000 ton zijn dit de grootste ertscarriers ter wereld.

Bulkcarriers kunnen ook verder verdeeld worden naar type. Het belangrijkste onderscheid dat hierbij gemaakt wordt is naar de aanwezigheid van kranen aan boord. Schepen met kranen zijn minder afhankelijk van havenfaciliteiten en kunnen ook laden en lossen in minder ontwikkelde gebieden. Er bestaan ook types met conveyors om snel te kunnen lossen, gekend als zelflossers. OBO-carriers zijn bulkcarriers die naast droge stortgoederen ook lading als olie kunnen transporteren.

Ladingbehandeling[bewerken]

Het laden van een bulkcarrier
Bulldozer in het ruim van een bulkcarrier

De laadmethoden van bulkcarriers variëren naar gelang de lading: van producten als ijzererts tot voedingswaren zoals graan.

Voor het snel laden of lossen van bulkcarriers worden vaak gespecialiseerde kades gebruikt. Als deze niet aanwezig zijn, moet het schip zijn eigen kranen gebruiken. Het laden van bulkcarriers gebeurt meestal door grote conveyors aan de wal. De lading valt zo recht het ruim in, dit kan zeer snel gaan. Het lossen neemt altijd meer tijd in beslag. De lading moet uit de ruimen gehaald worden met grote grijpers bevestigd aan de kranen van de wal of aan boord. Vaak worden bulldozers in het ruim geplaatst om de laatste resten lading samen te brengen.

Door de hoge dichtheid van ladingen moeten bulkcarriers met grote omzichtigheid behandeld worden. De BLU-code,[1] onderdeel van SOLAS hoofdstuk 12 (Additional Safety Measures for Bulk Carriers), geeft hieromtrent praktische richtlijnen aan zowel kapiteins als loading masters met betrekking tot ladingsbehandelingen. Een belangrijk gegeven hierbij is de methode waarmee deze schepen geladen worden. Naargelang de ladingsconfiguratie van het schip hebben deze methoden zowel voor- als nadelen. De methode van laden is scheepsspecifiek en moet voldoen aan de eisen beschreven in de IMSBC-code, die onderdeel is van SOLAS hoofdstuk 6 (Carriage of cargo). De meestvoorkomende methoden worden hieronder genoemd.[2][3]

Methoden[bewerken]

Het transport van stortgoederen brengt veel gevaren met zich mee voor schip en bemanning. Bij het laden kan de scheepsconstructie aangetast worden. Daarom zijn er verschillende laadmethoden. Verder is grondige controle van de ruimen na het lossen van een lading van groot belang. Bepaalde ladingen zoals steenkool zijn brandbaar. Ladingen als graan kunnen ook verpappen of door hun storthoek overgaan waardoor de stabiliteit van het schip in gevaar komt. In de IMSBC-code zijn dan ook richtlijnen over het verschepen van bulkgoederen te vinden, met uitzondering van graan, waarop de graancode van toepassing is.

Gelijk verdeeld[bewerken]

Homogeen laden (homogeneous loading) is een techniek waarbij men in alle ruimen een deel van de lading plaatst. Deze techniek wordt vaak toegepast bij ladingen zoals graan of kolen. De voordelen zijn dat het buigmoment daalt en de schuifspanning vermindert. Een nadeel is dat de metacentrische hoogte GM (d.w.z. de afstand tussen zwaartepunt G en metacentrum M) stijgt: het schip zal een zeer grote aanvangsstabiliteit ondervinden, ook wel een wreed schip genoemd. Dit houdt in dat het schip een korte rolperiode heeft wanneer het door een externe kracht in beweging wordt gebracht. Dit betekent dat de scheepsconstructie zwaar belast wordt.

Om en om[bewerken]

Alternerend laden (alternate loading) is een techniek waarbij men afwisselend één ruim vult en één ruim leeg houdt. Deze techniek wordt vaak toegepast voor hogedensiteitsladingen zoals ijzer of koper. Een voordeel is dat de GM daalt. Door de lagere stabiliteit zal het schip zo een langere rolperiode hebben, die aangenamer is voor schip en bemanning. Een nadeel is dat het buigmoment en de schuifspanning stijgen.

Bloksgewijs[bewerken]

Laden in blokken (block loading) is een techniek waarbij men eerst twee of meer ruimen vult en er daarna een of meer leeg laat. Hierbij geldt een extra voorwaarde: de som van de massa van de geladen ruimen is kleiner dan die welke maximaal in die ruimen geladen mag worden. Een nadeel is dat het buigmoment en de schuifspanning stijgen.