Bure (Meuse)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bure
Gemeente in Frankrijk Vlag van Frankrijk
Blason ville fr Bure 55.svg
Bure (Meuse)
Bure (Meuse)
Situering
Regio Lotharingen
Departement Meuse (55)
Arrondissement Bar-le-Duc
Kanton Ligny-en-Barrois
Coördinaten 48° 30′ NB, 5° 21′ OL
Algemeen
Oppervlakte 18,4 km²
Inwoners (1 jan. 2011) 89 (4,8 inw./km²)
Hoogte 298 - 399 m
Overig
INSEE-code 55087
Foto's
Bure-Lavoir.JPG
Portaal  Portaalicoon   Frankrijk

Bure is een gemeente in het Franse departement Meuse (regio Lotharingen) en telt 94 inwoners (2009). Op het grondgebied van de gemeente ligt het Meuse/Haute Marne Underground Research Laboratory voor ondergrondse opslag van radioactief afval.

De plaats maakt deel uit van het kanton Ligny-en-Barrois in het arrondissement Bar-le-Duc. Voor maart 2015 was het deel van het kanton Montiers-sur-Saulx, dat toen werd opgeheven.

Geografie[bewerken]

De oppervlakte van Bure bedraagt 18,4 km², de bevolkingsdichtheid is dus 5,1 inwoners per km².

De onderstaande kaart toont de ligging van Bure (Meuse) met de belangrijkste infrastructuur en aangrenzende gemeenten.

Detailkaart van de gemeente

Demografie[bewerken]

Onderstaande figuur toont het verloop van het inwonertal (bron: INSEE-tellingen).

Grafiek inwonertal gemeente

Opslag radioactief materiaal[bewerken]

Ten zuiden van Bure wordt een ondergrondse opslagplaats gebouwd voor de langdurige opslag van radioactief materiaal. Twee putten geven toegang tot een stelsel van tunnels zo’n 500 meter onder het maaiveld.[1] In 1991 werd een wet aangenomen waarin besloten was een onderzoeksprogramma om een oplossing te vinden voor de eindopslag van middel- en hoogradioactief afval.[1] Het programma kwam onder leiding van L'Agence nationale pour la gestion des déchets radioactifs (ANDRA), een onderdeel van het Franse Commissariat à l'énergie atomique (CEA).[2] In Bure werd een laag klei van de Callavo-Oxfordianformatie aangetroffen die geschikt zou zijn voor de opslag.[1] Klei heeft als voordeel dat het weinig waterdoorlatend is zodat, eventueel besmet, grondwater zich moeizaam kan verspreiden.[1] De radioactiviteit blijft daardoor voor langere tijd beperkt tot een zeer klein gebied rond de tunnels waarmee de opslag veilig zou zijn. In 2025 moet de opslagplaats in gebruik komen.[1]