Buxusmot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Buxusmot
Buxusmot
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse:Insecta (Insecten)
Orde:Lepidoptera (Vlinders)
Familie:Crambidae (Grasmotten)
Geslacht:Cydalima
Soort
Cydalima perspectalis
(Walker, 1859)
Zeldzame donkere vorm
Rups van de buxusmot
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Buxusmot op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De buxusmot (Cydalima perspectalis) is een vlindersoort uit de familie van de grasmotten (Crambidae). De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1859 door Francis Walker gepubliceerd. Deze soort komt van nature voor in Oost-Azië, en is in Europa een invasieve exoot, voor het eerst opgemerkt in 2006 op het grensgebied van Duitsland en Zwitserland.

Beschrijving[bewerken | brontekst bewerken]

De vleugels van de buxusmot zijn wit met een donkere rand. De spanwijdte is ongeveer 4 cm. Er komt ook een zeldzamere, geheel bruine variant voor. De motten leven ongeveer acht dagen en een vrouwtje kan tot vijfhonderd eitjes leggen. De jonge rupsen zijn vuilgeel en enkele millimeters groot, maar groeien snel uit tot felgroene exemplaren met een zwarte kop. Ze kunnen tot 4 cm lang worden en zijn dan bijna een maand oud. Na het rupsstadium verpoppen ze in de achtergelaten spinsels. Het popstadium duurt ongeveer veertien dagen.

De rups overwintert ingesponnen in een buxusstruik. In België en Nederland komen per jaar twee generaties voor.

Voorkomen[bewerken | brontekst bewerken]

De buxusmot komt van oorsprong voor in Oost-Azië (Japan, Zuid-Korea, China). Volgens onderzoek van de Universiteit van Bazel werd hij in 2006 in Europa geïntroduceerd via verpakkingshout van natuursteen uit Azië. Nadien ging de verspreiding snel vanuit Duitsland en Zwitserland naar de rest van Europa. De soort werd in Nederland voor het eerst vastgesteld in 2007, toen een vlinder werd gefotografeerd in het Zuid-Hollandse Boskoop.[1] Hoewel de soort een aantal jaar alleen lokaal leek voor te komen langs de rivieren in Zuid-Holland, Noord-Brabant en delen van Utrecht, dook hij ook elders in het land op. In 2018 kwam hij al in heel Europa voor.

In het land van oorsprong worden buxus en andere planten aangetast. In Europa blijkt de buxusmot een voorliefde te hebben voor de inheemse Buxus sempervirens, die in Azië niet voorkomt.

Uitgebreid onderzoek heeft aangetoond dat in normale tuinomstandigheden weinig andere planten worden aangetast en de schade zich hoofdzakelijk tot Buxus beperkt. Uit proeven blijkt dat niet alle buxussoorten even gevoelig zijn en dat vooral Japanse soorten een betere tolerantie hebben.

Schade[bewerken | brontekst bewerken]

De jonge rupsen eten delen van het bladmoes. Volwassen rupsen kunnen in korte tijd een plant volledig ontbladeren. Op de aangetaste planten blijft het spinsel achter. De buxus zal dan door zijn sterke vermogen tot herstel na acht weken opnieuw uitlopen.

Bestrijding[bewerken | brontekst bewerken]

Om afsterven te voorkomen nadat de plant is kaalgegeten en opnieuw uitloopt, is het belangrijk de plant niet opnieuw te laten opeten door de mot te bestrijden.

De rupsen van de buxusmot zijn goed te bestrijden, zowel chemisch als biologisch. In tuinen verdienen biologische middelen de voorkeur. Hiervoor zijn zowel Bacillus thuringiensis (niet toegelaten voor de particulier in België en Nederland, wel in de rest van Europa) als producten op basis van spinosad bruikbaar. Lavameel en kalkmeel is zeker niet slecht voor buxus maar uit praktijkonderzoek is gebleken dat dit niet afdoende is om de rupsen tegen te houden. Feromoonvallen dienen als monitoring en zijn niet afdoende voor bestrijding.

Bij elke nieuwe plaag en dus ook bij deze invasieve mot moeten de natuurlijke vijanden de rupsen eerst leren kennen eer ze een bijdrage kunnen leveren aan de beheersing. Ondertussen is duidelijk dat heel wat vogels deze rupsen eten. Uitgebreid onderzoek in Nederland en België heeft ook aangetoond dat het gebruik van rupsenmiddelen niet de oorzaak kan zijn van de vogelsterfte maar de gevonden actieve stoffen afkomstig zijn van de zgn. huis-tuin-en keukenmiddeltjes.[2]